|
|
|
| |
| |
| | | |
Historia Naturalis Hemerobii, Ephemeri, sive Diariae dicti Insecti, ex J. Swammerdammii Tractatu Belgico, olim typis impresso, cui titulus est, Ephemeri Vita &c. excerpta.
PRaetermisimus equidem omnes illas religiosae mentis meditationes, & pia dogmata, quae, uti ab Auctore ubivis intermista & subjuncta sunt quam liberalissime, ita & molem nimium augere, nec adeo directe ad hujusce, quod nunc edimus, Physici Operis institutum facere videbantur. Quanquam enim verissimum sit, Ephemeri illam vitam eum duntaxat in finem ab Auctore esse conscriptam, & cum publico communicatam, ut miserrimae, quam vivimus homines, vitae imaginem nobis exhiberet, atque hinc ad altiora adspirandum esse commonitionibus ubique interpositis nos doceret; haud tamen existimavimus, posse nos, siquidem pias istas contemplationes heic intactas relinqueremus, ideo jure argui, quod scopo Auctoris quidquam detraxerimus: quandoquidem Tractatulus ille integer ab Auctore etiamnum vivo sigillatim in lucem editus publice prostat, facile comparandus ab iis, qui totum perlegere gestiunt. Ut adeo laudabilissimo suo proposito jam tum temporis plene satisfecerit Auctor ipse. Accedit quod ingens ibi locutionum & versiculorum Belgicorum occurrat numerus, quorum versio Latina, publico digna, vix ulla ratione poterat fieri. Atqui elegantiae Operis repugnabat Latina Belgicis interrumpere. Quin & Illustrem Thevenotum, cui prima edendi hujusce Operis cura ab ipso Swammerdammio commissa erat, haud aliter acturum fuisse, si editioni supervixisset, versio Gallica Historiae naturalis Ephemeri, quam inter manuscripta huc pertinentia simul accepimus, clarissime innuit. Sed nos rem ipsam aggredimur.
| |
De Natuurkundige Historie van het een dag levende Haft, of Oeveraas, uit het gedrukte Neerduitsch Tractaat van J. Swammerdam onder deezen Titel, afbeelding van's Menschen Leeven &c. getrokken.
IN welk Boekje dewyl de Aucteur heeft tussengevoegt, en ingemengt, oneindig veele seer godvruchtige overdenkingen, en plichtvermanende Leeringen, welke eigentlyk tot het oogmerk van dit Natuurkundig Werk, 't geen wy nu uitgeeven, geensins schynen te behooren; en ook buiten reden het werk te zeer zouden vergrooten, zoo hebben wy het oorbaar gedagt alle deeze zaaken agter te laten. Want alhoewel het waar sy, dat de Aucteur dit werkje heeft geschreven en uitgegeven met oogmerk, om den Mensch eene afbeelding van zyn elendig leven te vertonen, en om den selven door heilsaame vermaningen op te wekken tot het uitzien en betrachten van hoogere saaken; evenwel denken wy niet, dat iemant ons, deeze ingevoegde bespiegelingen everslaande, met regt zoude konnen berispen, als of wy het oogmerk van den Aucteur hebben te kort gedaan: nademaal dit boekje in 't geheel, van den Aucteur by zyn leven en afsonderlyk uitgegeeven, in veler handen is, en ook nog wel te bekomen, indien iemand lust heeft dit alles te leezen. Zoo dat de Aucteur toen zyn loffelyk voorneemen zelf heeft uitgevoert en zig hier in voldaan. Hier komt by, dat in dit boekje voorkomen een overgroot getal spreekwyzen, en Neerduitsche Gedichjes, welke in het Latyn over te zetten, waardig om te werden uitgegeven, naaulyks wel geschieden en vlyen konde: ook quam het geenzins met de voortreffelykheid van dit werk over een, het Latyn en Duitsch afgebroken onder een te mengen. Jaa maar, 't geen meest dringt, de vermaarde Heer Thevenot, wien allereerst, van den Aucteur self, de zorge van dit werk uit te geeven toevertrouwt was, zoude zelf niet anders gedaan hebben, indien zyn E. in 't leven was gebleven, gelyk uyt de Fransche overzetting, ons ook ter hand gekomen, duidelyk blykt. Dus vangen wy het werk zelf aan.
|
|
|