1425. Dat is (oud) lood om oud ijzer,
d.w.z. dat is volmaakt hetzelfde; die ruil levert geen voor- of nadeel op; eig. de eene waar wordt verruild tegen de andere van ongeveer dezelfde waarde.2) Zie Sart. II, 10, 79: loot aen oudt yser; sulcke groet, sulck antwoort, die het opvat in den zin van: met gelijke munt betalen, op dezelfde wijze behandelen, zooals ook blijkt uit III, 5, 97: Loot om oudt yser, ubi quis similia similibus pensat. Tuinman I, 122, 197 en 358 stelt deze uitdr. gelijk aan lap om leêr. Bij Halma, 323 wordt duidelijk de tegenwoordige bet. er aan gehecht; hij verklaart dat is lood om oud ijzer door dat is slegt voor slegt, of die ruiling geeft geen voordeel, c'est pain pour fouace, ce troc n'est pas avantageux; C. Wildsch. VI, 62: ik ruil geen oud lood om oud ijzer; I, 312: t' is oud ijzer om oud lood; Harreb. I, 360. Vgl. Smetius, 188: het is een panneken om een potteken, - een knechtjen om een meysjen (vgl. Joos, 78: 't een is pot en 't ander panne); het 17de-eeuwsche gorre om guil (vgl. hd. Gurre wie Gaul); t' is vuile boter om gore kaas (Hist. d. Queesters, 3103)); t' is vuil vet en vuile boter4); vlaai om struif; het Vlaamsche dat is zeven om zeven (Joos, 84); de eene is puit en de andere padde (Waasch Idiot. 539); het Zaansche: 't is van den korf in den lapzak (Boekenoogen, 558 b); spek om spinde (Harreb. II, 285); pissebed weg, kakkebed weerom (De Vries, 88; Ndl. Wdb. VII, 897; vgl. H.v.Z. 64: Je zal wel niet slechter dan andere zijn - pissebed of kakkebed); de eene is pot en de andere is ketel (zie Antw. Idiot. 993; 1379; Teirl. 201); Sewel, 735: sop en geweekt brood; het Friesche gúl (gyl of goes) oan (om) goarre, treant oan toarre of lape om loarre, merrie om hengst, hommel om tor; súpe wirdt boarch for waei, karnemelk stelt zich borg voor wei; hui is karnemelks borg (C. Wildsch. II, 153; Gunnink, 177); waai borg f'r karnemelk (in Menschenw. 33); koek om vijgen (Harrebomée I, 426 a); oostfri. wei is