Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs 2009
Advies van de Commissie voor schone letteren
Het aanbod van de in de afgelopen twee jaar verschenen poëzie
was van hoge kwaliteit. De Commissie heeft bij het voordragen van de beoogde
laureaat de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht genomen en is na intensief
overleg tot een eensgezind oordeel gekomen. Zij adviseert het bestuur van de
Maatschappij der Nederlandse Letterkunde de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs
toe te kennen aan Ester Naomi Perquin op grond van haar bundels Servetten
halfstok (2007) en Namens de ander (2009), verschenen bij uitgeverij
G.A. van Oorschot.
De poëzie van Perquin valt op
door het schijnbaar gewone taalgebruik en de alledaagse, herkenbare situaties
die van een bedrieglijke eenvoud zijn, maar waarin de hele wereld doorklinkt.
Dit is geen navelstaarderij, integendeel. Met het eerste gedicht stelt ze zich
meteen open, wanneer ze zich aanbiedt voor reïncarnatie. Het idee dat een ander
zich in haar thuis zou kunnen voelen, doet haar nadenken over de mogelijkheid
om 'ik' te zijn. 'Hoe weten zij hoe ik mij was?/ Welk nog onzichtbaar etiket/
is in mijn nekrand vastgezet?'
Identificatie en identiteit
spelen een belangrijke rol in deze poëzie. Niet enkel de 'ik', maar ook de
ander, zelfs de geliefde, blijkt moeilijk te kennen. Ze moet genoegen nemen met
de buitenkant: 'Ik kan het allemaal niet zeker weten./ Het lichaam dat jou
lijkt uit te drukken,/ jou verpakt en dan in porties aan/ mijn blik verkoopt,
maakt de winst'. Vaak hebben de gedichten een anekdotische aanleiding, maar
'ontsporen' op een boeiende manier. Zo bijvoorbeeld het verjaardagsfeestje uit
'Kom je ook?' of het schoolreisje uit het gelijknamige gedicht. Daarbij
wisselen lichtvoetige en meer dreigende tonen elkaar af: het kind dat van de
schoolreis thuiskomt in een schoolbus bezaaid met snoeppapiertjes en appelsap
'verdwijnt' en wordt 'jaren later pas' door haar boze vader gevonden.
De jeugd is een belangrijke
inspiratiebron: 'Ik ben wel teruggegaan maar/ alles was zo groot dat ik ons
achteraf/ misschien al kleiner heb gedacht'. De kloof tussen droom en
werkelijkheid, het teloorgaan van de jeugdige illusies zijn thema's die daaruit
voortkomen. Zo dicht ze over de droom van architecten die als kinderen
'vaak al verlangden naar een stad,/ langs een modderig pad torens bouwden/ van
wat aan erf of slootkant lag.' Maar eenmaal volwassen en architect 'grauwe',
'grijze' bebouwing neerzetten 'waarin wij sporen bijster raakten,
muren/ waarin geen hand nog uitzicht maakte.'
Het is poëzie van
het hoofd en het hart. Prettig metrisch, helder, transparant en suggestief. Perquin
stelt vragen aan het leven, probeert greep te krijgen op de wereld en haar
verwondering echoot in elk gedicht . Er wordt in
gerelativeerd en gelachen, maar de vlaggen hangen halfstok. De
toon, helderheid en aandacht voor het gewone krijgt in een bijna achteloze vorm
gestalte en onder de lichtheid klinkt steeds een droeve,
melancholieke ondertoon.
Neem het gedicht 'Winter' uit Servetten halfstok. Hierin wordt de wens uitgesproken
dat het nooit weer voorjaar zal worden: 'Geen statig broeden meer. Geen
kievitsei./ Geen welbedreven paring of zorgvuldig nest.' En dan opeens: 'Twee
blauwe kinderwanten naast een wak./ Ik kan geen lammetjes verdragen.'
Het terloopse van deze mededeling vergroot de wreedheid ervan. Het contrast
tussen de lente en de dood wordt in dit gedicht zeer scherp getekend, maar
zonder pathos of bombast. Het detail is veelzeggender dan het grote gebaar.
'Niets erger dan dat woekerend gemak/ waarmee de lente aan het groeien slaat./
Daaronder houdt het ijs een zoontje stil./ Voor al dat leven maakt hij geen
verschil./ Er is geen zonlicht dat hem bovenbrengt./ Geen voorjaar dat hem
kennen wil.'
Ester Naomi Perquin (Utrecht, 1980) groeide op in Zierikzee,
en is sinds vijf jaar woonachtig te Rotterdam. Ze publiceerde gedichten in De
Tweede Ronde en Tirade en debuteerde in het voorjaar van 2007 met de
bundel Servetten halfstok die al eerder werd genomineerd voor de C.
Buddingh-prijs en de Hugues C. Pernathprijs. Voor deze bundel ontving ze in
oktober 2007 te Brussel de debuutprijs 'Het Liegend Konijn'. In 2009 verscheen
haar tweede bundel Namens de ander.
| Kester Freriks |
| Micha Hamel |
| Ingrid Hoogervorst |
| Rudi van der Paardt (voorzitter) |
Het bestuur van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde
heeft op 12 maart 2009, overeenkomstig het advies van de Commissie voor schone
letteren, besloten de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs 2009 toe te kennen
aan Ester Naomi Perquin.
Uitreiking op zaterdag 6 juni 2009 om 15.30 uur in het
Academiegebouw, Rapenburg 73 te Leiden.