auteurs

alle auteurs

Middeleeuwen

Gouden Eeuw

Achttiende Eeuw

Negentiende Eeuw

Twintigste Eeuw

Eenentwintigste Eeuw

 

 

zoeken in

 




Cornelis de Bie

geboren: 10 februari 1627 te Lier
overleden: ca. 1715 te Lier

pseudoniem(en)/naamsvariant(en):
Cornelio de Clapper

lid van: Groeiende Boom

Biografie(ën) over Cornelis de Bie

P.G. Witsen Geysbeek, Biographisch anthologisch en critisch woordenboek der Nederduitsche dichters. Deel 1 ABE-BYN (1821)
F. Jos. van den Branden en J.G. Frederiks, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde (1888-1891)
K. ter Laan, Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuid (1952)
G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse, De Nederlandse en Vlaamse auteurs (1985)

Werken van Cornelis de Bie

Den groeyenden Lierschen blom-hof, 1650 (1ste druk?)
Het gulden cabinet van de edel vry schilderconst, 1662
Faems weer-galm, 1670
Hans Holblock, ca. 1688
Den sedighen toet-steen, 1689
Louw Scheurbier en Stout Harnas sijn wijf, 1689
Echos weder-klanck, 1706

Uitgaven van Cornelis de Bie

Bibliotheca Belgica, 1ste serie, II, 1880-1890

Primaire teksten van Cornelis de Bie elders in de dbnl

Cornelis de Bie, ‘Cornelis de Bie.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840)

Secundaire literatuur over Cornelis de Bie in de dbnl

Cornelis de Bie, ‘Tot den autheur. Spelende op den naem van De Bie.’ In: Het gulden cabinet van de edel vry schilderconst (1662)
Jan Vos, ‘Gulde Kabinet der Schilderkunst van Kornelis de Bie, &c.’ In: Alle de gedichten. Deel 1 (1662)
Lambert Bidloo, ‘Vyfde boek.’ In: Panpoëticon Batavum (1720)
J.F. Willems, ‘Vervolg van het eerste hoofddeel.’, ‘Zevende afdeeling. Tael- en Dichtkunde der Belgen in de zeventiende eeuw.’ In: Verhandeling over de Nederduytsche tael- en letterkunde, opzigtelyk de Zuydelyke provintien der Nederlanden (1819-1824)
Cornelis de Bie, ‘Cornelis de Bie.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840)
Prudens van Duyse, ‘Nalezingen.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 5 (1841)
Pieter Jakob Ceulemans, ‘Aen de schim van den dichter Cornelis De Bie, in leven notaris en procureur, te Lier.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 9 (1845)
Klaas Poll, ‘Brom.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
Prudens van Duyse, ‘Vijfde hoofdstuk. Rederijkers, die van in de XVe tot de XVIIe eeuw een voornamen invloed hebben uitgeoefend.’ In: De rederijkkamers in Nederland. Deel 2 (1902)
G. Kalff, ‘II. Wereldlijke en geestelijke lyriek (Daniël Bellemans). Lambrecht. Cosijns. De Swaen. Het Drama (Ogier; Zeebots; Peys; De Bie). Het overig ernstig en komisch drama (de gebroeders De Grieck; de gebroeders Wils; Wouthers; Van den Brandt; de auteur van De Menschwordingh van het eeuwige woort).’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 5 (1910)
Irma de Jans, ‘Iets over Cornelis de Bie als navolger en plagiaris door Dr. Irma de Jans.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1929 (1929)
W.J.C. Buitendijk, ‘Hoofdstuk XIII. Cornelio de Bie.’ In: Het calvinisme in de spiegel van de Zuidnederlandse literatuur der Contra-Reformatie (1942)
G.A. van Es en Edward Rombauts, ‘II. Verval der moraliserende volksdidactiek’ In: Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden. Deel 5 (1952)
G.A. van Es en Edward Rombauts, ‘IV. Het toneelleven’ In: Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden. Deel 5 (1952)
G.A. van Es en Edward Rombauts, ‘III. Wereldlijke literatuur’ In: Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden. Deel 5 (1952)
J.G.M. Moormann, ‘Bron 2. Bargoens uit een klucht van Cornelis de Bie te Lier (± 1680) [A II]’ In: De geheimtalen (2002)


Terug naar overzicht