Het Barend Servet effect


auteur: Gied Jaspars, Ruud van Hemert, Wim van der Linden en Wim T. Schippers


bron: Wim T. Schippers, Gied Jaspars, Ruud van Hemert en Wim van der Linden, Het Barend Servet effect. Teksten van en reflecties op vijf shows van de VPRO. Contact, Amsterdam 1974  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 203]

Kerstshow
Waar heb dat nou voor nodig

Met o.a. Dolf Brouwers (Sjef van Oekel, zingt ‘Vette Jus’ van Plafond/Jaspars/Van Mechelen, ‘Waar heb dat nou voor nodig’ van Plafond/Jaspars, ‘Wilhelmus’ en ‘Juliana Onze Vorstin’ van Plafond/Jaspars/Van Mechelen/Austerlitz); Helen Leclerq Dancers; Harry Touw (Fred Haché); Ko van Dijk; orkest J.P. ‘Clous’ van Mechelen; Lou Telby (Fred Haché, Jezus); Guus de Smit (Barend Servet); St John (zigeunerviolist); Gerard Schiering (predikant); Carry van Haeften (Charlotte, Maria); IJf Blokker (Barend Servet, zingt ‘Pollens wat een heisa’ van Plafond/Jaspars); Arnie Breeveld (ober, Wijze uit het Oosten); Henk Bruinsma, Cees Schouwenaar (onheilsprofeten); Mies Kohsiek (heks); Cor Brak (Gerrit Dekzeil, zingt ‘Wat is het leven zonder liefde’ van Plafond/Jaspars/Van Mechelen); J.P. van Mechelen (saxofonist, speelt ‘Luxuriosus’ van Van Mechelen); Mimi Kok (Ada); Carol van Herwijnen (winkelier); Willy Wendt (professor); Christina Astoria (stripteaseuse); Fr. Spaapen (Jozef); Ton Merkelbach, C. Disseldorp, Dick Boonstra, Barend Vet (herders); Cor Ruitemanz, J. Hanewald (Wijzen uit het Oosten); Truus Gesink (Koningin); Floor Koen (James Pikhaak); T. de Neff, Mieke van de Sande (winkelend echtpaar);

[p. 204]

NB

De onderstreepte tekstgedeelten zijn van VPRO-directiewege middels een ‘piep’ onverstaanbaar gemaakt, de tussen teksthaken [ ] geplaatste passages zijn niet uitgezonden (weggeknipt); dit in verband met vrees van voor de uitzending verantwoordelijke VPRO-officials voor massale opzegging van het VPRO-lidmaatschap bij onaangetaste en onverkorte uitzending van de show.

 

fade-up: interieur touringcar, bestuurdersafdeling; de correcte chauffeur loodst bekwaam zijn voertuig door nauwe straten, schijnbaar ongehinderd door het kabaal van luidruchtige passagiers die vol overgave meezingen met het uit zijn autoradio knarsende populaire liedje ‘Waar heb dat nou voor nodig’; superimposed titels: ‘WAAR HEB DAT NOU VOORNODIG’; namen van hoofden bijrolspelers; we nemen een kijkje verder in de bus: tien mooie naakte meisjes dansen in het middenpad, vallen bij andere passagiers op schoot; superimposed rest titels: namen van medewerkers en makers; de zitplaatsen in de bus worden ingenomen door zingende dames en heren, daar zien en horen wij een uitbundige Gerrit Dekzeil, een deftige dominee, lallende onheilsprofeten en zit daar niet onze Vorstin? en is dat niet Barend? de touringcar versplintert een slagboom en zwaait het N.O.S.-terrein op; thans passeert een korte, hip beschilderde ouderwetse bus de vrijgemaakte toegangspoort van het studio-terrein, uit een raampje van het ronkende vehikel hangt een woest gebarende Sjef van Oekel

Sjef

Heren! Heren! Heren! Het is nog niet begonnen! Wacht eventjes! (verliest zijn hoed) Potverdomme!

het gammele voertuig davert door de bocht, ramt drie geparkeerde auto's en koerst op het studio-

[p. 205]

complex af

Heren! Heren! Heren! Het is nog niet zover!

in de orkestbak voor een op een podium opgetrokken luxueuze omlijsting waarin gesloten glimmende plooigordijnen, is een in zilveren en gouden pakken gestoken zevenmansformatie uitvoerig aan het stemmen; het deftige, rond tafeltjes met weinhebers, champagnekoelers en kaarslicht geschaarde publiek heeft er tenslotte best een applausje voor over, waarop het orkest reageert met een pittige openingstune, titels: Arie Kleijwegt presenteert... WAAR HEB DAT NOU VOOR NODIG (waar heb dat nou voor nodig); de luxe touringcar is inmiddels gearriveerd voor de door plantenbakken geflankeerde en van automatische glazen deuren voorziene hoofdingang van het N.O.S.-studiocomplex, de dames en heren verlaten de bus en begeven zich naar het gebouw, de blote meisjes dartelen om hen heen en swingen de studio binnen, onze Barend, die overigens flink is aangekomen sinds zijn laatste televisieshow, is hekkesluiter; orkestklanken - een potpourri van Haché en Servet successen - dringen vanuit de studio naar buiten door; de show begint: onder luid applaus gaan de zilveren gordijnen omhoog, we krijgen zicht op een fantastisch kleurrijk decor vol wisselend licht en prachtig bewerkte coulissen, waarin vier met veren en pluimen getooide halfblote lieftallige meisjes een bekoorlijke dansuitvoeren op het door het orkest gevoelvol gespeelde ‘Windmills Of Your Mind’; ondertussen is ook Sjefs wrakke bus voor de studio aangekomen

(rent de bus uit) Heren, heren, heren! (loopt tegen de glazen deuren op, valt)

de deuren gaan open

(krabbelt overeind, rent het gebouw binnen) Heren! Heren! Heren! Het is nog niet begonnen! Want ik was er nog niet! (verdwijnt in een donkere gang)

Fred Haché bevindt zich in een bos en balt z'n vuist naar een grote, stationair draaiende vracht-

[p. 206]

wagen, op de zeildoeken huif lezen wij: F. Walvocht, Belgische Visch-industrie - Anvers ‘Eet meer visch, omdat het zoo lekker is’

Fred

Daar zul je meer van horen, vuilak! Oplichter! Want ik kom weer op de televisie, en dan zwaait er wat! Leve de koningin! Hiep hiep hoera, bah, hoe kom ik nou in de studio's?

de vrachtwagen zet zich met luid geraas in beweging, rijdt Fred zowat dood, maakt hem zwart met een wolk uitlaatgas, passeert een Belgische grenspaal

Hel en Verdoemenis! Vuile oplichter!

de auto verdwijnt uit het zicht, een spoor van dode vissen achterlatend

Dat zal ik je betaald zetten! Bal gehakt! (maakt het liftgebaar)

er stopt dadelijk een glanzende limousine

Aha! Mijn gebed is verhoord! (trekt een portier open) Nu snel meerijden naar de opnamestudio's, dan zal ik es even laten zien wat een show is! Reken maar van yes! (tot de automobilist die Ko van Dijk blijkt te zijn) Een show zonder Fred Haché is als een kerstboom zonder ballen! Rijen maar!

Ko

Pardon? Zeg, wat rúíkt u, eh, lekker naar vis! Waar heeft u gegeten, als ik vragen mag...

Fred

Kop dicht, ik ben aan het liften! Is al erg genoeg dat een beroemd man als ik daartoe moet overgaan, maar ja, ze hebben mijn fraude ontdekt...

Ko

(geïnteresseerd) Fraude?

Fred

Hè? Oh, leuk dat u er bent, ik was zojuist aan het liften, en ik neem aan dat u degene bent die mij heeft meegenomen heb als ik het wel heb als ik mij tenminste niet vergis.

Ko

Fraude, zei u?

Fred

Ja, dat wil zeggen, ik was directeur van de beroemde Fred Haché Patates Frites Fabrieken, weet u wel, en door een soort omkoperij heb ik er een groot concern van gemaakt. En als dank wordt je dan door die maffe Belgen op de keien gezet.

Ook al omdat koning Boudewijn van mening is

[p. 207]

dat ik te hard praat!!!

Ko

Groot gelijk. Waar moet u zijn? (start de auto en trekt op)

Fred

Overigens, dat directeur zijn in België begon me toch al danig de strot uit te hangen. Bah!

Ko

Welja zeg. Overigens, waar moet u wezen?

Fred

OP NAAR DE STUDIO'S!!!

Ko

Potverdrie, een gevaarlijke gek, zeg. Ik zal maar doen wattie zegt...

Fred

Juist! Schiet op! Gas! Pas op de bocht!

schnitt: de limousine arriveert voor de studio, beide heren stappen uit, Ko blijft bij z'n wagen staan, Fred snelt naar de ingang van het gebouw

Ko

Zeg, als u nog es een rolletje voor me hebt...?

Fred

Há! Dat is slechts weggelegd voor mensen van mijn kaliber, bal gehakt! Open die deur!!

Ko haalt z'n schouders op, stapt weer in en rijdt weg; in de studio wordt op het podium nog steeds druk gedanst door ons halfblote dameskwartet; Sjef, in smoking, verschijnt behoedzaam in de coulissen; de heren van het orkest en de topless danseressen schakelen thans van het bespiegelende ‘Windmills’ over op een woest nummer, Sjef meent te moeten ingrijpen, stapt kordaat naar voren, verschijnt ten tonele, begeeft zich zonder pardon tussen het wervelende vrouwelijk schoon

Sjef

Hallo! Hallo! Dames en heren, dames, dames, het is nog niet begonnen! Want ik was er nog niet en ik moet mijn inleiding nog uitspreken, reeds.

het publiek reageert morrend en joelend

Potverdomme, wat is dat nou weer. Wat is dat nou! Heren, heren, heren...

de orkestklanken verstommen, de dames druipen af

publiek

Boe! Weg met die vent! Schande! Ssssst! Boe!

Sjef

Dames en heren, hallo hallo, mag ik éven de aandacht, ja? Potverdomme, wat maakt u een kouwe drukte, reeds. (opzij) Kan die? Ja? Ja? Zullen we dan maar, reeds? (weer tot het kalm geworden publiek) Men heeft mij namelijk aangevraagd om ter gelegenheid van hier, Kerstmis

[p. 208]

dus, enige woorden van vreugde en dankbaarheid te spenderen aan het adres van het kindeke Jezus, het woord zegt het al: onze Verlosser, die later dus aan het kruis zou komen te hangen. Maar goed. Ja heeft u dat? En waar heb dat nou voor nodig? Daarover later meer.

Zoals ik al zei reeds, heeft de directie mij...

touche van het orkest, applaus en gejuich: een enigszins op Fred Haché gelijkend type komt op

pseudo-Fred

Goedenavond, goedenavond, goedenavond. (wrijft zich vergenoegd in de handen, gaat, voor de kijker, links van Sjef staan) Hartelijk welkom in mijn show, het belooft een gezellige avond te worden want ik heb er echt zin in, temeer daar...

Fred Haché raast van rechts het toneel op, breekt z'n nek zowat over een aldaar opgestelde opgetuigde kerstboom, vliegt op de pseudo-Haché af

Fred

Zeg, bal gehakt! Vlerk! Idioot! Donder op! Nep-Haché! Oplichter! (tot Sjef) Godslasteraar! Ingenaaid schutblad! (tegen beide heren) Augurken! Zien jullie niet dat ik aan mijn come back bezig ben!

Sjef

Je weet niet wat je hoort...

pseudo-Fred

Nou moet jij es even goed luisteren...

Fred

Wát luisteren! Naar jóú luisteren?? Daar! (slaat pseudo-Fred tegen de grond)

Fred en pseudo-Fred vechten een robbertje, gejoel en gefluit vanuit de zaal, Sjef kijkt geschrokken toe, pseudo-Fred verliest z'n witte pruik en maakt dat ie wegkomt. Fred komt triomfantelijk overeind

(roept na) Oplichter! (zoekt steun tegen een pilaar)

de pilaar wankelt en valt met een klap op het podium, algemene consternatie

Potstauzend! Hel en Verdoemenis! Grote goden! Wat is dit hier voor bedoening van lik me reet!

Sjef

Aha! Ik geloof dat we daar de beroemde meneer Haché hebben, als ik mij niet bedrieg. Welkom in onze show, meneer Haché, en was er al haché in de prehistorisch mensheid?

Fred

Donder op! Maffe praatjesmaker! Woordkramer!

[p. 209]

Zeker weer een van die briljante ideeën van Barend Servet!

touche, applaus en gejuich: achterin het showdecor verschijnt Barend in zijn beroemde gele kostuum; Fred krijgt hem niet in de gaten en neemt dankbaar de voor zijn voormalige assistent bestemde ovatie in ontvangst

Barend

(loopt naar voren) Dank u, dank, dank u. Leuk dat u in zo een grote getale bent komen opdagen voor mijn show.

orkest zet in

 
Waar moet dat heen, hoe zal dat gaan, waar
 
komt die rotzooi toch vandaan?

applaus, gejuich

Fred

(loopt naar Barend met Sjef in zijn kielzog) Bah! Bal gehakt, idioot! Vlerk! Stuk vetpudding! We gaan er niet wéér een Barend Servet Show van maken! Daar is het publiek helemaal niet van gediend! Van die ongekende smerigheid, met je reinste vuilakkerij! Heb je dat nou nog niet begrepen?!

Barend deinst achteruit

De kranten stonden er vol van, tot in België sprak men er schande van! Thans neem ik de zaak weer over, zowaar ik Haché heet, voormalig directeur van de voormalige Fred Haché Patates Frites Fabrieken, wat me overigens behoorlijk de strot uithangt, (uitvallend tegen Sjef) snappez-vous!!

Sjef

Kan die? Zal ik dan maar? Ja? Ja?

van links komt plotseling een morsige oude man op, hij houdt een viool onder de kin geklemd, hij ondersteunt het instrument met een houten stok die naar voren steekt door de verder lege linkermouw van zijn zakkerige colbert, in zijn rechterhand heeft hij een strijkstok paraat; Barend, Fred en Sjef treden verbaasd terzijde, de onbekende laat zich een applausje aanleunen, wacht tot het muisstil is geworden, beroert dan met de strijkstok de viool, ontlokt er een prachtige, zigeunerachtige melodie aan; daar komt warempel ineens zijn lul uit zijn broek, en die pakt hem de strijkstok af! gierend en bulderend gelach, ap-

[p. 210]

plaus; na een flinke tik laat het ondeugende ding de strijkstok los, onze vriend vervolgt het melodietje, doet hetzelfde grapje nog een keer zodat nu echt iedereen kan zien dat hij gewoon zijn wijsvinger door zijn gulp steekt; ovationeel applaus, het publiek heeft genoten; de onbekende is niet erg onder de indruk van zijn succes, hij bedankt met een eenvoudige hoofdknik en verlaat somber kijkend het toneel

Fred

Zeg Barend! Wat is dit voor een vertoning!

Sjef

Wat moeten de mensen wel denken!

Barend

Pollens, ik had gedacht...

Fred

Dames en heren. Na deze smakeloze vertoning, waarvoor ik namens de V.P.R.O. mijn excuses aanbied, gaan wij... Barend, schiet op!

Barend

(haalt de schouders op)?

Fred

We gaan eerst een hapje eten! Net als vroeger... Mmmmmm, lekker een flink bord boerenkoolstamppot met een flink stuk worst... (verlaat met Barend het podium)

Sjef

(roept het tweetal achterna) En een kuiltje jus! (tot ons) Vindtie lekker.

het orkest zet in met een swingend melodietje, schnitt naar een goed bezet, uiterst chique restaurant, waar een pianist het melodietje voortzet; aan een tafeltje in het extra deftige iets hoger gelegen gedeelte van het etablissement treffen wij een dominee in toga, hij zit naast een opzichtige jongedame achter een vieze prak, hij boert en snuit luidruchtig de neus in een servet, hij lijkt aangeschoten

dominee

Jeminee, Charlotte, (neemt een slok wijn), dat was lekker! Dit is ook lekker! (zoent en betast haar onzedelijk)

Charlotte

Hi-hihi... hihi... AH! (slaat dominees hand weg uit haar kruis)

dominee

(mompelt) Geloven, geloven, dat is... uit een vliegtuig springen. En dan is Jézus je parachute...

Charlotte

Wat zeg je, lieverd?

dominee

(veegt z'n mond af, gooit een glas wijn weg) Ja, hoores Charlotte, ik moet nu weer even naar mijn

[p. 211]

Kerstdienst, preken over Kerstmis, weetjewel... (staat op, waggelt een rijkbeladen tafel omver, de hele zaak kinkelt in het lager gelegen restaurantgedeelte -, gaat onderuit op de paar treden, krabbelt overeind)

consternatie alom

Fred en Barend stappen kwiek het restaurant binnen

Fred

Een goed idee Barend, om weer eens restaurant Vrij Berlijn te bezoeken, nietwaar, Prima de Luxe.

Barend

Ja, ik had gedacht misschien wel aardig.

een botsing met de onbekwame predikant is niet meer te vermijden

Fred

Zeg! Onheilsprofeet! Kan je niet uitkijken! Bah! Uilskuiken!

dominee

Kalkoen! De eersten zullen de laatsten zijn, de Heer zal uw ingang en uw uitgang bewaren, tot in eeuwigheid... (maakt zich uit de voeten)

Barend

Pollens, ik word een peu nerveu als het ware het woord zegt het al...

onze vrienden kiezen een tafeltje, Barend gaat zitten, Fred ploft neer en slaat de menukaart open; cut naar kerkinterieur met uitzicht op het preekgestoelte, wij maken opnieuw kennis met de dominee; het orgel zeurt wat na, de voorganger neemt ondertussen nog even een slokje water

dominee

Daarom, Gemeente, kunnen wij tóch Kerst vieren, maar dan écht Kerst, zoals ik daarnet al zei. Alleen op déze manier kunnen wij iets meemaken van het grote wonder der genade dat ons wordt aangeboden. Strek uw handen ernaar uit. Neem het, ontvang het met een blij hart. Want slechts dan kunnen wij ten volle leven, en kracht putten uit het Kerstgebeuren. In deze jachtige wereld vol haat en nijd, oorlogen en verschrikking, kunnen wij slechts dáárin, in de Verlóssing, vrede vinden.

Dat is genade, genade voor ons, armetierige schepselen die wij eigenlijk zijn, kunnen op deze wijze behouden worden en de grote vrede vinden die wij moeten uitdragen over gans de wereld,

[p. 212]

om een ieder deelachtig te maken de enige ware vrede van onze Schepper met zijn heilsboodschap.

Kerst anno 1973. Kán het nog?

Een volmondig JA is het antwoord.

Volmondig, maar dan niet met kalkoenen, rolladen, kerstkransen, krentenbrood en overvloedig rijk beladen dis, en de versierde kerstboom met lichtjes. Doch het volmondige Ja! van de innerlijke vrede, die alle verstand te boven gaat: het uitzicht op het eeuwige leven. Amen.

gehoest der Gemeente

Wij zingen, Gemeente, thans, en u vindt het in de Liturgie, u kunt het natuurlijk ook in de bundel opzoeken. Stille Nacht, het lied waarin kond gedaan wordt van de vervulling van de grote Belofte.

 
Stille nacht...

(knikje in de richting van de organist) we krijgen de Gemeente weer te zien, voorspel van de organist

 
Stille Nacht, Heilige Nacht
 
Davids Zoon, lang verwacht
 
Die millioenen eens zaligen zal

dominee ergert zich aan het gedrag van een kerkganger die hem tijdens de gemeentezang uitlegt dat ie het lied niet in de bundel kan vinden ofzoiets, de Gemeente zingt onverstoorbaar verder

 
Werd geboren in Bethlehems stal
 
Hij der schepselen Heer (bis)

opnieuw wordt dominee afgeleid, hij praat en kijkt geërgerd, zet dan per ongeluk weer met het eerste couplet in, bemerkt zijn vergissing en conformeert zich aan de gemeentezang

 
Hulp'loos Kind, Heilig Kind
 
Dat zo trouw wordt bemind
 
Ook voor mij hebt G' U rijkdom ontzegd
 
Wordt G' in stro en in doeken gelegd...

het kerstgezang dringt luid door tot restaurant Vrij Berlijn

Fred

(schept in een bord stamppot, gooit dan kwaad zijn vork op de grond) Zeg kellner! Wat is dit hier

[p. 213]

voor een teringherrie! Is dat maffe gezang soms bij de stamppot inbegrepen?

ober

Jazeker meneer. Komt voormekaar.

Fred

Geef dan maar iets te drinken. Vlug wat! Want ik ben alcoholist geworden van al dat gezang aan m'n kop!

Barend

(tot de kijker) Hè gezellig, weer met die goeie oude Fred.

er beginnen klokken te beieren

ober

(serveert whisky) Stublieft sir.

Fred giet de drank in zijn keelgat, ziet prompt twéé Barenden tegenover zich! de geel gecostumeerde heren prikken een stukje rookworst aan de vork en brengen het naar de mond, hun kauwbewegingen verlopen synchroon

Fred

Zeg ober! Ik ben ineens helemaal scheel geworden!

kerkvolk verdringt zich in de aankomsthal

ouderling

Wil de gemeente mij maar volgen?

eerbiedig schuifelen de gelovigen achter het kerkeraadslid het eethuis binnen, ze kijken belangstellend rond, niemand neemt echter plaats; een aantal gasten geeft mompelend te kennen niet gediend te zijn van kerkelijke belangstelling

Fred

Zeg ober!

ouderling

(houdt de pas in, strekt een arm uit) Dit zijn de tafels. (blijft even ernstig kijkend staan, loopt verder tot aan de witte vleugel, waarop de gerokte pianist zich juist waagt aan ‘Can't buy me love’)

Dit is dus de pianist.

de musicus lacht beamend in onze richting en doet er een schepje bovenop

Fred

Wat is dát nou weer! Zit ik net aan mijn stamppot te eten en dan dan dan dan dan... Toe, zeg jij ook es wat Barend!

de twee Barenden kijken elkaar verbaasd aan

Barend

Dantur opes nulli nisi divitibus. A cane non magno, saepe tenetur aper.

Barend

Quidquid id est, timeo reges...

Barend

...et epistulas dantes!

Barend

Intra muros peccatur...

Barend

et extra, inde irae. Io vivat, Io vivat! Nostrorum

[p. 214]

sanitas, hahaha!

Barend

Hoc gaudeo.

Barend

Prosit! (klinken met wijnglas)

Fred

(slaat met vuist op tafel) Hou op! Hou op! Ballen gehakt!

de ober serveert twee ballen gehakt

Fred

!?

ober

Uw ballen, meneer.

Fred

Waaat!? (staat op, werpt de ballen met bord en al weg)

beide Barenden zakken door hun stoelen; hilariteit; het bord met ballen klettert in de groentesoep van een blonde dame die daarop van schrik bijkans flauwvalt; wipe; het is thans veel rustiger in het restaurant; daar zien wij Van Oekel zitten, er staat een gerant naast zijn tafeltje, naast de gerant staan, met tussenruimten van circa anderhalve meter, drie koks in volornaat, de laatste bevindt zich achter het dampende doorgeefluik van de keuken; inleidende symphonieorkestklanken

Sjef

(glunderend, houdt bestek in gereedheid) Ach ober, heeft u voor mij mijn lievelingsgerecht? U weet wel, met allemaal hele, hele fijne dingen, ja? Zoals... (barst uit in gezang)

- alle in het lied genoemde spijzen en dranken worden prompt via de koks en de gerant op Sjefs tafeltje bezorgd -

 
Zuurkool met vette jus
 
soep vooraf, ja dat is mijn menu
 
Kaantjes met bruine bonen
 
flink veel ei, niet van dat gewone
 
Blokken kaas met mayonnaise
 
warme friet en ook saucijzen
 
Sperciebonen uit het vet
 
pap van brood, zo is het maar net

(begint te smikkelen)

 
Arme kip, zo van het spit
 
flink veel aard appelen waar een korstje aan zit
 
Een lekker prakje met een kuiltje jus
 
garstig spek, dat is wat ik lus
 
Gebakken milt versierd met sprotje
[p. 215]
 
zure bommen uit een potje
 
Ossetong in hete brij
 
gegarneerd met dampende prei

de tafel begint aardig vol te raken, Sjef weet evenwel niet van ophouden, kauwend en slikkend bestelt hij verder

 
Zwanehals gevuld met druiven
 
paardehoef om af te kluiven
 
Wat dacht u van een pudding met bessesap
 
en als toetje garnalenpap
 
Slappe thee en vruchtenijsjes
 
lendelappen met vele radijsjes
 
Gebraden haan in druipend vet
 
koffie toe, en dan naar bed

instumentaal intermezzo

Zeg ober, fantástisch! Mmmmmm!

Mmmm... (smakt) Fantastisch! (zingt verder)

 
Hutspot met warme croquetten
 
en een doekje om de mond te betten
 
Oude kaas in vele talen
 
oude vis kan veel verhalen

Sjef gaat schier verscholen achter de bovenopelkaar gestapelde gerechten; met een slok wijn spoelt hij voedsel weg, het is nog niet genoeg!

 
Rode wijn en pruimedanten
 
zeer veel drank en ook fazanten
 
Tonnen bier en stapels brood
 
harde worst vol cocosnoot
 
Pittig sausje van weleer
 
ach wat wil een mens nog meer...

de tafel bezwijkt, met donderend geraas belandt de hele rataplan op de vloer, een grote zwarte hond stuift eropaf en doet zich tegoed, Sjef zakt onderuit en grijpt naar zijn hoofd

Ik word niet goed..!

hond

(kijkt ons kauwend aan)Mmmmmm, lekker zeg... schnitt naar een mistig bos, het is avond; een blauwe Ford Taunus 17M, bouwjaar 1970 slalomt claxonnerend tussen de woudreuzen door; we nemen een kijkje in de wagen, daar zitten naast elkaar onze twee godsdienstwaanzinnigen*, de

[p. 216]

lange profeet aan het stuurrad

lange profeet

Bekeert u! Hel en Verdoemenis! Het Einde der Tijden is nakende! Ik zal nog maar es flink toeteren. (voegt de daad bij het woord)

korte profeet

Zeg...

lange profeet

!

korte profeet

Mag ik nou ook weer es sturen?

lange profeet

Zeg lummel! Wie deelt hier de lakens uit! Potverdrie.

korte profeet

Nou, eh, u, dus. (steekt een sigaretje op)

lange profeet

Juist.

Potverdrie! Het is hier spekglad, en ik zie geen reet! (veegt woest met de mouw van zijn witte gewaad over de beslagen voorruit) Ik kan hier geen reet voor ogen zien, zeg! Kijk jij nou ook es, lummel! Hel en Verdoemenis! Rampspoed!

korte profeet

(paniekerig) Pas op! Pas op! Help! Het Einde der Tijden is nabij! Harder! Stop! Help!

wij zien de wagen door het bos slingeren en slippen, dan komt het voertuig met een daverende klap tegen een holle boom tot stilstand; ongedeerd verlaten de brokkenmakers de beschadigde auto, ze hebben ook nog een oud, krom, hekserig wijfje met een takkenbos op haar rug, geschept; ze zit kermend op de grond en wrijft over een knie

wijfje

Een mooie boel, heren, ik had wel dood kunnen zijn, vindt u niet?

lange profeet

Hou je waffel, ouwe sprokkelaarster! Heks!

wijfje

Nou nou nou nou, moet dat nou zo? En dat nog wel op het Kerstfeest.

korte profeet

Prettig Kerstfeest, mevrouw.

lange profeet

Lummel! laat die mevrouw met rust, en ga aan je werk!

de korte profeet loopt naar de auto, haalt een glinsterende bijl uit de achterbak en verdwijnt daarmee in de duisternis, kort daarop horen wij gekap

wijfje

(komt overeind) Ik stap maar weer deres op. Naar m'n eenzame huisje in het bos, ver weg van hier. Waar de soep pruttelt in de ketel, waar de geesten ronddolen. En een stallantaarn haar flakkerend

[p. 217]

licht werpt op de berkestammen...

lange profeet

(verbijsterd, kwaad) Maar...

wijfje

En de uil krast!!

lange profeet

Zeg, mens, lazer op met je flauwekul. Wat wil u nou eigenlijk met dat domme gesprokkel.

wijfje

Luister, o vreemdeling. Als de vliegenzwam haar draden vlecht in de vochtige aarde, waar de boleten reeds verderf zaaiden, en als de eeuwige duisternis dooft onder luid gekrijs van diverse duivelen...

lange profeet

Zeg ouwetje, met je bruine tanden, hou je kiezen opmekaar, wou jij mij vertellen hoe of wat!

de kleine profeet kapt onverdroten door, hij schiet lekker op aan de voet van een dikke stam Bekeert u van de zondigheid des vleses en de geneugten des levens! Want Gods straf zal vreselijk zijn! Het Einde der Tijden is nabij! De Hemelen zullen met sissend gedruis voorbijgaan!

wijfje

Gunst zeg, da's me ook wat...

lange profeet

Donder en bliksem zullen onheil brengen! Elementen zullen ontbonden worden, wat ik je brom.

wijfje

Dat kan allemaal wel waar wezen, maar toch zult ge uw verdiende loon krijgen. Zie! (wijst omhoog)

een reusachtige denneboom valt krakend om en verplettert de auto

lange profeet

(tot de kleine, die geschrokken aan komt lopen) Lummel! Stuk verdriet! Ik was er bijna geweest! (tot wijfje, op andere toon) Ik geloof niet in uw kletspraat. (weer tot de kleine profeet) Wat heeft dat allemaal te betekenen! (wijst op de gevallen stam en de vernielde wagen)

korte profeet

Ja, God, ik dacht misschien wel leuk een bóóm met de Kerst...

lange profeet

(woedend) En we hebben nog niet es bállen! Nietsnut! Vetbol! Kraaloog! (klagend) Hoe komen we nou op tijd in de Oude RAI?

korte profeet

Ziet u wel, gestolen goed gedijt niet. (tot wijfje) Ik ben namelijk vroeger Hervormd geweest, ziet u.

lange profeet

(tot de kijker) Het is de kleine weer eens in de bol geslagen... (tot wijfje) Wat heeft u voor soep?

[p. 218]

(voor zich uit) We zullen bij dat oude kreng moeten overnachten, we kunnen hier moeilijk blijven staan! Schiet op, lummel!

wijfje

Ik heb spinnekoppensoep, en daarbij wellicht een vleermuizenpasteitje, een koekje van eigen deeg bij een kop warme zwavelthee...

men verdwijnt in optocht in de duisternis, onheilspellende slotaccoorden, fade-out, hard in met een rommelige Kerststal met kartonnen vee, één echtlevend bokje, een kribbe, en een opgetuigde kerstboom; terwijl hij met een hark stro en hooi ordent, zingt de in het kostuum van een Engelse landlord gestoken Gerrit Dekzeil een liedje in het zg Hollands Populaire genre

 
Gerrit
 
Soms zit ik weleens te denken
 
ach hoe moet dat nou met mij
 
Niemand wil mij aandacht schenken
 
hij is gelukkig denken zij
 
Maar hoe kunnen zij ook weten
 
dat ik nimmer zal vergeten
 
die vrouw die alles was voor mij

(laat de hark vallen)

 
Wat is het leven zonder liefde
 
wat is de zin van mijn bestaan
 
Waarom verloor ik mijn geliefde
 
waarom ging zij hier vandaan
 
Oh vogel, geef mij de kracht van je vleugels
 
Oh stormen, drijf mij voort
 
Laat mij hier niet achterblijven
 
laat mijn hart toch zijn, waar het wordt gehoord

Fred Haché betreedt de Kerststal, is onaangenaam verrast met het optreden van Gerrit, windt zich zichtbaar op over het gezang, loopt op hem af

 
Soms kan ik maar niet begrijpen
 
wat of er eigenlijk is gebeurd
 
ik zit wat voor me uit te kijken
 
mijn hele leven is verscheurd
 
En hoe moet dat nou met mij?
 
Leef je leven zeggen zij
 
alsof er nooit wat is gebeurd

Fred denkt dat het lied uit is, wendt zich tot de

[p. 219]

kleine zanger, wordt verrast door de inzet van het refrein, kropt een woedeuitbarsting op

 
Wat is het leven zonder liefde
 
wat is de zin van mijn bestaan
 
Waarom verloor ik mijn geliefde
 
waarom ging zij hier vandaan

Fred deinst achteruit voor een armzwaai van Gerrit

 
Oh vogel, geef mij de kracht van je vleugels
 
Oh stormen, drijf mij voort
 
Laat mij hier niet achterblijven
 
Laat mijn hart toch zijn, waar het wordt gehoord
 
Laat mijn hart toch zijn, waar het wordt gehoord
Fred

Zeg! Mislukte Caruso! (schrikt van eindaccoord)

Zeg, mislukte Caruso...

er klinkt nog een eindaccoord

Zeg!! Mislukte Caruso!

Gerrit

!? (wacht op het slotaccoord, zet dan zijn pet af)

Fred

Bal gehakt! (wijst op Gerrit zijn kniebroek) Metje drollevanger! Wat kom je hier eigenlijk doen? Een beetje maf gaan staan zingen, terwijl zodirect mijn show losbarst! Met dat sentimentele gejammer wil je zeker ook nog op de hitparade! (zingt met orgelbegeleiding)

 
Oh vogel, geef mij de kracht van je vleugels
 
Oh stormen, drijf mij voort
 
Laat mij hier niet achterblijven
 
laat mijn hart toch zijn, waar het wordt gehoord!

Wat is dat nou voor lied! Wie kóópt dat nou! Wat een bedonderde sound. En je reinste wartaal waar geen verstandige hond ook maar íéts van begrijpt!

Gerrit

Nee, oetlul, zoals jij het zingt vallen de mussen van het dak als je begrijpt wat ik bedoel maar dat zal wel niet. (gaat met hooi in de weer)

Fred

Augurk!

Barend komt eraan, hij is zó gejaagd dat hij bijna de scène weer uitloopt, hij heeft een pannekoek op zijn hoofd

Barend

Zeg Fred, je had helemaal niet betaald in het restaurant! En ik kon ook niet betalen, want ik heb helemaal geen geld meer, zoals je zult begrij-

[p. 220]

pen. Daar ben ik te beroemd voor geworden, zie je. En nou moest ik de hele tijd staan áfwassen, en toen heb ik honderden borden gebroken, die ik eerst al per ongeluk in de soep had afgewassen, daar ik een peu nerveu was geworden. Pollens wat was ik een peu nerveu geworden. Nóg trouwens. Maar, het sop was de kool niet waard, dus, wat heb ik toen gedaan, Barend? Juist, voor straf, (kijkt op z'n horloge) heeft de kok een pannekoek op mijn hoofd gedaan, die was hij namelijk net aan het bakken, zodoende. En nu ben ik hier en ik wou...

Fred

(valt uit) BAREND HOU IN 'S HEMELSNAAM OP met dat geleuter. Gebeurd is gebeurd! En wat heeft dit hier te betekenen als ik vragen mag! (gebaart om zich heen) Moet dit zootje soms ons decor uitbeelden? We zijn hier in een complete kerststal beland! En wie heeft al dat hooi besteld voor den duivel! Gerrit gooit een pak stro in de richting van de kribbe; daar komt onze dominee aanwandelen, hij is in gezelschap van twee deftige dames en een keurige meneer, Fred en Barend kijken verbaasd op

dominee

Kijk, hier gaat het dus gebeuren, zodadelijk, wel leuk hè?

dame

Heel fijn.

andere dame

En erg mooi verzorgd ook. Prachtig gewoon.

meneer

Ja.

dominee

(kijkt even vreemd op naar de man) De kerstgedachte wordt hier dus min of meer uitgebeeld, vérbeeld is eigenlijk het woord. Maar, om kort te gaan, op een wijze zoals de Schrift ons dat te denken geeft, zoals ook duidelijk staat in Lucas 2, daar staat eh... Blieft u een kopje koffie wellicht?

het gezelschap vertrekt

Fred

Wie heeft al dat hooi besteld!!

Barend

Maar dat ís helemaal geen hooi, Fred, dat is hele gewone stro van hiernaast.

Gerrit

Nou tabé, de groetjes, aju, en bekijk het nog maar es. Ik heb nog zeer veel te doen, zulle. (loopt weg)

Fred

Wat moeten we nou met die zwijnestal! Is er wel

[p. 221]

geluid? En wanneer begint de uitzending?

Barend

Ja, weet ik het, ik vind het wel aardig dus.

Fred

Moet ik nou híér mijn come back maken? Nouja, laten we er maar het beste van maken. Goede wijn, dat ben ik dus, behoeft geen krans, dus wég met dat hooi of laat eigenlijk maar liggen ook, bestel iemand om het weg te halen, Barend. We beginnen. Wat staat er op het programma, Barend.

Barend

Ja, hoe moet ik dat nou weten? Blote dans denk ik.

Fred

Goed. Blote dans. Waar zijn die meiden!

er komt een blote meid aantrippelen, jazzmuziek barst los

Aha! Daar komen zij reeds!

(teleurgesteld) Oh, het ister maar één... Nuja, je kan er ook maar met één tegelijk eh... nietwaar... over naar de feestzaal, daar staat op een apart podium links van het showdecor een in gouden glitterpak gestoken tenorsaxofonist te excelleren in een knetterende solo, zijn kabaal vormt tezamen met een correcte begeleiding uit de orkestbak het auditieve materiaal waarop het halfblote meisjesballet in het showdecor wederom een staaltje opwindende dans ten beste geeft, doch ondanks al dat vertoon weet de saxofonist met zijn enerverende spel en spasmodische bewegingen alle aandacht op zich te vestigen, hij jaagt het keurige publiek de stuipen op het lijf en weet de danseresjes, die weliswaar geen krimp geven, toch danig te verontrusten met z'n gedoe; de orkestleden verlaten de bak, lopen hoofdschuddend naar de solist, misprijzen zijn eerzucht; na een hevige climax valt de gekgeworden instrumentalist er uitgeput bij neer, het nummer is teneinde, de danseresjes waaieren weg, applaus; Sjef van Oekel betreedt ondertussen het toilet en gaat staan plassen, vergeet de deur achter zich te sluiten, wij blijven hem op de rug zien.

Sjef

Hèhè... hèèè... hâ... hè... wordt het toch nog gezellig... heb ik weleens ergens gelezen. (brengt

[p. 222]

de bril door de urinestraal omhoog)

er komt maar geen eind aan de stroom, Sjef steunt en mompelt

...kan toch nog best leuk worden, ja, Hèhè.

hij staat wel een volle minuutkrachtig te wateren, als hij daarna steunend zijn kleding weer in orde brengt, wordt hij verrast door een onverwachte nieuwe heftige urinelozing; gelaten wacht hij af tot het eindelijk ophoudt

Nou nou... (knoopt zijn gulp dicht)

vervolgens neemt hij behoedzaam een zg sterretje (kindervuurwerk) uit zijn binnenzak, hij steekt het aan en beschouwt tevreden de typische vuurverschijnselen, schrikt van naderende voetstappen, dooft het vuurwerkje in de toiletpot, wacht tot de voetstappen verdwenen zijn, verlaat oplettend het kleine kamertje; schnitt naar een dorpsstraatje, het is schemerdonker en het sneeuwt, uitzicht op een soort galanteriewinkel, op het trottoir ervoor kleumt een kerstbomenverkoper, naast hem een treurige hond; Fred, gehuld in een zware winterjas en met een gleufhoed op zijn hoofd, wandelt met een opzichtige, tamelijk dikke, in bont verpakte, stroef kijkende deftige dame aan zijn arm het beeld binnen

Fred

Mens, zeur toch niet zo met je Kerstmis, nou stáát er een boom, en nou is het zeker nog weer niet goed!

vrouw

Jaa, maar er hangt niets in. Wat is dat nou, zo'n kale spar, er mag toch zeker wel versiering in? ze gaan de winkel binnen (dingdong), daar is verder niemand te zien; Fred loopt naar de toonbank en slaat er met zijn vuist op

Fred

(bast) Hebt u ballen?

stilte, de vrouw draait wat rond, plotseling gevloek en gemopper, stapels dozen vallen om, schervengerinkel: een tenger manspersoon in een te wijd net pak, een scherp gezicht en een vetkuif, duikt op achter de toonbank, hij is blijkbaar de winkelier

winkelier

Daar gaan m'n laatste ballen! (schudt lametta en

[p. 223]

engelehaar van zich af) Dat verdomde Kerstmis, en straks weer Pasen met eieren, je blijft aan de gang met dat feestvierderij! Nuja, deze omgevallen handel (schopt tegen gevallen dozen) zal ik dan maar als zogenaamd ballengruis (richt zich tot meneer en mevrouw) de een of andere gekgeworden idioot in de maag splitsen goedenmiddag mevrouw meneer.

Fred

Hebt u ballen! En vlug wat. Bah.

mevrouw glundert

winkelier

Wist u overigens mevrouwtje, waarom de Kerstman geen kinderen kan krijgen? Nee? Omdat z'n ballen in de kerstboom hangen, hahahahaha!

mevrouw is ontdaan

En, weet u waaraan men kan zien dat Sint Nicolaas zo'n oude man is? Hij heeft schimmel tussen zijn...

Fred

Wat is dit hier voor bedoening! Ik ben hier niet gekomen om smerige kletspraat aan te horen, zeg, wat denkt u wel. Hebt u ballen, ja of nee!

winkelier

Eh...

de winkeldeur gaat open, Barend sjort met veel moeite een opgetuigde kerstboom naarbinnen

Barend

Zeg meneer daar! Die ballen die u mij vorig jaar verkocht, die doen het helemaal niet meer! Moet u zien hoe ze d'r bij hangen! Is toch geen gezicht! Wat vindt u mevrouwtje, vindt u het geen grof schandaal. De helft hangt scheef en ze zijn pas een jaar oud!

vrouw

Wat zal ik zeggen, ik moet toegeven dat ik zelden zulke scheve ballen heb gezien. (tot de winkelier) Zijn dat uw ballen?

winkelier

Welnee zeg. Ik ken meneer hier niet, laat staan zijn ballen.

Barend

O nee? O nee? (trekt ballen van zijn boom, slaat ze stuk op de toonbank) Zijn dat niet uw ballen!

winkelier

Welnee zeg. Wij verkopen hier geen losse ballen, alleen per zak (tot mevrouw) begrijpt u wel.

vrouw

(tot Fred) Zeg lieverd, wat een mooie scheve ballen heeft die meneer (doelt op Barend) daar hangen, prachtig gewoon. Precies wat ik hebben wil.

[p. 224]
Fred

Ja, zeur nou niet mens, dat zijn meneers ballen, wij kopen nieuwe! (tegen winkelier) Kom op met je ballen, en flink veel engelehaar! Hè, schat, als jij ballen wil, dan krijg je ze. (dreigend) Al moet ik hier de hele tent afbreken! (tot Barend) Begrijpt u wel.

Barend

Oh, juist ja.

winkelier

Welnu. Als de zaken er zo voor staan: ik moet uw vrouw teleurstellen, ik heb geen ballen meer.

Fred

Oh, dat is dan fraai!

winkelier

Maar misschien is mevrouw geïnteresseerd in een zak ballengruis?

vrouw

Maar beste man, hoe stelt u zich dan voor hoe of ik daarmede onze kerstboom optuig? Wilde ik maar zeggen.

winkelier

Nou eh... (pakt een doos) dat is nogal eenvoudig hè. Zo! (gooit een wolk gruis over Barend en z'n boom) Zo doen we dat, haha.

Barend

Maarre...

vrouw

(slaat de handen voor haar mond) Vreselijk gewoon...

winkelier

Ja, als u persé de kerstdagen mét ballen wil vieren, als u van mening bent dat dat zonder ballen niet lukt, ja, dan kunt u wellicht (wijst op Barend) meneer zijn ballen overnemen. Ik ben niet ongenegen daarin te bemiddelen.

Fred

(kwaad) In mijn huis geen ballen van een vreemde vent! Kom Ada, we vertrekken! Zonder ballen zal het ook best lukken, tenslotte zijn we Pasen ook zonder eieren heelhuids doorgekomen.

mijnheer en mevrouw vertrekken ruziënd

Barend

(sneu) Dus u bent niet bereid mijn ballen terug te nemen? Hoe moet ik dat mijn vrouw uitleggen? Zij rekent erop dat ik met nieuwe ballen thuiskom...

winkelier

Meneer, gelooft u mij, ik heb uw ballen nog nooit gezien! Volgens mij heeft u zich hier of daar inferieure Zwitserse ballen laten aansmeren, u hebt zich lelijk bij de neus laten nemen! Om u terwille te zijn ben ik wel bereid het hele zaakje gratis over te nemen.

Barend

Maar meneer, wat is dat nou, hoe moet dat nou?

[p. 225]

Hoe kom ik zó de kerstdagen door! (klaagt) Twee jaar geleden is m'n hele huis afgebrand door een lekkende kaars als het ware, vorig jaar is mijn vrouw jammerlijk geschept door een sneeuwruimer, ja, ik heb dus nu weer een nieuwe, en u begrijpt dat ik met prima ballen voor de dag wil komen.

winkelier

Ach meneer, u moest eens weten hoe ik mij voel, (gebaart naar dozen op de grond) mijn ballen liggen totaal in puin. (grijpt naar z'n rug) Ai! Nou schiet het ook nog in mijn rug.

buiten beginnen klokken te beieren

Barend

Ik geloof dat ik maar es een stevige kerkdienst ga bijwonen, daar zal ik van opknappen.

winkelier

Wát zegt u? Is het al zó laat?

Barend

Ja, het is weer zo laat.

winkelier

Wacht! Ik doe mee, ik ga met u mee! Fijn.

Barend

(werpt een blik op z'n horloge) Zullen we dan maar snel? (loopt naar de deur, opent die) er komt een sneeuwvlaag binnen

(deinst terug) Oei!

winkelier

Foei, wat een weertje! Fijn weer eens een witte kerst, dat hebben we in jaren niet gehad, ik schiet even een jas aan. (schiet een jas aan)

Barend

Ja, want een kou is zó gevat.

men verlaat de zaak, Barend met opgezette kraag voorop; de winkelier trekt de winkeldeur met een harde klap achter zich dicht: de ruit breekt en valt aan scherven, hij slaat er evenals Barend geen acht op

winkelier

Zeg, is het waar dat het kerkkoor vanavond zingt? Ik sprak namelijk gisteren nog ouderling De Vries, en die had het daarover, naar ik meen. de kerstbomenverkoper raakt door de kou bevangen en valt om, zijn hond loopt weg

Barend

Maar er was een kleine kans dat de sopraan Nel van Dongen Stille Nacht zou komen zingen ofzoiets...

de heren verdwijnen in de sneeuw; de wereldberoemde stripteaseuse Christina Astoria is ondertussen reeds halverwege haar act: ze staat fier in een arreslee, neemt een ferme slok wodka, gooit

[p. 226]

aangevuurd door kozakkenzang haar jak uit, op een zilveren bra en slipje na is zij geheel naakt, ze rolt uit de slede... het beeld begint te sneeuwen, door hinderlijke ruis klinkt een steeds duidelijker wordende sonore mannestem, een pijprokende professor achter een Teleac-bureau doemt op, Christina valt geheel weg

professor

...aan het grote onheil wat het Christendom zoal heeft aangericht.

het beeld valt weg, de stem ook, blijft slechts over sneeuw en ruis; onze professor komt er toch weer doorheen flakkeren

...zo, dat wij Christus... al bestaan heeft, verantwoordelijk kunnen stellen voor alle ellende die Christenen hebben veroorzaakt, al dient wel worden...

de weelderige vormen van Christina verdringen de ruisende geleerde, die echter snel, zij het zeer vaag, weer terugkeert

...vrijwel door geen Christen in de practijk worden gebracht, dat hij mensen die niet in hem geloofden de verschrikkingen van de hel in het vooruitzicht stelde, wat aanleiding is...

de storing is compleet, na circa vijftien seconden verschijnt onze danseres weer, ze ontdoet zich juist van haar bra, dan drukt de professor haar weer weg, hij blijft evenwel mistig en slecht verstaanbaar

...kunnen niet bewijzen dat de god van de Christenen, of welke andere god dan ook, niet bestaat, zoals wij ook niet kunnen aantonen dat ons lot niet in handen is van bijvoorbeeld eh een blijk sperciebonen, ergens in het heelal. De christelijke godsdienst kent een wraakzuchtige god en is gebaseerd op vrees en haat en veroorzaakt dientengevolge oorlogen...

geknars, het beeld verspringt

De geschiedenis van het Christendom is een gruwelijke. ...ketters op de brandstapel, heksenprocessen, antisemitisme, inquisitie, godsdienstoorlogen tussen protestanten en katholieken, affijn...

[p. 227]

Christina duikt weer op, aan de muziek te horen is zij bezig met de finale, plotseling een close-up van haar blote billen

stem Sjef

Wat een feestelijk gezicht!

het portret van de professor komt nog even door, de man doet er echter verder het zwijgen toe; Christina staat weer in de arreslee, ze slaat een mantel om haar blote lijf, laat een zweep klappen, gilt nog wat, de muziek is afgelopen, klaar; applaus; hard over op de geheel verlaten kerststal

stem Gerrit

Koppen dicht!

er komt een door Gerrit aangevoerde optocht binnen: vier herders, drie koningen, Jozef, Maria, en een, op wat windsels om het vette onderlijf na geheel blote, brildragende en kalende dikke zestiger; het gezelschap verspreidt zich in de stal en wacht af

Gerrit

Zo. Nu wij. Een of ander belachelijk showensemble heeft ons decor nogal beschadigd, maar dat is misschien wel zo mooi, voor ons kerstspel.

Kent iedereen zijn rol? We beginnen op pagina 1.

Maria

(tegen Jozef) Leuk hè. Zo'n kerstspel. Fijn hè, dat ik ervoor gezorgd heb dat jij ook mee mag doen. Je hebt je rol toch wel goed geleerd, hoop ik?

Gerrit

Koppen dicht. Stilte op de set. Een klein beetje eerbied alstublieft, wij gaan een kerstspel opvoeren, wilt u zich wel even realiseren wat dat betekent? Juist. We gaan verder op pagina 2

herder

(declamerend) Ik zie een stér blinken! Er op af!

Gerrit

Wat krijgen we nou? U zit al op pagina 4!

We beginnen bij het begin, de geboorte.

Waar is het kindeke, want daar draait tenslotte alles om.

de nagenoeg blote oude man loopt moeizaam naar de kribbe

man

Hier ben ik, meneer. Zal ik dan maar vast gaan liggen? (maakt aanstalten)

Gerrit

(sigaar valt uit z'n mond) Zeg, u wilt toch niet beweren dat ú het kindje gaat uitbeelden?

man

Ja, dat ben ik.

Gerrit

Ja maar u bent natuurlijk totaal ongeschikt voor die rol! (kijkt in script) Wie heeft u eigenlijk be-

[p. 228]

steld? Moet je nou toch es zien...

shot hulpeloos kijkende schaars geklede oude man

Dat moet nou zorgen voor een verantwoord aangrijpend commercieel succes! Dat kan écht niet hoor meneer. Dat gaat niet door. (tot de kijker) Daar krijgen we gedonder mee...

Wacht! In plaats van u doen we gewoon veel hooi in de kribbe, dan zie je helemaal niet dat er niets in ligt. (propt stro in de voederbak)

man

(verontwaardigd) Dat neem ik niet meneer! (gooit het stro er weer uit) Ik ben speciaal gekozen voor die hoofdrol, trouwens m'n hele familie zit vanavond te kijken.

Gerrit

Hou op met dat gezeur! Ik deel hier de lakens uit. U moet toch zelf ook in zien dat u onmogelijk voor een pasgeboren baby kunt doorgaan. Bovendien...

herder 1

Nou, voor mij kan die best hoor.

herder 2

Dat maakt voor ons niks uit.

herder 3

Onze tekst blijft precies hetzelfde.

herder 4

Als we ons geld maar krijgen.

Gerrit

Bovendien bentu sowieso ongeschikt, u bent dik in de zestig! En u weet evengoed als wij allemaal men knikt beamend

dat Jezus niet ouder dan 33 jaar is geworden.

man

Daar is mij nooit iets van verteld!

Hè, wat jammer nou. Ik kan wel huilen...

Maria

(kwaad) Als hij niet mee mag doen, doe ik ook niet meer mee. Dan moet u (doelt op Gerrit) maar zien hoe u het zonder ons klaarspeelt.

Jozef

(tegen zijn vrouw) Doe nou maar gewoon wat er van je verlangd wordt, als wij ons geld maar krijgen.

Maar ik krijg ineens een idee! (tot Gerrit) Kan mijn zoontje Otto die rol niet overnemen? En dan speelt meneer hier (doelt op de oude man) een extra Wijze uit het Oosten.

Wijze 1

Er kwamen

Wijze 2

slechts dríé Wijzen

Wijze 3

uit het Oosten. En bovendien kom ik uit de West.

Jozef

U denkt toch niet dat u met z'n drieën alle wijs-

[p. 229]

heid in pacht heeft, wel? Dan komt meneer hier gewoon wijs uit het Westen ofzoiets.

man

Zeker in dit pak!

Maria

(tot Jozef) Maar uw zoontje is toch ook al twaalf? En hij is ook nog brildragend. En hij heeft last van hooikoorts.

Jozef

Wat geeft dat nou! Het gaat om het idee. Als de mensen maar klappen.

dit wordt beaamd

man

Maar dán kan ik het netzogoed weer doen!

Gerrit

Ja hoores, dan kan ik er netzogoed zélf in gaan liggen! (tegen bokje) Ik ben helemaal in de war geraakt door al dat gehaarewar. Ik zal deskundig advies moeten inwinnen. (loopt naar een hoek, pakt de hoorn van een telefoontoestel, draait een nummer en luistert)

de spelers worden lawaaierig

Koppen dicht!

telefoon

Hallo? Wie daar?

Gerrit

Pardon? Ja ziet u, ik heb hier iemand die denkt dat hij het kindeke kan doen? Wat vindt u daarvan?

telefoon

Bekeert u! Hel en Verdoemenis! Het Einde der Tijden is nakende! Bekeert u van de zondigheid des vleses en de geneugten des levens! Want Gods straf zal vreselijk zijn!

Gerrit

Huh?

Fred Haché stapt de kerststal binnen

Fred

(wenkt naar iets buiten beeld) Ja! Komt u maar! Rijden maar! Achteruit! Ruimte zat! Ja, ja, prachtig!

een grote vrachtwagen van de Belgische Visch-Industrie F. Walvocht uit Antwerpen rijdt achterwaarts de kerststal omver en plat, de spelers rennen in paniek weg

(leest) Eet meer visch, omdat het zoo lekker is!

Prima de Luxe! (stapt bij de bestuurder in de cabine, wrijft zich vergenoegd in de handen)

Barend Servet rent de vernielde kerststal binnen, ziet Fred in de cabine zitten

Barend

Fred! Fred! Heb je het al gehoord?

Mijn nieuwe grammofoonplaatje is uitgekomen!

[p. 230]

de vrachtwagen trekt grommend op

(krabt op z'n hoofd)?!

[trompetgeschal, Sjef temidden van de heren musici in de orkestbak, na een korte instrumentale introductie klinkt zijn heldentenor

Sjef

Wilhelmus van Nassouwe,

Ben ick van Duytschen bloet,

Het Vaderlandt ghetrouwe

Blyf ick tot in den doot.

Een Prince van Orangien

Ben ick vry onverveert,

Den Coninck van Hispaengien

Heb ick altijt ghe-eert.

instrumentaal intermezzo

Myn schilt ende betrouwen

Syt ghy, o Godt myn Heer,

Koningin

*

(kregel) Zo is het wel genoeg, heren!]

onze Vorstin zit, keurig gekleed in een smaakvol mantelpak, voor een achtergrond van rode velours gordijnen, in een antieke stoel in de nabijheid van een door een exclusieve bloemisterij geleverd kerststuk, op de salontafel twee gouden kerstballen, een bijbeltje, en een glaasje sherry

Landgenoten. Het is weer Kerstmis geweest.

[Alweer onze Vorstin? Zult u zeggen. Was zij niet gisteren op de radio? Jawel. Maar ik voelde me gisteren niet goed, waardoor mijn boodschap navenant uitviel.

Het is mij dan ook een grote eer, dat de directie (kijkt even opzij) mij heeft aangeboden opnieuw een Kerstboodschap af te steken,]

en dat nog wel op de televisie. (slaat bladzijde om) En dat nog wel op de televisie.

Vrede op Aarde, in de mensen een welbehagen. Wat betekent zo'n zin vandaag de dag nog voor ons. Kúnnen wij nog Kerstmis vieren. In deze tijd, deze roerige tijd vol oorlog en vrede, armoede maar ook rijkdom en menselijke nood.

Beseffen wij eigenlijk wel wat dat betekent?

[p. 231]

Kunnen wij iets doen voor elkaar?

Want juist in kleine hulpvaardigheden ten opzichte van elkander, is Kerst.

O, ik weet wel, het is vaak o zo moeilijk van elkaar te leren en waarderen.

Wij zullen ons allerlei economische beperkingen dienen op te leggen en iets van onze welvaart prijsgeven. Ook zullen de accijnzen op diverse goederen drastisch omlaag moeten, teneinde de prijsspiraal gelegenheid te geven zich te ontspannen, zich te herstellen van een percentuele niveauverschil, met alle gevolgen vandien.

En waar is dat nu voor nodig? Waar moet dat heen? Vraagt de hedendaagse mens zich af. Het antwoord is maar één simpel woord, dat is namelijk Vrede, Vrede op Aarde, in de mensen een welbehagen, aan mensen van goeden wil. Die wij allemaal kunnen zijn, u, zowel als wij. (glundert en zwijgt even)

Sjef

(duikt op) Nú ik weer. Dames en heren.

Koningin

(ontstemd) Wij herinneren ons niet dat wij u iets gevraagd hadden.

Sjef

Pardon... (maakt zich uit de voeten)

Koningin

(na een korte pauze) Daarom, wéér Kerstfeest dit jaar. Want de betekenis voor ons allemaal is van grote waarde voor ons menszijn, en ik hoop dat wij samen, terwijl u geniet van den Kerstmaaltijd en de kaarsjes flonkeren in de kerstboom, ook daarlángs wil kijken, naar de diepere betekenis van het kerstgebeuren an sich, en dat zult herdenken, herkénnen, én er naar leven. Ik dank u. Ik dank u. Dank u.

 
koor
 
Juliana, Juliana, Juliana!

Sjef staat glunderend te zingen in de orkestbak

 
Sjef
 
Juliana, onze Vorstin
 
Juliana, Koningin
 
Juliana, wij houden van jou
 
Juliana, wij blijven trouw

door het eerste couplet van Sjefs lied heen heeft onze Vorstin nog een mededeling

Koningin

En ik hoop dat u met deze boodschap mijn toespraak van gisteren voor niet uitgezonden wilt

[p. 232]

houden, want daar is deze dus voor in de plaats gekomen. (staat op) Zo, nu gauw mijn gouden muilen ophalen... (verdwijnt)

 
Sjef
 
Ons landje is maar klein
 
maar het is er heel fijn
 
een vreugde om er te zijn
 
En wij weten van geen wijken
 
daar achter de duinen en dijken
 
Want wij hebben de de liefste
 
Vorstin van deez' aard
 
En dat, dat is ons heel wat waard

accordeon-intro

 
Juliana, onze Vorstin
 
Juliana, Koningin
 
Juliana, wij houden van jou
 
Juliana, wij blijven trouw

accordeonloopje

 
Wij zijn het zo dikwijls oneens met elkaar
 
doch verbonden in tijd van gevaar
 
Wij hebben een groots verleden gekend
 
Wij hoeven hier geen president
 
Want wij hebben de liefste
 
Vorstin van deez' aard
 
En dat, dat is ons heel wat waard

duet van saxofoon en trompet

 
Juliana, wij houden van jou
 
Juliana, wij blijven je trouw
 
koor
 
Juliana, Juliana, Juliana!
Sjef

Onze Vorstin!]

Fred en Barend op een pasbankje temidden van een berg schoenen in een rommelige, ouderwetse schoenenzaak, om hen heen dribbelt een zenuwachtige, bijziende winkelier

Fred

(past schoenen) Ik neem deze gaatjesmodel, want ik heb nogallast van zweetvoeten, hetgeen, zoals u zult begrijpen, in de gaten loopt.

Barend

(gespt sandalen dicht) Ach, wilt u mijn óúde schoenen in de doos doen ja? Want ik heb er toch niets meer aan, eh... hoewel...

Fred

(staat op) Nieuwe schoenen, een nieuw geluid. Daar zal de pers van opkijken. (loopt rond) Barend loopt hem achterna

[p. 233]

Daar zal ik het een eind mee schoppen, haha.

(begeeft zich achter de toonbank, glijdt uit, verdwijnt erachter) Hel en (komt weer tevoorschijn) Verdoemenis! Welke brutale hond heeft hier poep neergelegd! (trekt de schoenen uit) Grote Goden.

Barend

(enthousiast) Ja, ik had het al van ver zien liggen, ik zag het als het ware aankomen, Fred.

een olijke hond loert om de hoek van een stelling met schoendozen

Fred

Bah! (schraapt met de zool van zijn besmeurde gaatjesschoen langs de toonbank) Nou, die vuile schoenen neem je maar terug, mislukte Molière! Wat moet de pers hiervan denken. Hier! (werpt de schoenen naar de winkelier)

winkelier

(vangt het schoeisel op) Ja maar hoor es meneer, die kan ik zo echt niet terugnemen hoor, er zit allemaal derrie aan. Bah! (legt de schoenen op de toonbank)

Fred

Dan maar zonder schoenen! Beter helemáál geen schoenen, dan eh...

de vetkuivige eigenaar van de galanteriewinkel komt binnen met Ada, niemand let op hen; Fred balt een vuist

(schreeuwt) Laarzen! Duitslederen laarzen, met spekzolen, goed vet en vlug wat. Goeie doortrappers. (merkt Ada op) Waar ken ik u van, mevrouw?

Ada

(klampt zich vast aan de vetkuif) Dat is em...

vetkuif

De schoonste schoen wordt ook een sloffer. Há! (tot Fred) Ach meneer, doet u mij een paar kekke bordeelsluipers. Vlug, of ik schiet uit mijn slof, haha.

winkelier

(verontwaardigd) Zég. Ik ben hier de schoenwinkelier. Ik wou als kind altijd al schoenwinkelier worden, waar mijn vader erg op tegen was. Hij heeft mij steeds afgeraden dat vak te kiezen. Maar ja, ik was eigenwijs, ik moest en zou schoenwinkelier worden, dat leek me toch zo leuk, al die kokette damesbeentjes. En nu slijt ik mijn dagen tussen versleten zolen en hakken, schoenlepels, vette schoensmeer, veters, steun-

[p. 234]

zolen, likdoorns, hamertenen, spreidvoeten, zwemmerseczeem, kalknagels, platvoeten, en het vele, vele zweet. Ik herinner me nog als de dag van gisteren die zweetvoeten van daarnet.

vetkuif

Ja hoores meneer, dat lap ik onder mijn schoenen, haha!

Barend

(staat bij een kast, toont een schoendoos vol met water, het klotst over de rand) Moet je nóú eens kijken! Dat staat hier gewoon. Pollens, zou...

Gerrit

(staat bij het kasregister) Zijn me gympies klaar, Barend!!

Barend + winkelier

Hoe? Eh ja, ze zijn klaar hoor.

een tweede Barend

(staat ineens naast Barend en de winkelier) U kunt ze morgen afhalen. Mag ik uw bon in verband met de belastingen, ziet u. (floept weg)

Barend + winkelier

(tegen elkaar) Gunst, heet u ook al Barend?

Ja, ook toevallig. En hoe is de achternaam dan wel, als ik vragen mag?

Barend

(gelijk met het antwoord van de winkelier) Servet.

winkelier

(gelijk met het antwoord van Barend) Pikhaak.

Barend

Hoe?

winkelier

Pikhaak. James Pikhaak. Mijn vader noemde mij zo. Zo sta ik ook ingeschreven bij de Burgelijke Stand en de Kamer van Koophandel, begrijpt u wel.

Gerrit begrijpt er niets van

Barend

Verdomd interessant.

klap van de deur, glasgerinkel: Sjef van Oekel is binnengekomen, iedereen kijkt hem aan, Ada veert op van het pasbankje

Sjef

(kijkt bezorgd naar de kapotte ruit van de deur) Godverdomme, dondersteent me daar die hele ruit naar de klote. Ach pardon reeds. (trekt een vriendelijk gezicht, wendt zich tot Ada) Ach, mijnheer Pikhaak, reeds! Mag ik even ja? (tot de winkelier) Ach mijnheer daar!

Ada

Pardon?

vetkuif

Wie de schoen past, trekke hem aan! Há!

[p. 235]
Sjef

Heren, heren, heren, ik heb namelijk eergisteren hier, bij mijnheer Pikhaak hier... Klopt dat? Reeds?

winkelier

Jazeker.

Barend

(heeft ergens iets ontdekt) Pollens. Hahahaha!

men kijkt nietbegrijpend naar hem om

O pardon.

Sjef

Eergisteren hier schoenen gehaald ja? En moet u nóú eens zien! (toont een voet met een doorgesleten sok)

winkelier

!

Sjef

En ik heb er pas één inleiding mee gehouden, en nu zijn m'n mooie nieuwe schoenen al helemaal tot op de draad versleten, ziet u wel?

winkelier

Potverdrie zeg. Nu al op? Maar ze záten als gegoten, dat zult u moeten toegeven.

Sjef

Dat moet ik toegeven, maar...

winkelier

Nou, lazer dan op, bofkont!

Sjef

(laat harde wind) Maar kan ik dan wellicht even van de toilet gebruik maken, want ik moet zo nodig, ziet u. (strompelt scheetjeslatend naar achteren)

vetkuif

(roept Sjef na) Het naadje van de kous weten! Haha!

een oude uitgebluste man in een vale regenjas komt met een truttige, nadrukkelijk winters geklede vrouw van middelbare leeftijd, de zaak binnen

vrouw

Hallo meneer schoenmaker! U hebt ons opgelicht!

man

Ik heb maar liefst honderdentweeëndertig gulden betaald voor haar eigen oude schoenen.

vrouw

(knikt heftig) Já...

winkelier

Hoezo. Ik weet van niks.

vrouw

Maar het is écht waar! (kijkt naar haar krokodilleleren pumps)

Barend

Hahaha! (staat met een schoendoos in zijn handen)

daar staat onze Vorstin plotseling in de winkel

O pardon. (krabt op z'n hoofd)

iedereen zwijgt eerbiedig

Koningin

Nederland, o Nederland, wat zijn je duinen

[p. 236]

schoon.

(tot de winkelier) Ach ober, zijn mijn gouden muilen reeds opgerekt?

winkelier

Tuurlijk mens...

Koningin

Of zal ik liever eerst mijn opgerekte hoed van de stomerij halen, (kijkt rond) ik zie dat u het erg druk heeft, dus zal ik eerst poseren voor mijn nieuwe serie postzegels. Ze hebben er pas duizend af, ziet u.

Barend

(tot de kijker, verschrikt) Pollens, als we daar maar geen gedonder mee krijgen...

ovationeel applaus, Barend glijdt uit en valt, het licht wordt gedempt, inleidende koor- en orkestklanken, onze vriend wordt met vereende krachten overeind geholpen, hij gaat op het pasbankje staan en barst in zingen uit

 
Pollens, wat een heisa is het hier
 
al dat schreeuwen helpt je toch geen zier
 
Stapelgek wordt men van dat getier
 
Pollens, wat een heisa is het hier

de winkelier haalt de schouders op en gaat de Koningin, die in een stoel heeft plaatsgenomen, gouden muilen passen, Ada staat dom te lachen, de vetkuif neust in kasten, de vrouw met de krokodilleleren pumps vindt wat van haar gading in de berg schoenen, Fred ergert zich aan Barends optreden

 
Op de straat krijgt men het zeer te kwaad
 
Toeters, wielen, bumpers en gepraat
 
Op het strand ziet men geen korrel zand
 
Al die mensen vol met zonnebrand
 
En al die vreemde vogels in het bos
 
Kwetteren er ook maar wat op los

de vetkuif is op een ladder geklommen en gooit allemaal dozen naar beneden, Fred gooit met schoenen terug, Barend zingt dapper door

 
Pollens, wat een heisa is het hier
 
Al dat schreeuwen helpt je toch geen zier
 
Stapelgek wordt men van dat getier
 
Pollens, wat een heisa is het hier

een heilsoldate is binnengedrongen, ze gaat de zaak rond met een blij gezicht en een rammelen-

[p. 237]

de collectebus, Ada past herenschoenen, Sjef maakt een dansje

 
Op kantoor is ook al geen gehoor
 
Opgewonden chefs razen maar door
 
En in het chique restaurant
 
Lijkt men in een gekkenhuis beland
 
's Avonds dat kabaal op de tévé
 
's Zondags beieren er klokken mee

er valt een complete stelling met dozen om, men krijgt ruzie, bekogelt elkaar met schoenen, dozen en winkelgerei, de Koningin schudt haar hoofd

Sjef

Waar heb dat nou voor nodig! Heren, heren, heren!

 
Barend
 
Pollens, wat een heisa is het hier
 
Al dat schreeuwen helpt je toch geen zier
 
Stapelgek wordt men van dat getier
 
Pollens, wat een heisa is het hier

er dansen ineens vijf spiernaakte meisjes om onze zingende TV-ster heen, de oude man kijkt z'n ogen uit, nu wordt het een grote bende in de winkel, James Pikhaak grijpt naar z'n hoofd, Barend weet van geen ophouden

 
Waar men ook gaat of waar men staat
 
Heisa is er steeds van vroeg tot laat
 
Ach zonder heisa zijn wij niet tevree
 
Ja we doen er allemaal aan mee

dat doen ze inderdaad allemaal

 
Pollens, wat een heisa is het hier
 
Al dat schreeuwen helpt je toch geen zier
 
Stapelgek wordt men van dat getier
 
Pollens, wat een heisa is het hier

fade-out;

[fade-up: Barend Servet, de onheilsprofeten, de Koningin, het echtpaar uit de schoenwinkel, Ada, Fred Haché, Charlotte, Sjef van Oekel, en de dominee staan plechtig op het podium van het kleurrijke showdecor, en zingen ernstig, met stijlvolle begeleiding uit de orkestbak

 
Ere zij God
 
Ere zij God
 
In den Hoge
[p. 238]
 
In den Hoge
 
In den Hoge
 
Vrede op aarde
 
Vrede op aarde
 
In de mensen een welbehagen
 
Ere zij God in den Hoge
 
Ere zij God in den Hoge
 
Vrede op aarde
 
Vrede op aarde
 
Vrede op aarde
 
Vrede op aarde
 
In de mensen
 
In de mensen
 
Een welbehagen
 
In de mensen
 
Een welbehagen
 
Een welbehagen
 
Ere zij God
 
Ere zij God
 
In den Hoge
 
In den Hoge
 
In den Hoge
 
Vrede op aarde
 
Vrede op aarde
 
In de mensen een welbehagen
 
Amen
 
Amen

men blijft nog even eerbiedig staan, dan verlaat men behoedzaam het podium, alleen Sjef blijft achter,] hij loopt naar de coulissen en zet daar een 45-toerenplaatje op, luistert aandachtig, prevelt mee

 
Sjefs stem
 
Zoveel ellende in deze wereld
 
Zoveel geluk dat wordt verstoord
 
Zoveel tranen in ons leven
 
Zoveel zorgen brengt het voort
 
koor
 
Zoveel ellende op deze wereld
 
Zoveel geluk dat wordt verstoord
Sjefs stem

Ach jasses, wat duurt dat lang. Prachtig gewoon, hè.

 
koor
 
Zoveel zorgen brengt het voort

vervuld van allerlei gedachten verlaat nu ook Sjef

[p. 239]

het podium; het gezelschap komt inmiddels aan in een verlaten restaurant Vrij Berlijn, de plaat van Sjef klinkt daar hol door; men neemt plaats, ook Sjef voegt zich weer bij hen

 
Sjefs stem
 
Waar heb dat nou voor nodig
 
Zo raakt men in de put
 
Dat is toch overbodig
 
Dat heb totaal geen nut
 
Waar heb dat nou voor nodig
 
Zo raakt men in de put
 
Barend
 
(Dat is toch overbodig) Eigenlijk heet ik gewoon
 
(Dat heb totaal geen nut) IJf Blokker. Hoe heet u?
 
koor
 
Waar heb dat nou voor nodig
 
lange profeet
 
(Zo raakt men in de put) Ik wou dat ik dood was.
 
korte profeet
 
(Dat is toch) Ik ook! (valt neer) (overbodig)
 
koor
 
Dat heb totaal geen nut

saxofoonsolo

lange profeet

Ach ober, doet u mij een kopje koffie, of laat maar.

Sjef

Dan zal ik het decor veranderen. (ontsteekt een sterretje)

zwijgend laat het gezelschap een tijdje Sjefs stem met de bombastische koor- en orkestbegeleiding over zich heen gaan

 
Sjefs stem
 
Waar heb dat nou voor nodig
 
Zo raakt men in de put
 
Dat is toch overbodig
 
Dat heb totaal geen nut
 
Waar heb dat nou voor nodig
 
Zo raakt men in de put
 
Dat is toch overbodig
 
Dat heb totaal geen nut
 
Waar heb dat nou voor nodig
 
Zo raakt men in de put
 
Dat is toch overbodig
 
Dat heb totaal geen nut
 
Waar heb dat nou voor nodig
 
Barend
 
Zo raakt men (in de put) In Den Haag daar woont
 
een (Dat is toch overbodig) graaf en z'n zoon
 
heet Jantje
 
Dat heb totaal geen nut
[p. 240]
 
Waar heb dat nou voor nodig
 
Zo raakt men in de put
 
Dat is toch overbodig
 
Dat heb totaal geen nut (fade out)
Fred

Is er een dokter in de zaal? Fijn harmonica spelen enzovoorts!

na ± 15 seconden stilte rolt er een zilverkleurige bal ø 65 cm het restaurant binnen, daarop verschijnt na enige tijd een fotograaf, hij maakt vanaf statief een groepsfoto, blijft verstard met omhooggeheven flitslamp staan, daarop begint langzaam het gehele restaurant angstwekkend te hellen, een grote versierde kerstboom valt om; een zwarte hond besnuffelt de vloer

Sjef

En een kuiltje jus. (barst in snikken uit)

Anna! Anna!

langzame fade-out, beeldvullende witte titel in het zwart: WAAR HEB DAT NOU VOOR NODIG

[p. t.o 240]



illustratie