|
|
| |
|
|
Aart van der Leeuw
geboren: 23 juni 1876 te Delft overleden: 17 april 1931 te Voorburg
Biografie(ën) over Aart van der Leeuw
- Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 1901-2000, Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1933 (1933)
- K. ter Laan, Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuid (1941)
- anoniem Mededelingen van de Documentatiedienst, Mededelingen van de Documentatiedienst (1954-1992)
- G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse, De Nederlandse en Vlaamse auteurs (1985)
Werken van Aart van der Leeuw- Sint Veit (1908)
- Liederen en balladen (1911)
- Kinderland (1914)
- Herscheppingen (1916)
- Sint-Veit en andere vertellingen (1919)
- De mythe van een jeugd (1921)
- Opvluchten (1922)
- De gezegenden (1923)
- Vluchtige begroetingen (1925)
- De zwerftochten van Odysseus (1926)
- Het aardsche paradijs (1927)
- Ik en mijn speelman (1927)
- De kleine Rudolf (1930)
- De opdracht (1930)
- Die van hun leven vertelden (1934)
- De reismakkers (z.j. [1923])
Uitgaven van Aart van der Leeuw- Verspreid proza (1932)
- Vertellingen (1935)
- Monumenten van schoonheid en bezinning (1947)
- Verzamelde gedichten (1950)
- De opdracht / Miniaturen / Vertumnus (1951)
- De briefwisseling tussen P.N. van Eyck en Aart van der Leeuw (ed. Piet Delen) (1973)
Primaire teksten van Aart van der Leeuw elders in de dbnl- Aart van der Leeuw en H.A. Wage, ‘Aart van der Leeuw 1876-1931’ In: 't Is vol van schatten hier... (1986)
- Aart van der Leeuw, ‘Bijlage II’ In: De brieven van J.C. Bloem aan Aart van der Leeuw (ed. A. Kets-Vree) (1979)
Secundaire literatuur over Aart van der Leeuw in de dbnl- H.W.Ph.E. van den Bergh van Eysinga, H.E.H. van Loon en André de Ridder, ‘[Boekenschouw]’ In: Den Gulden Winckel. Jaargang 14 (1915)
- J.C. Bloem, De brieven van J.C. Bloem aan Aart van der Leeuw (ed. A. Kets-Vree) (1979)
- Menno ter Braak, ‘Waarde van het document’ In: Verzameld werk. Deel 5 (1949)
- Tom van Deel, ‘Tot onze vazen brekenGedichten over vazen’ In: Als ik tekenen kon (1992)
- Gerard van Eckeren, ‘[Idee en Leven]’ In: Den Gulden Winckel. Jaargang 18 (1919)
- Gerard van Eckeren, Ida Haakman, H.E.H. van Loon en R.A. Mees, ‘[Boekenschouw]’ In: Den Gulden Winckel. Jaargang 15 (1916)
- P.L. van Eck jr. en Hendrik Clemens Muller, ‘[Boekenschouw]’ In: Den Gulden Winckel. Jaargang 21 (1922)
- P.N. van Eyck en Albert Verwey, De briefwisseling tussen P.N. van Eyck en Albert Verwey (ed. H.A. Wage) (1988)
- G.H. 's- Gravesande, ‘Al pratende met ...Aart van der Leeuw’ In: Den Gulden Winckel. Jaargang 24 (1925)
- G.H. 's- Gravesande, ‘Aart van der Leeuw’ In: Sprekende schrijvers (1935)
- Raymond Herreman, ‘Kroniek der poezie’ In: Den Gulden Winckel. Jaargang 26 (1927)
- G.P.M. Knuvelder, ‘Aart van der Leeuw (1876-1931)’ In: Handboek tot de geschiedenis der Nederlandse letterkunde. Deel 4 (1953)
- Aart van der Leeuw en H.A. Wage, ‘Aart van der Leeuw 1876-1931’ In: 't Is vol van schatten hier... (1986)
- anoniem Mededelingen van de Documentatiedienst, ‘van der Leeuw 1876-1931’ In: Mededelingen van de Documentatiedienst (1954-1992)
- Martinus Nijhoff, ‘Aart van der Leeuw ‘Sint-Veit en andere vertellingen’’ In: Kritisch en verhalend proza (Verzameld werk II) (1961)
- Patrick De Rynck en Andries Welkenhuysen, De Oudheid in het Nederlands (1992)
- [tijdschrift] Gulden Winckel, Den, ‘Kroniek van het proza’ In: Den Gulden Winckel. Jaargang 26 (1927)
- Albert Verwey, Het lachende raadsel (1935)
- Victor E. van Vriesland, ‘56’ In: Het werkelijkheidsgehalte in de letterkunde (1962)
Terug naar overzicht
|
|