De eerste Surinaamse sportencyclopedie (1893-1988)


auteur: Ricky W. Stutgard


bron: Ricky W. Stutgard, De eerste Surinaamse sportencyclopedie (1893-1988). Alberga, Paramaribo, 1990


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Tennis;



illustratie

Tennis; slagbalspel tussen twee personen (enkelspel) of twee paren (dubbelspel), die aan weerszijden van een in het midden van het speelterrein gespannen net zijn opgesteld en die trachten met behulp van een racket de bal zodanig te spelen op de speelhelft van de tegenpartij dat hij niet of niet correct kan worden geretourneerd. Het dubbelspel onderscheidt zich alleen op ondergeschikte punten van het enkelspel (o.a. een breder speelveld), vandaar dat hier zal worden uitgegaan van het enkelspel. Wie de bal vaker dan eenmaal op zijn speelveld heeft laten stuiten, een correct geplaatste bal niet retourneert, in het net slaat of buiten het speelveld slaat, geldt als verliezer van het betrokken spelfragment, dat een onderdeel is van een spel (game).

De telling in de game is als volgt: o (love)-15-30-40-game. Een spel wordt gewonnen door degene wiens tegenstander voor de vierde maal een fout maakt, mits hij zelf ten hoogste twee fouten heeft gemaakt. Hebben beide spelers evenveel en tenminste drie fouten gemaakt, dan wordt doorgespeeld tot een verschil van twee is bereikt. Na de stand 40-40 gelijk (deuce) kan een langdurige strijd plaatsvinden voor een game is beslist; een voorsprong van één punt na deuce wordt door de scheidsrechter (umpire) aangekondigd met ‘voordeel’ (advantage), gevolgd door de naam van de betrokken speler. Elke game is een onderdeel van een set. Een set is beslist zodra een speler zes games heeft gewonnen, tenzij de stand 5-5 wordt bereikt.

In het laatste geval wordt doorgespeeld tot één der spelers zeven games heeft gewonnen. Na een eventuele 6-6 stand geschiedt dit door een zgn. tie-break, een beslissende game waarin de spelers om beurten serveren. De gehele wedstrijd gaat om een bepaald aantal gewonnen sets, bij de heren gewoonlijk om drie (best of five), bij de dames om twee (best of three).

Bij het begin en na elke fout wordt het spel geopend door de service (opslag). Om beurten serveren de spelers voor de duur van een game (behalve in geval van tiebreak). De service heeft bij tennis een grote invloed op het spelverloop, vooral omdat steeds straffeloos eenmaal fout mag worden geserveerd. Bij de eerste service kan men dus zonder enig risico op alles of niets spelen. Een service die door de tegenpartij niet kan worden geretourneerd heet ace. Een ander bijzonderheid van tennis is het feit dat men de bal desgewenst (behalve op de service) mag retourneren voor hij heeft gestuit (volley). Het spel wordt mede daardoor gekenmerkt door zeer gevarieërde slagenwisselingen. De bal is out wanneer de tegenstander, nadat de bal een keer gestuit heeft, niet bij machte is deze te retourneren.

Zolang de mensheid bestaat, zijn er balspelen. Dat is gebleken uit oudheidkundige opgravingen. De oude Egyptenaren, Grieken en Romeinen beoefenden verschillende balspelen. In de 11de eeuw kende men in Frankrijk een balspel dat wel wordt beschouwd als de voorloper van het tennisspelen zoals we dat nu kennen. Men noemde dit spel ‘jeu de paume’. Het was een soort kaatsspel waarbij een met haar gevulde bal met de palm van de hand werd geslagen. Jeu de paume (letterlijk handpalmspel) werd voornamelijk gespeeld door jonge priesters in de kloosterhoven. Het werd ook gespeeld in adellijke kringen. Zo waren de Franse koningen; Frans I, Karel IX en Hendrik IV goede spelers. Lodewijk X is gestorven aan een kou die hij had opgelopen tijdens het spelen van een partijtje jeu de paume.

 

De eerste rechthoekige tennisbaan werd in 1230 te Poiteïrs aangelegd en in 1292 registreerde het belastingskantoor van Parijs dertien tennisbalmakers.

In de 14de eeuw verspreidde het spel zich onder de adellijke kringen in geheel West-Europa. Het werd al snel ook populair bij het gewone volk. Oorspronkelijk werd, zoals eerder vermeld, het spel met de hand gespeeld, maar al vrij snel zocht men naar hulpmiddelen, een handschoen, een slaghout en rond 1500 een soort racket. Voor de snaren van dit racket gebruikte men schapendarmen.

Rond 1600 was jeu de paume in Frankrijk uitgegroeid tot de nationale volkssport. Het werd overal gespeeld buiten in het open veld, in parken, op speciale aangelegde binnenbanen in steden, universiteiten en kastelen.

Alleen de stad Parijs kende al in die tijd zo'n 250 binnen-

[p. 182]

banen. Tennis zoals het nu wordt gespeeld is ontwikkeld door de Engelsen.

Het woord tennis (of zoals het vroeger in oud Frans werd geschreven teniz, maar in moderner Frans tenez) betekent ‘opgepast’ en duikt voor het eerst op in 1399. De Engelsen gebruikten namelijk dit buitenlandse woord voor iedere service als kreet, waarmee zij hun tegenstander waarschuwden en spraken het op zijn Engels uit; tennis.

In 1873/1874 ontwikkelde een Engelse majoor Walter Wingfield een balspel dat hij Sphairistike (ook wel Spharistique) noemde, dit was een Grieks woord wat betekende; de kunst de bal te slaan. Twee jaar later werd in Engeland het lawn tennis (tennis op grasbanen) ingevoerd en met deze 2 vormen (lawn tennis en Sphairistike) nam de ontwikkeling van het huidige tennis een aanvang. Nadat in 1877 in Wimbledon de eerste Engelse kampioenschappen plaats vonden, trad in 1880 de definitieve vorm met de huidige regels in werking.

In 1882 waaide de eerste tennisbal vanuit Engeland de Noordzee over naar Nederland, waarin de eerste tennisclubs werden opgericht respektievelijk Readey en Sphaerinda.

Een man die in Nederland heel veel heeft gedaan voor de ontwikkeling van de tennissport is de legendarische Pim Mulier.

Tot de eeuwwisseling werden er overal in Nederland tennisclubs opgericht en in 1899 om precies te zijn 5 juni werd de Nederlandse Lawn Tennis Bond opgericht. Op de dag van de oprichting waren er 15 clubs aangesloten. In 1900 werd met een competitie van 5 teams gestart. In deze periode waaide de tennissport over naar Suriname, zo werd de eerste tennisbaan in Nickerie door commissaris van Drimmelen in 1903 geopend. Het was een zandbaan. De eerste meldingen over de tennissport te Paramaribo werden in 1909 aangetekend. In de maand maart 1909 werd namelijk een vergunning verleend aan de Surinaamse Lawn Tennis Club om op het bij haar gebruik zijnde, aan het gouvernement behorende terrein van een speelvloer te voorzien. Over deze tennisclub is nu echter niets meer bekend.

Op 1 april 1915 vond de oprichting plaats van de tennisvereniging Paramaribo. Deze vereniging stelde zich ten doel de tennissport te beoefenen en te bevorderen. Dit trachtte zij te bereiken door het beoefenen en propageren van het tennisspel, het organiseren van wedstrijden en het samenwerken met andere verenigingen en organisaties die hetzelfde doel beoogden. Paramaribo zou in de komende tientallen jaren één der voornaamste rollen vertolken in de tennissport (zie Paramaribo).

In deze periode werden onderlinge wedstrijden tussen de tennissers van de toenmalige tennisclubs (tennisclub Paramaribo, tennisclub Kersten) georganiseerd en de tennissport bleef lange tijd geisoleerd, temeer daar het alleen door de gegoede burgerij werd gespeeld.

Op 7 januari 1923 werd een heren-dubbel gespeeld tussen de teams Huizinga/Terlaak vs Fernandes/Scholze. Eerstgenoemden wonnen met 6-3, 4-6, 8-6. Deze wedstrijd diende als afscheidswedstrijd voor Huizinga die terug naar Nederland keerde.

Een ander wedstrijd uit die periode vond op 6 mei 1923 plaats. Terlaak/Bär kwamen uit tegen Scholze/Fuchs en wonnen met 6-1 om 6-3.

Hierna werd een heren-enkel wedstrijd gespeeld tussen Fernandes en Trijssenaar. Fernandes won als volgt 6-4 om 7-5.

Aangetekend kan worden dat in 1923 de tweede tennisbaan in Nickerie door direkteur Spence werd geopend en wel te Waterloo. Het was een grasbaan.

In de maand januari 1924 werd een tennis-comité opgericht om kampioenschappen voor Paramaribo te organiseren.

Aanvankelijk werden slechts dames- en heren-enkel kampioenschappen georganiseerd en hieraan namen 5 dames en 16 heren deel. Op zondag 27 januari 1924 startten de eerste kampioenschappen in Suriname. Bij de dames kwamen in het strijdperk: mej. Samson, mej. Benz, mevr. Schliessles, mevr. Rietberg en mevr. Jacky.

Bij de heren kwamen in het strijdperk: Dr. Hille Ros Lambers, Schliessles, Kersten, Coenraad Fernandes, la Fuente, van Eyck, Kletter, Scholze, Irwin, Fuchs, Gonggrijp, Trijssenaar, D. Samson, Bär, Prellwitz en Lashley. Op donderdag 4 februari 1924 kwamen in de finale tegen elkaar uit mevr. Schliessles vs mej. Samson 7-5 om 6-2.

Op zondag 7 februari kwamen Coenraad Fernandes en Bär uit tegen elkaar en deze partij eindigde 6-3, 6-4, 2-6, 2-6, 6-4.

De heer Coenraad Fernandes en mevr. Schliessles werden met deze prestatie de eerste kampioenen van Paramaribo. Aangetekend kan worden dat beide personen tot de tennisvereniging Paramaribo behoorden. Alle wedstrijden werden op het terrein van Kersten tennisclub, ingang Steenbakkerijstraat, gespeeld en de toegangsprijs was Sf. 0,25 per persoon per middag.

Het tennis-comité organiseerde in februari 1925 voor de tweede maal kampioenschappen. Dit jaar namen alleen heren deel en voor de eerste maal waren er heren-dubbelkampioenschappen. De inschrijfgelden bedroegen voor beide kampioenschappen Sf. 1,50 en de wedstrijden werden wederom op het terrein van Kersten tennisclub georganiseerd. Zij die zich wilden inschrijven moesten zich bij secretaris F. Trijssenaar laten registreren.

Aan de heren-enkelwedstrijden namen er 16 personen deel. Deze waren: Schliessles, Samson. Ottens, Fuchs, Mees, Lashley, Prellwitz, Anijs, Trijssenaar, Schalkwijk, la Fuente, Scholze, Buffel, Buchanen, Fernandes en Buchanen. Bij de heren-dubbelwedstrijden waren er 16 teams w.o. Abercrombie/Schnitger, Scholze/Fernandes, Salm/Pretllwitz, Schliessles/Ottens, Gonggrijp/Trijssenaar, Kletter/Lashley, Mees/Fuchs, Buffet/Buchanen, la Fuente/Samson en Aletrino/Schalkwijk.

Op dinsdag 10 februari 1925 gingen deze kampioenschappen van start en op zaterdag 21 februari werd de finale om het heren-dubbel kampioenschap gespeeld. Het team Scholze/Fernandes kwam uit tegen het team Gonggrijp/Trijssenaar.

Eerstgenoemden wonnen de partij en werden herendubbelkampioen.

Op 1 maart vond de finale heren-enkel plaats tussen Trijssenaar en Fernandes. Trijssenaar won als volgt: 3-6, 6-3, 7-6, 6-1 en werd heren-enkelkampioen.

Vermeldenswaard is dat ook buitenlanders aan deze

[p. 183]

kampioenschappen hebben deelgenomen, daar de heren Buffet en Buchanen Amerikanen waren.

In 1926 werden in september de kampioenschappen georganiseerd. Merkwaardig genoeg werden voor de eerste maal gemengd-dubbelwedstrijden georganiseerd, maar dames-enkelwedstrijden waren niet op het programma. De finale wedstrijden waren als volgt:

Heren-enkel: Coenraad Fernandes - van Beusekom 6-2, 5-7, 6-2, 6-4
Heren-dubbel: Coenraad Fernandes/Scholze - Ottens/Faria 6-2, 6-4, 4-6, 6-0
Gemengd-dubbel: van Beusekom/van Beusekom - Ottens/mej. Samson 8-6, 8-10, 6-4

In 1929 kregen de tenniskampioenschappen een officiëlere trant. Daar men de officiële landsclubkampioenschappen wilde organiseren, maar het tenniscomité niet aan alle voorwaarden voldeed, werd deze op de achtergrond gezet en werd het Miners Tennis Wisselbeker Comité in september 1929 samengesteld. Dit comité bestond uit Dr. C. Aars (voorzitter); hij was lid van de tennisclub Surinaamsche Lawn Tennis Club, secretaris H.Ph. Schliessles was lid van Paramaribo en G. Scholze die lid was van de tennisclub Kersten. De leden Nobrega en F.I. Rodrigues waren respectievelijk leden van de verenigingen Fogarty en Soekibaka. Uit het vorenstaande blijkt dat in de loop van de jaren meerdere tennisverenigingen opgericht waren.

Deze verenigingen hadden bovendien allen een eigen terrein, daar alleen clubs met een eigen terrein aan deze kampioenschappen konden deelnemen. Er werd namelijk uit en thuis gespeeld.

Gestreden werd in de klassen heren-enkel en heren-dubbel en elke club moest tenminste 3 van haar leden inschrijven.

Aangetekend kan worden dat een club de beker in drie achtereenvolgende jaren moest winnen, eer deze haar eigendom werd.

De openingswedstrijd vond op vrijdag 18 oktober 1929 plaats op het terrein der firma Fogarty ltd. Dit toernooi werd in februari 1930 afgesloten met Paramaribo als de eerste clubkampioen van Suriname.

Deze vereniging behaalde het kampioenschap door van de 24 gespeelde wedstrijden 21 te winnen en 3 te verliezen. De spelers die voor de overwinning van Paramaribo zorgden waren: Gerard van der Schroeff, kapitein Schlimmer en Dr. Aars.

In 1930 werd Suriname clubkampioen en deze overwinning was niet te verwonderen daar Schlimmer en Dr. Aars dat jaar voor Suriname speelden.

De derde speler van Suriname was de heer Westrik. Een opvallende gebeurtenis in 1930 was de inwijding van een nieuwe tennisbaan op het erf van Loge Volharding aan de Keizerstraat door de pasopgerichte tennisclub Ready (zie Ready). Het eerste bestuur van Ready zag er als volgt uit: R. Schoonhoven (voorzitter), A. May (secretaris), mej. A. Wright (penningmeester), H. da Costa en L. Rens (commissarissen).

Op maandag 18 augustus 1930 werden na jaren wederom dameswedstrijden georganiseerd. Er werd om een beker gestreden die door bemiddeling van de heer E. Wessels; agent alhier van de Fleetfoot fabrieken in Noord-Amerika, was uitgeloofd.

Op 25 augustus 1930 versloeg Wiesje de Freitas-Hirschfeld met 6-2, 6-3 mej. A. Samson en won zodoende de beker. Op 20 augustus versloeg de Freitas van Leesten met 6-4 om 6-2, terwijl ze op 23 augustus van Lynden versloeg met 6-3 om 6-0.

Wiesje de Freitas-Hirschfeld zwaaide tot aan het begin van de veertiger jaren haar scepter over de damestennissport. Zij was lid van de tennisvereniging Paramaribo. In 1932 won ze voor de derde achtereenvolgende maal de fleetfoot beker en werd zodoende eigenares hiervan. Op 22 maart 1931 werd door het Tennis Comité een aanvang gemaakt met de eerste officiële landskampioenschappen.

Let wel de vorengenoemde kampioenschappen waren voor Paramaribo bestemd, andere distrikten namen niet aan deze wedstrijden deel.

Voor alle wedstrijden was de entree gesteld op Sf. 0,25 terwijl de finales Sf. 0,50 waren. De finales van deze wedstrijden waren als volgt:

Gemengd-dubbel: G. van der Schroeff/de Freitas vs Wessel/Bibaz 6-3, 6-2
Dames-dubbel: de Freitas/Samson vs Kersten/Vlij tenhouten 6-3, 6-2
Heren-dubbel: van der Schroeff/Scholze vs Schlimmer/Elsbach 6-3, 6-0, 7-5
Dames-enkel: de Freitas vs A. Samson 3-6, 6-3, 6-2
Heren-enkel: van der Schroeff vs Schlimmer 6-3, 6-0, 6-1

Tijdens deze eerste landskampioenschappen waren de tennisspelers van Paramaribo oppermachtig. Ze wonnen namelijk alle kampioenschappen. De grote sterren tijdens dit toernooi waren Gerard van der Schroeff en Wiesje de Freitas-Hirschfeld, die elk met drie titels naar huis gingen (zie Gerard van der Schroeff).

In februari 1932 werd door de heren J. Nobrega, J. Liaenen en J. Zeegelaar het initiatief genomen de kampioenspeler van Demerara (toen Brits-Guyana). Mathias en zijn makker C. de Freitas naar Suriname te laten overkomen voor het deelnemen aan een toernooi. Door de heer A.A. Dragten werd een beker beschikbaar gesteld en door firma Fogarty 3 gouden medailles.

Wie de beker driemaal won zou eigenaar hiervan worden. Op donderdag 7 april 1932 werd de eerste internationale tenniswedstrijd in Suriname gespeeld. De resultaten waren als volgt:

Donderdag 7 april: Franken vs Westrik 6-4, 6-3
Vrijdag 8 april: Mathias/Franken vs van der Schroeff/Reitsma 4-6, 6-2, 8-6
Zaterdag 9 april: Mathias vs van der Schroeff 6-3, 7-5
Zondag 10 april: Mathias/Franken vs Reitsma/van der Schroeff 6-4, 6-1
Maandag 11 april: Franken - Westrik 6-0, 6-4
Dinsdag 12 april: Mathias vs van der Schroef 7-5, 3-6, 2-6.

Uit vorenstaande kan dus uitgemaakt worden dat de eerste Surinaamse internationals de heren Gerard van der Schroeff, Reitsma en Westrik waren. De Brits-Guyanezen waren Mathias en Franken, laatstgenoemde was in de plaats van de Freitas gekomen. Brits-Guyana won dit toernooi en ging met de wisselbeker naar huis. In 1933 waren Gerard van der Schroeff en Haenen aangewezen

[p. 184]

om naar Brits Guyana te gaan voor deelname aan de tweede internationale kampioenschappen. Dit ging echter niet door, daar het organiserend land af liet weten. Het duurde 9 jaar eer wederom voor de Dragten beker werd gestreden.

Aangetekend kan worden dat de heer Riedel in 1933 kampioen werd van Commewijne. In de finale versloeg hij Luitink met 6-4, 6-4. Ook kan worden vermeld dat op 20 juni 1934 de oprichting van de tennisvereniging Boys plaats vond. De oprichters waren J. Nassief, J. Wessels, A. Gonsalves, J. Chehin, A. Dutier, H. Tjin A Djie en mevr. Nunes. Boys zou een belangrijke rol gaan vertolken in de Surinaamse tennissport (zie Boys).

In de dertiger jaren vonden verscheidene bijzonderheden plaats in de tennissport. Zo werd tennisvereniging Paramaribo in 1933 voor de derde achtereenvolgende maal kampioen en werd eigenaar van de Miner cup. Welke club in 1934 clubkampioen werd, is nu niet bekend. Vast staat dat in 1935 Ready het kampioenschap veroverde. Paramaribo werd toen tweede, Ido, Kersten, Surinam en Oranje werden respectievelijk 3e, 4e, 5e en 6e. Op 3 maart 1935 werd de tennisclub Marowijne opgericht. De eerste voorzitter was de heer E.P. Berkeley, terwijl op 7 juni 1936 de vierde tennisbaan te Nickerie werd opgericht. Eerder was de derde tennisbaan te Waterloo door direkteur Gordon geopend, het was een zandbaan.

Nog een opvallende gebeurtenis was het feit dat Gerard van der Schroeff in 1938, 1939 en 1940 heren-enkel kampioen werd. In 1940 versloeg hij Herman Tjin A Djie in de finale en wel met 6-4, 6-3 (zie Gerard van der Schroeff).

Dat jaar werd heren-dubbelkampioen het team van Gerard van der Schroeff/J. de Miranda. Zij versloeg in de finale J. Nobrega/J. Gouvernante met 6-3, 6-3. Gemengddubbelkampioen werd het team J. Nobrega/W. de Freitas-Hirschfeld. Zij versloegen mej. Lilian Polak/Herman Tjin A Djie met 6-2, 6-3.

In de dertiger jaren behaalde Paramaribo vrij makkelijk het kampioenschap, zo werd ze in 1937 uit 15 gespeelde partijen kampioen met 28 punten.

Surinam behaalde toen 22, Kersten 16, Boys 12, Ready 10 en Ido 2.

In 1940 ging het een tikje moeilijker. Na 24 gespeelde partijen was de stand Paramaribo (18 punten), Boys (18), Surinam (14), Ready (6) en Kersten (4). Er werd vervolgens een competitie tussen Paramaribo en Boys afgedraaid en de resultaten waren:

Heren-enkel: Gerard van der Schroeff vs Herman Tjin A Djie 7-5, 2-6, 1-6
Gemengd-dubbel: Haenen/W. de Freitas vs Tjon Joe Wai/L. Polak 6-3, 7-5
Heren-dubbel: Brouwers/de Miranda vs Thijm/Tjon Pian Yi 6-1, 8-6

Paramaribo won deze competitie met 2-1 en werd zodoende clubkampioen. Een groot gebeuren in 1940 was de komst van de Amerikaanse tennisspeler W.B. Reece, die op de 7de plaats van de Amerikaanse ranglijst stond. Op 3 mei 1940 kwam hij hier aan en dwong veel respect af.

Reece speelde alhier de volgende partijen:

4 mei G. van der Schroeff vs Reece 3-6, 2-6
7 mei H. Tjin A Djie vs Reece 3-6, 0-6
8 mei J. de Miranda vs Reece 4-6, 2-6

In 1941 werd Paramaribo wederom clubkampioen. Vermeld dient te worden dat ze hierbij een record vestigde, Paramaribo zag namelijk kans van de 24 gespeelde wedstrijden wel liefst 23 te winnen. Tennisspelers die aan dit toernooi deelnamen waren:

Paramaribo; Gerard van der Schroeff, J. de Miranda, J. Nobrega, mevr. Wiesje de Freitas-Hirschfeld, J. Gouvernante.

Boys; Herman Tjin A Djie, J. Wessels, R. Tjong A Jong, mej. G. Rietwijk, L. Tjon Pian Yi.

Surinam; van Exel, S. Newcomb, Frikkers, mevr. de Rooy, W. Stieltjes

Ido; H. Larijn, J.D. Emanuels, A. Treurniet, mej. R. van der Jagt, J. Tjong A Jong

Ready; S. Kanteman, R. Schoonhoven, J. Monkou, mej. A. Wright, Ch. Huisden.

 

In september 1941 werd voor de tweede maal het toernooi om de Dragtenbeker in Paramaribo georganiseerd. Suriname moest 9 jaar op een revanche wachten, maar toen deze uiteindelijk kwam was haar wraak ook zoet. Suriname werd vertegenwoordigd door Herman Tjin A Djie, Gerard van der Schroeff en J. de Miranda, terwijl Brits-Guyana L. Gordon en A. Fonseca naar Paramaribo stuurden. De wedstrijden verliepen als volgt:
Tjin A Djie/van der Schroeff vs Franken/Fonseca
3-6, 6-4, 6-0
J. de Miranda/van der Schroeff vs Franken/Fonseca
6-3, 6-2

De Dragtenbeker kwam nu in handen van Suriname. In september 1942 werd voor de derde maal om de Dragtenbeker gestreden. Dat jaar werd het toernooi in Brits-Guyana georganiseerd en Gerard van der Schrceff vertrok samen met Herman Tjin A Djie om het tegen de Guyanezen op te nemen. Aangetekend kan worden dat het de eerste maal was dat Surinaamse tennisspelers naar het buitenland vertrokken.

 

De onzen speelden in totaal vier wedstrijden, maar wonnen slechts één. De Brits-Guyanezen werden hierdoor voor de tweede maal winnaar van de beker. Of zij de beker voor de derde maal wonnen, is nu niet bekend, daar niet is achterhaald als dit toernooi voor de vierde maal werd georganiseerd. Het is mogelijk dat de Tweede Wereldoorlog de spelbreker in deze was.

Door de Tweede Wereldoorlog lag de tennissport enkele jaren stil en pas in 1948 was er weer een opleving te bespeuren.

In juli 1948 vond de wederoprichting van de Surinaamse Tennis Bond plaats. Het bestuur zag er toen als volgt uit: J. Crena Uiterwijk (voorzitter), P.J.C. Waaldijk (secretaris), J.P.L. Stalaert (penningmeester), J. Nobrega, E. Robles, H. Tjin A Djie en W. Kensdel (leden). In de maand juli 1948 kwam Nieuw-Nickerie op bezoek om het tegen de stadbewoners op te nemen. Nieuw-Nickerie werd vertegenwoordigd door H. Ho A Sjoe, A.M. Vieira, A. Maynard, H. Getrouw en de dames B.

[p. 185]

Spence en Alice Jansen. De stadbewoners werden vertegenwoordigd door Leo Tjin A Djie, J. Nobrega, Vasconcellos, Schouten en de dames Harten en Schouten. De Nickerianen verloren met 1-4.

Aan het eind van de maand augustus 1948 werd een internationale toernooi georganiseerd. Brits-Guyana werd vertegenwoordigd door Guy Carl, Mc Cowan, Ivan Philips en mevr. Gunby. Voor Suriname kwamen in het strijdperk: Leo Tjin A Djie, Herman Tjin A Djie en mevr. Schouten.

Suriname versloeg Guyana zowel bij heren-enkel als dubbel en won het toernooi. Mevr. Gunby raakte geblesseerd waardoor de dames enkel en gemengd-dubbel wedstrijden geen voortgang vonden.

In november 1948 werd Leo Tjin A Djie de ster van de landskampioenschappen door alle drie titels te veroveren. Hij werd heren-enkel kampioen, samen met Herman Tjin A Djie werd hij ook heren-dubbelkampioen en gemengd-dubbelkampioen werd hij samen met mej. Harten (zie Leo Tjin A Djie).

Een groot internationale tennistournement dat in Suriname werd georganiseerd vond in 1950 plaats. Hieraan namen Curaçao, Brits-Guyana en Suriname deel. Van 21 t/m 25 augustus kwam Suriname uit tegen Brits Guyana. Van 26 t/m 28 augustus kwam Brits Guyana uit tegen Curaçao en van 5 t/m 8 september bekampte Suriname Curaçao. Suriname won dit toernooi en veroverde de Amstelbeker. Voor Suriname kwamen uit Leo Tjin A Djie, Gerard van der Schroeff, mevr. A. Schouten en mevr. Lilian Kaboord. Brits Guyana kwam met de spelers Gonsalves, Philips en mevr. Gunby, terwijl Curaçao vertegenwoordigd was door Pimentel, Gerhands en mevr. Brandwijk.

De clubkampioenschappen van 1950 zorgden voor wat opschudding daar niet Paramaribo maar Boys clubkampioen werd. Op de derde plaats eindigde Surinam, Ready, Billiton en Kersten werden respectievelijk 4de, 5de en 6de.

In de vijftiger jaren namen onze tennisspelers vaker deel aan internationale wedstrijden en vaker vielen zij in de prijzen.

Zo bestreden Suriname en Frans-Guyana elkaar voor het eerst in augustus 1951. George Hindorie, Olton van Genderen, Leo Tjin A Djie, Gerard van der Schroeff en J. Nobrega kwamen voor Suriname uit, terwijl Rullier, Tenaille, Roseman, Floride en Ho Kong Kin de Fransguyanezen vertegenwoordigden. Suriname won dit toernooi.

Tijdens de landskampioenschappen van 1952 zorgde George Hindorie voor sensatie door in de finale om het heren-enkelkampioenschap Leo Tjin A Djie te verslaan met 6-0, 6-2. Na een hegenomie van 4 jaar was eindelijk iemand instaat Leo te verslaan. Leo Tjin A Djie herstelde zich wel snel, want hij won samen met zijn broer Herman de heren-dubbel en samen met mej. Quant het gemengd-dubbelkampioenschap.

Een kampioenschap dat ook voor opschudding zorgde was het clubkampioenschap van 1958. Frank Yvel en Rufus Blufpand van Swift zagen kans in twee sets de gebroeders Leo en Herman Tjin A Djie uit te spelen en wel 6-3 om 11-9. Langer dan 10 jaar was het geen enkel heren dubbel gelukt deze gebroeders te verslaan. Deze wedstrijd werd dan ook wedstrijd van het jaar genoemd. A. Sparenberg, Wim Duval en Frank Yvel vertegenwoordigden Suriname in october 1959 tijdens een interland te Frans-Guyana. Hieraan namen deel Martinique, Guadeloupe, Belem, Suriname en gastland Frans-Guyana. Belem kwam als kampioen uit de strijd.

Suriname eindigde als semi-kampioen. Martinique werd 3de, Guadeloupe 4de en Frans Guyana 5de.

De zestiger jaren brachten nieuwe tennisspelers aan het firmament zoals Rannie Tjin A Djie, Marijke Kaboord, Kenneth de Koning, Roy Mac Donald en Liesbeth Damaleyn. Het meest opvallende internationale toernooi in deze jaren was dat met de Nederlandse Antillen om de wisseltrofee van Pan-American Airways.

In 1963 had Pan American Airways nl. een wisseltrofee uitgeloofd. Het land dat deze trofee driemaal wist te veroveren werd bezitter hiervan.

Het duurde vijf jaren eer de beker het eigendom werd van Suriname. De resultaten van dit toernooi waren als volgt:

1963

Suriname werd vertegenwoordigd door Rannie Tjin A Djie, Theo Lutz, Kenneth de Koning, Roy Mac Donald, Liesbeth Damaleyn, Jong A Kiem en Lionarons. Curaçao won toen met 5-2.

Dames-enkel: Kaboord vs Jansen 7-5, 2-6, 7-5
Heren-enkel: de Koning vs Flores 5-7, 3-7, 9-11
  Mac Donald vs Hose 2-6, 4-6
Heren-dubbel: Jong A Kiem/Lionarons vs Flores/Ralph 1-6, 1-6
  Mac Donald/Tjin A Djie vs Hose/Flores 2-6, 6-3, 1-6
Dames-dubbel: Kaboord/Damaleyn vs Hofland/Jansen 3-6, 6-4, 4-6
Gemengd-dubbel: Kaboord/Tjin A Djie vs Hofland/Flores 6-4, 6-4

Deze wedstrijden werden van 11 tot en met 16 september 1963 gespeeld.

1964

Was het eerste toernooi in Suriname gespeeld, dit jaar werd ze te Willemstad georganiseerd. Suriname verloor toen met 3-4.

Dames-enkel: L. Damaleyn vs L. Brant 3-6, 5-7
  M. Kaboord vs L. Sules 7-8, 3-6
Heren-enkel: R. Mac Donald vs O. Hernandez 6-2, 6-0
Gemengd-dubbel: M. Kaboord/de Koning vs B. Everteen/R. Pimentel 6-4, 4-6, 6-3
Heren-dubbel: de Koning/Tjin A Djie vs D. Haseth/Brakke 3-6, 2-6

1965

Dit jaar werd het toernooi in Suriname georganiseerd en ook door de Surinamers gewonnen. Jammer genoeg zijn geen resultaten van deze wedstrijden bekend.

1966

Het toernooi van 1966 was extra spannend daar de Ne-

[p. 186]

derlandse Antillen in 1963 en 1964 de trofee hadden gewonnen, terwijl Suriname deze in 1965 veroverde. Met nog de strijd bij de heren-dubbel te gaan tussen Stanley Franker/Henk Emnes aan Surinaamse zijde en Salas/Donny Haseth aan de zijde van de Antillen was de stand 3-3. Nadat de Antillen de eerste set wonnen met 7-5 zag Suriname kans de twee volgende sets te winnen met 6-4 om 6-5 om voor de tweede maal de trofee te veroveren.

Heren-enkel: Emnes vs Haseth 3-6, 7-9
  R. Mac Donald vs O. Salas 4-6, 6-4, 6-3
Dames-enkel: Lieuw vs Schaarden 6-4, 2-6, 6-3
  Lo Sak Sjoe vs H. Hofland 1-6, 1-6
Dames-dubbel: Loe Sak Sjoe/Lieuw vs van Amerongen/Everteen 06, 3-6
Gemengd-dubbel: Lo Sak Sjoe/Franker vs Everteen/Haseth 3-6, 7-9
Heren-dubbel: Franker/Emnes vs Haseth/Salas 5-7, 6-4, 6-5

1967

In augustus 1967 kwam de Antilliaanse ploeg naar Suriname om voor de vijfde maal deel te nemen aan het landentoernooi Suriname-Antillen.



illustratie

Het tennisteam van 1963
Staand (v.l.n.r.): Theo Lutz
, Ranny Tjin A Djie, Marijke Kaboord, Kenneth de Koning. Knielend: George Hindorie, Roy Mac Donald.
(foto M. Kaboord)


Voor Suriname kwamen in het strijdperk Henk Emnes, Kenneth de Koning, Ingrid Lieuw, Rudy la Rose, mevr. Dorien van Tongeren en mej. F. de Haas.

Suriname versloeg de Antillen met 5-2 en werd eigenaar van de wisseltrofee die door Pan American Airways (P.A.A.) was uitgeloofd.

Een andere cup die ook door Suriname gewonnen werd, was de Jos D. Emanuels Cup. In 1965 startte een interland tussen Suriname en Guyana om deze cup. Suriname won in 1965, '66 en 1967 en werd eigenaar van deze cup.

In 1968 startte men met een interland Suriname vs Trinidad om de Maduro wisseltrofee. Suriname verloor in 1968 en 1971, maar won in 1969 en 1970 de beker. 1972 werd het beslissende jaar welk land voorgoed de trofee in haar bezit mocht nemen. De wedstrijden werden op 12, 13 en 14 october 1972 op de tennisbanen van Suriname gespeeld en het verloop was:

Dames-enkel: A. Buitenmans - N. Pimentel 7-9, 3-6, 1-2
Heren-enkel: F. Yvel - R, Plaate 8-6, 3-6, 2-6
  S. Franker - I. Pimentel 0-6, 2-6
Dames-dubbel: M. Kaboord/A. Buitenmans - Pimentel/A. Salas 7-5, 6-3
Heren-dubbel: Franker/Yvel - Pimentel Hennip 2-6, 6-8

[p. 187]



illustratie

Lilian Kaboord-Polak kampioene 1954
1954 werd Lilian Kaboord-Polak voor de eerste maal dames-enkel kampioene. In 1960 werd Marijke met haar 15 jaar de jongste dames-enkel kampioene in de tennishistorie. Op maandag 12 maart 1990 maakte Erica Consen sporthistorie.
Als 14 jarige werd ze de jongste Surinaamse dames-enkel kampioene aller tijden.
Voor de eerste maal in de Surinaamse sporthistorie veroverden binnen één familie drie achtereenvolgende generaties (grootmoeder
, moeder en kind) een nationale titel.
(foto L. en M. Kaboord)




illustratie

Marijke Kaboord kampioene 1960
1954 werd Lilian Kaboord-Polak voor de eerste maal dames-enkel kampioene. In 1960 werd Marijke met haar 15 jaar de jongste dames-enkel kampioene in de tennishistorie. Op maandag 12 maart 1990 maakte Erica Consen sporthistorie.
Als 14 jarige werd ze de jongste Surinaamse dames-enkel kampioene aller tijden.
Voor de eerste maal in de Surinaamse sporthistorie veroverden binnen één familie drie achtereenvolgende generaties (grootmoeder
, moeder en kind) een nationale titel.
(foto L. en M. Kaboord)




illustratie

Erica Consen kampioene 1990
1954 werd Lilian Kaboord-Polak voor de eerste maal dames-enkel kampioene. In 1960 werd Marijke met haar 15 jaar de jongste dames-enkel kampioene in de tennishistorie. Op maandag 12 maart 1990 maakte Erica Consen sporthistorie.
Als 14 jarige werd ze de jongste Surinaamse dames-enkel kampioene aller tijden.
Voor de eerste maal in de Surinaamse sporthistorie veroverden binnen één familie drie achtereenvolgende generaties (grootmoeder
, moeder en kind) een nationale titel.
(foto L. en M. Kaboord)


  Franker/S. Polak - R. Trappenhuis/I. Pimentel 3-6, 6-2, 6-4
Trinidad won dus met4-3.  

Om de tennissport meer ingang te doen vinden bij het groot publiek werden in 1974, 1975 en 1976 onder auspiciën van de Surinaamse Tennis Bond en de Sosis, tennispromotion-toernooien georganiseerd.

In 1974 en 1975 lag het accent op het geven van clinics aan de jeugd en het vertonen van passende films, terwijl in 1976 het accent op wedstrijden werd gelegd. Zo werd een toernooi georganiseerd waaraan verscheidene toppers deelnamen w.o. Stanley Franker, Kenneth de Koning, Woody van Ommeren, Patrik Silos, Winston Linger, Eugene Heikerk, Frank Yvel, Sonny Polak, Fried Wijngaarde en Just Watson (zie Woody van Ommeren). In 1977 werden onder voorzitterschap van Peter van Leeuwen actieprogramma's uitgevoerd om de tennissport in Suriname meer bekendhied te geven. Naast de kompetitie werd voor het eerst een instrukteurs- en scheidsrechters opleiding in ons land gehouden, wat een succes werd. Ook werd voor de eerste maal een begin gemaakt met de centrale training voor de jeugd tot en met 14 jaar en van 15 tot 18 jaar. Verder werd een jeugdvakantie-programma in samenwerking met de Sosis afgewerkt.

Een interessant toernooi dat in augustus 1977 werd georganiseerd was het Snauwaert/Yoney toernooi. Dit toernooi werd in verband met het 20-jarig bestaan van Oase georganiseerd. Kenneth de Koning werd winnaar, Benny Simons van de Verenigde Staten werd tweede en Stanley Franker werd derde (zie Kenneth de Koning, zie Stanley Franker).

Op vrijdag 7 april 1978 werd op de banen van de sportvereniging Oase voor de eerste maal het junioren Maggi Internationale Tennis Tournament gestart. Behalve gastland Suriname namen ook hieraan deel Aruba, Trinidad, Guyana en Frans-Guyana. Het lukte alleen Fredriek van de Kolf tijdens de dames-enkelwedstrijden een gouden plak te veroveren.



illustratie

Eugene Heikerk


[p. 188]

In de tachtiger jaren werd wel veel gedaan voor de tennissport. Zo nam men aan verscheidene internationale wedstrijden deel. Tennisspelers die toen van zich lieten spreken waren: Guido Robles, Gerda Tjon Soei Len - Baänk, Jorgen Lieuw Kie Song en Patricia van Aerde - Milzink.

Toch moet toegegeven worden dat de jeugd in de tachtiger jaren niet voldoende doordrong naar de top. We moesten het meer hebben van oude rotten in het vak als Woody van Ommeren. Het is te hopen dat in de negentiger jaren de jeugd meer van zich zal laten spreken.

Overzicht van de landskampioenen die de tennissport voortbracht:

Heren  
 
1924 Coenraad Fernandes
1925 F. Trijssenaar
1926 Coenraad Fernandes
1931 Gerard van der Schroeff
1932 Gerard van der Schroeff
1933 Gerard van der Schroeff
1934 Gerard van der Schroeff
1935 Gerard van der Schroeff
1936 Gerard van der Schroeff
1937 Gerard van der Schroeff
1938 Gerard van der Schroeff
1939 Gerard van der Schroeff
1940 Gerard van der Schroeff
1941 Herman Tjin A Djie
1945 Herman Tjin A Djie
1946 Leo Tjin A Djie
1947 Gerard van der Schroeff
1948 Leo Tjin A Djie
1949 Leo Tjin A Djie
1950 Leo Tjin A Djie
1951 Leo Tjin A Djie
1952 George Hindorie
1953 George Hindorie
1954 Leo Tjin A Djie
1955 Leo Tjin A Djie
1956 Leo Tjin A Djie
1957 Leo Tjin A Djie
1958 A. Sparenberg
1960 Rannie Tjin A Djie
1961 Roy Mac Donald
1962 Roy Mac Donald
1963 Roy Mac Donald
1964 Kenneth de Koning
1965 Kenneth de Koning
1966 Kenneth de Koning
1967 Roy Mac Donald
1968 Roy Mac Donald
1969 Roy Mac Donald
1970 Roy Mac Donald
1971 Stanley Franker
1975 Winston Linger
1976 Winston Linger
1977 Woody van Ommeren
1978 Patrick Silos
1979 Fried Wijngaarde
1981 Woody van Ommeren
1983 Patrick Silos
1984 Guido Robles
1985 Guido Robles
1986 Woody van Ommeren
1987 Woody van Ommeren
1988 Woody van Ommeren
1989 Jorgen Lieuw Kie Song
1990 Woody van Ommeren
Dames  
 
1924 Schliessles
1930 Wiesje de Freitas-Hirschfeld
1931 Wiesje de Freitas-Hirschfeld
1932 Wiesje de Freitas-Hirschfeld
1947 A. Harten
1948 Schouten
1949 Schouten
1950 Schouten
1951 Schouten
1952 Alice Jansen
1954 Lilian Kaboord - Polak
1958 Borstlap
1960 Marijke Kaboord
1961 Marijke Kaboord
1964 Marijke Kaboord
1965 Marijke Kaboord
1966 Olly Beck
1967 Ingrid Lieuw
1970 M. Betz
1971 Ans Buitenman
1972 Marijke Consen-Kaboord
1973 Cynthia Ponse
1974 Cynthia Ponse
1975 Cynthia Ponse
1977 Ingrid Cheng
1978 Cynthia Ponse
1979 Ingrid Cheng
1981 N. Bromet
1982 Gerda Tjon Soei Len - Baank
1983 Gerda Tjon Soei Len - Baank
1984 Gerda Tjon Soei Len - Baank
1985 Gerda Tjon Soei Len - Baank
1986 Gerda Tjon Soei Len - Baank
1987 Gerda Tjon Soei Len - Baank
1988 Gerda Tjon Soei Len - Baank
1989 Patricia van Aerde - Milzink
1990 Erica Consen