|
|
|
| |
| | | |
Marseilles groot geheim ontsluierd.

DE Marseillaan snijdt op over alles, hij beweert onder anderen
dat Marseille de eenige stad ter wereld is waar men Bouillabaisse kan eten, en
de wereld schijnt het nog al eens te gelooven ook, hoewel het in zekeren zin
larie is.
Men kan ook op een Nederlandsch fornuis een uitstekende Bouillabaisse koken
wanneer men de ware, versche visch, olijfolie, knoflook, en de combinatie van
stoutmoedigheid en overleg bezit, die een Bouillabaisse vergt.
Het is waar, dat men zich in Nederland een aantal van de vischjes met hard
vleesch niet verschaffen kan, die aan de oevers der Middellandsche Zee welig
tieren, | | | | en die volgens den Marseillaan speciaal geboren worden voor
zijn kookpot; maar men eet in Frankrijk zelfs wel Bouillabaisse van zoutevisch
en harde eieren! En een Nederlandsche Bouillabaisse smaakt best.
Alvorens het recept neer te schrijven, dat enkele sombere geesten wel griezelig
zullen vinden - er gaat bijvoorbeeld een sinaasappelschil in, en wie eet er nu
vischsoep met sinaasappelschil? - zullen wij het daarom de noodige brieven van
adeldom dienen te verleenen. Wij citeeren daartoe niemand minder dan Thackeray,
die schreef:
This Bouillabaisse a noble dish is,
A sort of soup, or broth, or brew.
A hotch-pot of all sort of fishes
That Greenwich never could outdo;
Green herbs, red peppers, mussels, saffron,
Soles, onions, garlic, roach and dace ...
En thans aan den arbeid! Voor acht eters heeft men een pond of vijf diverse visch
noodig; het gerecht is niet goedkoop, maar het is een schotel waarna er geen
tweede op tafel behoeft te komen.
Er is in ieder geval steeds een pond vette visch noodig: het liefste paling, aan
mootjes gesneden, of makreel; en verder wat onze Zuiderburen een waterzootje
noemen: kabeljauw en schelvisch, tarbot, baars, filets van tong en wat er meer
is. Hoewel het niet de ware Provençaalsche manier is, verdient het zeker
voorkeur de meeste visch te fileeren en in stukken te verdeelen. Graten zijn
niemand welkom en het kan zeer wel zonder graten, staarten, vinnen en koppen.
Van deze graten en onderdeelen en een kabeljauwskop, die klein gesneden is, trekt
men eerst met ui, prei, wortel, peterselie, selderij en kruiden twee liter
vischbouillon, dien men zeeft na een halfuur, drie kwartier koken. Ook dit mag
niet van de Marseillaansche meesters, maar het smaakt en is welbezien
spaarzamer.
| | | |
Eerst hierna begint men met de Bouillabaisse zelf. Men heeft noodig 1 d.L. à 1½
d.L. olijfolie, 150 gram zeer fijn gehakte ui en liefst nog 150 gram
fijngesneden prei, een blikje tomatenpurée, ten minste 20 gram zeer fijn
gesneden en onder het mes geplette knoflook, twee eetlepels gehakte peterselie
en een eetlepel gehakte selderij, verder een weinigje tijm, foelie, een paar
geschraapte peterseliewortels, een half klein laurierblad en vooral ook een stuk
sinaasappelschil ter grootte van een rijksdaalder, goed schoongeschraapt van het
wit. Verder 15 gram zout, peper naar smaak en een goede dosis saffraan.
De visch ligt dus rauw, in stukken verdeeld en in mootjes gesneden, klaar op het
aanrecht. Men kiest een pan van goede ruimte - zeker een liter of vijf - en
stooft ui en prei gaar in de olie; vooral niet bruin.
Hierna voegt men alle kruiden en groenten toe, de tomatenpurée, de saffraan en
zoo voorts, stooft ze een halve minuut mee, legt er de paling en de visch die
den langsten kooktijd noodig heeft bij in de pan, laat ze even al stovende
marineeren en zorgt, dat de 2 L. gezeefde vischbouillon flink kookt, om niet te
zeggen raast, en bij de hand staat.
Men giet deze kokend op de visch en zorgt nu, dat de pan zoo snel en hevig
mogelijk vuur krijgt. Dit is een der kokskunsten van deze soep: zij moet
‘bouillir à baisse’, men moet het nat als het ware naar beneden zien koken. Dus
geen deksel op de pan en geen vuur te fel.
De ervaring moet u leeren, wanneer tijdens dit proces de verschillende
vischsoorten in de pan moeten. Een kwestie van halve minuten. Ze dienen er uit
te komen niet als pap, maar ooglijk. De visch moet onder staan; er mag niet
geroerd worden in de pan; men kan ze nu en dan even schudden. De olie en de
vettere visch binden de soep lichtelijk, die terstond van het vuur zoo heet
mogelijk op tafel komt. Een gerecht waarbij de | | | | eters gezeten moeten
zijn, vóór de pan tusschen hen in staat. De pan, inderdaad; versierd met een
bonten keukendoek. Bouillabaisse is een rustiek gerecht.
Ook hier is de Provençaalsche traditie meestal anders: men schikt daar sneden
even geroosterd fluitbrood in een schotel en giet er de soep over, de visch
wordt afzonderlijk opgediend. Wie het zoo verkiest doe het zoo!
Het is echter wel zoo aangenaam de volledige Bouillabaisse op tafel te hebben,
voor het opdienen nog eens flink met gehakte peterselie bestrooid, en ieder naar
zijn keuze van visch en soep te voorzien.
In een royale bui kan men de Bouillabaisse verrijken met kleinen kreeft - in
stukken verdeeld. Koopt men deze klaar en gaar, dan gaat hij eerst op het laatst
in de soep, genoeg tijd om flink heet te worden. Bescheidener huisvrouwen mogen
hier de mossel niet versmaden.
De kokskunst van de Bouillabaisse begint met de kokerij; men moet kokenden
vischbouillon of water klaar hebben, zoo fel mogelijk vuur geven, de rest van de
visch op het juiste moment toevoegen, en zeer heet opdoen. Vijftien tot achttien
minuten is de ware tijd, iets meer, iets minder. Op zeker oogenblik ziet men de
olijfolie als zelfstandige zelfstandigheid verdwijnen en de soep binden. Dat
slaagt niet altijd precies; maal er niet om - een ander maal beter - en kook er
niet langer om: Bouillabaisse mag nooit of te nimmer vischpap zijn!
Bouillabaisse maken vraagt een zekere kordaatheid en handigheid, en gasten die
niet bevreesd zijn voor een teentje knoflook. Alles wat het snel aan den kook
maken bevorderen kan, dient benut te worden: men geve dus b.v. een paar seconden
vol vuur eer de kokende vischbouillon wordt toegevoegd, etc. etc.
Een groote verscheidendheid van visch is een van de aantrekkelijkheden der
Bouillabaisse, maar men kan de soep zoo eenvoudig en rijk maken als men wil.
Ze bestaat in ongetelde soorten langs de geheele kust van de Golf van Biscaye tot
het Suezkanaal, en | | | | als de Marseillanen beweren dat de hunne de
eenige is, dan zijn ze daar Marseillanen voor.
N.B. Een Bouillabaisse echter zonder knoflook, olijfolie en saffraan is geen
Bouillabaisse. Dààrin hebben de Marseillanen, en alle andere ware
Bouillabaisse-eters gelijk.
N.N.B. Men kan geen Bouillabaisse klaarmaken voor twee personen. Het is een van
de gerechten waarbij er ten minste een vier of vijf goede eters aan tafel moeten
zitten. Ze eten in dit geval meestentijds voor acht.
|
|
|