Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden (4de druk)


auteur: F.A. Stoett


bron: F.A. Stoett, Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden. W.J. Thieme & Cie, Zutphen 1923-1925 (vierde druk).  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

2627. Op zand (of op een zandgrond) bouwen,

d.w.z. ‘op lossen grondslag iets ondernemen, een plan vormen, eene verwachting koesteren’; ontleend aan Matth. VII, vs. 26: End een yegelick

[p. 525]

die dese mijne woorden hoort, ende deselve niet en doet, die sal by eenen dwasen man vergeleken worden, die sijn huys op 't zant gebouwt heeft. Zie Zeeman, 483; J.v.d. Veen, Zinnebeelden, XXXII: Soo een stijfkop gink vertrouwen tegen raet van al de lien op de strant te willen bouwen, ieder sal te vooren sien wat het eynde wesen sal, en voorseggen sijnen val; Sewel, 978; Halma, 800; Ndl. Wdb. III, 783 en vgl. de aldaar aangehaalde synonieme verouderde uitdr. op het (ook een) ijs bouwen; mhd. ûf wolken, ûf regenbogen buwen, zimbern; vgl. ook het lat. fundamenta tamquam in aqua ponere; fr. bâtir sur le sable, la boue; hd. auf Sand bauen; eng. to build on sand.