Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden (4de druk)


auteur: F.A. Stoett


bron: F.A. Stoett, Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden. W.J. Thieme & Cie, Zutphen 1923-1925 (vierde druk).  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

1456. Maf,

d.i. slaap, waarnaast een wkw. maffen, slapen, bronzen (o.a. Lvl. 382, een ww. dat onder soldaten en studenten vrij gewoon is; waarschijnlijk

[p. 3]

hangt dit woord samen met het dial. bijv. naamw. maf, slap, krachteloos, flauw, wisselvom van mak (zie no. 1319 en 1341). Voor bewijsplaatsen zie Köster Henke, 42: maf, slaap; V. Ginneken I, 498; Ndl. Wdb. IX, 88; St. L. 57: In 't diepst van z'n maf; Landl. 327: 'k Val om van de maf; Falkl. V, 228: Ik heb maf; VI, 15: Wat had-ie een maf; Jord. 30: De schommeljongens leken in maf verzonken; Nkr. VII, 8 Nov. p. 4: Waar zijn de kerels? In de maf? Is al het fut verdwenen?; Boefje, 70: Kleine Stientje mag maffie1) doen op z'n schoot; Ppl. 37: We hebben 'n goed maffie gedaan; Kunstl. 8: Dat is heel slecht van meneer M., dat ie je maffie gestoord heb. - Het wkw. maffen komt voor in Boefje, 21; 23; 100; Dievenp. 140; Falkl. IV. 142; VI, 210; Lvl. 37; 295; 299; Menschenw. 207; Nkr. VII, 27 Sept. p. 6:

 
En de wacht - God zal ze straffen! -
 
Ligt juist zaligjes te maffen.

Hiernaast uitmaffen in zijn roes uitmaffen (in Lvl. 309); inmaffen (in D.H.L. 20) en een znw. maffer (= 18de-eeuwsch mafferd, flauwerd?), onderkruiper, in Nkr. VIII, 25 Juli p. 4: Daar onderkruipers maffers zijn; De Arbeid, 10 Jan. 1914, p. 3 k. 3; 28 Jan. 1914, p. 2 k. 1; Handelsblad, 10 Febr. 1923 (O) p. 2: De bewaking duurt voort, het posten wordt ononderbroken voortgezet, nu en dan afgewisseld door solo-of koorzang op het thema: Verráá-jers....Maffers!