Onze landgenoten die hier 't leven niet meemaken en vreemdelingen die hier 't leven niet meemaken en maar uit buitenlandse bladen vernemen hoe 't hier gesteld is - onze nakomelingen ook zullen zich maar moeilijk een denkbeeld kunnen vormen van de geest en de toestand van de bevolking die hier in 't bezette gebied heerst1.
Van die zogenaamde verschrikking is nergens een spoor meer te zien - aan het oppervlak van 't leven gaat alles zijn gewone gang - mag men zeggen - aan 't geen er verteld wordt hier en daar kan men al merken dat de Vlaamse kluchtigheid verre van dood is of onderdrukt - en de nood en de behoefte aan verzet doet zich meer en meer gelden. - We zijn in 't jaargetijde van de dorpskermissen - verleden jaar bleef alles stil en de kermis werd niet genoemd - nu is het al veel veranderd, - openbare feestelijkheden zijn er wel geen - maar toch wordt er gevierd binnenshuis. Er is overkomst2, er is koekebrood3 en taart en in de namiddag wandelen de dorpelingen met hun familieleden door 't veld naar de plaats4 tot aan de herberg. Moet5 het toekomende jaar nog oorlog zijn - de kermissen zullen weer gevierd worden gelijk altijd met orgel en dans en volkspelen en gezang en dronkenschap.
De volkspelen zijn meer dan ooit in gang6 - want er is meer vrije tijd onder de werklieden - maar eigenaardig is 't om na te gaan hoe de oorlog een invloed uitoefent en de aard van vermaak en verzet veranderd zijn.
Voor al wie geen paspoort heeft is het fietsrijden weggevallen - dus ook de wedstrijden - Ronde van België enz. - met 't gevolg dat de jonkheid7 de vier windstreken niet meer afrotst8
en thuisblijft - herbergen bezoeken is ook te kostelijk en zo ziet men de gebuurs1 van de hoek of 't gehucht bijeenkomen en grote lummels aan kleine kinderspelen meedoen. Zo zag ik onlangs te Harelbeke kerels van in de 20 met de marbels2 spelen. Maar het nieuwste verschijnsel is het ontstaan van 't voetbalspel - het spel dat vroeger maar door sportlieden en studenten gedaan werd3 - en totaal onbekend was op de buiten - komt nu overal in voege - Elke gemeente heeft haar club - en waar er een geschikte weide is - gaat men aan 't spel - matchen worden gedaan en zo kregen we ter gelegenheid van ons kermis hier een kampstrijd - met omzendbrieven aangekondigd - waar Ingooigem tegen Heestert en Kaster de bal schopten! - Een wonder schouwspel is 't die jongelingen van 3, 4 gemeenten hier uitgelaten en opgewekt aan 't spel te zien - terwijl broeders en verwanten 't spel van leven of dood moeten aangaan - goed misschien dat de natuur sterker is dan de menselijke logiek4 - en alle redenering over konsekwentie van de handeling wegcijfert!
's Avonds van de kermis wordt er om 9 uur politie gehouden door de Duitsers en een aantal herbergiers en klanten worden geknipt5... omdat ze om 9 uur niet in bed zijn!!!!
[Krantenknipsel]:
Uit harelbeke.
Een bericht te Harelbeke door de Duitse overheid uitgehangen had werklieden gevraagd voor wegeniswerken6 en 29 werklieden hadden zich aangeboden op belofte van een geschreven bewijsstuk dat bestatigde dat zij niet vrijwillig werkten, doch op bepaalde7 opeising, dat zij contant zouden betaald worden en niet zouden gebruikt worden voor werken van militaire aard. Op de bepaalde7 dag ging niemand aan het werk. De gemeente is verantwoordelijk verklaard en de volgende straffen zijn door affichen kenbaar gemaakt:
Alle overtredingen op deze maatregelen zullen volgens de oorlogswetten gestraft worden.
(Bien public.)
Op mijn reis naar Kortrijk wordt mijn aandacht getrokken te Harelbeke op de zonderlinge houding van de bevolking. De deuren van al de herbergen zijn gesloten en terwijl ik de nieuwe plakbrieven lees komen een paar mannen bij die mij in opgewonden bewoording de ‘toestand’ uiteendoen.
Het volk van Harelbeke heeft heel bijzondere hoedanigheden - oproerig van karakter, fel aan elkaar gehecht en koppig - als ze iets voorhebben zullen ze 't niet meer veranderen en de zeden zijn zo: als er 100 werklieden het werk zouden willen aanvaarden, daar zijn de andere 7000 om de lafaards de kop in te slaan. De Harelbekenaars maken ten andere theatergebaren en spreken gees nutteloze woorden - ze staan daar, een beetje uitdagend. Als de Duitse overheid hen roept op een vergadering om te gaan werken - ze verschijnen er - maar als het besluit moet uitgevoerd worden zijn ze allen verdwenen - niemand weet waar. De Harelbeekse vrouwen vooral zijn geen katten om zonder handschoenen te pakken! Als gisternacht een 20-tal van die werklieden door soldaten op hun bed verrast waren en naar Kortrijk gebracht - deden de vrouwen met al de kinderen hun uitgeleide - en ze namen geen blad voor de mond om achterwege1 haar verontwaardigd gemoed los te laten.
In 't terugkeren heb ik het getroffen dat ik 1/4 voor 3 uur B.T.1 hier terug ben om de opsluiting van de stad bij te wonen. De patroeillen zetten uit2 en overal in de volkrijke straten, in steegjes en gangjes - lijkt het een vluchten als voor de opkomende watervloed - Iedereen springt het deurgat in en op vijf minuten tijd is heel de stad als uitgestorven. Zo vreemd en angstig is 't gevoel dat men ondergaat om te midden de zonnige namiddag die straten leeg en verlaten te zien - en te denken dat in al die kleine huisjes en konkelige3 koertjes - die grote mannen met heel hun huisgezin opgesloten blijven tot morgen - De wachten wandelen statig door de verlaten straten en waar ze voorbij zijn kijkt er al een Harelbekenaar door zijn zoldervenster en roept een klinkende spotreden naar zijn gebuur die daar ook juist een luchtje is komen scheppen.
Al wie nu nog over de baan gaat of rijdt moet kunnen bewijzen dat hij niet van Harelbeke is of hij wordt medegedaan4 naar 't gevang. Terwijl men hier ter plaatse is vreest men dat er alle stonde een ontzettende storm kan losbreken, dat er maar een wildewagen5 zijn geduld verliest en 't wordt een ramp met moorderij, brand en bloed gelijk Leuven of Aarschot - men rilt er bij 't gedacht dat die twee machten - het ontembaar onstuimige volkskarakter - tegen de kalm bezadigde ijzeren macht kan botsen - waaruit de onherstelbare ramp kan ontstaan. En als de bevolking zich nog stilhoudt en alles zijn kalm verloop neemt - hoe zal het conflict eindigen? - Zal de Duitse overheid toegeven? Want werken zullen de Harelbekenaars niet - geen denken aan! - Dat het juist met die mannen hier een aanvang nemen moest is zoveel te belangrijker daar het leveren van werklieden een algemene kwestie geworden is die6 niemand weet hoe ze zal opgelost worden. De burgemeesters zitten met de vrees op 't lijf dat ze als verantwoordelijke personen er iets van 't hunne zullen bij inschieten en de werklieden zeggen: als men ons wil dwingen - dan nog liever als krijgsgevangene naar Duitsland! Zij hebben er inderdaad niets bij te verliezen! Ik hoor dat men te Bissegem andere maatregelen genomen heeft - de gevraagde werklieden heeft men in een stal opgeslo-
ten en daar als beesten 2 dagen ingehouden zonder dat er één roeren1 mocht om gelijk welke reden of noodwendigheid - na die tijd hebben zij toegegeven om te gaan werken - maar wat zal het zijn om met zulke onwillige werklieden iets aan te vangen? - We waren hier aan zoveel vrijheden gewend dat de gewone kleine man zelfs al ware hij de Duitsers niet vijandig gestemd aanstonds tegenstribbelt en ongewillig wordt alleen maar omdat men hem dwingen wil.
Alles is in stilte gekeerd - de geduchte aanval en vermoedelijke doorbraak is uitgebrand... ‘gescheitert’ zeggen de Duitse mededelingen. Een mislukte poging dus, maar toch een poging. Wat al verandering in ons leven en bestaan zou zulk een doorbraak gebracht hebben - nieuwe ondervinding, nieuwe gewaarwording - opwellingen van het gemoed enz. En nu is 't weer de windstille evenheid2 - het voortzetten van 't gewone, het drukkende, het dodende hopeloze wachten - en nu zal er wel weer een nieuwe winter over heengaan met zijn triestigheid en eenzame afzondering - waar wij leven als krijgsgevangenen in eigen land. 't Zelfde van verleden jaar gaat zich dag na dag weer herhalen - met dat verschil toch, dat we een jaar ondervinding van de oorlog hebben opgedaan en veel wijzer geworden... en veel kalmer en veel geruster3...
Sedert enige tijd zien we geregeld elke ochtend een reeks gespannen optrekken van de baan Zwevegem naar Tiegem -waar de [!] bos wordt uitgekapt4 - zwaargeladen wagens vol lange takken met dansende blaren keren terug en die hooggestapelde voeren met dansend groen doen denken aan iets feestelijks - het gereedmaken voor een stoet of inhuldiging. De waarheid is: dat die takken gevlochten worden tot vlaken5 om te dienen in de loopgrachten!!!! Regelmatig 4 keer daags ook rijdt de tram hier voorbij en we zouden de illusie krijgen dat de nieuwe baan eindelijk voor de openbare dienst geëxploiteerd6 wordt, ware 't niet dat er telkens wagens geladen met
rails en dwarsliggers naar Kortrijk terugkeren. En nu zal de illusie voor goed uit zijn want 't opbreken van de baan waarmede men te Berchem begonnen is, blijkt nu zo ver gevorderd dat de werking1 hier bij2 geschiedt. Wonderbaar is 't om die werking hier in de nabijheid na te gaan. Er is een luitenant en 2 onderofficieren die de functie doen van opzichters - die niet meewerken. De luitenant komt 's morgens om 8 uur te peerd aangereden - rookt een sigaar en keert gewoonlijk nog al gauw terug naar Vichte. De twee onderofficieren wandelen over en weer op de steenweg of houden zich in de tramwagen die gebruikt wordt om het werkvolk en 't materiaal te vervoeren. Zij komen er enkel bij te pas om 't teken te geven als er gemanoevreerd wordt met de wagens en 't werk aanvangt of eindigt, bij of na schoftijd3.
Het werk wordt gedaan door gewone soldaten en burgers - merendeel van Vichte. Elke gemeente op wiens grondgebied de trambaan liep, moest werkvolk leveren - verschillende gemeenten hebben onder [hun] inwoners geen volk gekregen dat werken wilde. Deze van Vichte die 't werk aanveerd hebben - leggen de verantwoordelijkheid op hun burgemeester die hen persoonlijk aangeworven heeft en ook persoonlijk het werkloon uitbetaald. Toch worden zij met een kwaad oog bezien door de burgerij en ik hoor wel dikwijls hoe zij een spotreden naar 't hoofd krijgen van de voorbijgangers. Men ziet het ten andere aan hun houding bijzonder als ze over of weer4 op de tram naar hun werk rijden, dat ze niet op hun gemak zijn en zich verduiken5 willen. Ik heb een goede gelegenheid met hen te spreken. Op de spotternij van de voorbijgangers antwoorden zij dat 't gemakkelijk is werk te weigeren voor iemand die geen honger heeft! In het werk verklaren zij zich uiterst tevreden met de Duitsers - verschillende onder hen waren erbij twee jaar geleden, o.a. ook een ploegbaas die de bende aanzetten moest om haastig te werken - hen op te jagen - 't geen ik had kunnen bestatigen. Nu echter is 't geheel omgekeerd en de opzichters zeggen zelf: goed arbeiten, langzaam arbeiten. Verbeeld u, wat het te zeggen is voor een arbeider die nooit
dan1 't tegenovergestelde gehoord heeft! En ze maken er vrij gebruik van om het voorschrift langzaam op de letter uit te voeren! Voeg daarbij dat ze met de Duitse om 11 uur onze tijd 's middags staken en toch niet eerder dan 1 uur onze tijd 't werk weer aanvatten. Zij hoeven slechts hun getal lopende meters rails op te breken en als ze vroeger met 't werk gedaan hebben, mogen ze pijpen roken tot de tram hen op 't gestelde uur naar Vichte terugvoert. Tussen burgers en soldaten is de omgang kameraadschappelijk voor zoveel ze elkaar verstaan, worden er de gewone kluchten en plagerijen verteld gelijk op alle werk. Ondereen houden de burgers alevenwel2 hun eigen gesprekken die meestal lopen over de oorlog en dan zijn ze volstrekt anti-Duitsgezind en goede vaderlanders! De onderofficier maakt ook van de gelegenheid gebruik om een gesprek met mij aan te knopen. Hij doet3 zijn bevindingen uiteen over de aard en karakter van de bevolking (wantrouwen tegenover de militairen) verwondering over de ongeleerdheid (ploegbaas) en gemis aan opvoeding - de omstandige4 lieden echter vindt hij heel goed - uitwijden - vergelijking met Duits volk. En daarbinst kort het eind altijd maar voort tot de werklieden eindelijk verwijderd zijn en we geen stoomtuig noch wagens meer zien voorbijrijden - de spoorbaan - waarvan we zoveel verwacht hadden - die er nu eindelijk lag en gereed was voor de dienst, is opgebroken en we voelen ons nu nog meer afgezonderd en voor goed aan onszelf overgelaten zonder middels van communicatie met de wereld. Wie weet of we de baan nog zien herleggen of er nog ooit een stoomtuig hier voorbijrijdt!
't Huiskomst van Kortrijk.
't Is alsof er geen mens meer levend ware en ik heel alleen op 't dorp overbleef.
't geval van ‘faulenzer’.
't Tragieke van de tijd - een uniform - (carnavalkostuum) en dat alles tezelfdertijd - de gewone levensgebruiken hun gewone gang gaan!
Soldaten2 = leven en spel -
orgel - in de verdachte herbergjes -
's zondags in de kerk - godsvrucht -
heel het uitzicht van 't dorp ineens veranderd.
't Is er ineens uit met de stilte van het dorpsleven. Er was reeds een ronk3 gekomen dat er soldaten in aantocht waren, maar nu er zoveel gepraat wordt, gaf men er geen acht op - nu zijn ze aangekomen. Een hele zwerm grijs4 de straat vol en met peerden en kanonnen nog al. Aanstonds begint het gewone verloop voor de inkwartiering en aan alle voordeuren wordt er geparlasant5 - 't is dezelfde dubbele wet die in tegenoverge-
stelde richting te werken begint - La force centrifuge et la force [centripède]1 - heet het in physique2, - de burgers werken om buiten en de soldaten om binnen maar zo erg gaat het niet dat er conflicten door ontstaan en in een half uur zijn de manschappen gecaseerd3, ondergebracht. Ik voor mijn part heb de kwartiermeester zelf - die eerst plaats eiste voor 4 officieren en nu alleen komt.
De inkwartiering wordt door de dorpelingen heel anders opgevat dan verleden jaar - er is niet meer die angst en koortsigheid en aandoening4 - de mensen zijn er gewend aan geworden en de kanonnen zelfs wekten dat vreselijke ontzag niet meer van vroeger.
De soldaten die hier over heel de streek verspreid zijn, komen uit Servië terug en zullen hier waarschijnlijk wat uitrusten. Over 't algemeen zijn het allen heel jonge kerels, zwaar in de botten en gemoedelijk van omgang. De tocht door Oost-Pruisen, Rusland en Servië schijnt hen niet wreedaardig gemaakt te hebben - integendeel, men ziet het hun niet aan dat ze ooit aan de moordpartij deel hebben genomen. Ze lachen en spelen ondereen en ze zijn nog maar op 't dorp en elk heeft reeds zijn gat5 en zijn bezigheid gevonden. In de smids trekt een soldaat de blaasbalg en een andere staat aan de vijlstaak6; - in de temmerwinkel7, bij de wagemaker, bij de blikslager, overal zijn er soldaten aan 't werk alsof ze hier thuis waren - en de boer uit 't gebuurte8 gebruikt er al een als boever9 - daar zo juist zette hij uit10 met peerd en kar naar 't land om loof11 in te halen. 't Is verwonderlijk hoe die kerels gauw bij de hand zijn en zo aanstonds overal de weg en de ligging weten! - tot op de verst afgelegen koeiplekjes12 en bij kortwoners13 te lande zijn er soldaten ingekwartierd en hoe ze 't vinden om er te komen is God bekend. In een toverslag is het uitzicht van het dorp veranderd - het is alsof er een vreemde Bohemertroep14
zich had neergezet. Vreemdsoortige gespannen, Servische wagentjes, knoddig1 en licht als speelgoed, met langharige peerdjes - Servische ossen met wijde horens en verbaasd grote ogen, vullen heel de straat in een verwarde mengeling met kanonnen en ijzeren vrachtwagens. Het gerucht ook is al zo vreemd als het vertoog2 - het akelige ratelen van de caissons3 en kanonnen over de kassei, de lange reeks peerden op stap, met het geklir4 van de cavaleriesabels tegen de stenen en het hard - schravende keelgeluid van al die stemmen, roepen, gelach en geschreeuw dooreen - doet een indruk alsof overstroomd door5 iets uit 't andere werelddeel ware losgebroken.
Met de innigheid6 en de duffelachtige geslotene doening7 is het uit. In huizen waar deuren en vensters altijd gesloten waren - en de bewoners hun begijnenleventje in de diepste verborgenheid plegen te slijten - is alles binnen te buiten8 gekeerd - de gordijntjes zijn brutaal weg in een lus opgeknoopt en over de roede9 gegooid - de voordeur staat open en manschappen lopen in en uit en slepen stro in al de plaatsen om er nachtlager10 in te richten. Op de knok11 en overal waar een geschikte insprong is tussen twee gevels - staat de veldkeuken te dampen en zware klossen12 hout worden bijgehaald, gekloven en aan 't vuur gelegd. Op de hofsteden en boerderijen is 't erger als de toren van Babel en schuren en koterij13 't staat alles vol met paarden. En wat is het bij kleine mensen die maar een schamel stalletje hebben uit staken14 en leem aaneengefutseld15, als er peerden in moeten zal alles weldra plat liggen.
(Koster op 't orgel). inwerken.
De eerste uchtend16 wekt het wel een weinig opziens17, maar de burgers zijn er gauw aan gewend; elk blijft aan zijn bezigheid en op 't dorp is er nu een dubbel leven - dat gelijklopend
nevens1 elkaar zijn gang gaat. Elke morgen gebeurt 't onderzoek van de peerden - uit alle stallen komen ze aan en in twee rijen geschaard, daarna de wandeling twee en twee in rang gelijk schooljongens.
Bij de kanonnen is er oefening, wordt er gepoetst, gewassen en effengelegd wat zoëven werd overhoop gegooid - 's namiddags weer oefening - en daar tussenin lopen de manschappen hier en daar. Alles wat men ziet en hoort - heel de bedrijvigheid over de streek komt van de soldaten - het dorpsleven is er geheel door opgeslorpt en vergaan.
Onderhoud met mijn officier.
In de kerk zijn weer veel soldaten die zich heel ingetogen houden en godvruchtig.
Als sermoen wordt er door de onderpastoor deze bondige woorden afgekondigd.
‘Beminde Christenen - In deze huidige omstandigheden wordt eenieder verzocht zich goed in acht te nemen2 opdat er ons niet meer zou gezegd worden gelijk het reeds gebeurd is, door deze die de gemeente bezetten, dat er onder u zijn die hun deugd en eerlijkheid veil hebben.’
Er heeft vandaag een protestantse dienst plaats in de kerk en wel om 10 uur zodanig dat de hoogmis een uur vroeger dan gewoonte moet plaats hebben.
Hier vóór mijn venster op de weide krijg ik alle dagen een aantal officieren die er hun peerden of zichzelf komen oefenen in 't rijden. Nu eerst ben ik in de gelegenheid te zien hoe wonderschoon de bewegingen zijn. Het is een ongekende lust die prachtige dieren gade te slaan - het moet een heerlijk genot zijn eraan mee te doen...3
Op de steenweg van Vichte, karavanen herbergiers met steekkarren, geladen met flessen bier die ze naar de brouwerij halen om hun klanten te gerieven.
‘Terwijl ze er zijn moeten we ervan profiteren, newaar3 meneer! zegt er me een - - als ze weg zijn, doen we dan nog wat we willen!!’ - dat geldt als een verontschuldiging - alsof hij wilde zeggen dat 't met tegenzin is dat ze geld verdienen aan de Duitse soldaten!
's Avonds kwart voor negen, begint het huis te daveren alsof het ging instorten - iets ontzettends... Op de stond is 't alsof men de voordeur aan 't inbeuken was - of is 't op de zolder dat een honderd man aan 't stampen zijn? - de grond dreunt en al het ijzerwerk zindert4. - 't Gevolg is dat een angstgevoel ons beklemt en we stil blijven in de bange verwachting van 't geen er volgen zal - - Er gebeurt niets. 't Waren twee opeenvolgende schokken, slagen kan men 't niet noemen - maar iets als een ondergrondse rommeling5 gelijk het gaan moet bij een aardbeving. We zitten veronderstellingen te maken, - en gaan eindelijk berusten met 't gedacht: dat we eerst morgen opheldering krijgen zullen.
gespannen - en op 't slag van 8 uur zet de stoet zich in beweging. - Naar Geluwe heet het. -
Bij meer dan één burger gaat er een zucht van ontlasting op, - omdat men weer zijn huis vrijkrijgt en het rustig leven weer herneemt. Heel de dag nog is er vervoer en beweging van troepen over de steenweg. Tegen de avond maakt de Sanitäts-Kompanie zich reisvaardig en de rode-kruis wagentjes vergaren1 vóór het kerkplein om waarschijnlijk in de nacht uit te zetten2. - Morgen zal het dorp misschien weer zijn gewone uitzicht krijgen. Maar er worden alweer nieuwe troepen aangekondigd die uit de richting van Oudenaarde zouden aankomen.
Heel de voormiddag troepen op de baan die wegtrekken naar 't front - 't is wonder om na te gaan hoe de manschappen het opnemen - de ene zitten ernstig en van op hun paard te staren naar de westerkant waar aanhoudend de zware slagen van 't kanon opdreunen, anderen zingen luidkeels of zijn aan 't gekscheren onder elkaar. Tegen de middag valt de stilte weer in en we zijn weer baas op onze gemeente - het rustige en kalme leven in de eenzaamheid gaat weer herbeginnen. De dorpelingen zijn naarstig aan de grote schoonmaak. Ik zie zelfs dat er bij plaatsen tafels en stoelen buiten staan - terwijl de vloeren met stromen water gereinigd worden, men wil alle speur3, en de herinnering door de geur, aan de inkwartiering achtergelaten wegwissen. Voor hoelang zal het zijn - en hoe dikwijls zal het nog herbeginnen? Wij horen alle soorten vage geruchten o.a. dat er Bulgaren en Turken op gang zijn...??
En inderdaad tegen de avond komen hier drie (Duitse) officieren opsteken4 om plaats te vragen... tegen de 1ste januari...
Alwie goud wil betalen krijgt onmiddellijk een paspo[o]rt (anders duurt het verschillende dagen en moet men soms 3, 4 keren naar Kortrijk lopen) 't is een middel om goud op te zamelen.