Souterliedekens


auteur: Willem van Zuylen van Nyevelt


editeur:


bron: Souterliedekens. Uitgegeven door Elizabeth Mincoff-Marriage. Martinus Nijhoff, Den Haag 1922


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 276]

151.
Het voer een scheepken over Rijn
Het hadde gheladen vroukens fijn.
(Ps. CXXX)



illustratie

 
Het voer een scheep-ken over Rijn,
 
het hadde *ghe-la-den vroukens fijn.

Vgl.:

 
Wir habn ein Schiff mit Wein beladn
 
Darmit wölln wir nach Engelland fahrn
 
(Refrein)
 
Lasst uns fahrn, lasst uns fahrn,
 
Lasst uns fahrn nach Engelland zu!
 
 
 
ERK-BÖHME III 62
 
naar vl. bll. van 1610 en 1617.

Het is waarschijnlijk, dat ook ons lied door een refrein de wijs aanvulde.

Mogelijk bestaat er verwantschap tusschen ons lied en het eerste van het Kamper Liedboek:

 
Het quam een schip uit westen scouwen
 
+ + + (ontbreekt)
 
Och lieve scipper Joest
 
Tast wel nae die diepte altoes
 
(het verdere ontbreekt).

Heeft ons lied betrekking tot het schip, dat in 1133/5 zijn tocht maakte van Aaken naar Maastricht, Tongeren en Looz, begeleid door een groote menigte, vooral vrouwen, die als razend zongen en dansden (z. Wirth, Untergang des ndl. V. bl. 77), of op het Narrenschip ‘de blauwe Schuit’ (Kalff, Lied bl. 466), dat ons uit stemopgaven ook bekend is?