Het Boek. Jaargang 10
(1921)– [tijdschrift] Boek, Het–
[pagina 257]
| |
[Nummer 7]De Huntington-Library
| |
[pagina 258]
| |
Jan. 22, 1920, no. 344). Hierbij ingesloten een 7-tal reproducties van de volgende paginas: A2 recto, A3 recto, B verso, B2 recto, B3 recto, C verso, C2 rectoGa naar voetnoot1). De titel bevat de mededeeling ‘Translated out of Dutch’ en de vraag rijst thans, evenalsbij vorige gelegenheden, welk is het Nederlandsch origineel? Voor zoover wij ons hebben kunnen vergewissen is dit Engelsch pamphlet een unicum, tot dusver in geen der bekende bibliographieën gemeld, met uitzondering van Herbert (& Ames) Typographical Antiquities (1790) vol. 3; p. 1350, reg. 11-17: ‘... It attributes to Nelson also the printing of another tract in 1591, but I have not met with any other account of it...’ Hier is blijkbaar de ‘tract’ dat Herbert nooit gezien had en wat hij dienaangaande citeert uit Ames' General History of Printing (1749) p. 562, betreffende Caçalla maakt zulks vrij zeker. (Zie reprod. van C verso). De text begint met de heading: ‘The coppie of a Letter written by a Gentleman of account...’ (Zie reprod. van A3 recto) en wij vinden dat gemelde Nelson in het zelfde jaar (1591) had uitgegeven: ‘True Intelligence sent from a Gentleman of account, concerning the estate of English forces now in Fraunce ...’ hetwelk op pag. 8 ge-teekend is ‘Fabian Johnson’. Doch dit behoeft niet meer te zijn dan coincidenteel. Terugkomend op het pamphlet zelf, dit bestaat uit twee gedeelten: het eerste over krijgsverrichtingen in de Nederlanden (A3 recto to B2 recto), beginnende, gelijk gezegd, ‘The coppie of a Letter...’ en waarvan 3 bladzijden zijn gereproduceerd, de eerste en de laatste twee; het tweede gedeelte over de vervolgingen in Spanje (B3 recto to C3 verso) beginnende ‘The bloody persecution ... in Spaine...’ waarvan eveneens 3 bladzijden gereproduceerd, de eerste, zesde en zevende. Zijn beide gedeelten uit het Nederlandsch vertaald? Van het eerste is zulks minder waarschijnlijk; zij het alleen al door de wijze waarop Delfzijl geschreven is ‘Delftes Isle’ (zie B verso en B2 recto) en elders ‘Nimmingham’ voor Nijmegen of Nimwegen. | |
[pagina *25]
| |
| |
[pagina *26]
| |
Aanhef van het nieuwsbericht van 1591 (A 3).
![]() Aanhef van het Ketters-proces van 1559 (B 3).
| |
[pagina 259]
| |
Bovendien maakt het geheel den indruk van een persoonlijk verslag over den stand van zaken in Holland, voldoende onbeteekenend om te dienen als een curtain raiser met aantrekkelijken titel, voor het tweede gedeelte. Derhalve rest ons naar een Nederlandsch origineel te zoeken voor dit tweede gedeelte. Het jaartal 1591 der Engelsche vertaling zegt ons alleen dat het origineel van vroegeren datum is. Echter hoeveel vroeger? Wij vinden een vingerwijzing op B4 recto in de volgende alinea: Whereupon about tenne of the clocke of the same day, there arriued the princes Lady Iane sister to King Phillip, being first Regent of the Kingdome of Spaine ... Filips' zuster Johanna was regent nà haar huwelijk met den Infante van Portugal, d.w.z. van 1554 tot 1559. Na aldus het tijdvak te hebben bepaald voor de in het tweede gedeelte beschreven auto-da-fe, was het niet moeilijk elders een beschrijving te vinden dierzelfde gebeurtenissen. Le Grand Dictionaire universel (Larousse) wijdt meer dan een kolom er aan (vol. 1, p. 981) ‘Le premier auto-da-fé solomnel eut lieu à Valladolid ... le dimanche de la Sainte-Trinité, 21 mars 1559, en présence de la princesse régente ... On trouve dans les archives de Simancas des détails très minutieux sur cette auto-da-fé ... Het artikel bevat dezelfde namen als ons pamphlet en vermeldt eveneens in de eerste plaats de Cazalla's. Derhalve het Nederlandsch origineel moet tusschen de jaren 1559 en 1591 (Knuttel nos. 117-890) verschenen zijn; doch daarmede ben ik ook au bout de mon Latin. Overwegend dat dit blijkbaar unrecorded en uniek pamphlet U mocht interesseeren, gaf ik bovenstaande beschrijving met ingesloten facsimiles, en wanneer U verder in de gelegenheid mocht zijn het conundrum betreffende het Nederlandsch origineel op te lossen, zijn de ‘purposes of bibliography’ wederom gediend. Hoogachtend E. Bendikson. | |
Bijlagen.A. Het nieuwsbericht van 1591.Van het Nieuwsbericht waarvan de aanhef hiervoor is afgebeeld volgt hier het slot, naar de photografie van bl. B1 verso en B2 recto. The towne of Delftes Isle, (after we had obtained it,) we fortified it and sent our army immediatly towards Stenwick, before which town we now lie, having daily some smal skirmishes: In this towne it is supposed that the | |
[pagina 260]
| |
Prince of Parma abideth, whose strongest power at this present is not above three thousand. We received certaine newes from Cullen that the Lord Viconte of Turyn, accompanied with some of the nobilitie of Germany, is comminge downe into the Lowe Countries with thirty thousand footemen, and ten thousand horse-men, these purpose to have passage into Fraunce for the releefe and aide of the french King, and our general meeteth them the twenteth of this month to welcome them into the countrie: they are very valiant soldiours and wonderfully well provided both for horse and foote, I trust verye shortly to advertise you of some attempte to bee perfourmed against Antwerpe: which forthwith we meane to put in practise, for having gotten the Castell of Tuernout which we now enioy, wee may plainlye come to the walles of the Cittye: Wee heere good newes God be thanked out of all partes especiallye out of Brittany, where a Gentlemen of Captaine Salamon Wolfes companye writeth that he is in good hope, very shortly to send word of one of the most bravest and commendablest battels that ever was fought this hundreth yeere, well God and S. George for England, God blesse them and our Generali with S. Frauncis Vere under whose commandement I still abide, our Generall deserveth great honour for his skill and curradge, and so dooth S. Frauncis who is in good health, hee sheweth that he is decended of an honourable house: yea his very name in feared in all the enemies forces. The thundring shot of the Cannon calleth me to my place, and therefore am constrained to cut short, leaving your good Ladieship to the consideration of all heerein expressed which is no more but what I my selfe have seene and know for truth. The towne of Groninghen is somewhat distressed, by reason the passage is hindered thorough the taking of Delftes Isle. The towne of Huelst in the land of wast is lately yeelded. And the greatest part of Artoyes is now in yeelding. | |
B. The Bloodie persecution.Van het tweede gedeelte van het boekje, de beschrijving van het ketters-proces te Valladolid gaven we eveneens den aanhef hiervóór in facsimile en laten we hier het verhaal volgen van de behandeling der aanklachten tegen de Caçalla's, naar bladz. C1 verso en C2 recto. ............. The Princes tooke thys oath, and there upon the Archbishop gave them with his forefingers hys benediction or blessing, saying, God sende long lyfe to your Highnesses. Which being doone, the severall sentences and judgements of the prysoners, were then read before them, and afterwarde publiquely pronounced by the Official, who called unto him Doctor Augustine Cacalla, priest in Valedolid, who being come from his seate, was set upon another by the sayd Officiall, to heare the sentence of Condemnation, namely, for that it was known unto them, that the said Cacalla, was the | |
[pagina 261]
| |
chiefest preacher of that new secte and eronious doctrine, (as they termed it) to those that were of that Conventicle, that therforc hee was first to be disgraduated, and after to be burned, and hys goods confiscated to the benefite of the Justice. | |
Naschrift.Over het pamflet, door den heer Bendikson beschreven, kan ik voor't oogenblik niets naders meedeelen. Naar aanleiding echter van de merkwaardige beschrijving van het beruchte auto-da-fe van Maart 1559 als toevoegsel bij den Engelschen oorlogsbrief uit de Nederlanden van 30 jaren later, wil ik hier even wijzen op twee | |
[pagina 262]
| |
oudere Nederlandsche beschrijvingen van soortgelijke executies die in hetzelfde jaar hebben plaats gehad. De komst van Philips II in Spanje in September 1559 werd gevierd door een groot auto-da-fe te Sevilla, en zijne aankomst in de hoofdstad Valladolid in October was weder aanleiding tot eene gelijke gruwelvertooning aldaar. Ziehier wat Ellert de Veer (1591) in de Hollandsche Kroniek laat volgen op de beschrijving van 's Konings reis: ☛ Also nu de genoemde ketterie Wt Duytslandt ende Engelandt mede in Spaignyen verspreyt was, soo heeft de Coninck Philips niet lievers willende dan de Catholijcksche Religie voorstaen, de ketters opt hoochste willen straffen, ende heeft allesins de selvighe laten tsamen soecken ende ghevanghen ghenomen, ende inde vermaerde coopstadt van Civilien inde maent Septembris ten aensien van veelen doen verbranden om haer Religie. Niet langhe daer nae inde maent Octobris heeft hy noch een meerderen hoop in sijn eyghen teghenwoordicheyt inden dale Pintias ghenaemt, doen verbranden, daer onder veel Ridders ende groote Heeren waren ende vermaerde mannen: daer door gheen cleynen schrick over de gantsche menichte quam. Van de September-terechtstelling te Sevilla, hebben we eene rechtstreeksche vermelding in handschrift in een Nederlandschen berijmden brief van Claes Muelenbroeck aan zijn ‘eersamen meester’ en ‘goeden Vrient Nicolas Sterck tot Antwerpen’, twaalf jaren geleden door Em. de Bom gevonden en gepubliceerd in het Tijdschr. voor boek- en bibl. wezen (1909 blz. 120). Het zakelijke deel van het verhaal luidt aldus: Voorts in Septembri den vierentwintichsten dach
Worden hier verbrant, dwelck so moest wesen
Duer die heijlich inquisitie die dat vermach
Seventwintich persoonen dat elc man sach
Noch achtentwintich ander op Eesels gheset
Welck tsanderdaechs ontfinghen seer menighen slach
Omdat sy oock ghedaen hadden teghen die wet.
Men seght, hier synder noch meer mede besmet.
Men leze t.a.p. den volledigen tekst en de erbij gevoegde raad-plegingen en beschouwingen. Er is m.i. geen twijfel, dat de brief uit Sevilla moet zijn geschreven, en dat het onderzoek, waar in de Nederlanden de terechtstelling kon hebben plaats gehad, op een dwaalspoor liep. Het zetten op ezels was bij een auto-da-fe gebruikelijk. B. |
|