|
|
|
| |
| | | |
Journalist, 48 jaar - Amsterdam
Februari 1941
- Zondagavond is het begonnen. Een paar hysterische wijven, in gezelschap van enkele NSB-ers en, naar men zegt - een paar soldaten der Duitse weermacht - trokken door de Jodenbreestraat. De dames sloegen met bijlen alle ruiten in, die ze passeerden. Het was donker en stil op de Jodenbreestraat. Rinkelend vlogen de ruiten aan scherven, kletterend vielen ze op straat en in de etalages. Dat was de eerste aanslag op de Jodenbuurt, dat was een ‘demonstratie’ tegenover het joodse proletariaat, dat was de overrompeling. De wijven gillachten, de kerels schaterden.
Angst sidderde door de ouderen, woede vlamde in de harten der jongeren. Voor het Tip-Top theater liet de directeur alle lichten doven en de hekken sluiten. Directeur Kronenburg kwam op het toneel om zijn publiek te verzoeken zich in de pauze niet buiten het theater te begeven. Onder de mensen viel de stemming van het pogrom.
Maandag ontwaakte de veerkracht en de jonge joden gingen zich onder leiding organiseren. Er waren kerels op de Jodenbreestraat, geoefende worstelaars en boksers en zij durven hun man in de ogen te zien. Maandagmiddag en -avond werd er gevochten met ijzeren staven en ander materiaal dat te vinden was. Maar onder de NSB-ers waren er, die revolvers droegen. Er zijn toen reeds doden gevallen.
Dinsdag ziedde de buurt. Groepjes schoolden samen. Bangen en dapperen. De bangen dropen af, de moedigen bleven. Er werd op de markt gevochten. Tussen de joden liepen Jordaners, die naar de buurt gekomen waren om te helpen als 't nodig was. Het wás nodig.
- 't Is beter, dat wij 't zaakje opknappen, dan jullie, zei er één.
- Geeft niet, antwoordde een jonge jood. Of jullie het doen of wij - de schuld krijgen wij toch!
In de bocht van de Zwanenburgwal, vlak bij de halte van lijn 8 stond een man met een mosselenkar. Hij schreeuwde NSB-frasen. Een paar stevige Jordaners pakten hem beet en wierpen hem met kar en al de gracht in.
Van een tweede étage schreeuwde een N.S.B. er een serie beledigingen. Een paar mannen gingen naar boven, sloegen zijn huisraad kort en klein en hem voor de eerste maanden het gasthuis in.
In de nacht van Dinsdag op Woensdag werd er aan beide zijden geschoten en vielen er aan beide kanten doden. De Grüne Polizei
| | | |
stelde zogenaamd een onderzoek in. In waarheid hielp ze de N.S.B-ers. De gevechten duurden de hele nacht.
Woensdag was de jodenbuurt van de overige stad afgesloten. De bruggen waren opgehaald en op de belangrijke punten stonden Amsterdamse verkeersagenten. Men zegt, dat binnen de jodenbuurt de Grüne stond met mitrailleurs. De Amsterdamse politie doet niets! Ze zet alleen de buurt af. Op wiens bevel? Niemand mag erin of eruit. En wat gebeurt daar binnen in dat afgezette gebied?
In de krant stond vanavond (Woensdag):
ongeregeldheden te amsterdam
Na uitgebreid onderzoek zullen mededelingen volgen
Van onze correspondent. 's Gravenhage, 12 Febr.
In verband met ongeregeldheden, welke de laatste dagen te Amsterdam zijn ontstaan en die bepaalde politiemaatregelen nodig hebben gemaakt, vernemen wij van Duitse officiële zijde, dat hieromtrent voorlopig nog geen nadere mededelingen kunnen worden gedaan. Deze gebeurtenissen zijn thans aan een ernstig onderzoek van verschillende instanties onderworpen. De bedoeling is na afloop van het onderzoek een officiële mededeling van die gebeurtenissen te doen.’
Lijn 8 en lijn 9, die door de jodenbuurt rijden, zijn omgelegd.
De Amsterdamse politie? Dit is het verhaal van de kruidenier, die turnles geeft aan een club in de Jordaan:
‘Zondagmorgen waren wij met zijn negenen aan het turnen en 't was of ze er de lucht van gekregen hadden, dat we maar met zo'n paar lui waren. De WA kwam opzetten en ze sloegen ons het zaaltje uit. Ze dachten, dat wij van de Arbeiders sportbond waren 't Was een reuzenknokpartij, maar zij waren wel met zijn dertigen. We zijn naar de politie gegaan en daar zeien ze, dat ze de zaak zouden onderzoeken. Ze lieten ons foto's van kerels zien en vroegen of wij er ook van herkenden. Maar eerst hebben ze bij de politie aan ons gevraagd of er ook joden bij onze club waren, want als er joden bij geweest zouden zijn, konden ze er niets aan doen. Er waren toevallig geen joden bij geweest. Joden zijn nou vogelvrij, lijkt het wel!’
Het Tip-Top-theater is gesloten. Vanavond reden er op de Jodenbreestraat twee pantserwagens.
Dinsdagmorgen zagen een paar mannen, dat een N.S.B-er, die op het Waterlooplein zijn speldje van zijn revers genomen had, de Jodenbreestraat opliep en daar het insigne tartend weer op zijn jas
| | | |
stak. Ze pakten hem beet en hielden hem over de brugleuning boven het water van de Keizersgracht. Doodsbenauwd gilde de kerel:
- Niet doen! Niet doen! Ik ben toch ook een mens!
Toen hebben de mannen hem losgelaten, omdat hij een N.S.B-er was en hem er daarna weer uitgehaald, omdat hij beloofd had een mens te zullen worden!
Het is nu Woensdagavond half elf. In de straten van de stad was het de gehele avond zeer stil. De enkele mensen, die er nog liepen, spraken zeer zacht. Ook de trams hadden weinig passagiers. Over de stad hangt dreiging. De sfeer is geladen. Er is angst en woede en de haat domineert. Men wacht. En niemand zou precies kunnen zeggen waarop.
Er gaan geruchten, dat de N.SB ook in Zuid aanslagen voorbereidt. Men is op zijn hoede.
| |
23 Febr[uari]
- Hier noch elders in deze notities is een poging gedaan om de joden voor te stellen als blank onschuldige wezens. Ze zijn het zo min als andere mensen. Als de geest van de tijd een andere zou zijn, zouden we misschien klaar zijn met de vaststelling: een jood is een mens. Als wij nu zeggen: een jood is toch ook een mens, naderen we de tijdgeest iets meer, al zullen velen ook deze formulering trachten te bestrijden. Vele buitenlanders dan, al zijn er ook in Nederland altijd wel enkelen geweest, die de waarheid van ‘ook een mens’ nog betwijfelden.
Ik wil het niet hebben over de joden, die zich al dadelijk na de opening van het ‘Tivoli-theater’ (Tuschinski) blijmoedig daarheen begaven om de ‘feestvoorstelling’ bij te wonen. Joden waren toen immers nog niet ongewenst. Ook niet over dat bepaalde deel van de joodse jeugd, uit de joodse middenstand, dat vreugdevol op het parket van de ‘Tivoli-dancing’ ging trotten of tango-en. Deze lieden vallen buiten onze beschouwingskring. Er zijn andere, betere. Ze wonen in de jodenhoek, in het ghetto, op het Daniel Meyerplein, de weesper- en de jodenbreestraat. Zij hebben vandaag en gisteren met de handen omhoog voor de geweerlopen van de Grüne Polizei gestaan, zij zijn afgeranseld en getrapt en neergeslagen en zij zijn bij tientallen op vrachtauto's geladen en weggevoerd. Waarheen weet niemand. Jonge joden tusschen de 25 en de 40. Want de Grüne
| | | |
Polizei werkte eerst samen en nu voor de W.A van Mussert. En nu de WA het gevecht verloren heeft en zich niet meer intimiderend in de jodenbuurt durft te vertonen, nu komt de Grüne Polizei deze affaire even opknappen. Met gelàden revolvers en geweren, met ploertendoders en gummiknuppels.
Onze Jaap, die in het Tip Top werkte, heeft het gezien. En zelfs zijn sterke zenuwen trilden en sidderden. De veensoldaten zei hij. zoals het op de ergste, de gruwelijkste bladzijden van De Veensoldaten beschreven staat, zo was het. Ik heb het gezien, ik heb het allemaal meegemaakt. De beesten!
Het is eerst stil gebleven na de gruwel vertoning der begrafenis van de WAman Koot, maar de burgerij wist dat er wat volgen moest. De truc is immers reeds te oud en te bekend geworden. Men weet nu langzamerhand wel hoe zoiets geensceneerd en uitgevoerd wordt. Over de biljetten met de oproep tot deelneming aan de propagandabegrafenis hadden sarcastische kenners van de truc in de nacht stroken geplakt: Wegens groot succes, geprolongeerd!’ Een lugubere grap in een nog luguberder situatie.
De lunchroom met joodse eigenaar uit de Rijnstraat, die reeds enkele malen de vernielende opmerkzaamheid der WA benden heeft getrokken, bezit een filiaal in de van Wou. Donderdagavond trokken er een twintig van deze bendeleden heen en eisten toegang. De eigenaar en zijn personeel wisten het geuniformeerde gepeupel buiten te houden en de deur in het slot te gooien.
Toen kwam de Grüne en zij schoot met de revolver de sloten uit de deur. De WA drong binnen, maar de eigenaar die wist wat de bedoeling was, richtte zijn ammoniakspuit op het gespuis, dat weer afdroop. Maar na enige tijd kwam weer de Grüne, nu met gasmaskers, schoot, sloeg en vernielde ... De WA kon zijn gang gaan. De eigenaar en het hele personeel werden gearresteerd. Zij allen zitten nog, de zaak is gesloten...
Dat was de proloog. Het stuk is gisteren en vandaag in de jodenbuurt gespeeld. Gisteren (Zaterdag)middag trok plotseling de Grüne Polizei met overvalwagens de jodenbuurt in en nam alle jonge joodse mannen gevangen. Ze drongen de woningen binnen, omdat ze ... naar wapenen zochten, ze sloegen het publiek het Tip-Top Theater uit en laadden alle jonge joden op vrachtauto's. Van post tot post moesten ze in looppas draven en dan met de handen hoog wachten tot er weer een vrachtauto kwam.
| | | |
Zo was het gisteren van kwart voor vijf tot half zeven, zo is het vandaag weer geweest! (Zondag). De Amsterdamse agenten moeten de hele buurt afzetten opdat de Grüne daarbinnen ongehinderd zijn gang kan gaan...
- Een agent huilde bijna tegen mij van woede en verontwaardiging, vertelde Jaap, maar wat kon hij doen?
En weer zei hij het: Nu heb ik gezien wat beesten het zijn, hoe ze ranselen en trappen. De Veensoldaten, precies als in de Veensoldaten! Dit is het joodse proletariaat, dat zo getrapt en geranseld wordt. Alleen omdat het zich de terreur van de Mussertboeven niet weerloos wilde laten welgevallen, omdat het zich verdedigde. Het gaat niet om joodse onschuld of arische schuld, het gaat om mensen. En niemand doet iets, kan iets doen.......
| |
24 Febr[uari]
- In de jodenbuurt zijn biljetten opgehangen, waarin de bewoners wordt meegedeeld ‘dat de strafexpeditie afgelopen is!’ De ouders en andere familieleden der gearresteerde jonge joden behoeven zich geen zorg te maken, want de ‘gijzelaars’ (zo worden de gearresteerden genoemd!) bevinden zich te Schoorl. De bewoners van de jodenbuurt worden aangemaand hun werk weer op de gewone wijze voort te zetten.
Er is droefheid en verbittering in de straten van de buurt. Er is haat en woede onder de benden Amsterdammers. Het volk heeft het nu gezien, ook als het er alleen maar van gehoord heeft - men weet nu, dat de verhalen, die ongelooflijk schenen, in elke betekenis waar zijn geweest.
Vanavond vlogen er snelle fietsers door de Jodenbreestraat en omliggende straten en stegen. Hun schreeuw klonk langs de huizen:
- Zorg voor water! Morgen staken de arbeiders van gas-, electriciteit en waterleiding! Protesteert tegen de jodenvervolging!
We moeten afwachten. Morgen zullen we 't zien. Is het biljet met ‘maak u niet ongerust’, al een uitvloeisel van de vrees der Duitsers voor de houding der Amsterdamse arbeiders?
En terwijl dit alles geschiedt, terwijl het kookt in de straten en beeft in de harten der mensen, engageren brave lakeien de toneelspelers en artisten voor de Nederlandse omroep. De omroep, die geleid wordt door de lieden, die de beestachtige bedrijvers van de jongste gruwelen hun vrienden, volks- en partijgenoten noemen...
Onder de acteurs trachten deze heren de stemming te kweken
| | | |
van zorg erbij te zijn of je bent te laat. Het is een prachtige vertoning. Als dit van de plannen der arbeiders waar is, wat is dat dan een les die de arbeiders de ‘intellectuelen’ geven... Alleen reeds de poging is een hartverheugende boodschap.
|
|
|