Het handschrift van Slauerhoff is bijzonder moeilijk te lezen. Niet alleen variëren de documenten van moeilijk leesbaar tot (bijna) onleesbaar, maar ook wemelen ze van de spelfouten en verschrijvingen, zijn allerlei woorden willekeurig in losse delen uiteengeschreven, zijn de zinnen voorzien van overbodige of foutieve interpunctie, of ontbreken hoofdletters en interpunctie geheel en al. Ook zijn de alinea's meestal niet aangegeven, beginnen de meeste zinnen op een nieuwe regel, zodat niet duidelijk is waar een nieuwe alinea begint. De typoscripten zijn eveneens van een ongekende slordigheid. Typefouten komen herhaaldelijk voor, evenals verbreking en samenvoeging van woorden; accenten, trema's, weglatings- en afkappingstekens ontbreken veelal en aan het eind van de regels zijn letters en tekens dikwijls niet overgekomen; ook zijn zwart en rood lint soms willekeurig door elkaar gebruikt. Maar wat het lezen van de teksten, zowel in handschrift als in typoscript, vooral bemoeilijkt is de gewoonte van Slauerhoff om correcties aan te brengen door de woorden heen. Zelf bekende hij eens in een vraaggesprek in een Zuidafrikaans blad: ‘Ek skryf 'n handskrif wat ek self nie kan lees nie en die tikmasjien is altyd kapot.’ (Ik had het leven me anders voorgesteld. J. Slauerhoff in vraaggesprekken en herinneringen, bezorgd door Dirk Kroon, blz. 28) Dat dit geen loze uitspraak is, blijkt uit de vele verduidelijkingen die hij zelf in zijn manuscripten heeft aangebracht, kennelijk uit vrees de tekst later niet meer te kunnen reconstrueren. Wanneer een auteur zoveel moeite heeft zijn eigen teksten te lezen, hoeveel te meer zal dit het geval zijn bij anderen die deze teksten onder ogen krijgen. Het handschrift is ook verraderlijk en misleidend. Als voorbeeld, uit zeer vele: het woord etenswaren lazen de editeurs aanvankelijk als duiven, later als chinawaren.
Niettemin zijn de editeurs van mening, dat zij er over het algemeen in geslaagd zijn de documenten te ontcijferen. Zij laten echter nadrukkelijk ruimte voor de mogelijkheid dat zij zich hier en daar hebben vergist. Deze erkenning ligt ten grondslag aan de beslissingen die zij moesten nemen ten aanzien van de wijze van editeren. Zij zijn uitgegaan van de volgende stelregel: de documenten in kwestie moeten zoveel mogelijk zo worden gereproduceerd dat de gebruiker van de editie zijn eigen conclusies kan trekken omtrent de bedoeling van de tekst.
De editeurs hebben er daarom naar gestreefd de teksten zo ‘natuurgetrouw’ mogelijk weer te geven, dat wil zeggen: met minimale ingrepen in wat het lezend oog waarneemt, maar anderzijds de leesbaarheid van de editie waarborgend. Bovendien is iedere beslissing consequent uitgevoerd, zodat dubbelzinnigheid werd vermeden. Ten slotte zij opgemerkt dat de gebruiker van de editie nu een goede indruk krijgt van de toestand waarin het tekstmateriaal zich bevindt.
Volledige controleerbaarheid van de transcriptie is uiteraard alleen te verkrijgen als de documenten integraal in facsimile worden gepresenteerd. Dat dit de uitgave te kostbaar zou hebben gemaakt, behoeft wel geen betoog. Wie deze controle wil uitvoeren, zal dan ook de documenten zelf moeten raadplegen.
Op grond van het bovenstaande zijn de volgende beslissingen genomen:
In de manuscripten zijn de spelfouten en verschrijvingen niet verbeterd. Het is immers mogelijk dat de editeurs de tekst ter plaatse verkeerd hebben gelezen. Om te voorkomen dat de gebruiker van de editie zou denken aan een zetfout, is achter of in het verkeerd geschreven woord met behulp van vierkante haken de correcte spelling gegeven:
gevoelt [lees: gevoeld]
waait [lees: waant]
nauwelijks[ch]
omt[t]rekken
Alleen als in een tekst een kleine letter in plaats van een kapitaal is gebruikt, of omgekeerd, voorts bij ontbrekende koppeltekens, accenten en trema's, en bij overbodige apostroffen in sommige meervoudsvormen, blijft de correctie achterwege, ter wille van de leesbaarheid van de editie: te veel onderbrekingen werken hinderlijk.
In de typoscripten zijn de meest in het oog vallende spelfouten en verschrijvingen wèl stilzwijgend verbeterd. Hier immers is het letterbeeld ondubbelzinnig. Om de gebruiker toch een indruk te geven van de toestand waarin de typoscripten zich in dit opzicht bevinden, is voor de twee bladen van document B-I, namelijk [1] en [2], een uitzondering gemaakt. De desbetreffende plaatsen zijn daar in de noten gesignaleerd.
Het afkappingsteken - bij 't in plaats van het, 's in 's morgens - is door Slauerhoff in de meeste gevallen weggelaten. De editeurs hebben gemeend hierin geen verbeteringen te moeten aanbrengen. Liever wilden zij het tekstbeeld in dit opzicht intact laten, zoals ook zoveel mogelijk is gebeurd ten aanzien van de leestekens (zie hieronder).
Zo nu en dan plaatste Slauerhoff inderdaad een punt of een komma waar die behoort te staan, maar talloos zijn de gevallen waarin deze tekens ontbreken. Ook gebruikte hij dikwijls een liggend streepje, soms twee, een enkele maal drie liggende streepjes boven of naast elkaar, in plaats van een punt of een ander leesteken, of gebruikte hij een punt in plaats van een komma, en een puntkomma in plaats van een dubbelepunt. Ten slotte had hij de gewoonte een punt of een liggend streepje te schrijven waar ze niet horen te staan, op willekeurige plaatsen in een zin. Als we hierbij voegen dat aan het begin van een nieuwe zin dikwijls een kleine letter is geschreven in plaats van een hoofdletter, dan ligt de conclusie voor de hand, dat in zeer veel gevallen niet met zekerheid is uit te maken hoe een passage volgens de bedoeling van de auteur geïnterpungeerd moet worden. Aan het eind van wat een volzin zou kunnen zijn, die eindigt met een punt, volgt bij voorbeeld géén hoofdletter. Men kan dan zowel ‘punt gevolgd door kapitaal’ lezen, als ‘komma gevolgd door kleine letter’, of zelfs ‘puntkomma of dubbelepunt gevolgd door kleine letter’. De editeurs hebben daarom besloten de interpunctie uit het document te handhaven. Een uitzondering wordt gemaakt voor die leestekens die beslist geen enkele functie kunnen hebben - bij voorbeeld die welke midden in een woordgroep staan; deze ‘leestekens’ zijn niet overgenomen. Ook wordt een vraagteken dat onderaan één of twee liggende streepjes bevat in plaats van een punt,
weergegeven als een gewoon vraagteken. En de liggende streepjes, die in de teksten van verschillende lengte zijn, worden steeds weergegeven als korte liggende streepjes, ook al zouden ze geïnterpreteerd kunnen worden als gedachtenstrepen. Het staat dus aan de lezer Slauerhoffs interpunctie te interpreteren zoals hem dat het beste voorkomt. Dat hiermee een enigszins vreemd zinsbeeld is ontstaan, hebben de editeurs voor lief genomen. Zij troosten zich echter met de gedachte, dat nu in de transcriptie het stempel van Slauerhoff beter bewaard is gebleven.
Ieder woord dat de editeurs aan de oorspronkelijke tekst hebben toegevoegd, staat cursief tussen vierkante haken:
[open ruimte]
[lees: woord]
Wanneer de weergave van een woord onzeker is, wordt dit aangeduid met een cursief vraagteken tussen vierkante haken, onmiddellijk achter het woord in kwestie:
woord[?]
Wanneer een woord voor de editeurs onleesbaar is, wordt dit aangegeven met een cursief vraagteken tussen vierkante haken, maar op zichzelf staand:
woord [?] derde woord
Een overbodig woord wordt in romein tussen vierkante haken afgedrukt:
een paar duizend Portugeezen met [met] dienaars
Een door Slauerhoff geschrapt tekstdeel krijgt vooraan een minteken en staat tussen scherpe haken. Als het een los woord, een zin of een alinea betreft, worden de scherpe haken respectievelijk voorafgegaan en gevolgd door spatie:
De wolken 〈- zijn〉 hebben duidelijke omtrekken
〈- op〉 enkele 〈- plaatsen〉 straten vertoonen
〈- zin of alinea.〉
Als Slauerhoff het vervangende tekstdeel aan het geschrapte deel vast schrijft, is geen spatie aangebracht waar die in het manuscript ook niet voorkomt:
〈- on〉gezond
〈- tr〉oogen
Eén of meer voor de editeurs onleesbare letters worden door een ‘x’ aangegeven en tussen vierkante haken geplaatst:
[x] [xxx]
Wanneer dit geschrapte letters betreft, is dit aangegeven met:
〈- x〉 〈- xxx〉
Wanneer Slauerhoff een tekstdeel heeft toegevoegd, hetzij in de regel, hetzij onder of boven de regel, hetzij in de marge of op de versozijde van een blad (maar dan als onderdeel van de hoofdtekst), wordt dit bij gelijkblijvend schrijfmateriaal aangegeven met een plusteken vóór het woord in kwestie, dat bovendien tussen scherpe haken is geplaatst:
〈+ door〉
mensch〈+ en〉
Wanneer met ander schrijfmateriaal, dus ongetwijfeld in een volgende schrijffase, een tekstdeel is toegevoegd, wordt dit tussen schuine strepen geplaatst:
vijandin/nen/
De omvang van deze toegevoegde tekstdelen kan variëren van één letter tot een gehele pagina.
Wanneer zowel een tekstdeel is geschrapt, als een tekstdeel is toegevoegd, zijn de volgende combinaties mogelijk:
(met hetzelfde schrijfmateriaal) 〈- plaatsen〉 〈+ steden〉
(met verschillend schrijfmateriaal) 〈- danshuizen〉 /gesloten huizen/
(eerst toegevoegd, vervolgens geschrapt) 〈- 〈+ onder〉〉
Wanneer een tekstdeel door een ander tekstdeel heen is geschreven, wordt dit op dezelfde wijze aangegeven als de schrapping van een woorddeel zonder gebruik van spatie. Het dooreenschrijven levert de lezer immers geen extra informatie:
aller〈- g〉hoogst
〈- x〉Antonio
〈- het〉de
〈- .〉,
Maar: 〈- dorpen〉,
Idem, maar met ander schrijfmateriaal:
〈- a〉/A/chter
〈- en〉/Daar/
Een kennelijk onvoltooide letter aan het eind van een verworpen woorddeel wordt getranslittereerd als een volledige letter, tenzij hij door de editeurs niet kon worden geïdentificeerd; in dat geval wordt hij verwaarloosd.
In de linker marge staat het nummer van de desbetreffende bladzijde van het document. Wanneer deze nummering niet door Slauerhoff is aangebracht, staat het cijfer cursief tussen vierkante haken:
[1], [2] enz.
Binnen een regel wordt de grens tussen twee bladzijden aangegeven met een dubbele verticale streep:
11 die de stille straten zal vullen met luidruchtig || zeevolk etc.
Met een enkele verticale streep wordt het einde van een regel aangeduid.
De meeste volzinnen beginnen bij Slauerhoff, zoals reeds werd opgemerkt, voor in de regel, zonder dat sprake hoeft te zijn van een nieuwe alinea. Het is dus niet altijd uit te maken waar een nieuwe alinea door Slauerhoff is bedoeld. Daar waar Slauerhoff door middel van inspringen duidelijk heeft aangegeven waar hij een nieuwe alinea wenste, is dit door de editeurs aangegeven met een vierkant wit voor in de regel. Daar waar hij de tekst niet laat inspringen bij niet-uitgevulde voorafgaande regel, is bij de weergave van de tekst eveneens niet ingesprongen en is de voorafgaande regel eveneens niet vol gemaakt. Daar waar de auteur een volzin voor in de regel begint bij een uitgevulde voorafgaande regel, is zijn bedoeling op geen enkele wijze af te lezen. Deze onzekerheid is gesignaleerd door middel van een vierkantje aan het begin van het desbetreffende tekstdeel. Wanneer de editeurs hebben besloten tot een nieuwe (niet-ingesprongen) alinea, staat het vierkantje dus aan het begin van de regel, bij de
nieuwe alinea; als zij hebben gemeend dat het beter is de tekst te laten doorlopen, staat het vierkantje ergens binnen de regel. Om verdere onzekerheid te voorkomen, is door de zetter zorggedragen dat geen regel volloopt wanneer hij gevolgd wordt door een nieuwe volzin voor in de regel of door een nieuwe volzin voorafgegaan door een vierkantje voor in de regel. Ook heeft de zetter vermeden dat combinaties als 〈- woord〉〈+ woord〉, 〈- woord〉/woord/, 〈- letter〉woord en dergelijke, dus combinaties zonder spatie, aan het eind van de regel worden afgebroken na de tweede haak.
Indien een document er aanleiding toe geeft dat van deze principes wordt afgeweken, wordt dit ter plaatse verantwoord.
Ieder document is voorzien van een notenapparaat, waarin toelichting wordt gegeven op tekstdelen van geringe omvang. Zoals gebruikelijk is, staat het nummer van de noot achter het woord dat verklaring behoeft. Soms echter staat het nummer vóór een woord. Dit is het geval wanneer gegevens van handschriftelijke aard moeten worden toegevoegd; zij betreffen dus het tekstdeel dat op het nummer volgt.