was; Goedthals, 53: Het is goet visschen, daert water ghestoirt is, il faict bon pescher en eaue trouble; Idinau, 272:
In trouble water, ist goet visschen.
Alst water beroert is, dan ist goedt visschen.
So werden som rijck in trouble tijden:
Dan siet-men die roer-makers hen eerst uyt-visschen
En in ander-liens schade hen ver-blijden.
T'quaedt werdt wel vergolden met d'eeuwigh lijden.
Ook in Interest v. Holland, 128; 209; Huygens VI, 125: Het oude woort en kan niet missen, in onklaer water is goet vissen; Hooft, Ned. Hist. 583; Pers, 223 a; 846 b: in droef water visschen; Vondel, Leeuwendalers, vs. 934:
Het spreeckwoort zeit: in troebel water is 't goet visschen:
Want geen krackeel zoo klein, men haelt 'er voordeel uit.
Waer slagen vallen, valt gemeenelijck goê buit.
Zie verder Cats I, 458; Tuinman I, 239; Halma, 423; V. Janus, 12; III, 153; Harreb. II, 441 a; III, 359; afrik. in troebel water vis vang; Waasch Idiot. 715: in troebel water visschen, profijt trachten te trekken uit anderer geschil; Antw. Idiot. 2136; en vgl. Joos, 83: vischt terwijl het water blond is; fri. yn tsjok (dik) of troebel wetter is 't goed fiskjen; fr. il fait bon pecher en eau trouble; hd. in trüben Wassern ist gut fischen; im Trüben fischen; eng. it is good fishing in troubled waters (Wander IV, 1808); to fish in troubled (or foul) waters.