|
|
Karel van Mander
lid van: Witte Angieren
Biografie(ën) over Karel van Mander
- P.G. Witsen Geysbeek, Biographisch anthologisch en critisch woordenboek der Nederduitsche dichters. Deel 4 JAC-NYV (1823)
- A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 12. Eerste stuk (1869)
- F. Jos. van den Branden en J.G. Frederiks, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde (1888-1891)
- P.J. Blok en P.C. Molhuysen, Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 1 (1911)
- K. ter Laan, Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuid (1941)
- G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse, De Nederlandse en Vlaamse auteurs (1985)
Werken van Karel van Mander- Dat hooghe liedt Salomo, met noch andere gheestelycke liedekens (1595)
- Bucolica en Georgica, dat is, Ossen-stal en Landt-werck (1597)
- De harpe, oft des herten snarenspel (1597)
- De kerck der deucht (1600)
- Het schilder-boeck (1604)
- Olijfbergh ofte poëma van den laetsten dagh (1609)
- Den Nederduytschen Helicon (1610)
- De eerste XII boecken vande Ilyadas (1611)
- Bethlehem dat is het broodhuys (1626)
Uitgaven van Karel van Mander- De Uutl., Metam. en Uutbeeldinge (ed. J. Zoet) (1643)
- Schilderboeck (ed. J. Sandrart) (1679)
- Leven der Ned. en Hoogd. Schilders (ed. J. de Jogh) (1764)
- Schilderboeck (ed. H. Hymans) (1884-1885)
- Schilderboeck (ed. H. Floerke) (1906)
- Das Lehrgedicht (ed. R. Höcker) (1916)
- Het Schilderboeck van C.v.M. in hedendaagsch Nederlandsch overgebracht (eds. A.F. Mirande en G.S. Overdiep) (1936, 1950[4])
- De kerck der deucht (eds. H. Miedema en M. Spies) (1973)
- Den grondt der edel vry schilderkonst (ed. H. Miedema) (1973)
- Ter liefde der const. Uit het Schilder-Boeck (1604) van K.v.M. (ed. W. Waterschoot) (1983)
- Bethlehem dat is het broodhuys (ed. P.E.L. Verkuyl) (1985)
Primaire teksten van Karel van Mander elders in de dbnl- Karel van Mander, ‘Vorsteliicke Warande der dieren’ In: De werken van Vondel. Deel 1. 1605-1620 (1927)
- Karel van Mander, ‘Karel van Mander (1548-1606) Het beeld van de stad Haarlem, waarin te lezen is haar ligging, aard, en oud en heerlijk voorkomen’ In: 'k Wil rijmen wat ik bouw (1994)
Secundaire literatuur over Karel van Mander in de dbnl- Jan Vos, ‘Christiaan, Prins van Deenemarken, &c. Door van Mander &c.’ In: Alle de gedichten. Deel 1 (1662)
- Jan Vos, ‘Frederik de Derde, Koning van Deenemarken, &c. Door Karel van Mander geschildert.’ In: Alle de gedichten. Deel 1 (1662)
- Jan Vos, ‘Byschriften op Afbeeldingen, &c.’, ‘Byschriften.’, ‘Zijn Excellentie den Heer Joachim Gerstdorp, Ridder, Ryx-Hofmeester in Deenemarken, &c. Door Karel Van Mander geschildert.’ In: Alle de gedichten. Deel 1 (1662)
- Jan Vos, ‘Sofia Amalia, Koningin van Deenemarken, &c. Door van Mander &c.’ In: Alle de gedichten. Deel 1 (1662)
- Jan Vos, ‘Den Eed. Gestr. Heer Hendrik Bielke, Ridder, Ryx-Vys-Amiraal van Deenemarken, &c. Stadthouder van Yslandt, &c. Door Karel van Mander geschildert.’ In: Alle de gedichten. Deel 1 (1662)
- Arnold Houbraken, ‘De groote schouburgh Der Nederlantsche konstschilders En schilderessen.’ In: De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen) (1718-1721)
- Lambert Bidloo, ‘Vierde boek.’ In: Panpoëticon Batavum (1720)
- Jeronimo de Vries, ‘Vierde afdeeling. Zestiende eeuw.’ In: Proeve eener geschiedenis der Nederduitsche dichtkunde (1810)
- Prudens van Duyse, ‘Karel van Mander.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 6 (1842)
- Cd. Busken Huet, ‘Tiende hoofdstuk.’ In: Het land van Rubens (1879)
- Cd. Busken Huet, ‘Zesde hoofdstuk.Overzigt der letteren.’, ‘I [Eenheid van Holland en Vlaanderen in de letteren]’ In: Het land van Rembrand (1882-84)
- Reindert Jacobsen, ‘Over versbouw. (Vergelijking van de Virgilius-vertaling bij Vondel en Van Mander).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
- G. Kalff, ‘Zuidnederlanders in Noord-Nederland. Marnix. Van Mander.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 3 (1907)
- J. te Winkel, ‘IV. Karel van Mander en zijn kring.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (1) (1923)
- P.J. Blok, ‘Tweede afdeelingDe dagen van Maurits en Oldenbarnevelt’, ‘Hoofdstuk IDe Nederlanden in 1584’ In: Geschiedenis van het Nederlandsche volk. Deel 2 (1924 (3de herziene druk))
- W.A.P. Smit, De dichter Revius (1928)
- Catharina Ypes, ‘II. Toenemende belangstelling voor Petrarca tijdens de Zestiende eeuw’ In: Petrarca in de Nederlandse letterkunde (1934)
- Joost van den Vondel, ‘De Parnas Aen de Belt. Verscheide Dichten in Denemerck gedicht Door J. V. Vondel.’ In: De werken van Vondel. Deel 8. 1656-1660 (1935)
- G.S. Overdiep, ‘Carel van Manderdoor Prof. Dr. G.S. Overdiep’, ‘Carel van Mander’ In: Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden. Deel 3 (1944)
- G.P.M. Knuvelder, ‘Rond Amsterdam’ In: Handboek tot de geschiedenis der Nederlandse letterkunde. Deel 2 (1948)
- P. Geyl, ‘6. Omwentelingen in het cultuurleven’ In: Geschiedenis van de Nederlandse stam (herziene uitgave) (1948-1959)
- H. van de Waal, ‘Deel I’, ‘Voorbericht’ In: Drie eeuwen vaderlandsche geschied-uitbeelding, 1500-1800 (1952)
- August Vermeylen, ‘Van Mander’ In: Verzameld werk. Deel 4 (1955)
- J.C. Arens, ‘Apolloos aanspraack: Bredero benut van Mander en Florianus.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960)
- G. Geerts, Genus en geslacht in de Gouden Eeuw. Een bijdrage tot de studie van de nominale klassifikatie en daarmee samenhangende adnominale flexievormen en pronominale verschijnselen in Hollands taalgebruik van de zeventiende eeuw (1966)
- W.A.P. Smit, ‘Hoofdstuk VDe rederijkers-vertalingen van Vergilius en Homerus’ In: Kalliope in de Nederlanden (1975-1983)
- S.A. Vosters, 'Spaanse en Nederlandse literatuur. De wederzijdse invloeden' (1985)
- G.A. Bredero, ‘Toegift’ In: Verspreid werk (ed. G. Stuiveling en B.C. Damsteegt) (1986)
- G.A. Bredero, Verspreid werk (ed. G. Stuiveling en B.C. Damsteegt) (1986)
- G.A. Bredero, ‘3 Bredero en de Van Manders’ In: Verspreid werk (ed. G. Stuiveling en B.C. Damsteegt) (1986)
- Eric J. Sluijter, 'Belering en verhulling? Enkele 17de-eeuwse teksten over de schilderkunst en de iconologische benadering van Noordnederlandse schilderijen uit deze periode' (1988)
- E.O.G. Haitsma Mulier en Anton van der Lem, ‘319 Mander, Carel van’ In: Repertorium van geschiedschrijvers in Nederland 1500-1800 (1990)
- H. Duits, 'De levens der doorluchtige poeeten' I+II (1991/1992)
- Hessel Miedema, ‘Over de betrouwbaarheid van Karel van Mander Hessel Miedema (Amsterdam)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992)
- Patrick De Rynck en Andries Welkenhuysen, De Oudheid in het Nederlands (1992)
- Wim Vermeer, 'Den Nederduytschen Helicon' (1993)
- W. Waterschoot, 'Marot or Ronsard? New French Poetics among Dutch Rhetoricians in the Second Half of the 16th Century' (1995)
- Theo Hermans, ‘14 Karel van Mander (vert.), Bucolica en Georgica, Dat is / Ossen-stal en Landt-werck P. Virgilii Maronis, Prince der Poëten. Nu eerst in Rijm-dicht vertaelt / door K.V. Mander. Haarlem: Gillis Rooman, 1597’ In: Door eenen engen hals. Nederlandse beschouwingen over vertalen 1550-1670 (1996)
- Willem van Toorn, ‘Landschap en literatuur’ In: Leesbaar landschap (1998)
- Johan Koppenol, ‘Johan Koppenol & Garrelt Verhoeven Krakeel in het bloemperk.’ In: Literatuur. Jaargang 18 (2001)
- Johan Koppenol en Garrelt Verhoeven, 'Krakeel in het bloemperk. Rederijkers, tulpen en vreemdelingenproblematiek in 1611' (2001)
Websites over Karel van Mander
- http://www.hum.uva.nl/dsp/ljc/mander/bos.html
Terug naar overzicht
|
Karel van Mander.
|