Skiplinks

  • Tekst
  • Verantwoording en downloads
  • Doorverwijzing en noten
Logo DBNL Ga naar de homepage
Logo DBNL

Hoofdmenu

  • Literatuur & taal
    • Auteurs
    • Beschikbare titels
    • Literatuur
    • Taalkunde
    • Collectie Limburg
    • Collectie Friesland
    • Collectie Suriname
    • Collectie Zuid-Afrika
  • Selecties
    • Collectie jeugdliteratuur
    • Basisbibliotheek
    • Tijdschriften/jaarboeken
    • Naslagwerken
    • Collectie e-books
    • Collectie publiek domein
    • Calendarium
    • Atlas
  • Periode
    • Middeleeuwen
    • Periode 1550-1700
    • Achttiende eeuw
    • Negentiende eeuw
    • Twintigste eeuw
    • Eenentwintigste eeuw
Literatuur. Jaargang 16 (1999)

Informatie terzijde

Titelpagina van Literatuur. Jaargang 16
Afbeelding van Literatuur. Jaargang 16Toon afbeelding van titelpagina van Literatuur. Jaargang 16

  • Verantwoording
  • Inhoudsopgave



Genre

sec - letterkunde

Subgenre

tijdschrift / jaarboek


© zie Auteursrecht en gebruiksvoorwaarden.

Literatuur. Jaargang 16

(1999)– [tijdschrift] Literatuur–rechtenstatus Auteursrechtelijk beschermd

Vorige Volgende
[pagina 58]
[p. 58]

Literatuur-signalementen

De verbeelding van emoties in de Middeleeuwen

Emoties in de Middeleeuwen is alweer het vijftiende deel uit de reeks Utrechtse Bijdragen tot de Mediëvistiek (Hilversum 1998). Iedere keer slagen de samenstellers R.E.V. Stuip en C. Vellekoop erin deskundigen uit allerlei disciplines hun licht te laten schijnen op een interessant aspect van de middeleeuwse cultuur. Ook nu weer hebben ze een gelukkige hand van kiezen gehad, want hoewel sommige emoties natuurlijk en universeel zijn, zijn andere conventioneel en cultureel bepaald. Hoe middeleeuwers over emoties dachten en hoe die emoties in teksten en afbeeldingen worden verwerkt, is een nog vrijwel onontgonnen terrein.

Ook dit keer zit de charme en de beperking in de verscheidenheid die onder de paraplu Middeleeuwen een plaats krijgt. Een blik op de inhoudsopgave doet je als lezer weer eens beseffen hoe groot het onderzoeksgebied is. Tussen de Belijdenissen van Augustinus en de kordate moeders in laat-middeleeuwse voorstellingen van ‘De Kindermoord van Bethlehem’ liggen ruim elfhonderd jaar! Toch is er wel een rode draad te ontdekken. Het blijkt namelijk niet zo eenvoudig te zijn om echte emoties op het spoor te komen. Het artikel van M.B. Pranger - een van de hoogtepunten van de bundel - is hiervan een fraaie illustratie. Pranger laat zien dat Augustinus die in zijn Belijdenissen weeklaagt over de dood van zijn moeder, gevangen zit in retoricale conventies die het zicht op zijn werkelijke emoties benemen en welhaast onmogelijk maken. Eenzelfde beeld komt naar voren uit het boeiende betoog van A.P. Orban over ‘De correspondentie van Abelard en Heloïse’. Volgens Orban ligt aan deze brieven de strijd tussen de (mannelijke) rede met als kenmerken kalmte, rust, overzicht en de (vrouwelijke) wil met als kenmerken het gebrek aan controle over affecten, emoties en lusten ten grondslag. Op basis van het systematisch voorkomen van deze tegenstelling in de brieven van Abelard en Heloïse acht hij twijfel aan de authenciteit van de correspondentie gerechtvaardigd. Abelard wilde volgens Orban laten zien dat de wil en de daaruit voortkomende affecten en emoties zich aan de rede moest onderwerpen en dat dit uiteindelijk het beste in het klooster kon geschieden.

In de laatste bijdrage ‘Emotie en actie. Over kordate moeders in laatmiddeleeuwse voorstellingen

illustratie
Omslag Emoties in de Middeleeuwen


van “De Kindermoord van Bethlehem”’, van de hand van J.C. Klamt vormen de oude beeldformules waarnaar middeleeuwse kunstenaars teruggrepen om de vertwijfeling van de moeders uit te drukken, het startpunt. Vervolgens laar hij zien dat aan het einde van de vijftiende eeuw op basis van aanwijzingen uit worstel- en schermboeken een nieuw iconografisch element wordt geïntroduceerd. De afbeelding van de lijdzame vertwijfeling van de moeders maakt plaats voor daadwerkelijk verzet tegen de kindermoordenaars. Klamt vraagt zich naar aanleiding hiervan af of er een relatie is met de mogelijk nieuwe opvatting omtrent ‘moederplicht’ en ‘moederliefde’ in de vroege Nieuwe Tijd.

Het is binnen dit kader natuurlijk ondoenlijk om alle artikelen te noemen. De hele bundel is het lezen meer dan waard, maar voor de neerlandistiek zijn de bijdragen van P. Mommaers ‘Is Hadewijch emotioneel?’ en van Annelies van Gijsen over ‘De dramatisering van begeerte en vrees’ (met name in Der Spiegel der Minnen en Van Narcissus ende Echo) natuurlijk bij uitstek interessant.

piet franssen

Middelnederlandse liedkunst tot 1600

Voor wie een beeld wil krijgen van de huidige stand van onderzoek op het gebied van het Nederlandse lied van de Middeleeuwen en de zestiende eeuw vormt de bundel Veelderhande Liedekens. Studies over het Nederlandse lied tot 1600

[pagina 59]
[p. 59]

een uitstekende kennismaking. Dit tweede deel uit de reeks Antwerpse Studies over Nederlandse Literatuurgeschiedenis onder redactie van Frank Willaert (Leuven: Peeters, 1997, 1100 BEF) vormt de schriftelijke neerslag van het gelijknamige symposium dat in 1996 te Antwerpen werd gehouden. De aanleiding hiervoor vormde de afronding van de eerste fase van het project dat in het jaar 2000 moet uitmonden in een repertorium van alle Nederlandse liederen en liedbronnen tot 1600.

De bundel is evenwichtig samengesteld rond twee artikelen van respectievelijk Clara Strijbosch en Martine de Bruin waarin ingegaan wordt op de problemen en mogelijkheden die het samenstellen van het repertorium biedt. Onder de toepasselijke titel ‘Vogelnestjes in de marge. De overlevering van Middelnederlandse liederen in bronnen tot 1500’ geeft Strijbosch een boeiend beeld van de getalsmatige ontwikkeling van de bronnen en de letterlijk marginale plaats die het wereldlijke lied daarbinnen inneemt. Nuttig is ook de bijlage waarin zij de bronnen met wereldlijke en geestelijke liederen opsomt.

Frank Willaert probeert in zijn bijdrage ‘Een proefvlucht naar het zwarte gat’ aan te tonen dat het veertiende-eeuwse bronnenmateriaal toch de mogelijkheid biedt beter inzicht te verwerven in de ontwikkeling van de Nederlandstalige liedcultuur, terwijl W.P Gerritsen aan de hand van muzieknotaties op ‘Een lastig leitje van Lopikerkapel’ de werkwijze van middeleeuwse liedjesmakers probeert te achterhalen. Hermina Joldersma sluit de ‘handschriftelijke’ afdeling af met een onderzoek naar ‘Geestelijke’ en ‘Wereldlijke’ liederen. Enige aspecten van het handschrift Brussel MS II, 2631’. Aan de hand van twee Nederlandse versies van de Tannhauser Ballade laat zij zien dat de bron waarin een lied overgeleverd is, van grote invloed kan zijn op de interpretatie.

De afdeling ‘gedrukte bronnen’ wordt geopend met een bijdrage van Martine de Bruin over recente ontdekkingen. Onder de titel ‘Bevroren boekjes. Een geuzenliedboek van 1577-78 en andere vondsten’ geeft ze een beschrijving van een liedboekje dat zich tijdens de overwintering van Willem Barentz op Nova Zembla bevond en van het exemplaar van het Geuzenliedboek met de tot nu oudste versie van het Wilhelmus dat in de Bibliotheque Nationale te Parijs werd ontdekt. Gedetailleerd gaat zij in op de gevolgen van deze vondst voor de tekst van het Wilhelmus en ons beeld van het ontstaan en de verhouding tussen de vele drukken van het Geuzenliedboek.

In de vier bijdragen die volgen op het artikel van Martine de Bruin staat telkens een ander aspect van het gedrukte zestiende-eeuwse lied centraal. Kees Vellekoop gaat in ‘Een liedboekje in het Devoot ende profitelijck boecxken. De werkwijze van een verzamelaar’ na op welke wijze een verzameling Marialiederen van een aantal Brugse rederijkers in het Devoot ende profitelijck boecxken uit 1539 is opgenomen. Louis Peter Grijp onderzoekt in zijn bijdrage ‘Zingend de dood in’ de traditie van het martelaarslied.

B.A.M. Ramakers neemt in ‘Epiloogliederen, factieliederen en de Brabantse connectie’ de zestiende-eeuwse toneelspelen waarin aan of kort voor het einde gezongen wordt, onder de loep. Dirk Coigneau sluit de bundel af met ‘Gescheiden en toch samen: refreinen en liederen van Henrick Aerts van Bocstel (1576)’ waarin hij de ontwikkeling van de verhouding tussen het refrein en het lied onderzoekt.

Het is eens te meer verhelderend om te zien hoe groot de tegenstelling is tussen de twee periodes die in deze bundel aan de orde komen. Daar waar de schaarsheid van de handschriftelijke bronnen een groot probleem vormt, daar is juist de overvloed aan bronnen het grote struikelblok voor wat betreft de zestiende eeuw. Hoe weinig en hoe veel er precies is overgeleverd, zal het repertorium ons leren. Deze bundel geeft in de tussentijd al een aardig overzicht van de stand van onderzoek.

piet franssen

Vreemd volk. Beeldvorming over buitenlanders in de vroegmoderne tijd

Onder redactie van Harald Hendrix en Ton Hoenselaars. Amsterdam: Amsterdam University Press, 1998. Utrecht Renaissance Studies, ƒ 35,50.

Hollanders zijn bot, Italianen hitsig en Duitsers zwaarmoedig: erg subtiel is het denken in volksaarden nooit geweest. Onlangs verscheen onder de titel Vreemd volk. Beeldvorming over buitenlanders in

[pagina 60]
[p. 60]

de vroegmoderne tijd een bundel studies, waarin vanuit verschillende gezichtspunten wordt ingegaan op het denken over de vreemdeling - en daarmee ook over het eigen karakter.

Zelfreflectie speelt een belangrijke rol in het artikel van Jochen Becker over het wezen van de Nederlandse schilderkunst. Dat de kunst uit de Nederlanden anders was, besefte men ook in de zestiende en zeventiende eeuw al. Vanuit het buitenland, met name van Italiaanse zijde, bestond er zeker waardering voor het noordelijke vakmanschap en de inventiviteit, maar men plaatste de eigen kunst toch hoger vanwege de gereglementeerde harmonie en ideeënrijkdom. De Nederlanders bogen die kritiek om in hun voordeel: hun ‘ketterij’ om de natuur boven de regels te stellen, resulteerde juist in ware kunst.

Zoals op veel terreinen, was Montaigne ook waar het de omgang met buitenlanders betrof zijn tijd royaal vooruit. Uit zijn reisbeschrijvingen blijkt dat hij geen genoegen nam met stereotiepe beelden. Montaigne wilde zelf zien en oordelen en, zo laat Paul J. Smith in een mooie bijdrage zien, hij gedroeg zich daarbij als een heuse xenofiel: het vreemde was al snel beter dan het vertrouwd-Franse.

In ‘Op reis met Jacob Cats’ gaat Marijke Meijer Drees in op de Hollandse beeldvorming van vreemdelingen. Het reisembleem uit Cats' Spiegel vanden ouden ende nieuwen tijdt vormt daarbij de opstap voor een betoog over de stereotypie van volksbeschrijvingen. Men schreef elkaar eindeloos over. Ook Cats was anderen schatplichtig: zelf geeft hij twee van zijn bronnen aan, namelijk Lipsius' Epistola ad Lanoyum en Du Bartas' Seconde sepmaine; de auteur wijst daarnaast nog op Heyleyns Microcosmos. A little description of the great world. Verder gaat zij in op de bijbelse achtergrond van de volkerenindelingen op de klimaattheorie. Temperatuur en vochtigheid zouden volgens deze laatste theorie de volksaard beïnvloeden en vanzelfsprekend verschilde men van mening over de vraag, waar het ideale klimaat en dus het ideale temperament te vinden was.

Ton Hoenselaars kiest weer een geheel andere invalshoek, te weten de mode, in zijn ‘Kleren maken de man’. In het vroeg-moderne Engeland gold dat heel letterlijk, zoals hij laat zien. De Engelsen stonden bekend als modegek. Aan de hand van vooral toneel en discussies over toneel laat hij zien dat de Engelsen het dragen van vreemde kledij niet zagen als een uiterlijke expressie van het innerlijk, men ervoer kleding juist als karakterbepalend. Uitheemse mode was daarmee een bedreiging voor de nationale identiteit en dit verklaart de grote aandacht voor de mode in de debatten over die identiteit.

In de slotbijdrage van Joep Leersen draait het nogmaals om de stereotiepe beeldvorming van volken. Het denken in stereotypen is van alle tijden, maar Leersen laat zien dat de zeventiende eeuw een scharnierfunctie had: in deze eeuw vond de omslag plaats van triviale en vage ideeën naar een uitgewerkt en quasi-wetenschappelijk indelingssysteem. Leersen ziet bij deze ontwikkeling een sturende rol weggelegd voor poëticale voorschriften,

illustratie
Omslag Vreemd Volk.


die van Scaliger voorop. De leesbaarheid van deze boeiende bijdrage gaat helaas deels verloren in nodeloze duurwoorderij; daarbij lijkt het mij voor een publicatie die ‘recente ontwikkelingen in het huidige Renaissance-onderzoek voor een breed publiek toegankelijk’ wil maken (achterflap) noodzakelijk om in elk geval ellenlange Latijnse, maar misschien toch ook Franse citaten te vertalen (dat laatste gebeurt overigens in de bijdrage van Smith over Montaigne wel - een rare inconsequentie).

De artikelen worden ook in dit deel van de Utrecht Renaissance Studies ingeleid door een algemeen betoog. Harald Hendrix schetst hierin de ontwikkelingen binnen het onderzoek naar vreemdelingen en beeldvorming. Hij ziet een belangrijke maatschappelijke rol weggelegd voor dit onderzoek. De inzet is hoog: bestudering van de multiculturele samenleving in het verleden ‘beoogt een handvat

[pagina 61]
[p. 61]

te bieden voor het benaderen van de eigentijdse problematiek’ (3). Een bundel die vakgenoten op nieuwe aspecten van oude vooroordelen wijst vind ik ook al heel mooi, maar aangezien iemand mij onlangs ‘nog wat jong voor cynisme’ noemde, wil ik er natuurlijk het beste van hopen.

Het boek wordt - eveneens naar gebruik - afgesloten met een algemene literatuurlijst voor wie meer wil weten. Daar is dit keer nogal wat op aan te merken: de lijst kenmerkt zich door slordigheden en een beschamend aantal alfabetiseringsfouten. Nieuw was voor mij het gebruik om van sommige - willekeurig gekozen - auteurs die zelf alleen hun initialen gebruiken de roepnamen aan te vullen. Mij lijkt deze aanpak uit bibliografisch oogpunt discutabel, maar als het echt moet, maak dan in elk geval geen fouten. Toegegeven: het kan alledaagser dan Wilt, maar om W.L. Idema nu tot Wout om te dopen...In bot Hollands: een rommeltje, de rest van de bundel onwaardig.

johan koppenol

Boeken over het boek der boeken

Voor wie de bijbel (verhalen) niet met de paplepel ingegoten heeft gekregen, zijn er steeds meer handige opzoek- en naslagwerken op de markt. Het Nederlands Bijbelgenootschap en de Katholieke Bijbelstichting hebben - samen op weg - een selectie van ongeveer éénvijfde uit de Groot Nieuws Bijbel gemaakt onder de titel Bijbelselect; golden classics: ontroerende, spannende, vrolijke, schokkende, mooie, raadselachtige, aangrijpende en verrassende teksten uit de bijbel (Haarlem/'s-Hertogenbosch, 1997, 343 blz.). De verhalen zijn voorzien van pakkende tussenkopjes; er is een beknopt register en aan het eind zijn 16 pagina's vrijgehouden voor ‘Aantekeningen’.

Het Nederlands Bijbelgenootschap te Haarlem heeft samen met het Vlaams Bijbelgenootschap te Beernem een StartersBijbel op de markt gebracht (1997, 423 blz.), die - aldus de verso van de titelpagina - de tekst bevat van de Startbijbel uit 1994. Ook deze start(ers)bijbel bevat de meer of minder bekende verhalen in een van de tale Kanaäns behoorlijk afwijkende verteltrant. Aan het begin van ieder bijbelboek wordt een korte uitleg gegeven en achterin staat een lijst met verklaring van moeilijke woorden en een overzicht van bekende bijbelgedeelten.

Voor wie wat dieper op de materie in wil gaan, publiceren het Nederlands Bijbelgenootschap en de Katholieke Bijbelstichting enkele afzonderlijke bijbelboeken in de versie van de Groot Nieuws Bijbel met toelichtingen in de vorm van voetnoten, landkaartjes; stambomen en verklarende woordenlijsten. In 1997 verschenen Genesis toegelicht en Johannes toegelicht als voorpublicaties van de Groot Nieuws Bijbel met aantekeningen die op 3 maart 1998 gepresenteerd werd in twee versies, één zonder en één met de deuterocanonieke boeken.

In 1997 verscheen ook de Online bijbel deluxe cd rom (Dordrecht: Importantia), een fantastisch software-product met bijbels in meer talen dan de torenbouw van Babel heeft teweeggebracht en allerlei concordansen en naslagwerken.

Handig inhakend op de succesvolle A-Z-serie van uitgeverij SUN verscheen van Ella van 't Hof: Van Adam tot Zevende hemel; de bijbel in kort bestek (Groningen: Martinus Nijhoff, 1997, 176 blz., ills.; ƒ 37,50). Dit naslagwerkje vindt zijn wortel in de collegereeks over bijbel en literatuur voor eerste-jaarsstudenten van de Universiteit Utrecht. Na een inleiding over de ontstaansgeschiedenis van de bijbel volgen per bijbelboek die onderdelen die van belang zijn voor een beter begrip van thema's uit de literatuur en beeldende kunst. Een namen- en een trefwoordenregister maken dit een uiterst bruikbaar boek voor het gestelde doel.

Dat de bijbel in 1997 in de belangstelling stond, is inmiddels wel duidelijk (en dan heb ik nog niet eens gehad over de Levensbelangrijke vragen van John Blanchard die huis-aan-huis in de brievenbus gestopt zijn), maar dit wordt nog eens expliciet gesteld in het voorwoord van de bundel Eigen zinnigheid; de bijbel in fragmenten, bijeengebracht door de winnares van de preekprijs van Trouw, Jacobine Geel (Zoetermeer: Uitgeverij Meinema, 1997, 128 blz., ƒ 24,90). Vijfendertig schrijvers, dichters, politici, filosofen en theologen geven nu op schrift hun persoonlijke visie op een bijbelgedeelte die ze eerder (in 1996) hadden geventileerd in een serie IKON-radiogesprekken. Aanwezig in de bundel zijn onder

[pagina 62]
[p. 62]

andere Elly de Waard, Herman Pleij, Jaap Goedegebuure, Astrid Roemer, Karel Eykman, Wiel Kusters, Monika van Paemel, Willem Wilmink en Nicolaas Matsier.

pjv

Fritzi en de sprookjes.

Frida Balk-Smit Duytzentkunst, Fritzi en de sprookjes. Portret en zelfportret van Fritzi ten Harmsen van der Beek. Amsterdam: Thomas Rap.

Als we lezen, en zeker als we poëzie lezen, leren we de auteur, de persoon die via de tekst spreekt, kennen. Die ‘kennis’ verschilt van lezer tot lezer, stelt mevrouw Balk en zij wil in dit boekje een beschrijving geven van Fritzi ten Harmsen van der Beek, zoals zij die in haar werk is tegengekomen en uitsluitend daar. ‘Dit ontdekken van personages en hun geschiedenis is voor mij de essentie van het lezen’, stelt mevrouw Balk in haar inleiding. En zij nodigt ons uit om met haar mee te lezen.

We lezen dan mee met iemand van wie we weten dat ze goed kan lezen, in de hoop dat we iets over de persoon die uit de tekst spreekt en tevens iets over de teksten zelf te weten komen wat we zelf niet direct zo zouden lezen. Wij, de lezers vormen een heterogene categorie waartoe ook minder ervaren lezers behoren, gezien de wat achteloos geplaatste opmerking: ‘Mede uitgegeven ten behoeve van het onderwijs.’

Mevrouw Balk voert ons langs het meest bekende werk van Fritzi ten Harmsen van der Beek, citeert veel uit de teksten om daarna haar bevindingen op te schrijven. Ze maakt opmerkingen over de inhoud van de teksten, over de stijl en over taalkundige bijzonderheden zoals nieuwgevormde woorden, maar er zijn ook veel opmerkingen die meer een soort terzijdes van mevrouw Balk zelf zijn, zoals: ‘Haar afkeer van de hemel deelt zij met Willem Frederik Hermans’ (118).

Zo krijgen we een heel persoonlijk leesverslag, met naast een selectie uit de teksten van Fritzi ten Harmsen van der Beek een grote hoeveelheid zeer diverse informatie waar niet iedereen het altijd mee eens hoeft te zijn.

lotty h. van minnen

Nog meer aandacht voor Louis Couperus' Aan den weg der vreugde

In het Louis Couperus Museum in Den Haag (Javastraat 17, 070-3640653; geopend do.-zo. 12-17 uur; toegang ƒ 4,50) is tot en met

illustratie
Still uit De vrouw van het noorden van Frans Weisz Emilie (Johanna ter Steege) op de brug over de Lima (Foto Pief Weyman © 1998 Hungry Eye Lowland)


28 maart 1999 een tentoonstelling te zien over Couperus in het Italiaanse Bagni di Lucca en de roman die hij daar in 1906 schreef: Aan den weg der vreugde. Aanleiding tot het maken van de tentoonstelling was de verfilming van de roman, onder regie van Frans Weisz. Vanaf begin 1999 draait de film in de Nederlandse bioscopen onder de titel De vrouw van het noorden. De expositie besteedt behalve aan de filmversie aandacht aan twee interpretaties van het boek: naast die van Jeanette Koch komt ook de visie van Maarten Klein aan de orde.

eugenie boer


Vorige Volgende

Footer navigatie

Logo DBNL Logo DBNL

Over DBNL

  • Wat is DBNL?
  • Over ons
  • Selectie- en editieverantwoording

Voor gebruikers

  • Gebruiksvoorwaarden/Terms of Use
  • Informatie voor rechthebbenden
  • Disclaimer
  • Privacy
  • Toegankelijkheid

Contact

  • Contactformulier
  • Veelgestelde vragen
  • Vacatures
Logo DBNL

Partners

Ga naar kb.nl logo KB
Ga naar taalunie.org logo TaalUnie
Ga naar vlaamse-erfgoedbibliotheken.be logo Vlaamse Erfgoedbibliotheken

Over dit hoofdstuk/artikel

auteurs

  • P.J.A. Franssen

  • Johan Koppenol

  • G.J. van Bork

  • P.J. Verkruijsse

  • Eugenie Boer-Dirks

  • Lotty H. van Minnen