De Witte Angieren

Haarlem, Noord-Holland

Opgericht: ?

Opgeheven: ?


Nadere informatie over organisatie

Arjan van Dixhoorn, Repertorium van rederijkerskamers in de Noordelijke Nederlanden 1400-1650 (2004)

Informatie over leden van De Witte Angieren in de dbnl

Abraham van Beaumont (?(18de eeuw)-?)
Isaak Maertens (?(16de eeuw)-)
Karel van Mander (1548-1606)
Jan Olthoff (1698-1771)
Paulus Petit (?(16de eeuw)-?)
Jacob van der Schuere (1576-na 1643)
Izaak van der Vinne (1665-1740)
Jan Willemsz (?(17de eeuw)-?)


Teksten uit kring van De Witte Angieren in de dbnl

anoniem Geuzenliedboek, ‘251. Gesangh, over de Victory van Sas van Gent. ’ In: Geuzenliedboek (1574)
Karel van Mander, Bucolica en Georgica, dat is, Ossen-stal en Landt-werck (1597)
anoniem Vlaerdings Redenrijck-bergh, ‘Haerlem’, ‘[Blazoen] Haerlem, de Vlaemsche. De Witt' Angieren.’ In: Vlaerdings Redenrijck-bergh (1617) (alleen scans beschikbaar)
anoniem Vlaerdings Redenrijck-bergh, ‘[Kniedicht] Haerlem, De VVitte Angieren’ In: Vlaerdings Redenrijck-bergh (1617) (alleen scans beschikbaar)
Isaak Maertens, ‘Haerlem, De witte Angieren. Op den sin, Die Godt heeft tot sijn hulp, geen dinck hem hinder doet.’ In: Vlissings redens lust-hof, beplant met seer schoone en bequame oeffeningen (1642)
Isaak Maertens, ‘Haerlemse Wit Angieren.’ In: Vlissings redens lust-hof, beplant met seer schoone en bequame oeffeningen (1642)
Isaak Maertens, ‘Haerlem, De witte Angieren.’ In: Vlissings redens lust-hof, beplant met seer schoone en bequame oeffeningen (1642)
anoniem Geuzenliedboek, ‘251. Gesangh, over de Victory van Sas van Gent. ’ In: Geuzenliedboek (1924-1925)
Karel van Mander, ‘Karel van Mander (1548-1606) Het beeld van de stad Haarlem, waarin te lezen is haar ligging, aard, en oud en heerlijk voorkomen’ In: 'k Wil rijmen wat ik bouw (1994)


Secundaire literatuur over De Witte Angieren in de dbnl

anoniem Redenrijker constliefhebbers stichtelicke recreatie, Der, ‘Haerlem de Ulaemse Camer, de Witte Angieren. Liedeken’ In: Den Redenrijke constliefhebbers stichtelicke recreatie (1599)
anoniem Redenrijker constliefhebbers stichtelicke recreatie, Der, ‘Haerlem Vlaemse Camer, de Witte Angieren,’ In: Den Redenrijke constliefhebbers stichtelicke recreatie (1599)
anoniem Redenrijker constliefhebbers stichtelicke recreatie, Der, ‘Haerlem de Vlaemse Kamer de Witte Angijeren,’ In: Den Redenrijke constliefhebbers stichtelicke recreatie (1599)
C.H.Ph. Meijer, ‘Hoofdstuk IV. Langendyk in de rederijkerskamer Trou moet Blycken.’ In: Pieter Langendyk. Zijn leven en werken (1891)
Karel Meeuwesse, ‘VII Jan Luyken en Jan Zoet Het gedicht over de wellevenskunst’ In: Jan Luyken als dichter van de Duytse Lier (1977)