geheel worden weggedacht, want aan handtastelijkheid moet niet worden gedacht. Eene vrouw wordt ook met den naam van een ‘fetikaka’ bestempeld.
Zeer waarschijnlijk is het, dat er meer l'eden zijn geweest die zich met het bedrijf bezig hielden, mij zijn er maar twee bekend: Ba Joerie, wonende in de Tiengie hoekoe*) en Baas Ringnée - waarschijnlijk René - wonende over de Werf, beiden dus in de buitenbuurten, op wier erven de tooneelen zich voordeden, die ik nu wil beschrijven.
't Is Zondagnamiddag en op 't erf van Baas Ringrée staan in een cirkel van om en bij 5 M middelijn de toeschouwers of deelnemers in afwachting van den tijd waarop het gevecht is bepaald, terwijl voor aan de straat op de stoep een haveloos gekleed ventje zit, dat waarschijnlijk de wacht houdt en waarschuwen moet als een politieman in aantocht is.
De hoofdpersonen op het erf zijn er evenwel niet bij, daar zij zich onledig houden met het nazien of in orde brengen der kampvechters. Een der aanwezigen, - Ba Kemoe hoorde ik hem noemen - is beter gekleed dan de anderen. Hij is kassier, d.w.z. hij neemt de sommen, die gewed worden, in ontvangst om ze later aan de rechtverkrijgenden uit te betalen, waarvoor, naar ik vermoed, hij eene kleine commissie krijgt, want 't moet gezegd worden, de wedders hebben in elkaar geen vertrouwen en altijd moet het zijn boter bij de visch.
Daar slaat de klok en de twee promotors naderen, elk met zijn haan gedekt met een doek en stellen zich tegenover elkander.
Ademlooze stilte! De beesten worden nu losgelaten en wij hebben nu gelegenheid ze op te nemen.
Beide zijn niet zwaar van stuk. De vederen aan hals en nek zijn verwijderd en het vleesch ziet er rood uit, naar men wil door het ingeven van spiritus, om de beesten moediger te maken. Ook met spiritus zijn beenen en vleugels ingewreven.
Aan de pooten zijn òm de natuursporen, op eene eigenaardige wijze kunstsporen van staal aangebracht, die puntig, eenigszins plat en vlijmscherp zijn.
De hanen hebben intusschen als het ware hunne krachten gemeten met enkele aanvallen.
Het publiek is stil - zeer stil zelfs - en het schijnt zelfs dat de adem wordt ingehouden.
De aanvallen van beide zijden worden heftiger en heftiger en beiden beginnen teekenen van vermoeidheid te geven. Na een heftigen aanval van den haan van Baas Ringnée doet die