Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden (4de druk)


auteur: F.A. Stoett


bron: F.A. Stoett, Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden. W.J. Thieme & Cie, Zutphen 1923-1925 (vierde druk).  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

2654. Een mensch zijn zin, is een mensch zijn leven,

d.w.z. als men datgene doet, wat men aangenaam vindt, heeft men genoegen in het leven; wanneer men het ambt zijner keuze waarneemt, doet men dat met genoegen; vandaar: ieder moet weten waar hij trek in heeft; Ndl. Wdb. VI, 550. Vgl. Gruterus I, 115; De Brune, 340:

 
Des mensches wil, 't zy arm of rijck,
 
Dat is geheel zijn hemel-rijck.

Snorp. I, 27: Een mensch sen sinlickheyt is sen hemelrijck; Coster, 15, vs. 189; W.D. Hooft, Stijve Piet 2 r: Ien mensch syn sinlyckheit, seghme, is ien mensch syn hemelrijck; Tuinman, I, 231; 304: Ymands zinnelykheid is zyn hemelryk, dat wil zeggen, t' is ymands lust, vermaak en genoegen, wanneer hy 't naar zynen zin heeft; W. Leevend, I, 273: Een menschen zin is een menschen leven; C. Wildsch. IV, 303; Harreb. I, 302 b; Taalgids, V, 168; Ndl. Wdb. VI, 560; Waasch Idiot. 764: 's menschen zin is 's menschen leven; Wander, V, 241; hd. die Lust des Menschen oder des Menschen Wille ist sein Himmelreich (Wander III, 288); eng. a man's will is a man's heaven; my mind to me a kingdom is (Byrd); fri. in minske sin is in minske libben.