

Beste Ruud, misschien denk je nog wel eens vertederd aan dit kazerne-dorp terug.1 Ik bedoel natuurlijk aan de omgeving, die nu werkelijk prachtig is. Je zult me geloven als ik zeg dat ik, nu je weg bent hier,2 helemaal niet meer weet waar ik 's avonds enige troost kan putten. Natuurlijk is er hier een rector van één of ander lyceum, en het is niet te betwijfelen dat hij een piano heeft, maar ik voel me er niet zo thuis, moet ik zeggen. Eén keer kwam ik er, tamelijk ongewenst, op een verjaardagsvisite (wist ik dat!) waar de gehele familie op gereformeerde grondslag bijeen was. Dikke heren, sigaren, hartkwalen en in vrome militairistische verbondenheid met de Vaderen die 80, 100 en 30-jarige oorlogen uitvochten. Mijn aanwezigheid sloeg, zoals je je misschien een weinig kunt voorstellen, als een tang op het souvereine familievarken en het duurde dan ook niet lang, of men verzocht mij (werkelijk! En o hoe beleefd...) op een andere avond terug te komen. Nu, tegen deze avond zie ik een beetje op... Soms loop ik door de nog steeds prachtige bossen, maar dan draait er ergens weer een kanonneloop uit de struiken omhoog en dan krijg ik weer het droevige gevoel in een plantsoentje te lopen van de grote kazerne die eens Nederland genoemd werd. Daarom ga ik nu veel naar Utrecht3 waar ik gelukkig nog kan werken. Maar het is vermoeiend, dat heen en weer reizen4 en dan te laat komen en van je chef horen - hij weet er ook geen raad mee -: jongen, ik moet je toch straffen. Ja natuurlijk moet hij me straffen, en dan laat hij me maar weer eens een keer een paar uur eerder terug komen, om het af te leren. Maar nu maak ik een kans naar Utrecht overgeplaatst te worden.5 De laatste 9 maanden zouden er aanmerkelijk door verlicht worden, ach ach, en zo sjouwen we maar over het toneel van de comedie.
Hoe bevalt je je huis,6 als ik enigszins kan, kom ik eens kijken. Gebeurt er nog wat in Amsterdam?
Ken jij de pericoop uit de Apocalyps waarin het verbreken van het Vijfde Zegel beschreven wordt? (6:9) Hoe de zielen der rechtvaardige mensen, die vermoord zijn om hun Godsgetuigenis, om wraak roepen. Ongelooflijk aangrijpend - wie zal hun eis niet begrijpen en wie moeten de wraak ondergaan: die op de aarde wonen. Wij dus. (Ik ben tenminste nog niet naar de maan, maar het schijnt wel de bedoeling te zijn). En daartegen kan niemand een redelijk protest laten horen; wie zal rechtspreken over al dat bloed. Ik
voel hier, in dit tekstgedeelte, de radio-activiteit al in de lucht, het begin van een komend oordeel. En zou het werkelijk waar zijn dat de mens dit oordeel aan zichzelf voltrekken moet? Met zijn eigen instrumenten? Het is niet om aan te horen. Nog niet zo lang geleden is er door Hitler in zijn ‘veilige’ bunker iets van een dergelijke waarheid opgevoerd. Als commentaar op dat oude boek, welsprekender dan dogmatische spitsvondigheden.
Ik heb die tekst gekozen voor een koorwerk (a capella) maar dan er een tekst van Hosea, die spreekt van overgave en genade, tussen gevoegd. Mijns inziens wel actueel als smeekbede van ‘die op de aarde wonen’. Ik zal hier de gehele tekst eens voor je overschrijven, in drie delen gesplitst. Na het: ‘die op de aarde wonen’ komt dus de onderbreking van de tekst uit Openbaringen, en is het stuk uit Hosea 14 ingelast. Het slot is het merkwaardige verhaal hoe de onrustige zielen gesust worden en een wit kleed krijgen (zijn ze niet wit van zichzelf? Vreemd!) met de boodschap zich rustig te houden, want er moeten nog meer van hun broeders gedood worden, nog meer bloed! Onbegrijpelijk! Maar het blijkt toch wel waar te zijn hier op dit ondermaansche:
i En toen hij het Vijfde Zegel opende, zag ik onder het altaar de zielen van hen, die geslacht waren om het woord van God en om het getuigenis, dat zij hadden. En zij riepen met luider stem en zeiden: - Tot hoelang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet aan hen, die op de aarde wonen?7
ii Wij bieden als offerstieren de belijdenis onzer lippen: Assur zal ons niet behouden, wij zullen niet meer op onze paarden rijden en tot het werk onzer handen zeggen: Gij zijt onze god! Immers zal een weerloze bij U ontfermd worden. Vergeef de ongerechtigheid geheel en al en wees ons genadig...8
iii En aan elk hunner werd een wit gewaad gegeven, en hun werd gezegd dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook het getal vol zou zijn van hun mededienstknechten, en hun broeders, die gedood zouden worden evenals zij.9
Zeldzaam dramatisch, ik heb zelfs het gevoel dat de spanning van het conflict zo groot is, dat het me voorlopig belet één noot op papier te zetten. Het mislukt voortdurend.10
Ton de Leeuw11 deed me een idee aan de hand - min of meer ontleend aan het Keulsche Geloof12 overigens (Stockhausen13 c.s.) - wat hij zelf zeer consequent gebruikt heeft voor zijn strijkkwartet:14 uitgaande van enkele intervallen ordent hij het gehele toonmateriaal en zelfs vorm, ritmiek en dynamiek naar de mogelijkheden van de combinaties van die intervallen. Ik zie je al bedenkelijk kijken, hopelijk kunnen we er eens over discussiëren - hoewel je n' importe welke techniek beter niet filosofisch kunt benaderen, je moet het gewoon doen15 - in ieder geval zul je moeten toegeven: voor constructieve (of moet ik zeggen: constructivistische) geesten een bron van vermaak. Ik heb er werkelijk alle plezier in.
Hoe gaat het met vrouw en kinderen? Het spijt me voor Giel16 dat ik nog steeds niet bij Donemus17 ben, naar zijn uitdrukkelijke wens, hij zal nog even geduld moeten hebben, 't Komt wel.18
Nu, de hartelijke groeten aan allen en tot ziens!
je Peter
Beste Peter,
Ik ben blij met je brief, met een levensteken van jou, want ik mis je. Ik verheugde mij altijd op je komst, in die rare ‘Schuilhoek’19 en verheug mij er evenzeer op dat we nu hier, in mijn kamer, kunnen praten binnenkort. Ik was al een beetje bang, dat een eventuele komst van jou in Amsterdam, afhankelijk zou moeten zijn van één of ander concert. Je zei zoiets toen ik 's nachts op de Renkumseweg20 afscheid van je nam, en toen ik het rode lichtje van je scooter zag verdwijnen peinsde ik erover, hoe je dat bedoelde, of ik je zònder concert dan niet meer zou zien, hier. En van de muziekindustrie heb ik geen weet meer. Het is dag in, dag uit: Brahms, Dworsjak, Beethoven, Brahms, Beethoven, Haydn, Mozart, een beetje Schubert, een beetje Bach, Brahms, Beethoven... Maar laat ik ophouden. Ik wil maar zeggen: een bijzonder concert is er - vergis ik mij niet - in de naaste toekomst niet te verwachten. Voor ik je brief beantwoord, wil ik eerst iets tamelijk ‘zakelijks’ vragen. Ik ga

Rudolf Escher voor ‘De Schuilhoek’ in de bossen
van Bennekom, 1957/1958.
voor het Handelsblad21 naar het 32ste Festival van de i.s.c.m. te Straatsburg22 en in September naar Venetië, waar tijdens het
21ste Internationale Muziek Festival23 een
buitengewoon boeiend, nagenoeg geheel aan hedendaagse muziek gewijd
programma wordt gegeven (onder andere wéér een nieuw werk van d'oude Igor:
Threni, voor koor en orkest;24
dit op een concert dat geheel gewijd is aan religieuze werken van
Strawinsky!). Wat nu Straatsburg betreft: ga jij op het scootertje? Of is
dat te vermoeiend? Zoù je echter per race-plee gaan, zou ik dan als
benzine-mede-betalend aanhangsel mee kunnen? Of ben je bang dat we elkaar
nog voor aankomst in de feeststad de hersens zouden hebben ingeslagen? We
zouden er eventueel twee dagen over kunnen doen. Maar laat ik afwachten wat
je antwoordt. Ik vraag je dit, omdat ik zo'n vervoerswijze wel een leuke
afwisseling zou vinden, maar voornamelijk, omdat die schrijverij niet zo
bijster veel opbrengt, en wèl de entrée's van de concerten voor rekening van
de krant zijn, niet echter reis- en verblijfkosten...25

XXX
Ja, ik denk zeker vaak aan het land van Wageningen - Bennekom - Ede, en met iets anders dan vertedering. Ik geloof dat het een soort diep heimwee is, heimwee naar een vreemd licht dat 's avonds langs rossige dennenstammen schampte, het weerkaatsen van de hemel in een buizerdvleugel, ‘achter’, bij ‘Golgotha’26 (vergeef me...), de stilte in een bos en het hameren van een specht daarin, het gonzen boven een zonnige heidevlakte. Heimwee zèlfs naar een soms ondraaglijk gevoel van eenzaamheid, wanneer ik 's nachts in sneeuw of regen nog naar mijn boshuis moest fietsen. Kan je daar inkomen?
Ik vind het beroerd voor je dat je in je kazerne-dorp geen enkele geestverwant hebt, maar hoe zou het eigenlijk ook anders kunnen? Dat jij je in dat milieu - op gereformeerde - grondslag maar matig thuis voelt, ik kan het mij levendig voorstellen. Als het je teveel irriteert, zou ik er maar niet meer heen gaan. De grote en soms zo vervelende Goethe heeft ergens eens gezegd,
dat de scheppende kunstenaar het aan zijn creatieve vermogen verplicht is, de tijd die hij aan omgang met medemensen besteedt, goed te verdelen en te besteden, niet te ‘verdoen’ aan omgang met lieden waar zijn creativiteit niets aan heeft of waar zijn creativiteit door gestoord zou worden. Een duidelijke wenk dus om de meerdere of mindere mate van egocentriciteit, die ons verderfelijk ras tòch al eigen is, bewust te gebruiken voor het uiteindelijke doel. Het is een psychologisch zéér practische wenk, al is het niet sociaal en ook niet erg ‘christelijk’. Maar als we alle schijnheiligheid eraf trekken, handelen dan de meeste mensen niet nèt zo, laten ze vriendschappen niet vallen als het ‘niet gaat’ tussen twee naturen? Waarom zouden kunstenaars het niet mogen doen? Het is alleen maar een voordeel, lijkt mij, wanneer ze minder ouwehoeren dan de doorsnee meneren en mevrouwen. En als ze het wel doen, zijn ze de ware broeders niet. Daarbij doet het er niets toe, of het allemaal wel kunstenaars of enkel hoogst artistieke mensen zijn, waarmee wij omgaan. Als ze ons maar inspireren. Mij persoonlijk boeien ook vaak mensen die in hun soort op de één of andere manier volledig mens zijn, zonder dat daar eventueel grote belezenheid, of creatieve begaafdheid bijkomt. Het kan net zo goed een arbeider zijn als een arts of een schilderes. ‘Geest’ en ‘gevormdheid’ kunnen natuurlijk geweldig stimulerend zijn, maar ‘ongevormde jeugd’ soms ook, intellectueel of niet intellectueel. De niet-intellectuelen zijn meestal spontaner, hartelijker. En aan dat soort spontaniteit heb ik, die zelf met spontane hartelijkheid nogal moeite heb, erg behoefte. Etc. etc.
XXX
Ik geloof dat ik je iets vreemds moet toewensen en ik hoop dat je me niet zult misverstaan, namelijk: eenzaamheid. Eenzaamheid wens ik je toe voor het uitgroeien van de kiemen van je nieuwe a cappella koorwerk op die prachtige bijbelteksten. Het is een goed teken dat de ontzagwekkende dramatiek van de inhoud je voorlopig verlamt. Laat het maar rijpen en ga wandelen of fietsend de bossen in als je je berooid voelt van kazerne-verlatenheid. Ik ben blij eindelijk weer eens een jonge kunstenaar, en dan nog wel een componist, ontmoet te hebben,27 voor wie een dergelijke inspiratiebron werkelijkheid is. Het is namelijk echt gewoon niet waar, dat noten uit noten, verf uit verf, en woord uit woord zou ontstaan. Integendeel: muziek, beeldende kunst, taal ontstaan, altijd weer opnieuw, uit: angst, pijn, liefde, geloof, haat desnoods, een heel klein beetje geluk, eeuwigheidsverlangen en besef van de kortstondigheid van
het individuele leven. Uit leven dus, menselijk leven en leven van ‘natuur’. Niet dit is romantisch; romantisch is de illusie dat de muziek van de toekomst de machine en het machinale als bron en doel zou moeten hebben. Je beperking tot a cappella-koor juich ik sterk toe, al weet je wel dat dit je opgaaf veel en veel moeilijker maakt dan wanneer je er 10 pauken, 5 grote trommen, trompetten en trombones bij zou slepen. Als je denkt er wat aan te hebben, wil ik je graag laten zien welke retouches ik aangebracht heb in ‘Le vrai visage de la paix’28 (een andere benadering van hetzelfde onderwerp...) en deze dan vergelijken met de eerste versie.+)) Het zou je misschien enkele teleurstellende ervaringen kunnen besparen; koor is een ongelooflijk subtiele materie. Maar ik zal je deze zaken zeker niet opdringen. Als je het liever eerst allemaal zelf uitkient, om aan je eigen praktijk te toetsen of conceptie en realisatie elkaar benaderen, begrijp ik dat best.29 Mijn grootste probleem zou, bij een onderwerp als het jouwe, voor alles zijn: hoe vind ik samenzingende melodieën, echte polymelodiek, waarin ik de geweldige spanningen, die de tekst oproept, zingbaar en... (héél belangrijk in dit geval, want je wilt getuigen!) verstaanbaar transformeer. Voor mij persoonlijk zouden ‘enkele intervallen’, ook al zouden deze de gehele verdere structuur kunnen ordenen, ten enen male onvoldoende zijn als melische (ik zeg opzettelijk niet: melodische) grondstof van zulk een werk. En hoe ‘durchorganisiert’ de totale Tonmaterie ook zou zijn: ik heb geen enkel ontzag voor een differentie-loze panchromatische harmoniek die armzalig is vergeleken bij die van Schubert en een ‘Gestalt’-loze30 melodiek. Maar ik ben met je eens dat je niet teveel moet theoretiseren over deze zaken en dat je beter kunt zoeken en doen. Ik zoek ook en aangezien ik even overtuigd ben als jij dat het niet meer kan op de ‘traditionele’ weg (gewone of zogenaamde polytonale diatoniek of een verchromatiseer-de functie-diatoniek), maar helemaal niet overtuigd dat je via een 12-tonentechniek tot een wezenlijke en een wezenlijk nieuwe melodiek komt, is mijn doen op het ogenblik een gevecht met de engel der muziek. Ik vecht met mijn engel als Jacob met de zijne.31 Tegen constructivisme heb ik overigens helemaal niets, integendeel. Maar je kunt op meer dan één manier construeren. Zoals Schönberg het doet in zijn blazerskwintet, moet het, naar ik geloof, in elk geval niet. Ik hoorde de uitvoering van het Danzikwintet32 nog eens op een tape. Het klonk meestal afschuwelijk, snaterde, kwebbelde, piepte ruim 40 minuten lang en het resultaat was een dodelijk vermoeiende, spanningsloze, melosloze en in wézen ook ritmenloze steriele muziek, waar een enorme verveling van uitgaat; echt wel wat Nietzsche genoemd heeft: ‘Die Melancho-
De gracht is nu erg rustig. Het koortsachtige geldverdienen, dat door de week met een demonische frenezie en knallend motorengeronk van 9 uur 's morgens tot 5 uur 's middags bedreven wordt door directeur, procuratiehouder, typiste, kantoorbediende, loopjongen, bakkers, eethuisjeshouders, en dat 's nachts wordt voortgezet door souteneurs, cafémadam, hoer, (hoogst indrukwekkend al die dames op hun verlichte podia te kijk voor een raam, waarvoor zij, naar ik hoorde, ƒ25,- per dag moeten betalen!) -, hoe zeide ik ook? - o ja, al deze frenezie is nu tot bedaren gekomen. Dat wil zeggen: het vuur is met as toegedekt. Het moet ook tijdens de zondag natuurlijk gloeiende worden gehouden, en in de pakhuizen en in de kluizen broeit de demonie wel verder tijdens het vrome klokgebeier der kerken. Want het is hemelvaartsdag, vandaag.
Dit wilde ik helemaal niet schrijven. Ik wou nog zeggen dat ik structureel en psychologisch die inlassing uit Hosea erg mooi vind. Door dit contrast werkt de dramatiek van de beide andere fragmenten des te sterker en het geeft je de mogelijkheid tot een contrasterende compositorische structuur. Een vraag: zou je terwille van de grotere zingbaarheid en terwille van een ruimer ‘verspreidingsgebied’ niet van de Latijnse tekst gebruik maken? Er is zeker wel iemand te vinden die je bij de gebruikelijke uitspraak van het kerklatijn en de precieze betekenis der vertaling kan helpen. In Utrecht is een vrouwelijke hoogleraar (ik meen dat ze Moorman heet36), die de autoriteit op dit gebied schijnt te zijn (katholiek). Maar allicht kan je dichter bij huis wel iemand vinden die je daarbij helpen kan, als je er tenminste voor zou voelen. Het is maar een suggestie.
XXX
Het huis is heerlijk en lokt tot werken (vechten - de Engel), terwijl het verkeer onder mijn ramen raast. Ik hoop dat je zo spoedig mogelijk na Pinksteren eens een weekend kunt komen.
Zo beste Peter, nu heb je tenminste wat ‘leesstof’. Hou je goed; denk maar veel aan je koorwerk.
je Ruut.37
Beste Ruut, je uitvoerige brief heeft me veel stof tot nadenken gegeven. Je bent niet de enige die me (terecht) een zekere gereserveerdheid verwijt. Dat ben ik me pas bewust wanneer iemand het eens zegt. Het is inderdaad een kinderachtige karaktertrek, dat slijt wel, hopelijk.
Nu het zakelijke: op mijn scooter ga ik zeker niet naar Straatsburg om de eenvoudige reden dat hij me in de steek zal laten. Ik wantrouw hem. Hij is nu al 14 dagen kapot (niet erg overigens) maar zelfs als hij gerepareerd is, vind ik het te riskant er zo'n eind op weg te gaan. Ik had zelf al met een vriend afgesproken (ik achterop zijn motor met rijbewijs, hij voorop zònder, wat wonderlijk genoeg toegestaan is...) maar misschien gaat dat ook niet door. Dan ga ik liften, want de trein (70, -) kan ik niet betalen. Er is nog de mogelijkheid dat de Heer Maas38 gaat, met een gehuurde auto, waarmee jij dan ook mee zou kunnen. Overigens is dat ook zo'n 50, - de man (volgens hem). Zo gauw ik iets definitiefs weet zal ik je schrijven. Na de pinksteren kom ik eens een weekend. Wat denk je van 31 mei?39 Dan kom ik 's avonds na het lesgeven40 en moet dan zondagavond weer in de kazerne zijn. Een goed plan? Als ik eventueel niet zou kunnen blijven slapen, kan ik ook zondagmorgen vroeg komen, maar dat is wel kort.
Je brief frappeerde me door sommige prachtige uitspraken: dat noten niet uit noten ontstaan, maar uit alle bewegingen van het menselijk gemoed, pijn en liefde en haat.
Ook je suggestie voor een Latijnsche tekst is me waardevol.41 Vooreerst ben

Fragmenten uit het derde deel van Eschers Tweede
Symfonie waarin hij voor het eerst van de twaalftoontechniek
gebruik maakt.

Eerste manuscriptpagina van de in Londen
gecomponeerde ‘Improvisations and Symphonies’ van Peter
Schat.
ik nog met een trio42 bezig. En met een verzoek om overplaatsing naar Utrecht. In één adem.
Hoor ik nog iets vóór ik kom, of is het zonder meer goed? De kapitein heeft lang zitten kletsen, en nu gaat de post bijna weg. Zo, in alle haast.
Tot ziens
je Peter
Beste Peter,
Aan de ommezijde verrijst, ‘consekwent’ decasyllabisch en in een streng rijmschema, Kapitein Nemo. Gedenk zijner. Hij was een groot man. Ik geloof dat ik dit sonnetje in 1935 schreef; in 1937/8 (?) werd het gedrukt in een Helikonnummer,44 samen met andere gedichten van mij, waarvoor ik mij nu ten dele gêneer. Het was toen de tijd van ‘Forum’45 met Ter Braak en Du Perron, jij lag nog in de luiers. Forum is allang weer †, ik leef nog, Sido en Giel46 làchen om Jules Verne (‘van die rare ouderwetse boeken, hè Sido, met van die lange zinnen erin en die plaatjes, die grulle plaatjes...’). ‘Grul’ is het adjectief voor alles wat lelijk, smakeloos, verflensd, dof, akelig en afzichtelijk is. ...Wie die Zeit vergeht.47
Ik ben Maandagmorgen weer naar Gabo48 gaan kijken, eenvoudig uit verlangen naar die pure constructies, waarin droom en daad tot een eenheid zijn gegroeid. De eenheid van het grote kunstwerk. Zelden heb ik van ‘statische’ beeldende kunst een zo sterke lyrische vervoering ondergaan. Vooral de plastieken in die laatste zaal zijn zuivere wonder-groeisels.
Tot ziens,
Ruut.
Beste Peter,
Langzaam maar zeker groeit de Hollandse hemel weer dicht met regenwolken en het zal niet lang meer duren of het plenst weer tussen de huizen, als altijd in dit gezegend polderland. En ik nog steeds zonder beschutting tegen al dit waterig onheil! Is mijn regenjas niet gevonden? Heb ik het ding toch in de auto van de papvingerige mof meegehad?50 Ik dacht van niet. Of is Klare51 het gewoon vergeten. Dit laatste hoop ik maar. Kan je, in dat geval, het artikel als postpakket sturen? Ik betaal je natuurlijk de port terug.
Mijn artikel is toch in het Zaterdagavondblad geplaatst.52 Maar één regel
uitgevallen en enkele letters verkeerd. Valt dus mee. Voltooi vandaag het concluderend artikel,53 waarin ik niet meer alle namen noem, maar algemene problemen stel, indrukken weergeef, etc.
Wees hartelijk gegroet,
Ruut.
Beste Peter,
Dit is zo maar een briefje, omdat ik het rode achterlichtje van je scooter weer zag verdwijnen in de nacht. Al was het een stadsnacht, het verdween toch.54 En al was ik nu omringd door honderden duizenden mensen, kletsend, zuipend, rokend, parend, lijdend, dromend of alleen maar slapend in al hun met behang beplakte stenen holen, en al bleef ik nu niet alleen met de dennen en de geur van bos en geruis van wind om mij heen, toch voelde ik weer dat ik nooit zal wennen aan het verdwijnen van zo'n rood lichtje in het donker. Ze zijn er niet zo veel in een leven, die rode lichtjes en mèt het telkens weer verdwijnen ervan voel ik altijd het voorbij-ijlen van de korte levenstijd. Het is niet anders.
Hoe is het gegaan met de kazerne? Nog gedonder gehad? Ik heb mij de volgende dag en vanochtend verdiept in ‘Un ballo in maschera’ (2de acte),55 die geweldige scène in ‘Don Giovanni’56 met Leporello en het standbeeld, en in het slot van ‘Carmen’57 uitsluitend om weer even goed te weten hoe je ècht voor de menselijke stem schrijft, wat muziekdramatiek is en wat gezonde uitingen van passie zijn. Ach, wat een knoeier is Schönberg met dergelijke figuren vergeleken! Letterlijk: hopeloos. Als ik een leerling had, zou ik nu maanden besteden aan het maat voor maat analyseren van die genoemde passages. Verdi's ‘Ballo’ gaat nog in het festival.58 Ik heb behoefte om die muziek weer eens te horen, juist na dat steriele gezwemel van ‘Erwartung’.59 Morgenavond the American Ballet,60 zaterdagavond Martin: concert voor clavecimbel, piano en harp + orkest61 en Bartók: sonate voor 2 piano's en slagwerk62 in het conservatorium63, door leerlingen. Het schijnt erg goed te
zijn. Ga er met Sido en Giel heen. Hoop spoedig eens naar Utrecht te kunnen komen voor Rietveld.64
Het ga je goed,
Ruut.
Beste Ruut,
Dat ik je nu eerst antwoord op je brief, na die ‘opera's’ geschreven, vindt zijn oorzaak in het feit dat ik een onvoorstelbaar mistige weg naar de top-militaire instanties bezig ben af te leggen om er - met als argument m'n regerings-opdracht65 - zo spoedig mogelijk uit te komen. ‘Zo spoedig mogelijk’ betekent toch op zijn minst nog 2 à 3 maanden.
Er was overigens nog tamelijk veel gedonder na mijn gespijbel.66 Wanneer ik maar niet zo stom geweest was me de volgende ochtend te verslapen en om 9.15 in plaats van kwart voor acht op een leeg kantoor te komen - ze liepen allemaal naar me te zoeken - dan had ik het nog wel makkelijker kunnen redden. Nu moest ik natuurlijk van de ene blaffende naar de andere bijterige adjudant gestuurd worden. Merkwaardigerwijze was mijn commandant juist niet aanwezig zodat niemand me straffen kon, en nog merkwaardiger is het dat ik ook naderhand niets meer gehoord heb, blijkbaar geloofde men in mijn niet eens zo intelligente smoesjes. Enfin, vermoeiend. Ik heb nu zelfs toestemming gekregen een paar maal per week thuis te slapen. 't Kan verkeren!
Ik heb er bezwaar tegen dat je Schönberg een ‘knoeier’ noemt. Niet dat ik Schönberg wil verdedigen - als zijn muziek dat niet kan, kan niemand het - maar ik mocht eens aan je ernst twijfelen als je iemand, die een Fünf Orchesterstücke67 en een Pierrot Lunaire68 schiep, en zijn hele leven met volstrekte oprechtheid (S. was een nobel mens) heeft geworsteld met het ‘materiaal’, afdoet met een dergelijke kwalificatie. Natuurlijk men kan ter discussie stellen in hoeverre hij in dat materiaal is blijven steken en dan kan ik, zoals je weet, een heel eind met je meegaan in het besef dat Schönberg - zo voel ik het - een zonderling mummificatie-proces heeft doorgemaakt. Droog
als een mummie, maar zelfs dat ben ik eventueel nog geneigd aan een tekort van mijn kant toe te schrijven, zeker tegenover iemand die zo'n ongelooflijke vakbeheersing bezat. Natuurlijk zal ik niet nalaten, wanneer ik dat vind, een mij onsymphathiek muziekwerk met overtuiging af te kraken. Maar men maakt het zichzelf wel gemakkelijk een dergelijke figuur met één pennestreek zo af te doen.
Zo, dat moest ik even kwijt.
Heb je m'n trio gekregen? Hopelijk is het te hanteren. Op dit moment is er een storend schoorsteenbrandje met veel volk en brandweer aan de gang in de bakkerij precies achter mijn raam. Ik heb het gordijn, na ampele blikken, maar gesloten. Het is beter noncombattant te blijven, zou Pijper69 zeggen. Het trouwens een erg saaie brand, maar de mensen willen wel eens iets anders dan iedere avond televisie, vandaar de drukte.
Ga je nog naar Rietveld?70
Tot ziens dan
je Peter
Beste Ruut,
Kun jij je voorstellen dat ik voor de afwisseling graag eens een brief op de schrijfmachine klaarstoom, zelfs wanneer er het risico inzit dat hij, door mijn gebrek aan ervaring op dit soort toetsen, zo vol met tikfouten zit dat je je bij het lezen langzaam zit te ergeren? Natuurlijk is het ietwat onpersoonlijk, maar misschien dat je toch wel aan een aantal eigenaardigheden en kunstgrepen die, naar de geluiden te oordelen, tegen de natuur van deze Olivetti schijnen te zijn, kunt zien dat ik hem niet door mijn secretaresse heb laten voortbrengen - als ik een secretaresse had, zou ik er meer voor voelen, zoals trouwens usance is bij secretaresses, <-haar iets anders te laten voortbrengen> (maar kom, ik dwaal hopeloos af en altijd in dezelfde freudiaansche richting) - zoals ik dus zei: niet door mijn secretaresse, maar met eigen handen gekneed. Dat is namelijk een ongekende sensatie bij een tikmachine - je kunt

Gedeelte uit de brief van Peter Schat aan Rudolf
Escher, 9 augustus 1958.
de woorden met beide handen aanpakken en ze neerzetten en stapelen in het ruim van een schip (de ‘wagen’ van dit apparaat noem ik een schip, dat lijkt me beter, een schip dat je vollaadt met woorden) en de woorden krijgen zoiets ongelooflijk lichamelijks - dwaal ik al weer af? ‘Kleine piano van mijn ziel’ (Achterberg natuurlijk.)72
Erger je maar niet al te zeer aan mijn ietwat scheve steil,73 ik laat me maar wat gaan en mors maar een beetje over de toetsen, het papier is trouwens ook scheef gaan zitten en zo komt er vanzelf een beetje eenheid in vorm en inhoud, dat maakt me zelfs een beetje geestdriftig en ik hamer maar door (meer driftig dan geestig) ik heb er werkelijk een opwindend plezier in en hoe ik me ook zit te verdraaien van genoegen het komt altijd loodrecht uit de machine maar vergeef mij halfvolwassene maar dit wilde gezwets ik heb je al te lang laten wachten op een briefje en nu zit ik je weer te vervelen. Kom, maar weer eens wat recht gaan zitten74
zo, ik ben weer in orde, tot de orde geroepen, de GROOTMAJOOR heeft gesproken - de GROOTspraak van de MAJOOR - en ik ben van schrik tot de orde versteend. Overigens zit ik niet op mijn legervervelingskantoor, maar de majoor achtervolgt mij wel eens tot in de droom van mijn eigen kamer waar ik dan nu zit en hij stoort me soms in het spelen...maar niet voor lang want hij kan me niet dwingen achterom te blijven zien en boven de poort van de kazerne heb ik geschreven ‘Zij die hier uit gaan beginnen weer te hopen’ en dat eruit gaan ben ik vandaag precies een jaar dichter genaderd vóórdat ik in het geheel nog niet wist hoe GROOT de MAJOOR in ons leven kan zijn; maar hij wordt al kleiner...
Er heeft een heel groots artikel in Wending75 gestaan van Dippel76 - een natuurwetenschapper (Philips als ik me niet vergis) maar nog veel meer dan dat - over: Atoombewapening: Collectivistische vlucht uit de geschiedenis,77 waarin hij tot een niet mis te verstaan NEEN komt ten aanzien van deze dingen, en tevens zo positief, zo niet-wanhopig, zo diep-ernstig en visionair, dat het me zeldzaam heeft ontroerd. Ik heb het zeer goed bestudeerd en zal het je eens opsturen, maar nu vast schrijf ik er een grandioze en buitengewoon kwetsbare - maar daarom misschien zo geheimzinnig waar - passage voor je uit over. Niet om je vast een beetje op te warmen, want ik weet dat het je altijd bezighoudt, maar omdat het me zo op het hart ligt:
‘Ik ben daarom zeer geschrokken van de zin in Patijns78 artikel, bedoeld als argument: “Maar als hij vandaag de westelijke politiek verwerpt, omdat hij meent daardoor onze kinderen te redden van de atoomdood, zullen ze later misschien als in Budapest op de tanks klimmen om de dictatuur met de blote hand te lijf te gaan, omdat hun ziel dit leven niet langer verdraagt”.’ (Een respectabel argument niet waar? Maar nu Dippels antwoord:) ‘Ik meen zeer uitdrukkelijk, dat ik duizendmaal liever mijn kinderen te vroeg en zich vergissend op een Russische tank zie springen en sterven als de Hongaren, dan hen in de toekomst onder bescherming van een atoombomvoorraad volledig zie afsterven van iedere politieke belangstelling en verantwoording inzake hun werk en leven, daar politici de veiligheid en welstand verzekeren en het leven dicteren, om dan plotseling zonder hun medeweten om te komen in een atoombrand. Zij zullen dan niet alleen dood zijn, maar ook niet zelf geleefd hebben. Zij hebben niet eens hun eigen dood gehad, ze zijn niet gestorven. Wij moeten willen sterven, op tijd. De Hongaarse jeugd leeft voort in de geschiedenis.
Wanneer het Westen met haar huidige politiek zou breken, dan zouden wij met één slag in de samenleving de mens weer in zijn functie herstellen als drager van en deelhebber aan de nood en de vreugde van het leven, zelfs bij een bezetting.’
Ik hoor het hele Westen al protesteren en de bekende duizendtallen argumenten nog eens herhalen, maar dat deze stem nog gehoord wordt, bewijst dat er nog een kiem van leven in onze kultuur is, dat er nog een antwoord is, niet voortkomend uit een redenering waar geen speld tussen te krijgen is - we hebben ons met dergelijke redeneringen (zoals Dippel aantoont) in een dodelijke impasse gesleept - maar uit het grandioze inzicht:
‘Ook zonder in Christus te geloven, zal men Christus eren meer dan dat deel der christenheid, dat denkt dat de levensweg van Christus een soort “hoogste” vorm van levenswaarheid toevoegt aan het menselijke in plaats van een volmaakte uitdrukking van de mens zelf te zijn.’
Ik zie hier de hele christenheid al op zijn achterste benen staan.
Overal in dit opstel komt het woord ‘nederigheid’ voor. ‘Politiek van nederigheid is zich bekennen tot de werkelijkheid en daardoor is het ook een
nuchtere aanvaarding van de wetenschap, die ons bescheidenheid leert...’ schrijft hij ergens.
Verder is hij uiterst praktisch: ‘...een westerse regering die de toekomst in deze zin ernstig neemt [...] zal direkt al op alle scholen Russisch als leervak invoeren...’
Zo zou ik door kunnen gaan, maar ik zal je het in zijn geheel laten lezen als ik zelf een exemplaar ervan heb ontvangen, nu is het wel een beetje uit zijn verband gerukt misschien. Maar misschien dat ik je iets van de toon en de heldere atmosfeer van dit stuk heb kunnen overbrengen, zij het dan maar erg weinig. Het is in ieder geval wel iets anders dan de ‘cynische café-tafel-gesprekken’ van een hele hoop artistiek vullis dat met een o zo intelligente oppervlakkigheid meent dat de wanhoop (als alibi voor een hoop vuiligheid) de diepste uitdrukking van de werkelijkheid is en zichzelf en anderen zo blokkeert voor iedere genezing. Want in het statisch denken van ons Westerlingen is alles te bewijzen - wat in deze tijd toch langzaamaan wel duidelijk wordt - en wij kunnen in de zelfbewezen waarheden een heel leven stuk leven, een hele wereld stuk leven in de benauwdheid van de haat, en de wanhoop, die we aanbidden met te denken dat nu wel vaststaat dat er niets anders is, en dan ìs er ook niets anders, want we scheppen onze eigen afgoden en dat worden zeer reële ‘machten in de lucht’ zoals Paulus schrijft.79 Juist dat ‘vaststaan’ is een kenmerk van de afgoden, van de dood dus. Vroeger waren ze van steen en dus tastbaar vaststaand, vandaar het verbod aan de Joden om beelden te maken, want de macht daarvan is heel reëel, niet zomaar een hersenschim of een vergissing, ze is geënt op datgene wat absoluut vaststaat en het volkomen nulpunt is: de dood. Maar de dood leeft zo sterk in de mens dat we ook wel in staat zijn zonder stenen beelden de stroom van het leven te blokkeren. In ons westerse denken hebben we de rivier met het harde steen van onze abstracties, onze harde zekerheden, al bijna afgedempt, om er een soort energiecentrale-als-winstgevend-object van te maken. Maar met de electriciteit kunnen we niets laten groeien. En juist groeien is het kenmerk van de werkelijkheid, in zijn bloedwarme geheimzinnigheid en ondoorgrondelijke breekbaarheid, paradoxaal en verbazingwekkend. Altijd weer op losse schroeven gezet, omdat het leven niet vastgeschroefd kan worden dan ten koste van haar wezen, omdat het gegeven werd door de volkomen Andere, Wiens beeld vlees en bloed is: Jezus Christus, de ‘volmaakte uitdrukking van de mens’.80
Ik ben nu op het dak gaan zitten, letterlijk - het heeft met het voorgaande noch met het volgende iets te maken - want de zon schijnt. Tafel en machine door het raam gehesen en buurvrouwen zien nu in hun tuintjes tegen mij op. Dat is een geruststellende gedachte, een vleiende gedachte zelfs, waarbij het me niet hindert dat ze waarschijnlijk tegen elkaar zeggen: ‘nu zit die tiktafelidioot op dak, eindelijk, altijd al gezegd: laat 'ie op dak gaan zitten!’
Met rood81 ga ik nu maar eens verder, niet omdat wat volgt belangrijker of gevaarlijker is dan wat voorafging, maar terwille van de afwisseling en uit een soort nieuwsgierigheid naar de mogelijkheden van dit apparaat, dat ik te leen heb bij toeval.
Een zelfde soort nieuwsgierigheid dreef me tot de volgende onderneming, of liever, tot het volgende onderzoek.
Je weet misschien dat ik met een regeringsopdracht bezig ben (een stuk voor 5 tot 7 blazers, waarbij niet gedacht werd aan een blaaskwintet in de gebruikelijke samenstelling, maar waarbij het koper naar evenredigheid met het hout vertegenwoordigd moest zijn, zoals de bepalingen van het op die wijze wel zeer nauw aangehaalde corset luidden).
Ik ben maar zo vrij geweest om er een octet82 van te (gaan) maken, omdat ik anders geen evenwicht bereik tussen het koper en het hout - bovendien wilde ik niet nòg een septet maken83 - want een trompet kan (en wil!) ik nu natuurlijk niet missen. Ik gebruik er zelfs twee. Verder één trombone en het kwintet: fluit,84 klarinet, althobo,85 hoorn en fagot. Zo ongeveer in deze indeling, althans in het eerste (snelle) deel. Nu kun je, als je de instrumenten tenminste een klein beetje volgens hun aard wilt behandelen, in snelle passages het koper geen idioot grote sprongen laten maken, voor het hout in het algemeen is dit minder bezwaarlijk. Lees Strawinsky's Agon86 er maar op na - enfin, over zijn meesterschap op dit terrein is het onnodig te proberen nog een verstandige opmerking te plaatsen. Bij de beoordeling van m'n invallen moest ik dus met deze dingen rekening houden. Overigens - dit tussen haakjes - zou ik zo'n werkwijze graag eens willen toetsen aan jouw mening hieromtrent; zelf heb ik de ervaring (dit is natuurlijk heel persoonlijk), dat de inspiratie geïntensiveerd wordt door de krachten en weerstanden die de spelregels van de wiskunde, wanneer ik dat verkies, aan die inspiratie opleggen. Als het maar een spel blijft! Geen verdomde filosofie à la Von Eimert87 c.s.,
waarmee de zaken zo loodzwaar belangrijk gemaakt worden, schermend met woorden als: einfache Wahrheit!88 Hoe kaler en einfacher de Wahrheit is, hoe leugenachtiger. Overigens staan er in zijn artikel in Die Reihe-3 behartens-waardige dingen, tussen een vervelende hoop belangrijke onzin. Waar hij bijvoorbeeld op bladzijde 8 opmerkt dat het niet juist is te denken dat het aanwenden van allerlei spelregels uit zou moeten lopen op een totale ‘Praede-termination’ van de compositie, maar er juist een grote speelruimte ontstaat, kan ik hem wel volgen.89 Toch lijkt Stockhausen me zakelijker. Maar ik dwaal af.
Een90 van mijn eerste invallen zag er als volgt uit:
trompet
Hierin komen de volgende intervallen voor: grote secunde, reine kwart, kleine terts, kleine secunde en grote terts, allemaal kleiner dan de verminderde kwint (het Halve Octaaf). Voor de hanteerbaarheid duid ik ze in het vervolg aan met respectievelijk de cijfers 2, 5, 3, 1 en 4.
Deze intervallen vormen in deze volgorde een reeks van 6 verschillende tonen. Daar ben ik erg gevoelig voor: er moet in het chromatisch gemiddelde niet te snel een toon terugkeren (wat nog iets anders is dan toonrepetities, waar ik dikwijls juist heel erg veel voor voel!).
De reeks wilde ik nu kompleteren met de andere zes beschikbare tonen die we gekregen hebben (als een kind zo blij daarmee: twee handen vol tonen), en wel zo, dat ook alle andere intervallen (van 6 tot en met 11 dus) vertegenwoordigd zijn. Een ‘All-Intervall-Reihe’91 (in Keulen hoor ik het weer donderen). Daarmee had ik de bedoeling de grotere intervallen - die ik toch echt niet kan missen - het muzikale materiaal te laten zijn voor het hout, wat, als ik het zo schrijf wel erg simplistisch lijkt, maar het ‘hoe’ kan ik natuurlijk alleen met de partituur laten zien.
Er bleek slechts de volgende mogelijkheid te zijn:
Alle intervallen in dezelfde richting uitgezet. Even bekijken: de som van de intervallen op gelijke afstand van het halve octaaf (6) is steeds 12; de symmetrie van het geheel wordt nog duidelijker wanneer ik de intervallen vanaf het keerpunt 6 ‘binnen het octaaf’ omkeer. (Dus 8 dalend wordt 4 stijgend, enz.) Dan krijg ik:
zoals je ziet: volkomen symmetrisch.
Het92 leek me van het grootste belang - net zo strategisch belangrijk als ik het met schaken kan vinden om op een bepaald ogenblik te rocheren, wat verder toch geen zedelijke konsekwenties heeft in de trant van Es Ist Die Einfache Wahrheit, geloof ik - om te onderzoeken of er onder de kombinaties van de intervallen 1, 2, 3, 4 en 5 nog meer van dergelijke heerlijke mogelijkheden scholen. Als je een parel opduikt, wil je er altijd nog een hebben.
Het is duidelijk dat er 1 × 2 × 3 × 4 × 5 = 120 mogelijkheden zijn. Als ik een electronische rekenmachine had, zou ik zo klaar zijn met ze allemaal af te tasten, ik zou ook niet aarzelen een dergelijk apparaat te gebruiken - het werkelijk muzikale denken komt toch pas na al deze orde-scheppende bewerkingen: ik zal de emotionele vergissing niet maken van het apparaat te vergen voor me te denken zoals zovelen die
Gedeelte uit de brief van Peter Schat aan Rudolf Escher, 9 augustus 1958.
hier, op grond van vermeende onmenselijkheid, afwijzend tegenover staan, veronderstellen dat ik zou doen. Ze zien het verschil niet tussen denken en rekenen...
Tamelijk opgewekt nog, heb ik alle 120 mogelijkheden op papier gezet. Er kwamen - en daarom alleen al was het de moeite waard - zeer fraaie en inspirerende combinaties uit de bus. Ik kan ze je jammer genoeg niet laten horen!
Van93 deze 120 6-toons reeksen waren er 43 die aan de voorwaarde uit 6 verschillende tonen te bestaan, bleken te voldoen. Dat was een eerste schifting. Restte mij nog te onderzoeken welke daarvan tot een symmetrische All-Interval-Reihe waren te kompleteren. Dat bleken er slechts 4 te zijn en wel de volgende:
(de reeks waar ik van uitging)
Hierbij is het volgende aan te tekenen: (dit klinkt al bijzonder Zeitschrift-mässig, niet te verwarren met de Zeitmassen94 of misschien juist wel... ik vond het echt wel een stuk voor een superbelangrijk elitevakblad)
de95 eerste drie tonen van B zijn een transpositie van de laatste drie tonen van A. Precies zo de eerste drie van A ten opzichte van de laatste drie van B. Een verwisseling van twee groepen van drie tonen dus. Hetzelfde geval doet zich voor met de reeksen C en D. Verder is D een kreeftvorm in omkering van A, en C is dat van B. Hier zul je even doorheen moeten bijten.
Het is in ieder geval wel duidelijk dat er een zeer nauwe samenhang is en alles dus neerkomt op één reeks, en dat is nu net - van alle 120 mogelijkheden die er zijn - degene die mij het eerst in gedachten kwam (zogenaamd inviel). Er is dus één combinatie tussen de intervallen 1, 2, 3, 4 en 5 die het grootste toongebied bestrijkt en dus de meeste mogelijkheden biedt, en die had ik er precies uitgevist.96
Dit97 alles geeft me toch wel te denken. Ik bedoel dit in positieve zin. Natuurlijk zal ik niet de fout maken wereldschokkende konsekwenties te trekken. Laat ze dat maar in Keulen doen: generaliseren en konsekwenties trekken, en het armetierige stokpaardje dat uiteindelijk overblijft, dient dan om bereden te worden, de zogenaamde Principereiterei, een hele cybernetische renstal vol...
Maar het is toch wel duidelijk dat m'n intuïtie belangrijk sneller is dan het alle mogelijkheden aftastende verstand. Hoevéél sneller dat is, ondervind je aan den lijve, wanneer je alle hierboven beschreven handelingen en bewerkingen uitvoert (dat betekent onder andere meer dan 1200 noten uitrekenen en uitschrijven en je daarbij niet éénmaal vergissen - vandaar mijn behoefte aan een rekenmachine in zo'n geval). Er is moed voor nodig om op je intuïtie te vertrouwen in het kiezen van je toonmateriaal. Het biedt de minst ‘tastbare’ steunpunten, maar het gaat veel verder en veel sneller. Ik geloof dat ze daar in Keulen veel te weinig rekening mee houden. Uit de aard der zaak: het is een onberekenbaar element! In de letterlijke zin van het woord. Dit heeft met geheime en onachterhaalbare groeiprocessen te maken. Het erkennen hiervan, of liever: het vooropstellen (een nederige houding) hiervan kan juist de vrijheid en de ontspannenheid bewerken die voorwaarde zijn voor een vruchtbare exploratie van deze in het muzikale denken geheel nieuwe gebieden. Dan is het ook een spel, dat zichzelf niet hoeft te rechtvaardigen, dat eenvoudig gespeeld kan worden, zonder het trekken van allerlei agressieve konsekwenties. Een spel met allerlei wetmatigheden die niet eens onder de dwang van een krampachtige logika hoeven te staan, want iedere logika heeft ergens wel een irrationeel element, wat natuurlijk geen vrijspraak betekent voor slordigheid, maar het neemt de angst weg, de angst om je te vergissen en om eens iets te doen wat niet wereldschokkend is, iets dat niet superbelangrijk is. Herinner je je nog die laatste zin uit een zelfportret van Bartók? ...möglicherweise hat er auch gar nicht jene Wich-
tigkeit, die ihm von einigen seiner Fanatiker beigemessen wird!98
Ik heb van dit alles veel geleerd, ook van het me zo bewust te maken in een eindelijk wat uitvoeriger brief. Ik hoop dat je me dit egoïstische element niet te zwaar telt. Ik heb het toch aan jou geschreven en ik bedoel het beslist in zeer persoonlijke zin, niet als vakbladartikel; ik zou het beslist niet in mijn hoofd halen dergelijke opmerkingen over eigen werk anders dan aan een vriend te laten lezen, om niet de indruk te wekken - wat de bedenkelijke fout is van de heren die in Die Reihe over zichzelf schrijven - dat artikelen en verklaringen moeten doen wat de muziek dan wel niet zal kunnen.
En ik ben er dagelijks mee bezig, het werkt een zekere muzikale ascese in de hand. Want tenslotte ben ik ervan overtuigd dat niets zo schadelijk is in de muziek als vage wetteloosheidsidealen. ‘Omdat de wetteloosheid toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen.’ Ook de liefde voor de muziek.
Misschien is bij dit alles het persoonlijk element een beetje in het gedrang gekomen. Een brief is ook zo weinig beweeglijk au fond, en allerlei subtiele wendingen en reacties komen op het papier zo slecht over. Het is toch wel een erg eenzijdige conversatie!
Wanneer ga je naar Venetië? Toch niet tijdens de Gaudeamus-Beneluxmuziekweek hoop ik. Op hetzelfde programma waar jouw ‘Vrai Visage de la Paix’ gaat, is mijn trio geplaatst, heb ik gezien.99 Daar verheug ik me zeer op! Ga je verder nog met vacantie? Ik heb ‘vacantie’ van dienst gevraagd middels een rekest aan Staf met als argument m'n opdracht die klaar moet zijn op de dag dat ik afzwaai. Mijn Kapitein liet het rekest 15 dagen in zijn la liggen en niemand schijnt het veel te interesseren. Dit is geen zelfbeklag, maar nuchtere konstatering van de stand van zaken. Het zal me ook wel niet lukken, want een soldaat in zijn eenje begint niet zo veel. Bovendien heb ik toch al het gevoel de hele zaak zo belangrijk te maken, met mezelf als onderwerp, en als je dat doorhebt, gaat het zo tegenstaan. Ik krijg het gevoel me wel erg boven de wet te willen stellen, hoewel, als er wat te oogsten valt, staat de wet er achter, maar van wat ik te ‘oogsten’ heb, is het nut zo weinig aantoonbaar.
Heb100 je Badings' 8'e nog gehoord?101 Dat is me toch weer een groot-Duitsche loer die hij ons daar draait, niet? Het begint op een manier dat je denkt:

Brief van Rudolf Escher aan Peter Schat, 18
augustus 1958.

eindelijk heeft hij zijn octotonische bewustzijnsvernauwing een beetje overwonnen, wat al een hele verrassing is, en dan valt hij plotseling met een dermate banaal hoofdthema in, dat je met beide handen voor de ogen wegloopt. Het steeds weer modern doen en het in feite niet zijn, het zich uitgeven als eerste van dat en eerste van dit en in werkelijkheid bij de vele laatsten te horen, is toch wel een typisch kenmerk van zijn tweeslachtige streberische pose. Wanneer hij eens werkelijk oprecht is, schrijft hij een weliswaar zeer behoudend stuk maar dat is dan in ieder geval, zoals het middendeel uit de 8e, een waardig en toch ook waardevol deel.
Hoevelen staan er tegenwoordig naast hun schoenen. Een uitdrukking van onze eenzijdige en schyzotieme cultuur.
Wanneer102 gaat je ‘Hymne du Grand Meaulnes’?103 Ik zou het je kwalijk nemen als je me dat niet schreef, want ik ben zo slecht op de hoogte van wat er allemaal gaat gebeuren omdat ik geen krant heb.
Ik verlang nu naar de dubbele streep, om in het vakjargon te blijven - jij misschien ook trouwens.
Vergeet niet mijn hartelijke groeten aan Beis104 en je kinderen te doen! En wanneer zie ik je weer eens?
je Peter.
Beste en goede Peter,
Ik ben heel blij met je brief. Niet alleen om alles wat je schrijft, maar ook om het uiterlijke aspect. Het ziet er zo fris uit, dat rood en zwart samen met het blauw van je nootjes! Echt wel een beetje prettig om naar te kijken. Dat wilde ik maar even zeggen, voorlopig, omdat ik vrees er niet dadelijk toe te komen deze brief (èn een vorige) met de nodige aandacht te beantwoorden. Dat ‘Le vrai visage de la paix’ uitgevoerd zou worden wist ik niet, toen je het mij schreef. Even later kreeg ik de programma's. Niet alleen wordt ook jouw trio
op datzelfde concert uitgevoerd, maar beide werken gaan zelfs achter elkaar! Erg broederlijk. Ik zou het wel gezellig vinden als wij naast elkaar zaten, maar dat zal wel niet te arrangeren zijn. Ik gaf je trio mee aan Koen van Slogteren,105 die mij erover opbelde. Ze106 gaan het waarschijnlijk in Londen spelen, in de Wigmore hall. Leuk hè? Met mijn werk wil het niet vlotten. Dat maakt me down en onrustig. Ik blijf toch zoeken naar een nieuw melodisch contrapunt, en ik blijf toch betwijfelen of je dat langs de weg van een reeksentechniek zult kunnen vinden.
Als je het niet zo uitdrukkelijk gevraagd had, had ik de uitvoeringsdatum van de ‘Hymne du Grand Meaulnes’ voor je verzwegen. Maar nu beloof ik je op de hoogte te houden. Ik maak me geen illusies dat het werk je iets zal zeggen; ik denk zelfs dat je het gewoon vervelend zult vinden. De instrumentale retouches107 namen toch tamelijk veel tijd in beslag, maar ik weet nu zeker dat alles goed klinkt en het kost een bassethoorn minder per uitvoering. Bestedingsbeperking dus.
Zoals je ziet ben ik ook nog maar een paar weekjes naar buiten getrokken.108 Ik hield het in de stad, alleen in huis, niet langer uit. De warme, aardse geur van het koren en het windgeruis in de boomkruinen was een bevrijding na de knalpotten, radio's, draaiorgels en benzinewalmen. Toch is Amsterdam, vooral in de zomer, vol vreemdelingen, een levende, boeiende stad.
Wees hartelijk gegroet. Het zal wel september worden voordat we elkaar weer eens zien.
je Ruut.
Beste Peter,
Het heeft je misschien verwonderd dat ik niets liet horen na de uitvoering van je trio. De reden is dat ik er tegen opzag je te moeten schrijven dat ik het niet mooi vind, zoals ik trouwens wel vreesde, na het goed bestudeerd te hebben. Wanneer ik je nu wèl schrijf, alleen eigenlijk om je dit te vertellen, doe ik het omdat ik het verkeerd en kinderachtig zou vinden je geen reactie te laten

Brief van Rudolf Escher aan Peter Schat, 10
september 1958.

weten. Overigens is er meer dan één reden waarom ik er niet aan begin je schriftelijk mijn argumentatie mee te delen. Ten eerste zou ik zoveel te vertellen hebben, mede ook naar aanleiding van je laatste brief, dat er geen eind aan zou komen (op papier), en daarvoor mis ik de tijd momenteel. Ten tweede zou ik je niet pijn willen doen, en dat gebeurt toch ongewild zo gauw, wanneer je de dingen ‘zwart-op-wit’ zet. Ten derde geloof ik, dat ik er met dergelijke gedetailleerde kritische beschouwingen een beetje raar tussen kom te zitten. Ik bedoel tussen jou en Van Baaren,109 die laatst, tot mijn verwondering, op een vraag van één der leden van de beoordelingscommissie van Donemus, vertelde dat je nòg zijn leerling was.110 Dat had ik van jou niet begrepen. Ik weet ook niet of je het prettig zou vinden, mijn bezwaren aan te horen, zelfs in een gesprek. Als je het wel wilt horen, wil ik natuurlijk graag eens met je praten. Maar dan moeten we de tijd hebben. Anders heeft het geen zin.
Je was er niet, op het concert.111 Dat vond ik al vreemd. Nog vreemder toen ik iets hoorde vertellen van ‘dat je tijdens de repetities van je trio was weggelopen’. Het ware heb ik niet begrepen. Wat is er gebeurd? Ik kan mij nauwelijks voorstellen dat ze het slecht gespeeld hebben, want, zover als ik daarover oordelen kan, hebben de musici je werk met zorg gestudeerd en gevoelig gespeeld, zo ‘gevoelig’ als jij ze het hebt mogelijk gemaakt dat te doen.112 ‘Le vrai visage de la paix’ werd netjes uitgevoerd, maar veel te traag. Er was kraak noch smaak aan. Maar toen Krelage113 mij van het balkon naar beneden riep, heb ik toch maar weer enthousiast handjes gedrukt, lof-gebaartjes ten beste gegeven... Ik heb toch al zo de naam nukkig en iesegrimmig te zijn. Vooruit maar weer met de geit! Laat je eens wat horen? Ik zou je wel graag weer eens zien, maar ik weet nog niet wanneer het kan.
Hartelijk gegroet,
je Ruut.
Beste Peter,
Er is een plaats voor je voor Woensdagavond de 7de. Maar alleen op de 1ste rij.114 Dat is dus niet erg mooi. Voor Donderdag nog slechter: alle extra plaatsen die ik aanvroeg zijn in het zogenaamde ‘blauwe zaaltje’.115 De lokettist zei echter, dat er altijd een kans bestaat dat er 's avonds nog plaatsen vrij komen. Dat kan je dus aan het loket vragen. Wees zo vriendelijk je kaart bij mij af te halen en wel zeer tijdig voor de aanvang van het concert (20.15). Ik vind het vervelend te moeten jachten.
Eten kun je deze keer niet bij ons, aangezien wij al andere gasten hebben en het te druk wordt voor Bijs. Ze is erg moe.
Vanochtend repeteerde Haitink116 voor het eerst... Mijn werk wordt dus weer in ongeveer 3 uur in elkaar getimmerd. Maar Haitink zelf is buitengewoon sympathiek en vol begrip. Aan hem ligt het niet. Het is de vervloekte muziekindustrie.
Tot ziens
R.
Beste Peter,
Nog lichtelijk afgemat van de indrukken van gisteravond,117 ben ik vanmiddag naar Bergen gegaan, voor de repetitie van het n.s.o.118 Het viel mee. Wel goed vals hier en daar, maar geweldig veel entrain en - ik kan niet anders zeggen - een grote stuwende kracht van de zijde van Brussen.119 Puntgaaf wordt de uitvoering natuurlijk helemaal niet. Het zal de ene maal beter zijn dan de andere en hopelijk de 10e keer beter dan de eerste. In ieder geval heb ik kunnen horen dat het werk goed klinkt. Dat 3e deel (op een 12-toonreeks) komt er natuurlijk veel te grof uit. Maar Brussen begrijpt dat dit het moei-
lijkste stuk uit de Symfonie is. Het hele ‘gedoe’ toch eigenlijk (ik kan absoluut niet meer schrijven, excuses) geweldig leuk. Een beroepspaukenist, een jongen uit Eibergen (leerling van het Conservatorium in Den Haag) zat in een geruit hemd twee meisjes op te leiden tot slagwerksters. Eén van de militaire trommen hadden ze al lens geslagen, zodat een student met mij mee naar Alkmaar reed om een nieuw tromvel te kopen en tevens een voorraadje sordines. Als ik opkeek ontmoette ik dan hier, dan daar in het orkest vreemde, soms vragende, soms borende blikken. Geheimzinnige jonge blikken, ogen bedoel ik die ‘de componist’ aan het opnemen waren. Dan voel ik de tijd weer gonzen. Niet vanwege die componist, maar door die ogen, die langer zullen kijken dan de mijne.
Vanavond belde Koen van Slogteren even op om eens te horen hoe ik het gevonden had. Hij en Vester120 willen graag nog eens napraten, met jou er bij. Zullen we dat eens hebben? Ook zij hadden de discussie knullig gevonden en teleurstellend.121 Ik verheug me erop dat jij weer eens rustig een weekend hier bent, zodat je mij Zondags uitgebreid (tot in alle details!) kunt aantonen welke reeksen aan je octet ten grondslag liggen en hoe je die hebt aangewend. Zou je me dat willen uitleggen? Rode, blauwe en groene lijntjes en cijfers zouden een verrassende aanblik aan je partituur kunnen geven...122 So long Peter, slaap lekker (ik ga namelijk slapen, en, héél egocentrisch veronderstel ik dan, dat jij ook de kooi in gaat. Hetgeen natuurlijk onzin is, want je leest dit waarschijnlijk 's morgens. Hoe het zij, nogmaals, maf ze.
Ruut.
Beste Ruut,
Misschien heb je hem al gezien, maar ik stuur toch even de recensie uit de n.r.c.123 Zeer zakelijk en sympathiek. Niet het gebruikelijk Jantje van Leiden - Proficiat!
Wat denk je van aanstaand weekend? Je ziet, ik houd van aanpakken. Anders duurt het zeker 4 weken, wegens zondmiddagconcerten en weekenden met Julia124 die dan weer terug is.
Overigens moet ik nog zien dat ik mijn hond dan ergens laat. Maar dat komt wel. Komt Van Slogteren ook of is dat te kort dag. Nu, ik hoor wel
dag
je Peter
Beste Peter,
Dank voor het knipsel uit de n.r.c. Inderdaad had ik dat stukje al gelezen: Sido bracht het mee van school, samen met een schrijfsel van Lex van Delden in ‘het Parool’. Hoe dat laatste uitviel, kan je wel begrijpen. Een vette kop kondigde aan: 2e Symphonie van R.E. was teleurstellend,125 waarna natuurlijk breedvoerig al die voor Van Delden teleurstellende eigenschappen van mijn muziek worden uitgemeten. Never mind. Toch irriteert mij ook in dat zakelijke stukje uit de n.r.c. de opmerking dat ik ‘even gesnoept’ zou hebben van ‘de verlokking van de twaalftoonreeksen’. Alsof ik een oude snoeper ben, verdomme. Noch technisch, noch psychologisch is zoiets steekhoudend. Maar basta. Ze schrijven maar en ik ga mijn weg zoals mijn artistiek geweten mij die voorschrijft. Ik ben nu benieuwd in welke mate de achtereenvolgende uitvoeringen door het n.s.o. beter worden. Zaterdagavond ga ik in Eindho-
ven luisteren.126 Dat is ook de reden dat wij elkaar dit weekend niet kunnen zien. Jammer genoeg. Mijn ‘mecenas’127 rijdt ons er heen en het is nog niet zeker of wij dan 's nachts of de volgende morgen teruggaan. Maar we moeten dan in ieder geval naar mijn ouders in Oegstgeest, waar Giel en Sido logeren. En zo moet ik dus zeggen: tot over een maand. Heb het goed met Julia. Die wil ik graag leren kennen.
Dag Peter,
je Ruut.
p.s. Dat ik een ‘studie’ gewijd zou hebben aan de (onzinnige) vraag ‘of Nederlandse componisten werken kunnen schrijven die geschikt zijn voor amateursymfonieorkesten’ is klinklare onzin. Dat heeft de ‘public relations officer’ van Pfizer n.v. gewoon uit zijn ex-journalistieke duim gezogen. Waarom schrijven ze zoiets over je; begrijp jij dat? Ik niet.
R.
Beste Peter,
Zou je mij even per omgaande het juiste adres van de electronische Studio in Delft kunnen melden? Ik heb dat nergens genoteerd. Ik ben nu zover dat ik mij ook wel in dat avontuur wil storten. Ik zal eerst maar schrijven aan ir. Kok.128 Heb weer allerlei afschuwelijke literatuur van Stockhausen, Nono en Boulez in huis. Zal proberen mij er doorheen te worstelen. Interessant artikel van W. Adorno, hoewel Duits en dus on-helder.129 Uitvoering symfonie boven verwachting goed.130 Zal nog wel beter worden. Natuurlijk zal pas een beroepsorkest het werk volledig recht kunnen doen wedervaren.
Ik zou nu wel graag jouw kamer eens zien. Wacht nog even tot ik tijd heb, dan kom ik eens.131 Maar als het te lang duurt, kom dan eerst nog eens hier.
je Ruut.
Beste Peter,
Het adres van de electronische studio van de T.H. in Delft bleek ik toch te hebben. Hoef je dus niet te schrijven. Concert Eindhoven ‘teleurstellend’. Abominabele acoustiek, N.B. in Philips' Schouwburg! Daardoor ook de uitvoering niet zo best. Na afloop in oorverdovende atmosfeer met studenten gepraat. Wel leuk. Maar kater de volgende morgen wegens een glas of 10 des goeden wijns. Kringetje van Philips' intellectuelen ontstellend stupide. I.Q. van al deze heren niettemin formidabel hoog. Een mevrouw stelde me aan een andere dito voor ‘omdat ik zo sprekend op derzelver broer leek’... Heel verschrikkelijk allemaal.
je Ruut.
Beste Ruut, je muziek blijft me achtervolgen, je 2e symphonie heb ik hier gehoord.133
Des te linkser van me om niet eerder mijn bewondering er voor uit te drukken, want reageren moet ik, in mijn herinnering groeit het werk voortdurend, wat een typerende werking is van alle grote muziek. Natuurlijk heb ik er wel iets over te zeggen, maar dat zèg ik dan ook liever, het hoeft niet altijd zo'n lange brief te worden.
Bovendien word ik nog achtervolgd door eigen muzikale spinsels waarmee ik in een koortsachtige haast (het heeft me werkelijk te pakken) van sochtends vroeg tot savonds laat het papier tussen vijf lijntjes onbruikbaar zit te maken.
De uitvoering van het n.s.o. hier maakte een sterke indruk. Waarschijnlijk de beste uitvoering van de hele serie. Het was stampvol. Ach ja, ik had veel eerder moeten schrijven. Maar goed. Beter laat dan nooit.
Hartelijke groeten aan vrouw en kinderen,
je P.



Beste Ruut. - Weergaloos ben ik iedereen aan het verwaarlozen! Ik zou herroepen en boete doen, wanneer niet een paar fascinerende noten met me bezig waren.134 Het is als met de griep: je moet het uitzieken, liefst in quarantaine. Je kent dat. Heb dus nog geduld, of eigenlijk moet ik dat mezelf toeroepen, want ik zou graag weer eens langs komen. Maar het komt wel weer zover. Deze aanval heb ik vrijwel met succes doorstaan. Wacht op de volgende, als deze helemaal over is, en vóór die tijd kom ik weer. Componeren is vooruitzien!
Dit inktig activiteitje moge in staat zijn de beste groeten over te kaarten van je
Peter
Beste Peter,
Ik had je vandaag een brief in hoofdstukken willen typen, maar er is niets van gekomen. Ik was geheel down, omdat meer en meer het besef begon door te dringen, dat die Hylas-uitvoering135 mèt dezelfde mensen, veel en veel beter had moeten zijn. Vooral het besef, dat de tweede opvoering136 noodzakelijkerwijs aan dezelfde euvelen zal lijden als de eerste (voornamelijk door dat onmogelijke, moeilijk te changeren en véél te realistische decor, maar ook wel door niet meer te herstellen tekorten in de regie) - maakt mij eerder huiverig erheen te gaan dan verlangend. Maar nee... daar wou ik het nu niet over hebben.
Jouw situatie blijft mij bezig houden. Ik weet in elk geval zeker, dat je moet ophouden schriftelijk te kiften met je verre ouders.137 Eenvoudig omdat je daar te oud voor bent (je zei dat, geloof ik zelf ook al). Dat geeft echt niets, leidt tot geen enkele ‘verhouding’, maakt of continueert alleen een wanver-
houding. Wat je zou moeten proberen is je ouders eens te schrijven: ‘vandaag heb ik een nieuw werk voltooid voor orkest; ik geloof dat het goed is geworden.’ Of: ‘volgende maand wordt mijn septet uitgevoerd in Amsterdam.’ Of je vertelt ze iets over dat stipendium138 (dat gaat toch door?). Zulke dingen moet je schrijven. Je kan het niet hebben dat ze jou en je werk niet ‘begrijpen’, en dat wil je hen natuurlijk telkens en telkens weer laten voelen. Nee Peter, dat is verkeerd. Zij kunnen er net zomin iets aan doen dat ze jouw ouders zijn, als jij er iets aan kunt doen dat je als hun zoon bent geboren. Gun de biologie haar ondoorgrondelijke wetten en bestrijd je agressiviteit met je goedheid en ook je destructieve tendenzen met je constructieve krachten. Beschouw het bovenstaande niet als een zedepreek van iemand die het zelf allemaal zo goed doet, maar als de ervaring van iemand die wéét dat hij het vaak allemaal zo verkeerd doet.
Ik had je nog over Pierrot Lunaire139 en de 5 Sätze für Streichquartett van Webern140 willen schrijven. Webern zou ik voorlopig iedere dag een keer willen horen. Deze muziek behoort tot de innigste, diepste die ooit geschreven werd. Vooral na zo iets verhevens valt Schönberg met zijn griezelromantiek voor mijn gevoel wel heel diep, ondanks erkenning van sommige instrumentale vondsten en compositorisch-sublieme momenten in zijn Pierrot.
Tot zover; er komt nog wel eens iets meer.
Ruut.

Beste Ruut.
Van harte gefeliciteerd met de Van der Leeuwprijs!141