Biographisch anthologisch en critisch woordenboek der Nederduitsche dichters. Deel 1 ABE-BYN


auteur: P.G. Witsen Geysbeek


bron: P.G. Witsen Geysbeek, Biographisch anthologisch en critisch woordenboek der Nederduitsche dichters. Deel 1 ABE-BYN. C.L. Schleijer, Amsterdam 1821  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Govard Bidloo]

Bidloo (Govard) 2, geboren te Amsterdam, den 12 Maart 1649, was een beroemd ontleed- en heelkundige. In 1688 werd hij aangesteld tot lector in de ontleedkunde in 's Gravenhage, en in 1694 tot professor in de ontleed- en heelkunde aan de hoogeschool te Leyden. Willem III, Koning van Engeland geworden zijnde, benoemde hem tot zijn' lijfarts, en na dat deze vorst in 1702 in zijne armen gestorven was, aanvaardde hij weder zijn' post van hoogleeraar te Leyden alwaar hij in April 1713 overleed, nalatende twee zonen:

[p. 294]

nicolaas, die lijfarts werd van Czaar peter I en opziener van het hospitaal en de geneeskundige akademie, volgens zijn ontwerp te Petersburg gebouwd. Govard, zijn andere zoon, was fiskaal van den hoogen krijgsraad der Vereenigde Nederlanden.

Bidloo was ook in zijn' tijd geen ongeächt dichter. Zijne dichtstukken dragen echter meer blijken van diepe geleerdheid en koele redeneringen dan van een vlug vernuft, levendige verbeelding en stoute gedachten. Zijne verzen zijn wel niet plat of laag, maar droog en zonder ziel of leven. Hy heeft ook een goed getal tooneelstukken beärbeid 1, waarvan sommigen op den Amsterdamschen schouwburg vertoond zijn, en waaronder zijn treurspel, Karel, Erfprins van Spanje, zich het langst staande gehouden heeft. Zijne gezamentlijke dichtwerken zijn in 1718 te Leyden in drie deelen uitgegeven. Zijne overige ontleedkundige en andere werken zijn genoegzaam bekend 2.