Funeraire poëzie in de Nederlandse RenaissanceEnkele funeraire gedichten van Heinsius, Hooft, Huygens en Vondel bezien tegen de achtergrond van de theorie betreffende het genreS.F. Witstein
bron
S.F. Witstein, Funeraire poëzie in de Nederlandse Renaissance. Enkele funeraire gedichten van Heinsius, Hooft, Huygens en Vondel bezien tegen de achtergrond van de theorie betreffende het genre. Van Gorcum, Assen 1969
codering
DBNL-TEI 1
dbnl-nr wits007fune01_01
logboek
- 2007-06-21 MG colofon toegevoegd
verantwoording
gebruikt exemplaar exemplaar universiteitsbibliotheek Leiden, signatuur: S. Ned. 50 4800
algemene opmerkingen Dit bestand is, met een aantal hierna te noemen aanpassingen, een diplomatische weergave van Funeraire poëzie in de Nederlandse Renaissance. Enkele funeraire gedichten van Heinsius, Hooft, Huygens en Vondel bezien tegen de achtergrond van de theorie betreffende het genre van S.F. Witstein uit 1969.
redactionele ingrepen p. 15, noot 1: Repręsentatio → ‘Repręsentatio, ‘ ‘Repręsentatio autem non tantum poetica est, sed histrionica; differunt’ p. 17: imitetur → imitetur’, ‘omnem vitae & morum ipsius rationem aptè & doctè imitetur’ ’ p. 32: Rede... → Rede...’, ‘Ausarbeitung ihres mimetischen Vorhabens die gleichen Mittel benutzen wie die Rede...’ ’ p. 54, noot 2: Iam → ‘Iam, ‘ ‘Iam verò qualis, quantusque in poetica fuerit’ p. 58: übergibt → übergibt’, ‘detailliert ausgebildete Technik wieder der Poesie als Instrument übergibt’ ’ p. 62, noot 2: religionem → religionem’, ‘deorum immortalium religionem’ (lib. i, cap. iv, 7).’ p. 63, noot 5: extollet → extollet’, ‘illas extollet’(De poeta, pg. 111). Vgl. Rhetorica ad Herennium’ p. 88: mee’, die → mee, ‘die , ‘zo deelt Lausberg mee, ‘die übrigen Geschehenselemente’ p. 93, noot 1: blasmes → blasmes’, ‘louanges et blasmes’; vgl. ook Dialecticae, pg. 15’ p. 140: verschafft → verschafft’, ‘durch Deutung der Periphrase ihm intellektuelle Genugtuung verschafft’ ’ p. 195: afkeer → afkeer’, ‘de causa daarvan (‘'s wallichwerelts afkeer’) geheel weggelaten.’ p. 210: litteratuur doe → litteratuur: ‘doe, ‘bekend uit de contemptus mundi-litteratuur: ‘doe het goede’ p. 229: onverderflickheid → onverderflickheid’, ‘(r. 5a; sc. ...‘in 'theilighe gedrang/Van d'onverderflickheid’) lijkt immers’ p. 240: leven → leven’, ‘‘doorgang... ten leven’ (cursivering van mij, sfw).’ p. 255, noot 4: ujtgestort... → ujtgestort...’, ‘onder den zijnen, heeft ujtgestort...’ (pg. 383). - Zie ook Worp’ p. 271: Lodewijk’ (bij → Lodewijk ‘(bij, ‘de opmerking dat Lodewijk ‘(bij manier van spreken) / Den jongen Phoenix is’ p. 294: oh → oh’, ‘De exclamaties ‘Oh oh’ (r. 13). ‘o’ (r. 16), de herhalingen’ p. 342: verbleekt → ‘verbleekt, ‘haar leven wordt voorgesteld, ‘verbleekt en ondergegaan’ p. 351: quantus? → quantus?’, ‘In coniuges qui sunt una caro, prô quantus?’ (pg. 230-231).’
Bij de omzetting van de gebruikte bron naar deze publicatie in de dbnl is een aantal delen van de tekst niet overgenomen. Hieronder volgen de tekstgedeelten die wel in het origineel voorkomen maar hier uit de lopende tekst zijn weggelaten. Ook de blanco pagina's (p. XII, 2, 132, 134 en 378) zijn niet opgenomen in de lopende tekst.
[pagina ongenummerd (p. I)] funeraire poëzie in de nederlandse renaissance
[pagina ongenummerd (p. II)] NEERLANDICA TRAIECTINA Bijdragen van het Instituut-De Vooys voor Nederlandse taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit te Utrecht onder redactie van prof. dr. W.A.P. Smit en prof. dr. B. van den Berg
[pagina ongenummerd (p. III)] funeraire poëzie in de nederlandse renaissance DR. S.F. WITSTEIN ENKELE FUNERAIRE GEDICHTEN VAN HEINSIUS, HOOFT, HUYGENS EN VONDEL BEZIEN TEGEN DE ACHTERGROND VAN DE THEORIE BETREFFENDE HET GENRE [vignet] VAN GORCUM & COMP. N.V., DR. H.J. PRAKKE & H.M.G. PRAKKE ASSEN, 1969
[pagina ongenummerd (p. IV)] De uitgave van dit werk is mogelijk gemaakt door een subsidie van de Nederlandse Organisatie voor Zuiver-Wetenschappelijk Onderzoek (z.w.o.) Gedrukt ter Koninklijke Drukkerij Van Gorcum & Comp.
[pagina ongenummerd (p. V)] inhoud verantwoording deel 1 theorie
[pagina ongenummerd (p. VI)]
deel 2 praktijk
[pagina ongenummerd (p. VII)]
[pagina ongenummerd (p. VIII)]
|