Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1993


auteur: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 1901-2000


bron: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden, 1992-1993. Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, Leiden 1994  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 129]

Leendert Christiaan Suttorp
Schiedam 10 oktober 1901 - 's-Gravenhage 8 december 1991

Leendert Christiaan Suttorp was een begaafd historicus die zich met grote toewijding heeft gericht op onderwijs en onderzoek.

Hij bezocht de Christelijke Lagere School en het Christelijk Gymnasium in zijn geboorteplaats Schiedam. In 1921 behaalde hij het diploma gymnasium-alfa. Hierna ging hij studeren aan de Rijksuniversiteit te Leiden. In 1926 deed hij doctoraalexamen in de geschiedenis, staatsinrichting en economie. Twee jaar later volgde het doctoraalexamen in de Nederlandse taal- en letterkunde. Suttorp volgde onder meer colleges bij de hoogleraren prof. dr. J. Huizinga en prof. dr. H.T. Colenbrander. Bij de laatstgenoemde promoveerde hij in 1931 op het proefschrift F.A. van Hall en zijne constitutionele beginselen.

In 1931 trouwde Suttorp met Maria Elisabeth van der Heijden. Uit dit huwelijk werden een zoon en een dochter geboren. Inmiddels was Suttorp in 1927 benoemd tot leraar geschiedenis aan de Tweede Christelijke h.b.s. in Den Haag - na de oorlog genoemd Christelijk Lyceum Zandvliet. Aan deze school is hij tot zijn pensionering in 1967 verbonden geweest. Bij zijn leerlingen stond Suttorp bekend als een boeiend verteller. Op zeer beeldende wijze wist hij de gebeurtenissen uit de historie levend te maken.

Contact met vakgenoten stelde Suttorp zeer op prijs. In 1932 werd hij lid van het Historisch Genootschap en sinds 1933 maakte hij deel uit van het Gezelschap van Christelijke Historici. Daarnaast was Suttorp van 1933 tot 1940 recensent van geschiedkundige werken en historische periodieken voor het aan de Christelijk-Historische Unie gelieerde dagblad De Nederlander. In 1949 werd hij lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde.

Na de oorlog maakte Suttorp deel uit van de groep van negen Haagse geschiedenisleraren die bekend is geworden onder de naam ‘Novem’. Uit de gesprekken van deze docenten ontstond de serie schoolboeken onder de titel Wereld in wording. De Novem-groep ontwikkelde een methode voor het geschiedenisonderwijs waarin werd gezocht naar samenwerking tussen verschillende richtingen op religieus en politiek terrein. De Novem-groep ging voorts uit van een mondiale benadering van de geschiedenis en liet de vóór de oorlog gehanteerde methode, waarin Europa cen-

[p. 130]

traal stond, los. De vaderlandse geschiedenis werd geïntegreerd in de algemene geschiedenis. Tevens streefde de groep naar een evenwichtige benadering van de geboden leerstof, waarin zowel het politieke en economische leven, als ook de ontwikkelingen op het terrein van godsdienst, kunsten en wetenschappen tot hun recht kwamen. Vanaf de eerste druk in 1954 tot de uitgave in 1984 werd gestaakt, was Wereld in wording een gezaghebbend studieboek.1

De open, oecumenische instelling die de Novem-groep kenmerkte, is ook bij Suttorp zichtbaar in enkele van zijn publikaties. Als hervormde van confessionele signatuur had hij veel belangstelling voor de ontwikkelingen in de rooms-katholieke wereld en de samenwerking tussen katholieken en protestanten op politiek terrein. Tussen 1956 en 1980 publiceerde hij enkele studies over deze thema's. Ik verwijs in dit verband naar het overzicht van publikaties van Suttorp, na dit levensbericht.

Als zijn belangrijkste werken kunnen drie biografische studies worden beschouwd. Naast zijn reeds genoemde dissertatie over de negentiende-eeuwse, tot de conservatieve richting behorende politicus mr. F.A. van Hall, betreft dit dan zijn in 1948 verschenen boek Jhr. mr. A.F. de Savornin Lohman (1837-1924): zijn leven en werken en het in 1966 gepubliceerde werk Dr. A.W. Bronsveld: zijn visie op een halve eeuw. Met de twee laatstgenoemde studies leverde Suttorp een belangrijke bijdrage aan de geschiedschrijving van de c.h.u. De hervormde predikant dr. A.W. Bronsveld (1839-1924) behoorde met de latere minister van Onderwijs, dr. J. Th. de Visser (1857-1932) in 1896 tot de oprichters van de Christelijk-Historische Kiezersbond. Toen deze bond toenadering zocht tot de Vrij-antirevolutionairen van Lohman ging Bronsveld hierin niet mee. Hij bleef tot zijn overlijden het politiek en kerkelijk leven kritisch volgen als kroniekschrijver van het maandblad Stemmen voor Waarheid en Vrede. Lohman was na zijn politieke breuk met de antirevolutionaire leider dr. A. Kuyper (1837-1920) nauw betrokken bij de ontwikkelingen die in 1908 leidden tot de oprichting van de c.h.u. Hij bleef tot 1921 de belangrijkste vertegenwoordiger van die partij in de Tweede Kamer.

Typerend voor het oeuvre van Suttorp is de uiterst zorgvuldige wijze waarop hij de bronnen bestudeerde. Suttorp voelde zich reeds jong tot dit werk aangetrokken. Na zijn doctoraalexamen verrichtte hij van 1929 tot 1930 onderzoek op het Algemeen Rijksarchief ten behoeve van de Library of Congress in Washington. In de negentiende stelling van zijn dissertatie wees hij op de wenselijkheid van een systematisch onderzoek naar de

[p. 131]

aanwezigheid van particuliere archieven die van belang konden worden geacht voor onze negentiende-eeuwse geschiedenis. Voor zijn boek over Bronsveld werkte hij vele jaargangen van Stemmen voor Waarheid en Vrede door. Een hoogtepunt vormt in dit opzicht de Lohman-biografie. Suttorp heeft voor dit werk het omvangrijke archief van A.F. de Savornin Lohman nauwgezet doorzocht. Dit is een enorme prestatie als men bedenkt dat dit archief in die tijd nog niet volledig was geordend. Bovendien moesten alle kopieën met de hand worden geschreven.

In samenhang met deze grondige archiefstudie kwam Suttorp tot een zorgvuldige afweging van alle relevante gegevens waarover hij beschikte. Op deze wijze was hij in staat een goed psychologisch inzicht te geven in het karakter van de door hem beschreven personen. Ook deze gave van Suttorp is het meest markant naar voren gekomen in zijn biografie over Lohman.

Voor deze studie ontving Suttorp in 1987 als eerste de Jhr. mr. A.F. de Savornin Lohmanprijs. Deze driejaarlijkse prijs werd ingesteld door de Vrije Universiteit naar aanleiding van de honderdvijftigste geboortedag van de staatsman die er zijn naam aan gaf. De Lohmanprijs wordt toegekend voor publikaties waarin het christelijk denken in Nederland na de Reformatie over staatsrechtelijke en politieke onderwerpen centraal staat. De jury merkte in haar motivering onder andere op dat Suttorp bij zijn beschrijving van Lohmans leven en werk niet op de eerste plaats een uitspraak had willen doen over het gelijk of ongelijk van zijn hoofdpersoon, maar inzicht beoogde te verschaffen in de dikwijls ingewikkelde verhoudingen. ‘Het boek getuigt weliswaar van sympathie voor de beschrevene, het is echter met zoveel objectiviteit geschreven dat een eerlijk beeld ontstaat zowel van de hoofdpersoon als van de personen rondom hem.’ Een voorbeeld hiervan was, volgens de jury, de beschrijving van de gang van zaken die had geleid tot het conflict en de breuk tussen Lohman en de Vrije Universiteit.2

De toekenning van deze prijs heeft Suttorp zeer gewaardeerd. Hij was een beminnelijk man, die ten opzichte van zijn prestaties op het terrein van de geschiedbeoefening een grote mate van bescheidenheid aan den dag legde. Dit gold ook zijn biografie van Lohman. Suttorp was bijvoorbeeld van mening dat hij onvoldoende aandacht had kunnen besteden aan de periode van 1918 tot Lohmans overlijden in 1924. Pas na enige aarzeling had hij daarom toegegeven aan de wens van de uitgever dit boek, in verband met het veertigjarig bestaan van de c.h.u., in 1948 te publiceren.

[p. 132]

Deze houding is typerend voor Suttorp. Hij zocht niet zichzelf maar wilde dienstbaar zijn aan zijn geliefde vak. In zijn laatste levensjaren moest hij zich in acht nemen voor lichamelijke inspanningen. Tot op hoge leeftijd bleef hij echter de ontwikkelingen op zijn vakgebied met belangstelling volgen.

Wie met Suttorp in aanraking kwam, raakte geboeid door de bezielende wijze waarop hij zijn grote belangstelling voor de historie op anderen over wist te brengen. Als auteur heeft hij enkele deskundige publikaties gepresenteerd. De biografie over A.F. de Savornin Lohman is reeds tijdens zijn leven een gezaghebbend standaardwerk gebleken. Voor ieder die zich wil verdiepen in de geschiedenis van de c.h.u. zal de rijke inhoud van dit boek een belangrijke informatiebron blijven vormen. In dit kader zal de naam van Suttorp steeds met ere worden genoemd.

 

h. van spanning

Voornaamste geschriften

F.A. van Hall en zijne constitutionele beginselen. (Diss. Leiden.) Amsterdam 1932.
Jhr. mr. A.F. de Savornin Lohman (1837-1924): zijn leven en werken. Den Haag 1948.
Historische teksten (in samenwerking met H. Smitskamp). Zwolle 1949.
De orde der Jezuïeten. Wageningen 1956.
Dr. A.W. Bronsveld: zijn visie op een halve eeuw. Assen 1966.
De rechtse coalitie. Kampen 1971.
Het Trentse Concilie. Den Haag 1974.
Over Schiedam in de achttiende eeuw. Schiedam 1974.
‘De crisis in de rechtse samenwerking’, in Bijdragen en Mededelingen betreffende de Geschiedenis der Nederlanden 2 (1977), p. 406-437.
‘Nederland en het Vaticaan in de negentiende en twintigste eeuw’, in Christelijk-Historisch Tijdschrift 24 (1979), p. 1-38.
‘De twee Vaticaanse Concilies’, in De Gids 143 (1980), p. 552-569 en 144 (1981), p. 238-261.