|
|
|
| |
| | | |
No. 59
Rotterdamsche Hermes
Donderdag den 4 September 1721.

Tu pias laetis animas reponis
Sedibus: virgaque levem coerces
Aurea turbam, superis Deorum
HErmes, die zonder inleiding begonnen heeft, zal echter zonder
afscheit niet vertrekken, des verzoekt hy een iegelyk die nieusgierig is naar
de gestalte, imborst en 't voornemen van den Schryver, deze bladeren
Hebraice te behandelen, want het allerlaatste begrypt titel en
inhout.
Vooreerst adverteert hy den Lezers dat de titel van Hermes
niet slaat op Hermes Trismegistus, een Egiptisch Wysgeer, die het
allereerst heeft gedisputeert over de Majesteit der Goden, den rang der
Geesten, en de verandering der Zielen: neen, hy verstaat daardoor geen
Filozoof, die als een Profeet toekomende zaken heeft voorzegt, en van sommige
voor den waren Mozes, of voor 't minst voor deszelfs Leermeester
aangezien, en ter maximus getiteleert wort: maar hy verbeelt dien
Hermes of Merkurius die den Dommekracht Argus, trots op
zyne hondert oogen, den kop afknipte, en hem de sneeuwitte Koe Iö
ontfutzelde. Hoe galant dien Brillenkramer van hem | | | |
getrakteert is, verblyft hy by provizie aan 't oordeel
der bescheidene Lezers, en zal zich wegens dat point eerstdaags, wanneer
hy aan 't Y opdaagt, nader verklaren.
Zyn persoon, die door eenige Kladschilders zoo ellendig
geportraiteert en met stompe borstels bestreken is, ja meer een'
verschopten Lantsdief of den ontwinkelden Winkelier Argus dan een Hermes
gelykt, heeft hy door 't kristal der waarheit geëxamineert, en zal
de gestalte, deugden en feilen van dien Pellegrim eens ontleden.
Hermes is van gestalte iets minder dan een Reus en iets meer dan een
Dwerg; en indien hy maar tweehondert ponden waaggewigt ophaalt is zulks een
proef dat hy niet zwaarder weegt; doch hy ziet liever de gezwintheit van een
Fransch Dansmeester dan de logheit van een Chineesch Mandaryn. Zyn hooft staat
tusschen twee schouders, en ziet'er vry beter uit dan dat van Kolonel
Forster, dat boven
*
Tempel Bar pronkt; en van de koleur van zyn aangezicht is 's winters
bruin en 's zomers niet blank, doch zyne tronie is tamelyk ront van omtrek, dat
(volgens Porta) het teeken is van een vrienthoudent Man. Zyn voorhooft
beslaat meer plaats in de breette dan in de hoogte, zoo dat hy zelden een
ezelsladder gebruikt om naar de derde verdieping van zyne vindingen te klimmen.
De oogen zyn van eene meer dan middelmatige grootte, ront, als die van
Minervaas Kanarievogel, en zyn genoegzaam in zyne groote jeugt van de
Sexe, en voornamelyk van eene bejaarde Gouvernante, dewelke stikziende
was, geadmireert. Zyn neus is 't minste litmaat niet van zyne trony, en
trekt meer op dien van Karel den tweeden dan dien van Willem den
derden; ook heeft hy een mont
Waaraan een schoone Rozemont
Noch dagelyks meer kusjes jont
Dan Helena, gewoon op 't Grieksche dons te spartelen,
Den schoonen Paris schonk, een Herkules in 's dartelen;
En die, tot lessing van een kittelige koorts,
Vorst Priaams oude vest ontstak door Pyrrhus toorts.
Zyne armen zyn langk als de vleugels der Koningen, en zyne handen
zacht als fluweel voor zyne vrienden, maar hart als porfyrsteen | | | |
voor zyne vyanden. De Zuilen, dewelke d'Architectuur van Hermes
onderschragen, zyn van de Romeinsche Order, en hy heeft, gelyk een Kasuaris,
eene ongemeene kracht in die bouten. Zyne voeten zyn zoo krom niet als die van
den rootgehairden Armmeester van Judas parentagie; en van zyne hielen
moet Argus oordeelen, wanneer die genootzaakt zal zyn dezelve, als een
voor zyn sterflot bevreesde Turnus, te omhelzen.
d'Imborst van Anubis blykt niet duister uit zyne losse
Schriften, dewelke natuurlyk met 's Meesters losheit sympatizeren. Aan
de Hoven woonende was hy een slecht Hoveling, en is thans op 't lant noch
slechter Boer. In spyze en drank is hy zoo moderaat niet als een
Kurius, noch zoo overdadig als een Lukullus, en zelden zal hy met
een' vrient over het drinken van een glas wyns verschil krygen. De waerde van
het leven kent hy al te wel om het zonder eene dringende nootzakelykheit te
exponeeren; en schoon hy als een Wysgeer niet voor de doot schrikt,
echter bemint hy als een mensch het leven. Hy haat Snappers en bemint geene
Zwygers: de eerste tirannizeren de converzatie, en de tweede verraden
dezelve. Grooter zucht dan achting bezit hy voor de Sexe in 't generaal,
want hy is te dikmaals door de rozen en lelyen bedrogen geweest om ze zonder
borgtogt te betrouwen. Niet tegenstaande dat vooroordeel bemint hy 't
gezelschap der Juffers, en wel inzonderheit van die gene die noch minder weten
dan hy, want dan is Hermes 't Vrouwenorakel, en zoo aanzienelyk onder die lieve
Klappeien als een Argus onder de staatkundige Goijerboeren. Hy bewaart
beter 't geheim van zyn' vrient dan zyn eigen; en schoon hy niet al te
ligtvaerdig in zyne verkiezing is, echter is hy somtyts met gezelschappen van
out yzer in de letteren en verroest koper in wetenschappen geballast. Nu en dan
Filozofeert hy in eenzaamheit; doch de ervarentheit toont hem dat zyne jaren
die van Nestor niet zouden bereiken indien hy te veel studie, te veel
chagryn, en te veel eenzaamheit overhoop haalde. Door
genereusheit heeft hy meer gelts weten te verteeren dan door gierigheit
te besparen; en als een Duitsch Kavalier dikmaals zyne
beurs geincommodeert om zyne eer te verzekeren. Maar halte! dat d'Oude
tot iets anders overga. | | | |
Het zy genoeg dat elk een Hermes zal beklagen,
Die als Vorst Markus oude
# Boer,
De ziel eens konings in een' linnenkeel moet dragen.
De voornaamste bekoring die den Adam van Abdera heeft
aangezet om 't papiere ooft te smaken, sproot vooreerst uit Argus
brutale onkunde, die langs de kwaataartige eigenschap der aapen Burgers en
Edelen aangrimde, en echter, spyt kennis en politesse, dagelyks wert
geciteert. Zoo citeren de Franschen Le Cheval de Bronze,
zonder den grooten Hendrik den vierden, wien 't bedrukte Vrankryk
beschreit, eens te noemen; en zoo wort de ontheupte schimmel Argus
gementioneert, terwyl de lieftallige Doudyns, die immers schrylings
over dat Muiderpaert heen zit, in den Tempel der Stilzwygentheit
logeert. Ten anderen was Anubis intentie dien bedroefden Schryver
door de sporen van eene vriendelyke critique, of van zyne eerlooze
dievery (want steelt hy door die opgesmukte Titelplaat en hoogdravenden Titel,
gelyk 'een gechambreerde Kwakzalver, het gelt niet uit den buidel der
ligtgeloovigen?) te doen desisteeren of zyn' styl te verbeteren. Doch
nauwelyks was Hermes met zyn' pols over den moersloot van Argus uilebort
gesprongen; nauwelyks hadden zyne vlugge hielen het Muider-territoir
aangeraakt, of de wilde Gans was wech, en bewees door die bloode vlucht, dat zy
van die spraakzame familie niet was die eertyts het Kapitool tegens
de surprize der Gaulen bewaakte. Hermes, ziende dat zyne onwaerdige
tegenparty het spel opgaf, vatte post, en nam de vryheit om den onpartydigen
Lezer met gerechten, verscheiden in smaak, te trakteeren. De laster en
verongelykingen der baldadigen, die te vergeefs gepoogt hebben hem te
weerhouden, heeft hy als een Wysgeer veracht. Indien Bacon
en Boile zich ontzet hadden wegens de ongefondeerde berispingen tegens
hunne methode, deze eeu zou thans die openingen, ter herstelling der
wetenschappen, niet bezitten. Indien Deskartes de schendtaal niet hadt
misacht, de waerelt zou hedendaags noch als Groenlantsvaarders tusschen de
Ysbergen van den grooten Aristoteles bevrooren leggen; en indien een
voornaam Schryver met den bezem van eene geassureerde schryfpen de
| | | | Spoken niet uit de hoeken en winkels van d'inbeelding der
stervelingen had wechgeveegt, nauwelyks zouden die in eenen duisteren nacht
drie treden konnen voortgaan zonder den geest van eene Witte Vrou, 't
geraamt van een' vermoorden Woekeraar, of 't gespens van een versch
gehangen Dief te ontmoeten.
Wie voor Autheur scheep komt wort dikmaals een Kajuitsjongen in
den geest der Lezers. Maar onder de Schryvers is die Man van zyn dootvonnis
verzekert die de vooroordeelen bestrydt (eene diergelyke onderneming is al te
helder in de leepe oogen van den Nydt) en indien hy de driften zyner vyanden
ontsnapt, is hy zyn heil aan niemant dan aan de alvermogende magt der
WAARHEIT, de Voorstaanster der Verdienstigen, verschuldigt.
Die stelling vertzaagt de meeste Schryvers, en verplicht hen om, in
stê van waarheden die den geest onderwyzen, zotheden, die de ooren
streelen, voort te brengen.
---- Nous autres Faizeurs de Livres & d'Ecrits,
Sur les bords du permesse aux louanges nouris,
Nous ne Saurions briser nos fers & nos entraves,
Du Lecteur dedaigneux honorables Esclaves.
| |
Merkuur in Masquerade.
Parys. De Graaf van Gordon en een zeker Jezuit hebben in
duël geschaakt, verliezende de laatste de party en revange. Hermes
durft opentlyk beweeren dat het Schaakspel de grontvest is van het staatkundig
gebou der Jezuiten, dewyl zy hunne geloofsgenooten van de wieg af onderwyzen
hoe men een' Koning schaakmat zet, hoe men Koninginnen wint, toorens
vermeestert, paerden wechneemt, en Soldaten overhaalt. De aanzienelyke
Toezienders sustineerden dat die Pater geen last Florentynsch zout
ingezwolgen, de politieke gronden van den H. Loyola niet verstaan, en
den schranderen Geheimschryver der Toskanen niet veel doorbladert hadt,
andersins zou hy in de weegschaal van de policievoor 't minst drie
Gordonsche Graven hebben opgewogen. Het allerergst is dat hy de revange
(waarlyk iets ongemeens in een Jezuiet) verloor, want Vader Peter
en pere la Chaize stonden op dat point zoo hecht als Memphische
Grafnaalden. De gerepeteerde Vloekverwantschappen tegens het leven van
Wil-
| | | |
lem den derden, de mislukte landingen van een
dolent Ridder, en de geraffineerde praktyken der Torrys, zyn de
Doodemeersappelen die de Duivel op de revange-stammen van die twee
ingezulte Machiavellisten heeft geoculeert.
De vermaarde Marquies Damis is uit de Bastille ontslagen. Het
schynt dat de oude Bastille in de devotie van restitutie vervalt, dat zy
als Charybdis het ingezwolgen wederom uitbrakt, en uit eene hel van
staat in een vagevuur van zuivering is verandert. Wie weet of die mirakuleuze
beschryving van den Hr. Konstantyn de Renneville zoo wel geene bewegende
oorzaak is van die verlossing als eertyts de gebeden van den
Kardinaal Dada van Koninginne Mariaas vruchtbaarheit? Niemant hadt
oit vermoet dat de adelyke Mr. Johan zoo een voortreffelyk
Medicus was, voor dat hy in de Kourant kwam opdonderen. Niemant wist dat
Argus zoo vermakelyk was voor dat hy 't zelf bekende; en niemant begreep
dat de Bastille zoo kout als Nova Sembla was, voor dat ze door die koele
beschryving tot een' Ysberg stolde. O hoe wonderlyk zyn de Bastillegevallen! ja
zoo wonderlyk als die van Robinson Crusoe; zoo geloofwaerdig als die van
Pinto; en zoo wel gerangeert als Tallarts Armée in
't hartje van de deroute. Hy repeteert eene en dezelve zaak niet
zelden, en fatigueert zyne Lezers met geene Gregorio Letis
particulariteiten; ter contrarie; met de welsprekentheit
van Pierrot, de deftigheit van een Scharamouche, en de
graviteit van Polichionelle onderhout hy zyne gasten. Ja een man
die eene goede memorie bezit kan jaar uit jaar in langs dat journaal de
Saletjuffers met de Pynbank, de Theologanten met Romans, en de Casuïsten
met Liefdegevallen onderhouden.
Men zegt hier te Lande dat de vrede met den Czaar en den Koning van
Zweden op 't punt staat van geteekent, en zekere zwarigheit by
inschikking vereffent te worden. Daar is byna niets of het wort door
inschikking vereffent: by voorbeelt, een man, die aan eene Tarantel is
vastgeklonken, en dagelyks door het lapje van eene Calabreesche Spinne gestoken
wort, vlucht zyn adelyk slot, en valt in de bouten van eene inschikkende
Buurjuffer, die aanstonts dat verschil met hem vereffent. Is 'er een man, die,
van de wacht komende, een' vreemden Haan by zyne Huishen, en dat noch op zyn'
eigen mesthoop, attrappeert; fluks wort zyn gekraai door den klank eener
wigtige goutbeurs verdooft, | | | | en die zaak ingeschikt.
Twee Galants, die by Vespers lamp eene Vrou met eenige Arabische
nachtvertellingen onderhielden, worden door inschikking in dieven herschept. By
inschikking verruilt een geduldig Winkelier zyn huwelykserfpacht voor zes paar
kante manchetten; en by inschikking wort Argus gepardonneert
tot.... tot dat Hermes de lafhartige Hekelteef ontmoet.
Een voornaam Heer, die onlangs gearresteert is, doet Hermes
geheugen, dat 'er voor groote Heeren geene volmaakter Akademie is dan eene
gretralyde studeerkamer. De Hertog van Orleans, in de bataille van St.
Aubin gevangen en in den tooren van Bourges gekerkert zynde, viel als verwoet
op de boeken, goot meer raapoly in zyne studeerlamp dan olyfoly over zynen
ansjovis, en wert in 't kort een staatkundig Prins. M. de
Montmorency struikelde in de loopgraven van Therouane, en wert aangeslagen
door een Prins van Piemont. Nauwelyks was die Leeu nevens zyn' Kamerdienaar in
eene suffisante spelonk geplaatst, of hy kommandeerde een douzyn
Lucifers duodecimoos, of Fransche speelkaarten; doch dat speelziek verzoek wert
met nihil hic beantwoort, zoo dat hy, die noit een ander boek dan zyn'
degen opsloeg, om den tydt te verduuren, de Studie op 't lyf viel en de
Wetenschappen vermeesterde. De Marquies de Pescaire wierp de laagste
oogen in het verkeersbort van la bataille de Ravenne, en
componeerde een teder traktaat van de huwelyksliefde (een taai en
kwastig voorwerp) het welk hy aan zyne schoone huisvrou Vittoria Kolonna
opdroeg; en de eerste Koninginne van Henrik den vierden schreef, in de
Louvre geconfineert zynde, eene delikate verantwoording van hare
Kabinet-exercitie, dewelke veel overeenkomst had met de Mintriomfen van
den Hr. van C... of het klevent Tournoi van Aloïzia
Segea.
Groote Papa Hermes.
Ik ben eene Dame, dewelke als eene Fransche Kleermaakster,
subsisteert op een half once stikzyde en een aartig naaldenkokertje. Met dit
gereetschap ben ik vervallen onder de handen van een' Wynkooper, die zoo
gedisinteresseert is als de Bank van Leening, en die, met my in 't donker een
civiel akkoort wegens de leverantie van eenige duistere winkelwaren getroffen
hebbende, my diefachtig door een verdicht verraat heeft bedrogen; dat is, in
plaats van een dukaat een' stuiver in de hant geduwt, daar ik nochtans zoo
genereus was van (contrarie den plicht van onze professie) zyne goutbeurs niet
| | | | te plonderen. Nu is 't verzoek om deze gewigtige ontdekking der
waerelt gemeen te maken, zoo om te toetzen of 'er noch niet een vonkje
medelyden in d'assche van die kanaljeuze ziel verborgen is, als tot een baken
voor myne ligtgeloovige Confrateressen.
Uwe bedroefde Dienaresse
DIANE DE LA LUNE.
Ach kuische Diane! die man is ontroostelyk, dat hy u, by gebrek van
een' duit, met eenen stuiver moest betalen; ook heeft hy solemneelyk op het
altaar van intrest gezworen, dat hy die zeven resteerende bedelaars-medailles
aan de eerste zeven Maanprincessen, die hem op de beurs of vest zullen
ontmoeten, zal aftrekken.
Hermes.
Uwe schandeleuze, onbeschaamde en abuzive periode wegens de
borstplaat heb Ik gelezen, en Ik ordonneer u om dat omstandig verhaal te
veranderen, of Ik zal u den gryzen kop afsnyden; en den zelven, in stê
van de borstplaat, voor de hofpoort van het zoo genaamde Leeuwenburg
vastspykeren; want Ik ben de persoon van uw versiert Duël; en Ik, Ik zal u
doen recanteren, of Ik zal u den Oudendyk te naau maken.
N:N:
N:N: dat is, niemant niet. Ha! ha! Jonker. Die groote IK, IK
bevallen Hermes maar tamelyk; en hy is van dit moment bereit om u den gryzen
kop te laten afknippen, indien.... indien zyne handen onmagtig zyn om die
tegens de krachtelooze blixems van een Uilskuiken te verdedigen.
Hermes, die tot noch toe den sleutel van zyn Magazyn, en zyne
Barriere tegens het bassen der rekels gedefendeert heeft, is voornemens Argus
niets meer te geesselen, te meer, door dien het waereltkundig is dat die Knaap
als een Salamander op gif, als een Pokmeester op kwik, en als een Diokletiaan
op bloemkool subsisteert, en by gevolg irreparabel wort; maar hy wil hem veel
liever eens ter week met eene satyne yzere hantschoen een weinig kittelen.
Gedrukt voor den Autheur, en wort uitgegeven te Rotterdam by
Arnold Willis; Amsterdam J: Ratelbant, J: Oosterwyk en D:
Rank; Haarlem M: van Lee; Leiden de Janssoons vander Aa en
H: van Damme; Delf R: Boitet, Utrecht M:L: Charlois; 's
Hartogenbosch C:W: vander Hoeven; Bergen op Zoom Overstraten;
Breda Evermans, enz.
|
*Tempelbar, eene Kerk te Londen, boven
welkers poort men dikmaals de koppen der Verraders ten toon stelt.
#Zie Markus Aurelius beschryving wegens
de Oratie van den Donausche Boer.
|
|