auteurs

alle auteurs

Middeleeuwen

Gouden Eeuw

Achttiende Eeuw

Negentiende Eeuw

Twintigste Eeuw

Eenentwintigste Eeuw

 

 

zoeken in

 




Catharina Questiers

geboren: 21 november 1631 te Amsterdam
overleden: 3 februari 1669 te Amsterdam


Biografie(ën) over Catharina Questiers

P.G. Witsen Geysbeek, Biographisch anthologisch en critisch woordenboek der Nederduitsche dichters. Deel 5 OGI-VER (1824)
A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 15 (1872)
F. Jos. van den Branden en J.G. Frederiks, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde (1888-1891)
P.J. Blok en P.C. Molhuysen, Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 2 (1912)
K. ter Laan, Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuid (1952)
G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse, De Nederlandse en Vlaamse auteurs (1985)

Werken van Catharina Questiers

Den geheymen minnaer (1655)
Casimier of gedempte hoogmoet (1656)
D'ondanckbare Fulvius en getrouwe Octavia (1665)
Lauwer-stryt (1665)

Uitgaven van Catharina Questiers

In: Klioos Kraam, dl. II (1657)
In: Bloemkrans van verscheiden gedichten (1659)

Primaire teksten van Catharina Questiers elders in de dbnl

Catharina Questiers, Het tweede deel van de koddige olipodrigo (1654)
Catharina Questiers, Het tweede deel van de koddige olipodrigo (1654)
Catharina Questiers, Het tweede deel van de koddige olipodrigo (1654)
Catharina Questiers, ‘XI.’ In: Het tweede deel van de koddige olipodrigo (1654)
Catharina Questiers, Het tweede deel van de koddige olipodrigo (1654)
Catharina Questiers, ‘Op het lachend afbeeltzel van Jan Tamboer.’ In: Het eerste deel van de Amsterdamse mengel-moez (1658)
Catharina Questiers, ‘Vryheydts-Loff.’ In: Het eerste deel van de Amsterdamse mengel-moez (1658)
Catharina Questiers, ‘Nieuwe-jaar, Van twee Festoennen Hoorentjens en Schelpen aan AH. ende IB.’ In: Het eerste deel van de Amsterdamse mengel-moez (1658)
Catharina Questiers, ‘Geen van beyden.’ In: Het eerste deel van de Amsterdamse mengel-moez (1658)
Catharina Questiers, ‘Op de af-beeltzels Van F.D. Schilder, ende H.V. Beelthouwer.’ In: Het eerste deel van de Amsterdamse mengel-moez (1658)
Catharina Questiers, ‘Op een tekeningh van Mars en Venvs.’ In: Het eerste deel van de Amsterdamse mengel-moez (1658)
Catharina Questiers, ‘Aan Fidamant, Op zijn Kusjes en Minne-Zangen.’ In: Fidamants kusjes, minne-wysen en by-rymen aan Celestyne (1663)
Catharina Questiers, ‘Graf - schrift, voor de Getrouwe Minnaar K.’ In: Clioos Cytter, slaande aardige gezangen, nieuwe wyzen, geestighe steekdichjes en brandende minnekusjes (1669)
Catharina Questiers, ‘Op een Tekening van Nicolaes van Helt Stocade, daar Mercurius, de Schilderkonst in spijt vande nijt, ten Hemel voert; In 't Stamboek van den Geestryken Ryckart Hubien.’ In: Clioos Cytter, slaande aardige gezangen, nieuwe wyzen, geestighe steekdichjes en brandende minnekusjes (1669)
C. Barlaeus, H. van Beaumont, François le Bleu, Cornelis Boey, Marcus Zuerius Boxhorn, Henrick Bruno, Jacob van der Burgh, Jacob Cats, Jeremias de Decker, George Rataller Doubleth, Daniël Heinsius, Nicolaus Heinsius, P.C. Hooft, Daniël Mostart, Hendrik Nierop, Catharina Questiers, Anna Maria van Schurman, Joost van den Vondel en Jacob Westerbaen, ‘Opdracht, lofdichten, enz. van de Korenbloemen (1658).’ In: Gedichten. Deel 6: 1656-1661 (1896)

Secundaire literatuur over Catharina Questiers in de dbnl

Joost van den Vondel, ‘Op de kunstige Teekeningen en Bootzeerzels van Juffr. Catharina Questiers.’ In: Het tweede deel van de koddige olipodrigo (1654)
anoniem eerste deel van de Amsterdamse mengel-moez, Het, ‘Op de konst en aardigheden van Juffr. Catharina Questiers.’ In: Het eerste deel van de Amsterdamse mengel-moez (1658)
Henrick Bruno, ‘Aan Iuffrouw Katharina Questiers, op het leenen van haar potloot.’ In: Het eerste deel van de Amsterdamse mengel-moez (1658)
anoniem eerste deel van de Amsterdamse mengel-moez, Het, ‘Broederlyk-hart aldus ontslooten Op 't verjaaren van mijn waarde Zuster Katharina Questiers, den 21. in Slacht-maandt. Klinkert.’ In: Het eerste deel van de Amsterdamse mengel-moez (1658)
anoniem eerste deel van de Amsterdamse mengel-moez, Het, ‘Op de schildery van Iuffrouw Catharina Questiers, afgeheelt door F.D.’ In: Het eerste deel van de Amsterdamse mengel-moez (1658)
Joan Dullaert, ‘In het Stamboeck van de wijze en vernuftige Juffrouw Catharina Questiers.’ In: Clioos Cytter, slaande aardige gezangen, nieuwe wyzen, geestighe steekdichjes en brandende minnekusjes (1669)
Jan Vos, ‘In 't Stamboek van Juffrouw Katarina Questiers. ’ In: Alle de gedichten. Deel 2 (1671)
Constantijn Huygens, ‘[1661]’ In: Gedichten. Deel 6: 1656-1661 (1896)
J. te Winkel, ‘XXXVI. Andere vrienden en navolgers van Huygens.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (1) (1923)
Joost van den Vondel, ‘Op de kunstige Teekeningen en Bootzeerzels van Juffr. Catharina Questiers.’ In: De werken van Vondel. Deel 5. 1645-1656 (1931)
Joost van den Vondel, ‘Op d'Afbeeldinge Van de Jonghvrouw Catharina Questiers.’ In: De werken van Vondel. Deel 9. 1660-1663 (1936)
Joost van den Vondel, ‘Op Katharine Questier.’ In: De werken van Vondel. Deel 10. 1663-1674 (1937)
P. Minderaa, ‘De knipzang’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
Patrick De Rynck en Andries Welkenhuysen, De Oudheid in het Nederlands (1992)
Adriaen van de Venne, ‘Hoofdstuk 3 Het beeld van Van de Venne in de lofdichten’ In: Tafereel van de belacchende werelt (1994)
Lia van Gemert, 'Hiding Behind Words? Lesbianism in 17th-Century Dutch Poetry' (1995)
E.M. Grabowsky, 'Katharina Lescailje (1649-1711) en de "vrouwenzucht". Schijn of werkelijkheid?' (2000)


Terug naar overzicht