Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden (4de druk)


auteur: F.A. Stoett


bron: F.A. Stoett, Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden. W.J. Thieme & Cie, Zutphen 1923-1925 (vierde druk).  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

2529. In troebel water is 't goed visschen.

In troebel waater is het goed vissen, de reeden is, om dat de vis dan minder uitkijk heeft, om sig te wagten: oneigendlijk werd daar door te verstaan gegeeven, dat men in verwarde tijden, en saaken, de beste geleegendheid heeft, om winst te doen’ (Winschooten, 3322)); mlat. flumen confusum reddit piscantibus usum (Werner, 33). Het spreekwoord wordt aangetroffen bij Despars I, 12: Dat in troubel water goet visschen

[p. 483]

was; Goedthals, 53: Het is goet visschen, daert water ghestoirt is, il faict bon pescher en eaue trouble; Idinau, 272:

In trouble water, ist goet visschen.
 
Alst water beroert is, dan ist goedt visschen.
 
So werden som rijck in trouble tijden:
 
Dan siet-men die roer-makers hen eerst uyt-visschen
 
En in ander-liens schade hen ver-blijden.
 
T'quaedt werdt wel vergolden met d'eeuwigh lijden.

Ook in Interest v. Holland, 128; 209; Huygens VI, 125: Het oude woort en kan niet missen, in onklaer water is goet vissen; Hooft, Ned. Hist. 583; Pers, 223 a; 846 b: in droef water visschen; Vondel, Leeuwendalers, vs. 934:

 
Het spreeckwoort zeit: in troebel water is 't goet visschen:
 
Want geen krackeel zoo klein, men haelt 'er voordeel uit.
 
Waer slagen vallen, valt gemeenelijck goê buit.

Zie verder Cats I, 458; Tuinman I, 239; Halma, 423; V. Janus, 12; III, 153; Harreb. II, 441 a; III, 359; afrik. in troebel water vis vang; Waasch Idiot. 715: in troebel water visschen, profijt trachten te trekken uit anderer geschil; Antw. Idiot. 2136; en vgl. Joos, 83: vischt terwijl het water blond is; fri. yn tsjok (dik) of troebel wetter is 't goed fiskjen; fr. il fait bon pecher en eau trouble; hd. in trüben Wassern ist gut fischen; im Trüben fischen; eng. it is good fishing in troubled waters (Wander IV, 1808); to fish in troubled (or foul) waters.