Hoffer (Adriaan), uit een aanzienlijk Zeeuwsch geslacht afkomstig, werd den 24 Mei 1589 geboren te Zierikzee, van welke stad zijn vader rochus hoffer acht malen Burgemeester is geweest, en welke waardigheid hij vervolgens ook bekleedde, gelijk mede het ambt van Rentmeester generaal der graaflijke domeinen van Zeeland beooster Schelde. Op de beruchte Dordrechtsche synode was hij Commissaris politiek wegens Zeeland. Hij was een zeer geleerd en godvruchtig man, een bekwaam Latijnsch en Nederduitsch dichter 1 en de gedienstige vriend van boxhorn en andere geletterden van zijn' tijd.
Zijn dichttrant is in den smaak van cats, doch steviger. Even als deze wist hij van alle voorkomende zaken partij te trekken, en nutte zedelijke leeringen daaruit af te leiden; zijne in 1635 teAmsterdam uitgegeven Nederduitsche Poëmata bevat meestal zulke gansch niet onbehaaglijke emblematische voorstellingen; bij voorbeeld:
Hoffer stierf den 11 Mei 1644. Zijne afbeelding is door J. Sarragon in het koper gebragt.
Van zijn' zoon [Rochus Hoffer ...]