Taal en Letteren. Jaargang 8


auteur: [tijdschrift] Taal en Letteren


bron: Taal en Letteren. Jaargang 8. W.E.J. Tjeenk Willink, Zwolle 1898


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Dorre ranck.

In de eerste aflevering van den 1en Jaargang1) zijn 'n paar hoogduitsche liederen vermeld, waarin dezelfde trek voorkomt als in Vondel's

 
Door deze liefde treurt
 
De tortelduif, gescheurt
 
Van haer beminde tortel.
 
Zij jammert op de dorre ranck
 
Van eenen boom, enz.

De volgende passage uit Wolfram von Eschenbachs Parzival had hierbij ook aangevoerd kunnen worden. Als Gahmuret z'n vrouw Belakane verlaten heeft, zegt de dichter van haar:

 
ir freude vant den dürren zwîc,
 
als noch diu turteltûbe tuot,
 
diu het ie denselben muot:
 
swenne ir an trûtscheft gebrast,
 
ir triwe kôs den dürren ast.2)

A'dam.

Fred. Berens.

De echtelijke trouw van de tortelduif is spreekwoordelijk, ook de voorstelling dat zij na den dood van haar gezel nooit meer op een groene tak gaat zitten en het water troebel maakt, alvorens het te drinken. Zie b.v. Shakespeare's Winter's Tale V, 3: I, an old turtle, Will wing me to some wither'd bough, and there My mate, that's never to be found again, Lament till I am lost. - Een ander Mhd. voorbeeld is nog te vinden in Flore 1476. -

Gron.

B.S.