|
|
|
| |
| | | |
Zeven kippen en een haan.

GELIJK er in het grijs verleden van Amsterdam een tijd is
geweest, dat de dienstmaagden alvorens zich te verhuren bedongen dat zij slechts
tweemaal in de week zalm behoefden te eten, en dit was vele jaren voor de
uitvinding der blikjes en vanwege de overtalrijkheid van de zalm te dien tijde,
zoo zijn er nog heden ten dage vele oppassende pension- en hotelgasten, die er
alvorens te huren, op staan niet meer dan eens in de twee weken kip (met
doperwtjes) ter tafel te zullen zien komen. Deze raadselachtige zaken zijn
verklaarbaar uit de veelvuldigheid van den zalm eens, van de kip thans, en, wat
de kip betreft, uit nog een andere oorzaak:
Er bestaat een niet gering aantal Nederlanders, die zich de ideale kip
voorstellen als een gedierte waarvan men - en dat van één exemplaar - zoowel
beste soep | | | | kan trekken als een smakelijk gebraad vervaardigen. Ik
zeg vervaardigen.
Deze kip nu is evenzeer fabelachtig, als de eenhoorn en de vogel Phoenix, en wel
omdat de laatstvermelde gedierten slechts tot poëzie en niet tot realiteit te
gebruiken zijn, en de kip slechts tot soep als het een soepkip is, en tot
gebraad als het een braadkip is. Een taaie braadkip is nooit of te nimmer een
braadkip, en een soepkip is enkel en alleen een kip voor de soep.
De braadkip wordt met vele zorgen opgevoed en vertroeteld om met de boter kennis
te maken, en de soepkip is meestentijds een dier, dat na lange en zware
vervulling van haar huiselijke plichten, nog nuttig is in de soeppan.
Het kan wel zijn, dat ik hiermede een Nederlandsch ideaal verwoest, maar wat zou
dat, ik geef er u twee voor terug, dat van goede kippensoep en dat van goede
kip. En wat denkt gij zelf van een dier mondwateren welke aangeprezen worden als
tevens goed zijnde voor koper poetsen en ontluizing van kamerplanten?
Over goede soepkippen-kippensoep ware veel te zeggen. Over alle brave andere kip
moet men in de eerste plaats zeggen, dat het een gevogelte is, en geen wild. Om
met een omweg tot het doel te komen: het is een rotsvaste overtuiging van den
bevaren Nederlandschen varensgast, dat de visch van den Atlantischen Oceaan en
de Noordzee beter is dan die van de Middellandsche Zee, omdat hij uit wilder
water komt, en meer voor zijn bestaan moet vechten.
Zoo zegt men, dat een sedert zijn twintigste jaar rentenierend manspersoon,
zelden het voorbeeld van een man is, dat de achter kippengaas gefokte zilvervos
niet het fraaiste bont levert; en het is zeker waar, dat een forel uit een
snelstroomende beek een betere visch is dan een forel uit een forellenvijver.
Welke wijsgeerige bespiegelingen over den strijd des levens en zijn nuttigheden
voor het culinaire en modieuze men daaraan ook mag willen verbinden, zeker is
het, dat die wilde zwerver, de snip, | | | | of dat wilde veldhoen, de
partrijs, in louter boter gebraden, u op schotel steeds het woord ha in den mond
geven, terwijl een aldus gebraden kip zonder eenige hulp van culinaire
verfraaiing u wel eens doet constateeren, dat het weer een gebraden kip is.
Vandaar dan ook, dat de meesters uit de keuken tienmaal meer recepten wijden aan
de kip dan aan den patrijs; de kip is een gevogelte, dat men in de pan bijstand
en hulp verleenen moet; de snip en de patrijs zijn wild, dat men met den
grootsten eerbied zichzelf laat zijn.
Meen niet, dat ik iets tegen de kip heb, ten minste als ze goed en panklaar is.
In leven zijnde echter, met haar onoverwinnelijke domheid, haar voortdurende
eigenwijze bedrijvigheid en haar praatziekte en gegil - een kip is alleen stil
zoolang ze eieren zit te leggen, of broedt - is ze het voorbeeld van een in
hoogste mate ontaard burgerlijk huisdier, en zij gelijkt in vele opzichten op
een uitstervend geslacht van vrouwelijke menschelijke wezens, dat zijn positie
in de wereld gegrondvest achtte door het feit, dat het kinderen ter wereld
bracht, driemaal per jaar schoonmaak hield, en broekjes breide voor kleine
negertjes.
Kijk eens in het verstandig, heet en vurig en liefelijk oog van een levenden
patrijs, en in dat van een levende kip...
Goed, de kip is dus op haar best een gevogelte, gefokt voor het gebruik, een best
gevogelte, maar waarmee wij, culinair gesproken, een avontuur moeten beginnen om
er iets aan te beleven.
Ik herroep alle kwaad, van de kip gezegd. Ik kies een malsche kip, en ik stoof
een halven bos prei, welgewasschen, fijngesneden, lang en zachtjes bereid in de
boter, met wat tijm, één kruidnagel, en een snuifje zout.
Onderwijl wordt het verongelijkte dier licht goudbruin in een andere pan,
zachtjes aan en betamelijk, gedurende een kwartiertje, al gekeerd en gewend. Een
kip behoeft | | | | niet donkerbruin te zijn, goudbruin staat haar beter.
Daartoe clarificeert men de boter voor men begint, dat wil zeggen, men doet de
noodige boter in een kleine pan op zacht vuur, en roomt er gedurig de wittigheid
en het schuim af. Men houdt dan een van alle zwarigheden ontdane boter over,
precies de boter om een kip in te vergulden. Men braadt een kip nooit hard, maar
altoos zachtjes.
Lang voordat men daar nu mede bezig is, lengt men de pan met stovende prei aan
met zooveel bouillon of witten wijn als men saus wil hebben - of eigenlijk
gezegd, men besteedt daar wat meer tijd aan, en kookt een half uur lang van prei
en witten wijn een saus, die men zeeft, desnoods een tijd te voren. Met deze
saus maakt men daarna de kip klaar en gaar. Men heeft haar voordien voorzien van
eenige blaadjes dragon, zoo van binnen als in de saus - er is altijd gedroogde
dragon, als er geen dragon meer is - en men maakt de saus af met een deciliter
room, en zooveel paprika als er op een theelepeltje kan liggen, of ietwat meer.
Wij moeten ons voorhands vergenoegen met het begrip, dat een goed gebraden kip
waaraan men bovendien een bos prei besteedt al iets bijzonders is. Het is echter
maar een kip op zijn Limburgsch.
Kook me de saus eens in, doe er op het laatst een gaar staafje prei bij, een
champignon of wat, of iets van de truffel, en ge komt in de hooge keuken.
Natuurlijk bindt men een saus als deze juist genoeg om iedereen te laten merken,
dat het een bijzondere saus is, en natuurlijk zijn er nog duizend andere
manieren voor de kip, die u ten dienste staan. Maar dit is er ten minste een.
Ik bedenk mij met groote zorg, dat ik ditmaal meer kwaad dan goed gezegd heb, met
name van de kip. Eert uw vijanden. De kip met preisaus is goed, onbekend en
zelfs in de voornaamste kookboeken niet te vinden. Ze is doodgewoon dat wat een
Zuidelijker vaderlandsche keuken tegen de doodgewone kip heeft, en ze is best.
Probeer het eens.
| | | |
| |
Klassieken en variaties.
AANGEZIEN ik de groote onvoorzichtigheid heb begaan het
standaardwerk van ons aller meester Escoffier uit te leenen aan een vriend,
die gaarne betamelijk eet, en dit een boek is dat men van verstandige eters
nooit terugkrijgt - het was mijn derde exemplaar, helaas - kan ik u niet
vertellen of de meester zeven en twintig of zeven en veertig bladzijden
recepten aan de kip wijdt. Mar ik vermoed dat wij met het laatste dichter
bij de waarheid zijn.+
Het zijn tot het uiterste verkorte recepten voor mannen van het vak, die hij
geeft, en er is één ding waarin Goethe, de koks en de journalisten het eens
zijn, of moesten zijn: eerst uit de beknoptheid blijkt het meesterschap...
Wanneer men drie regels Escoffier leest, is men terecht. Wanneer men drie
regels uit een ‘handig’ kookboek leest is men vaak kwaad.
Er zijn u nog allerhande bereidingswijzen van de kip beloofd en om er meer in
kort bestek te kunnen geven sloeg ik een modern kookboek op, dat zich
beknopt noemt en dat nameloos moge blijven. Het zegt van den ‘Poulet
Chasseur’ - na op de grofste wijze verkondigd te hebben, dat men alle kippen
van diversen aard eerst braadt om er daarna het verschillende garnituur aan
toe te voegen - dat men een ‘Poulet Chasseur’ eerst braadt, dan met meel
bestuift, dan met een gelijke hoeveelheid witten wijn en bouillon
bevochtigt, om er daarna een takje peterselie en eenige gehakte champignons
aan toe te voegen.
Dit nu is een voorbeeld van een dier miserabele en platte recepten, die het
midden houden tusschen de automatiek-keuken en die van een
derderangsrestaurant. Alle betamelijke recepten noemen ten minste tomaat,
prei | | | | of ui, ietwat gehakte dragon en veel gehakte peterselie
als karakteristieke bestanddeelen van den ‘Poulet Chasseur’ en men heeft
hier een schoon exempel van de culinaire luiheid en van ‘la tendance à
supprimer quelque chose qui justement est caractèristique de l'apprêt’,
gelijk de onvolprezen madame Saint Ange zoo tersnede zegt.
Als ge werkelijk een ‘Poulet-Chasseur’ wilt eten, waarom dan tegen de
gezamenlijk op ten hoogste drie stuivers te berekenen extra-kosten van
groenten en kruiden op te zien? Maar daar gaat het niet om. Het gaat er
alleen om, dat er iemand een kwartier langer voor de pan moet staan! En
bijvoorbeeld: een der karakteristieke zaken bij den ‘Poulet Chasseur’ is dat
men de champignons, in dunne plakjes verdeeld, in het vet roostert, waarin
de kip te voren lichtbruin gebraden is en ze maar niet zoo met al het andere
in de pan gooit.
Neem als ge den ‘Poulet Chasseur’ wilt hebben voor zes personen een goede
braadkip, benevens 100 gram champignons, 25 gram prei, 1 d.L. witten wijn, 2
d.L. bouillon, drie lepels tomatenpuree, een vingerhoed gehakte dragon, een
goede handvol gehakte peterselie, 50 gram boter en de helft olijfolie.
Het nut der olijfolie, vermengd met boter, is, om het nog eens te herhalen,
dat men op hooger temperaturen kan komen, zonder ongelukken te beleven. Geen
olijfolie? Wel, dan niet...
Men braadt de kip - het is een van de vele ‘Poulets sautés’, dus eigenlijk
een niet in haar geheel gebraden maar van te voren in haar onderdeelen
verdeelde kip - in de helft van boter en olie ongeveer gaar en neemt haar
uit de pan. Daarna voegt men het resteerende vette toe, maakt het alles goed
heet en laat er de schijfjes champignon in springen tot ze ietwat bruin
zijn. Daarna voegt men de fijn gesneden prei toe, tempere het vuur en zij
aandachtig.
Men strooit er, na het meeste vet uit de pan geschon- | | | | ken te
hebben, wat meel over en schudt het alles nog even op. Hierna voegt men den
witten wijn, den bouillon, de tomatenpuree toe en laat het alles gedurig
roerend samen sudderen, tot de prei goed is. Lekkerbekken flambeeren daarbij
met een glaasje cognac.
Hierna voegt men de kip weer toe en maakt haar gaar in de saus, langzaam en
met beleid. Het zal u wellicht verwonderen, maar een in deze momenten hard
gekookte kip wordt een harde kip, terwijl wij op iets smakelijkers hopen ...
Eerst op het allerlaatst gaat de gehakte dragon door de saus; als het droge
dragon is wat vroeger.
Men dient de saus over de kip en bestrooit haar ruimschoots met gehakte
peterselie.
De ‘Poulet Marengo’ beroept zich op een groote afkomst. Er zou, zegt men, na
den slag bij Marengo niets te vinden zijn geweest dan een paar tomaten, een
handjevol uitjes en olijven, een goed handjevol champignons, een glas wijn,
en natuurlijk, een kruikje olijfolie. Iets wanhopigs voor een kok, zegt men.
Het is de vraag of dit waar is; latere koks hebben overigens het recept
verfraaid met een garnituur van rivierkreeftjes en in heete olie gefriteerde
eieren op gebakken brood (d.w.z. ‘oeufs frits’ en geen spiegeleieren). Het
essentieele van den ‘Poulet Marengo’ is echter niet deze facultatieve
versiering, edoch het beginsel:
Sauteer een kip in olijfolie - een ‘Poulet Marengo’ uit de boter is er geen -
giet de olie bijna geheel af en stoof in de rest een drietal mooie van schil
en pitten ontdane tomaten en een geplet teentje knoflook, of wel het laatste
met eenige tomatenpuree; voeg daarbij 1 d.L. witten wijn en het nat der
champignons en laat inkoken.
Als ge deze kip met olijven wilt hebben, ontpit ze dan en zet ze een halven
dag te voren in lauw water om ze ontzouten, voeg ze tegelijkertijd met wat
champignons bij de saus en warm er de kip in, die niet meer koken | | | | mag. Natuurlijk wordt de saus ontvet, licht gebonden, en zoo
voorts.
De voornoemde kippen zijn zoogezegd menu-kippen, hoe vereenvoudigd men het
ook voor mag stellen. Een huiselijker en allerbeste kip is de ‘Poulet Bonne
Femme’, ook genaamd ‘Grand'mère’. Haar karakteristieke garnituur bestaat uit
dobbelsteentjes gebraden spek, uitjes en aardappeltjes: geenszins
onbereikbare dingen ...
In het jaargetij dat er geen versche uitjes zijn neemt men die uit het zuur
en laat ze een halven dag in eenige malen ververscht water uittrekken.
Men neemt voor den ‘Poulet B.F.’ 250 gram spek in dobbelsteentjes en braadt
deze voorzichtig in 30 gram boter; daarna neemt men ze uit de pan en bewaart
ze, en braadt in dit vet de kip op zacht vuur.
Men heeft voordien kleine aardappels geschild en niet geheel gaar gekookt,
ofwel de bekende ronde aardappeltjes met het bekende daartoe uitgevonden
mesje uit de groote grootvaders gestoken en ze evenmin geheel gaar gekookt.
In beide gevallen heeft men ze daarna goed gedroogd op het vuur en eveneens
bewaard.
Als nu de kip op het zachte vuur gaar is, neemt men ze uit de pan, giet alle
vet af, laat het even staan en giet het zonder het bruin bezinksel weer in
de pan. Hierop maakt men er de aardappeltjes mooi en gaar in, en voegt
daarna de vierkantjes spek en de uitjes toe, lang genoeg om ze bros en
prettig te krijgen; ten slotte de kip.
Schud de pan af en toe eens om - met den lepel roerend maakt ge er te gauw
iets onooglijks van - en doe op in de pan. Er zijn pannen genoeg te koop,
die een uitstekend figuur op tafel slaan, als ge niet met wijsneuzen eet.
Vrees in dit geval niets als ge weinig saus hebt. Dit is een kip zonder saus:
dezelve is in de kip getrokken.
| | | |
Ik ben u thans welgerekend nog drie kippen en een haan schuldig; dat wil
zeggen, de recepten. Maar Socrates was bij zijn dood wel een haan schuldig
aan Aesculapius.
Wees niet te gulzig, het komt niet op de recepten, maar op uw pleizier
daarvan aan. Ge kunt thans voor maanden met de braadkip spelen. Onthoud de
beginselen: een kip is, in tegenstelling met veel ander gevogelte en
vleesch, niet te gauw te gaar, maar meestal te vet van saus. Braad ze
zachtjes aan en ontvet de saus goed. Doe haar iets aangenaams aan met prei,
tomaat, bouillon, champignons, spek, peterselie, ham, wijn of uitjes, maar
weet wel dat ge, om dat goed te doen, eerst enkele standaardrecepten moet
kennen, aleer ge uw ‘Poulet Maison’ oftewel uw kip van eigen inventie op
tafel zet. En ik heb u nog niet eens van de gebraiseerde kip en de gevulde
kip en de diverse kip-encocotte gesproken ...
Het was met boos opzet. Men moet met het begin beginnen en eenige recepten
onderscheiden, voordat men zich bekwaam acht te experimenteeren. En dus: men
koope een braadkip - dat is geen soepkip - en zoo voorts, tot men den
duizend-en-een-nacht van de kip werkelijk te vertellen weet.
Want, gelijk Scheharazade zeide in het zooveelste verhaal:
Er was eens een prinses van Arabië, die de kunst der kruiden kende en den
komijn wist te vermengen met de saffraan, den kruidnagel en den rozemarijn,
zoomede met de pimpernel en de groene en witte prei; het scherpe van de
citroenschil met dat van de peper; het zoete van de foelie met de kracht van
het knoflook en de olie, en zoo voorts. En dit behaagde den prins zoo, dat
hij ...
Enfin. Al de commentators op den Duizend-en-een-Nacht zeggen dat het dan wel
een curry-recept zal geweest zijn.
Maar een recept, dat de schoonste slavin van Arabië | | | | een nacht
den hoogen hals redde, mag dat verloren gaan? Vergeef mij: ik ga het recept
van den ‘Poulet Mille-et-une-Nuits’ herontdekken. Misschien, over tien jaar,
is het waardig u geopenbaard te worden ...
Evenwel: de klassieke Poulet Chasseur, Marengo, Bonne Femme hebben eeuwen
noodig gehad, alvorens zij tot een vast en redelijk recept kwamen uit den
chaos der kippenbraderij. Bedenk dat eens goed ...
|
+Ik heb mij een nieuw exemplaar
verschaft. Het zijn er zeven-en-zestig ....
|
|