traal stond, los. De vaderlandse geschiedenis werd geïntegreerd in de algemene geschiedenis. Tevens streefde de groep naar een evenwichtige benadering van de geboden leerstof, waarin zowel het politieke en economische leven, als ook de ontwikkelingen op het terrein van godsdienst, kunsten en wetenschappen tot hun recht kwamen. Vanaf de eerste druk in 1954 tot de uitgave in 1984 werd gestaakt, was Wereld in wording een gezaghebbend studieboek.1
De open, oecumenische instelling die de Novem-groep kenmerkte, is ook bij Suttorp zichtbaar in enkele van zijn publikaties. Als hervormde van confessionele signatuur had hij veel belangstelling voor de ontwikkelingen in de rooms-katholieke wereld en de samenwerking tussen katholieken en protestanten op politiek terrein. Tussen 1956 en 1980 publiceerde hij enkele studies over deze thema's. Ik verwijs in dit verband naar het overzicht van publikaties van Suttorp, na dit levensbericht.
Als zijn belangrijkste werken kunnen drie biografische studies worden beschouwd. Naast zijn reeds genoemde dissertatie over de negentiende-eeuwse, tot de conservatieve richting behorende politicus mr. F.A. van Hall, betreft dit dan zijn in 1948 verschenen boek Jhr. mr. A.F. de Savornin Lohman (1837-1924): zijn leven en werken en het in 1966 gepubliceerde werk Dr. A.W. Bronsveld: zijn visie op een halve eeuw. Met de twee laatstgenoemde studies leverde Suttorp een belangrijke bijdrage aan de geschiedschrijving van de c.h.u. De hervormde predikant dr. A.W. Bronsveld (1839-1924) behoorde met de latere minister van Onderwijs, dr. J. Th. de Visser (1857-1932) in 1896 tot de oprichters van de Christelijk-Historische Kiezersbond. Toen deze bond toenadering zocht tot de Vrij-antirevolutionairen van Lohman ging Bronsveld hierin niet mee. Hij bleef tot zijn overlijden het politiek en kerkelijk leven kritisch volgen als kroniekschrijver van het maandblad Stemmen voor Waarheid en Vrede. Lohman was na zijn politieke breuk met de antirevolutionaire leider dr. A. Kuyper (1837-1920) nauw betrokken bij de ontwikkelingen die in 1908 leidden tot de oprichting van de c.h.u. Hij bleef tot 1921 de belangrijkste vertegenwoordiger van die partij in de Tweede Kamer.
Typerend voor het oeuvre van Suttorp is de uiterst zorgvuldige wijze waarop hij de bronnen bestudeerde. Suttorp voelde zich reeds jong tot dit werk aangetrokken. Na zijn doctoraalexamen verrichtte hij van 1929 tot 1930 onderzoek op het Algemeen Rijksarchief ten behoeve van de Library of Congress in Washington. In de negentiende stelling van zijn dissertatie wees hij op de wenselijkheid van een systematisch onderzoek naar de