Het witte gevaar


auteur: Erich Wichman


bron: Erich Wichman, Het witte gevaar. Over melk, melkgebruik, melkmisbruik en melkzucht. Leiter-Nypels, Maastricht 1928  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 11]

To the poet G.K. Chesterton

[p. 13]
Alwie nog melk gebruikt, verstaat het woord der gerechtigheid niet, want hij is een kind.
(Paulus, Hebr. V, 13)
[p. 14]

[Het witte gevaar]

NU zal ik dan maar eens schrijven, wat ik tot nu toe alleen vertrouwelijk onder een borrel gezegd heb; al geeft dat misschien een storm in een glas - melk. (Resultaat: een kluitje boter.)

Want het is mijn stokpaardje, en - hoor hoe het trappelt! - mijn stokpaardje wil nu van stal, wil de wei inrennen, steigeren en slaan, over slooten springen, melkemmers omtrappen, en die stomme koeien opjagen. Toe dan maar! Ziehier mijn stokpaardje, mijn stokpaard, mijn stokhengst, mijn stokstrijdros, mijn stokpegasus (is het geen lief beest?):...

MEER nog zelfs, dan om de afwezigheid van flesch, of desnoods karaf, met rooden wijn, meer dan om de aanwezigheid van bloemen (‘les fleurs d'une table sont ses bouteilles’, Degas), van koektrommel, jam- en strooppot, pinda-kaas, muisjes, hagelslag, chocoladestrooisel en verdere gruwelen (brrr...)*) is een Hollandsche ‘lunch’-tafel zoo'n onguur ding om die witte, omgekeerd kegelvormige bekers, gemaakt van

[p. 15]

aardewerk, omdat zij een troebele vloeistof, een emulsie, omdat zij, nou ja, vuil, omdat zij koeien-uier-afscheiding moeten bevatten.

‘Goede wijn behoeft geen krans’ (zie boven), maar melk behoeft en deze bekers (waarom niet eerlijk: een zuigflesch?) hebben, als krans, behalve stupide insipide blommetjes, krulletjes of (om óók ‘modern’ te zijn) vierkantjes, nog een tekst, een leus, een reclame: ‘Melk is goed voor elk.’ Deze zin van welgeteld vijf woordjes bevat:

1. een taalfout (als een koe),

2. een kwèkkerige poging (zooals b.v. het Amsterdamsch Drankweer Comité - quelles vaches! - met medewerking van het gemeente-‘bestuur’ er*) zooveel aan den openbaren weg begaat, ‘Niet drinken, niet schenken, een goede raad zou 'k denken’, enz., enz.) om met een onnoozel rijmpje de waar-

[p. 16]

heid van het berijmelde aan dwazen en narren te suggereeren,.... Wel pot hier-en-daar, 't is niet waar, Bij den uier behoort de luier, Zulke kwezels praten voor ezels, Dat gekwèk maakt iemand gek, Nu zal ik de heeren wat anders leeren: Cider is goed voor ieder,*) Wijn is goed voor pijn - roode is goed voor de nooden en witte is goed voor de hitte... oude is goed voor de koude en jonge is goed voor de longen - Bieren zijn goed voor de nieren, Jenever is goed voor de lever, Klare is je ware!.... (‘On ne détruit que ce qu'on remplace’ - Dumarsais).

3. een leugen (ook als een koe).**)

Want melk is om-den-bliksem niet goed voor iedereen, maar melk is van nature alleen

[p. 17]

goed voor - jonge kalveren. Dus niet eens voor ‘vee’ in het algemeen. Want zelfs volwassen koeien verdragen geen melk. Melkdrinkende koeien noemen de boeren ‘melkers’ of ‘vuile beesten’ en wetend, dat zij ontaard zijn en verder ontaarden, en onderwijl de melk opdrinken, die aan de even koedomme stedelingen verkocht moet worden, slachten zij die dadelijk.*) Dat verzwijgen, als zooveel, de kwekkers en ‘prêcheurs de fausse morale’, de ‘bourreurs de crânes’. De duivel hale ze.**)

Zonder experimenten, waarvoor om dezelfde redenen thans nergens een laboratorium beschikbaar zou zijn (maar wie weet hoe een... koe een haas vangt), durf ik niet met zeker-

[p. 18]

heid te zeggen op wèlken leeftijd (uiterlijk na het verdwijnen der hypophyse, of in de puberteit, maar ik vrees: héél veel vroeger) men geen of weinig melk meer drinken mag (en of er, naar ik vermoed, verband bestaat tusschen melkmisbruik en o.a. kanker). Hoewel Jupiter met honing, en niet met melk, werd grootgebracht, wil ik voorloopig doen alsof ik aanneem, dat voor een klein kind nog gedurende eenigen tijd na het ophouden der borstvoeding met moedermelk, het voeden met ‘soortvreemde’ koeienmelk misschien niet àl te veel kwaad kan*); al blijft er voor mij iets griezeligs in dat stief- of zoogmoederschap van redeloos vee, in letterlijken zin, en dan nog van een zoo bijzonder dom en traag beest als een koe**), temeer nu de ‘volks-

[p. 19]

mond’ (die meestal gelijk heeft) spreekt van deugden en gebreken ‘met de moedermelk ingezogen’. Melk is dus, onweêrsproken, goed voor kalveren, en indien rauw (gekookte melk is nòg vergiftiger, schoon minder angstwekkend voor 't veege hachie), misschien tamelijk onschadelijk voor menschen in een min-of-meer kalvelijken staat: baby's, sommige zieken (mits géén zenuwzieken! Melkmisbruik is een der hoofdoorzaken der ‘moderne’ ‘nervositeit’), herstellenden, sommige (echte) zwakken (dus géén ‘bloedarme’ juffers en jongelui, en géén ‘afgesappelden’!) en, als ge wilt, misschien (daar waag ik mij niet aan!), zelfs sommige vrouwen. Ik weet niet, of een redelijk gebruik van jenever schadelijk is*) (omdat die vermaledijde kwekkers

[p. 20]

het kwekken, aanvaard ik het nog niet zonder meer; al is jenever ter vervanging van wijn om geestelijke redenen ongetwijfeld verwerpelijk), maar zéker is voor een volwassen man melk schadelijker dan jenever; bij gebruik van noemenswaardige hoeveelheden ontstaat steeds vroeger of later, min of meer ernstige en ongeneeslijke verkalving, tranchons le mot, - dat is dan de wraak van het kalf. ‘Der Mensch ist was er isst.’*)

[p. 21]

Daarenboven is melkdrinken voor een volwassene: vies, ja, smerig, een infantiele regressie, buccale slijmvlies-erotiek, zooiets als (en ook alweer zoowel oorzaak als gevolg van): te veel slapen (vaak in een wilden angst om te weinig te slapen), te veel ‘dagdroomen’, de echte ‘kalverliefde’, voorts ook: bedwateren, faeces-knoeien, duimzuigen, nagelbijten, neuspeuteren, masturbeeren. En zoo loopen er al veel, veel te veel (bijkans een

[p. 22]

democratische ‘meerderheid’), met de sporen van den niet eens meer geheimen ‘vice’ (héél vies) der veegemeenschap en -maagschap op hun papperige gezwollen kinderballon-gezichten in de wei, in de Kalverstraat, met hun onvoldragen, ongeboren, ‘onwedergeboren’ (zou Bolland zeggen) kindsche, kalfsche baby-koppen, gezichten ‘van melk en bloed’ - maar bloedeloos - de melklurkers, de melkslurpers, de melkzuchtigen, de ‘melkmuilen’, de uitgegroeide zuigelingen (die aan hun ‘min’ ‘gefixeerd’ bleven), de ‘moederskindjes’, de ongespeenden, de ‘klieren’, de chronische lactisten*) die ik aanneem (vooral natuurlijk bij de vol-

[p. 23]

ken van het ‘gemelk’*): de ‘cheibe’ ‘Eidgenossenschaftler’ - ‘les idées Suisses’, die intusschen al lang nog veel meer Hollandsch dan Zwitsersch zijn - de blatende Denen, de loeiende Amerikanen, en ons arme, herkauwende, ‘slapend vergaande’**) volk) één voor één op straat aan te wijzen; die ‘kerngezonde menschen’ (van wat men zoo noemt is juist de schil gezond), die bij de eerste de beste epidemie (epidemie is hygiëne!) als ratten verrekken (griep 1918, allen melkdrinkers), de wezens, die - dit is een zéér typisch symptoon - ‘het onverwachte’ nooit aankunnen, en meer dan wat-dan-ook vreezen; de voortbrengers en verbruikers van: melk-

[p. 24]

philosophie, melkwetenschap, melkpolitiek, melkmoraal, melkgodsdienst, melkkunst, melkarchitectuur, melklitteratuur, melkpoëzie enz., onze heele melkcultuur - melkbarbaarschheid! En dan, ‘als het kalf verdronken is dempt men den put’.

Elke civilisatie was door de tijden heen verbonden aan den oorsprong van alle civilisatie: den Wijnberg*). Wijn en Brood maakten den mensch tot mensch, en zijn nòg, met zout, olijfolie en honing desnoods, de ‘heilige’ levensmiddelen**) ge-

[p. 25]

bleven!*) Egypte uitgezonderd, waar men volgens Herodotus, Strabo en Dio bier, heel veel bier**), dronk (wat de bierbruine som-

[p. 26]

berheid der Egyptische kunst verklaart*), was er nooit een ‘opbloei’ dan in een wijnland (al maakte dat andere, bijna Nationale - opdat er hier iets ‘Nationaal’ zij! - door honger en jenever gefiltreerde, ‘verbitterde’, besef van goed en kwaad, van mooi en leelijk, een Rembrandt...): Hellas, Palestina, Etrurië, Rome, Provence, Bourgondië, Florence, weer Rome, het Donaudal, het Rijndal... en nu wel nogmaals Rome, ‘la terza Roma’!... (‘W. il Duce!’) - En wie weet (welgemeend compliment aan mijn uitgever), is Maastricht nog de levendste Nederlandsche stad, omdat eens de wijnstok op de hellingen er om heen groeide? Plant hem er wéér, o Varus**), in het marmer-

[p. 27]

looze land, het wijnlooze land, het liedlooze land!*) - Homerus onderscheidt van de Grieken, die wijn, ‘den goddelijken drank’ (θειον ποτον, Od. IX) dronken, de Scythische barbaren als ‘paardenmelkers en melkdrinkers’ (ιππημολγων γλακτοφαγων II. XIII)**) enz. En een paard is nog wèl een edeler dier dan een rund!

Wij zijn ook hier alweer precies op den verkeerden weg (op den Melkweg). Wij verrotten in den melkpoel. De witte vloed verzwelgt ons. Met ‘officieelen steun’, met de hulp van misdadige wijnaccijnzen - waar is hij, die ‘non tali auxilio!’ roept? - en onder steeds luider gekwèk, is ‘ons’ volk al chro-

[p. 28]

nisch met dierenklierensecretie, vergiftigd*) aan melk verslaafd, voordat men zelfs proeven op (beklagenswaardige) ratten en kraaien

[p. 29]

(die trouwens weinig of niets bewijzen)*) genomen heeft, omdat het immers gekwèk was, en alle gekwèk van dezen (‘onzen’? - onzin!)

[p. 30]

tijd, en dus goed is; en dit is gevolg, en weer oorzaak, van barbarisatie en decivilisatie... van vermelking en verkalving. Een Koninkrijk, neen, liever een Republiek, voor een grooten fopspeen! Teekenend en leerzaam is dan, dat de vegetariërs (‘de bleekste van alle Ariërs’, zegt Wiessing*) de kwèkkers bij uitnemendheid, die zóóóóó ondierlijk en plantaardig zijn, zoodra het de dranken betreft (men sta mij de uitdrukking toe!) water in hun wijn**) gaan doen, en zich, al apenoot-

[p. 31]

jes kauwende, met afgrijselijke hoeveelheden dierlijk kliersap bij de logge voedster een infantiel-sexueelen roes drinken, terwijl zij de edelste, veredeldste, verfijndste, plantenstof, de ‘Godsgave’, ‘het bloed der aarde’, den heiligen wijn, in hun vuilwaterdronkenschap als ‘taboe’ versmaden.*)

Dáárover had Chesterton het:

 
‘No more the milk of cows
 
Shall pollute my private house
[p. 32]
 
Than the milk of the wild mares of the Barbarian;
 
I will stick to Port and Sherry,
 
For they are so very, very,
 
So very, very, very Vegetarian.’
 
 
 
(‘...So vegy, vegy, vegy Vegetarian...’)
[p. 33]

Dit zijn de nieuwe, de goddelooze asceten*), de nieuwe, de goddelooze helden zijn er ook al**) en reeds zijn de nieuwe, de goddelooze Heilanden in aantocht, die wijn in water veranderen, neen, pardon, niet in rein water, maar in glibberige, lidderige melk; en bij het Laatste Avondmaal (de Kruisiging vervalt natuurlijk wegens ongesteldheid of ‘gemoedsbezwaren’), van zoo'n beker met dat uierslijm zullen zeggen: ‘drinkt, dit is mijn bloed.’

En dat zal dan hun eerste waarachtige waarheid zijn!



illustratie