|
|
A.H. Nijhoff
Biografie(ën) over A.H. Nijhoff- K. ter Laan, Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuid (1952)
- Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 1901-2000, Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1972 (1972)
- G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse, De Nederlandse en Vlaamse auteurs (1985)
Werken van A.H. Nijhoff- Malista, nagelaten fragm. (zj.)
- Twee meisjes en ik (1931)
- Medereizigers (= Het veilige hotel) (1942)
- Geboorte (1945)
- De dagen spreken (1946)
- De vier doden (1950)
- Venus in ballingschap (1955)
Primaire teksten van A.H. Nijhoff elders in de dbnl- A.H. Nijhoff, ‘‘Archie’’ In: De Gids. Jaargang 105 (1941)
- A.H. Nijhoff, ‘‘Archie’’ In: De Gids. Jaargang 105 (1941)
- A.H. Nijhoff, ‘Onze vrienden de Polen’ In: De Gids. Jaargang 109 (1946)
- A.H. Nijhoff, ‘A.H. Nijhoff Snipperdag’ In: De Gids. Jaargang 117 (1954)
Secundaire literatuur over A.H. Nijhoff in de dbnl- Gerard van Eckeren, ‘Uitzicht op ‘Het Wijde’ Twee Meisjes en Ik’ In: Den Gulden Winckel. Jaargang 30 (1931)
- anoniem Mededelingen van de Documentatiedienst, ‘Wind 1897-1971’ In: Mededelingen van de Documentatiedienst (1954-1992)
- anoniem Mededelingen van de Documentatiedienst, ‘Nijhoff 1897-’ In: Mededelingen van de Documentatiedienst (1954-1992)
- Victor E. van Vriesland, ‘Een opmerkelijk maar slordig debuut’ In: Onderzoek en vertoog 1 (1958)
Terug naar overzicht
|
|