Skiplinks

  • Tekst
  • Verantwoording en downloads
  • Doorverwijzing en noten
DBNL Logo
DBNL Logo

Hoofdmenu

  • Literatuur & Taal
    • Auteurs
    • Beschikbare titels
    • Literatuur
    • Taal
    • Limburgse literatuur
    • Friese literatuur
    • Surinaamse literatuur
    • Zuid-Afrikaanse literatuur
  • Selecties
    • Onze kinderboeken
    • Basisbibliotheek
    • Tijdschriften/jaarboeken
    • Naslagwerken
    • E-books
    • Publiek Domein
    • Calendarium
    • Atlas
  • Gebruiksvoorwaarden
    • Hergebruik
    • Disclaimer
    • Informatie voor rechthebbenden
  • Over DBNL
    • Over DBNL
    • Contact
    • Veelgestelde vragen
    • Privacy
    • Toegankelijkheid
De werken van Vondel. Deel 9. 1660-1663

  • Verantwoording
  • Inhoudsopgave

Downloads

PDF van tekst (7,93 MB)






Genre
proza
poëzie
drama

Subgenre
verzameld werk
epos
gedichten / dichtbundel
tragedie/treurspel
poëtica
leerdicht
hekeldicht


© zie Auteursrecht en gebruiksvoorwaarden.

 

De werken van Vondel. Deel 9. 1660-1663

(1936)–Joost van den Vondel

Vorige Volgende
[p. 260]

De kunstkroon
Voor den Koningk van groot Britanje &c. Aen den E.E. Heer Symon van Hooren,aant.*

Burgermeester van Amsterdam, staende met zijne medegezanten reisvaerdigh naer Engelant.

Téque adeò decus hoc aevi, te consule, inibit.

 
Hoe zal men met een' braven trant1
 
Het staetgezantschap best geleiden,
 
Nu gy, ten dienst van 't vaderlant,
 
Ter Maze uit streeft naer 't Engelsch strant,4
5
Door Nereus groene waterweiden,5
 
Den Teems op, daer het juichend hof6
 
Ten hemel rijst op STUARTS lof.
 
 
 
De Roos van Engelant verspreit8
 
Op 't rijzen van die zon haer geuren,9
10
  En d'onderdruckte Majesteit,
 
Zoo lang met hartewee verbeit,
 
[Terwijl de vrede en wetten treuren,12
 
In eenen nacht van haet en twist,]
 
Gaet schooner op uit zulck een' mist.
 
 
15
  Gy zult den grooten koning zien,
 
Den helt, ter heerschappy geschapen,
[p. 261]
 
En gansch Britanje op zijne knien17
 
Hem eer en offergaven biên,
 
Die, zonder zwaert en bloedigh wapen,
20
  Het rijck herwon, en, vol gedult,20
 
Ontlaste van die zwaere schult.21
 
 
 
Nu bloeien alle staeten weêr.
 
De ridders draven, als voorheenen,
 
Ten hove, en d'adel, in zijne eer,
25
  Begroet met vreught den jongen heer,25
 
Daer hy, van diamant bescheenen26
 
En gout, uit 's vaders hoogen troon,
 
Hen overstraelt met zijne kroon.
 
 
 
Met welck een gunst zult gy [de mont29
30
Van zeven staeten] KAREL groeten,
 
Daer Liefde en Trou het staetverbont31
 
Bezeglen, en, oprecht van gront,32
 
Elckandren liefelijck gemoeten,33
 
En Eilanden, verknocht aen een,34
35
  De welvaert bouwen van 't gemeen!35
 
 
 
Hy, die de kunsten, lange stom
 
En balling, weder uit het duister37
 
Te voorschijn brengt, en geeft alom,
 
In 't opgaen van zijn koningsdom,
40
Haer' eersten glans, en vollen luister,
 
Zal Hollants kunstgaef niet versmaên,41
 
Maer zien het hart des offraers aen.42
 
 
 
Dees goude tijt vergadert vast43
 
De meesterstucken met verlangen.
45
  De Batavier, door Pallas last,45
 
Als perlen, die te zamen past,46
 
Om tot cieraet op 't hof te hangen,
[p. 262]
 
Op dat de Koning zijn gezicht
 
Magh weiden in dit schilderlicht.49
 
 
50
  Hun schutsheer STUART hoort met vreught50
 
Het stomme doeck en marmer spreecken,
 
En kent elck werckstuck, en zijn deught,52
 
Die 's kenners oogh en hart verheught.
 
Alle Italjaensche Apellesstreecken54
55
  Ontfangen haeren prijs by hem,55
 
En door zijn wijze orakelstem.56
 
 
 
Op 't spoor van 's konings voorbeelt wort
 
De renbaen van de kunst ontsloten,
 
Een rijcke geest, die d'eêlsten port
60
  En noopt, ten boezem ingestort.59-60
 
De graven, en de hofgenooten
 
Om strijt naer puick van meestren staen,
 
Die d'ouden naertreên op hun baen.63
 
 
 
De zangbergh gaet hier op ten dans,64
65
Niet met Apol van Delos eilant,
 
Maer van Britanje, met zijn' krans
 
Van roosmarijn en roozeglans,
 
Gewelkomt, als der rijcken heilant.65-68
 
Hoe wedergalmt die gansche kust!
70
  Hier bloeit de kunsteeu van August.70
 
 
 
J. V. Vondel.

t'Amsterdam, voor de Weduwe van Abraham de Wees, op den Middeldam. 1660.

*
Van 1660. - Volgens de tekst van de afzonderlike uitgave in plano (Unger no. 618). Het motto, ontleend aan Verg. Eclogae IV, 11, betekent: met uw consulaat zal alzo deze luister der eeuw een aanvang nemen.
In October 1660 werd een gezantschap naar Engeland afgevaardigd, dat trachten moest met het oog op onze handelsbelangen een nauw verband van vriendschap te sluiten. Ongetwijfeld op verzoek van Mr. Simon van Hoorn (1618-1667), burgemeester in 1659, 1663 enz., die van dit gezantschap deel uitmaakte, schreef Vondel dit gedicht, waarin hij niet rept van het handelsverbond, maar Karel roemt als beschermer der kunsten. Waarschijnlik werd Vondel hier geïnspireerd door het zien van de kostbare schilderijen en beeldhouwwerken die de gezanten voor Karel meenamen. Zie Schillings, blz. 80. Onze Staten hadden deze aangekocht uit de verzameling van de Amsterdamse koopman Mr. Gerrit van Reynst (1599-1658), die ze had verworven uit de collectie te Hampton Court, welke na de val van Karel I door het Parlement was verkocht. Nu keerden deze schatten daarheen weer terug, en heetten er voortaan ‘the Dutch Gift’. Zie Ernest Law, The Royal Gallery of Hampton Court, London 1898, blz. XXXII-XXXIII.
1
met een' braven trant: met krachtige verzen (trant: oorspr. stap: maat, vgl. Lucifer, vs. 1278).
4
streeft: vaart.
5
Nereus groene waterweiden: de Noordzee (Nereus: de zeegod).
6
het juichend hof: het gejuich van het hof.
8
De Roos van Engelant: vgl. deel 5, blz. 162.
9
Op: bij.
12
De wetten treuren, omdat ze geschonden zijn.
17
knien: éénsilbig te lezen.
20
vol gedult: verdraagzaam.
21
ontlaste van: vergiffenis schonk voor.
25
heer: heerser.
26
van: door.
29
gunst: vriendelike gezindheid; mont: woordvoerder, tolk.
31
Daer: waar.
32
oprecht van gront: volkomen betrouwbaar.
33
gemoeten: tegemoet treden.
34
En (aan te vullen met waar); verknocht aen een: nauw verbonden.
35
De gemeenschappelike welvaart bevorderen.
37
balling: verbannen (tijdens het bestuur van Cromwell).
41
kunstgaef: het geschenk van kunstwerken.
42
des offraers: van degene die het aanbiedt.
43
vast: intussen.
45
De Batavier: de Hollander; door Pallas last: in opdracht van Pallas Athene, de godin van de schone kunsten.
46
die te zamen past: maakt er een verzameling van.
49
Magh weiden: kan doen genieten; dit schilderlicht: de glans van die schilderkunst.
50
schutsheer: (kunst)beschermer.
52
deught: voortreffelike eigenschappen.
54
Italjaensche Apellesstreecken: alle penseelstreken van de grote Italiaanse schilders.
55
prijs: lof.
56
orakelstem: onfeilbaar oordeel. Vondel idealiseert hier Karel II, die geen kunstkenner was. Hij en zijn hof hielden alleen van ‘society’-portretten (zie Law, a.w. blz. XXXIII).
59-60
Aan te vullen met wort uit vs. 57; port en noopt: aanspoort en prikkelt.
63
naertreên: volgen, wedijveren met (vlg. vs. 5-8; baen: = renbaen).
64
De zangbergh: de Helicon met de Muzen.
65-68
Niet geleid door een Griekse Apollo, maar door een Engelse; roosmaryn en roozeglans: zinspeling op het wapen van de Stuarts (vgl. de Roos in vs. 8); der rijcken heilant: de redder van het verenigde Koninkrijk.
70
de kunsteeu van August: een periode als de gouden eeuw van keizer Augustus.

Vorige Volgende

Over het gehele werk

De werken van Vondel (10 dln) (WB-editie)


Leo Simons

C.R. de Klerk

J. Prinsen J.Lzn

H.W.E. Moller

B.H. Molkenboer

J.F.M. Sterck

L.C. Michels

C.G.N. de Vooys

C.C. van de Graft

J.D. Meerwaldt

A.A. Verdenius


Over dit hoofdstuk/artikel

Naar de Nederlandse Liederenbank