Joost van den Vondel

geboren: 17 november 1587 te Keulen
overleden: 5 februari 1679 te Amsterdam

lid van: Wit Lavendel

Biografie(ën) over Joost van den Vondel

Geeraardt Brandt, Het leven van Joost van den Vondel (1682)
P.G. Witsen Geysbeek, Biographisch anthologisch en critisch woordenboek der Nederduitsche dichters. Deel 6 VIC-ZYP (1827)
A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 19 (1876)
F. Jos. van den Branden en J.G. Frederiks, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde (1888-1891)
[tijdschrift] Gids, De, De Gids. Jaargang 1896 (1896)
[tijdschrift] Gids, De, De Gids. Jaargang 1896 (1896)
P.J. Blok en P.C. Molhuysen, Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 4 (1918)
Joost van den Vondel, De werken van Vondel. Deel 1. 1605-1620 (1927)
Joost van den Vondel, De werken van Vondel. Deel 2. 1620-1627 (1929)
Joost van den Vondel, De werken van Vondel. Deel 3. 1627-1640 (1929)
Joost van den Vondel, De werken van Vondel. Deel 4. 1640-1645 (1930)
Joost van den Vondel, De werken van Vondel. Deel 5. 1645-1656 (1931)
Joost van den Vondel, De werken van Vondel. Deel 7. Vertalingen uit het Latijn van Vergilius, Horatius en Ovidius (1934)
Gerard Brom, Vondels geloof (1935)
Joost van den Vondel, De werken van Vondel. Deel 9. 1660-1663 (1936)
Joost van den Vondel, De werken van Vondel. Deel 10. 1663-1674 (1937)
Jan Romein en Annie Romein-Verschoor, Erflaters van onze beschaving (1938-1940)
K. ter Laan, Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuid (1941)
G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse, De Nederlandse en Vlaamse auteurs (1985)

Werken van Joost van den Vondel

Decretum horribile (zj.)
Klinckdicht of Misbruik des kerkelyken bans (zj.)
Schriftuerlijck bruylofts reffereyn (1605)
Het Pascha ofte de Verlossinge Israels wt Egypten (1612)
Den gulden winckel (1613)
Hymnus ofte Lof-gesangh over de wijdberoemde scheepsvaert der Vereenighde Nederlanden (1613)
De vaderen (1616)
Vorsteliicke warande der dieren (1617)
De heerlyckheyd van Salomon (1620)
De helden Godes des ouwden verbonds (1620)
Hierusalem verwoest (1620)
Lof der zee-vaert (1623)
Minne-plicht ende kuysheyts-kamp (1625)
Palamedes oft Vermoorde onnooselheyd (1625)
De Amsteldamsche Hecuba (1626)
Geboorteclock van Willem van Nassau (1626)
Rommel-pot van 't hane-kot (1627)
Verovering van Grol, door Frederick Henrick, Prince van Oranje (1627)
Hippolytus of Rampsalige kuyscheyd (1628)
De Rynstroom (1629 of 1630)
Een otter in 't bolwerck (1630)
Harpoen (1630)
Roskam (1630)
Uitvaert van mijn dochterken (1633)
Huigh de Groots Josef of Sofompaneas (1635)
Lyckklagt aan het vrouwekoor, over het verlies van mijn ega (1635)
Gysbreght van Aemstel (1637)
Elektra (1639)
Maeghden (1639)
Gebroeders (1640)
Joseph in Dothan (1640)
Joseph in Egypten (1640)
Peter en Pauwels (1641)
Brieven der Heilige maeghden, martelaressen (1642)
Ovidius' Heldinnebrieven (1642)
Verspreide gedichten (1644)
Altaergeheimenissen (1645)
Hekeldichten (1646)
Maria Stuart of Gemartelde majesteit (1646)
Publius Virgilius Maroos Wercken (1646)
Leeuwendalers (1647)
Salomon (1648)
Aenleidinge ter Nederduitsche dichtkunste (1650)
Poëzy (1650)
Poëzy of Verscheide gedichten (1650)
Lucifer (1654)
Q. Horatius Flaccus lierzangen en dichtkunst, in het rijmeloos vertaelt (1654)
Speelstryt van Apollo en Pan (1654)
Uitvaert van Orfeus (1654)
Inwydinge van 't stadthuis t'Amsterdam (1655)
Ondergang van Troje (1655)
De Parnas aen de Belt (1657)
Koning Davids harpzangen, den Nederduitschen toegezongen (1657)
Salmoneus (1657)
Afbeeldingen der stamheeren (1658)
Maeghdepalm voor Anna Bruining (1658)
Zeemagazyn gebouwt op Kattenburgh t'Amsterdam (1658)
De Noortsche Nachtegael (1659)
Jeptha of Offerbelofte (1659)
Onderwys van het geloofshooftpunt der H. Dryeenigheit (1659)
Koning David herstelt (1660)
Koning David in ballingschap (1660)
Koning Edipus (1660)
Samson (1660)
Adonias of Rampzalige kroonzucht (1661)
Tooneelschilt of Pleitrede voor het tooneelrecht (1661)
Bespiegelingen van Godt en Godtsdienst. Tegen d'ongodisten, verlochenaers der Godtheit of Goddelijcke Voorzienigheit (1662)
Johannes de boetgezant. Begrepen in zes boecken (1662)
Batavische gebroeders of Onderdruckte vryheit (1663)
De heerlyckheit der Kercke. Haer ingang, opgang en voortgang (1663)
Faëton of Reuckeloze stoutheit (1663)
Adam in ballingschap, of aller treurspelen treurspel (1664)
Ifigenie in Tauren (1666)
Noah, of ondergang der eerste weerelt (1667)
Zungchin of ondergang der Sineesche heerschappije (1667)
Feniciaensche (1668)
Herkules in Trachin (1668)
Ovidius' Herscheppinge (1671)
Vondel-studiën (4 delen) (1906-1910)

Uitgaven van Joost van den Vondel

Gijsbrecht van Aemstel (ed. L. Simons) (zj.)
De werken van J. van den Vondel (ed. Mr. J. van Lennep) (zj.)
De werken van J. van den Vondel. 1646-1647: Publius Virgilius Maroos wercken (Dl. 2), Maria Stuart, De Leeuwendalers (zj.)
De werken van J. van den Vondel. 1671: Ovidius Herscheppinge (Dl. 2) (zj.)
De werken van J. van den Vondel. 1618-1620: Hierusalem verwoest, De heerlyckheyd van Salomon, De helden godes, De Amsteldamsche Hecuba, Palamedes (zj.)
De werken van J. van den Vondel. 1660: Koning Davids harpzangen, Jeptha (zj.)
De werken van J. van den Vondel. 1641-1645: Peter en Pauwels, Heldinnebrieven, Brieven der heilige maeghden, Grotius testament (zj.)
De werken van J. van den Vondel. 1662-1663: Bespiegelingen, Dl. 2, Joannes de Boetgezant, Batavische gebroeders, De heerlyckheit der kercke, Faëton (zj.)
De werken van J. van den Vondel. 1605-1616: Het Pascha, Den gulden winckel, De vaderen (zj.)
De werken van J. van den Vondel. 1648-1653: Salomon, Horatius lierzangen (zj.)
De werken van J. van den Vondel. 1626-1636: Hippolytus of rampsalige kuyscheyd, Josef of Sofompaneas (zj.)
De werken van J. van den Vondel. 1660: Koning Edipus, Koning David in ballingschap, Koning David herstelt, Publius Virgilius Maroos wercken in Nederduitsch dicht vertaelt (Dl. 1) (zj.)
Jeptha of Offerbelofte (ed. C.G. Kaakebeen) (zj.)
De werken van J. van den Vondel. 1645-1646: Altaergeheimenissen, Publius Virgilius Maroos wercken (Dl. 1) (zj.)
De werken van J. van den Vondel. 1664-1671: Adam in ballingschap, Ifigenie in Tauren, Zungchin, Noah, Feniciaensche, Herkules in Trachin, Ovidius Herscheppinge (Dl. 1) (zj.)
Altaar geheimenissen (ed. A.H.J. van Delft, Pr.) (zj.)
De werken van J. van den Vondel. 1618-1625: Hierusalem verwoest, De heerlyckheyd van Salomon, De helden godes (zj.)
De werken van J. van den Vondel. 1654-1657: Lucifer, Inwydinge van't Stadthuis t'Amsterdam, Salmoneus, Koning Davids harpzangen (zj.)
Adam in ballingschap, of aller treurspelen treurspel (ed. L. Simons) (zj.)
De werken van J. van den Vondel. 1637-1640: Gysbreght van Aemstel, Elektra, Maeghden, Gebroeders, Joseph in Dothan, Joseph in Egypten (zj.)
De werken van J. van den Vondel. 1660-1662: Publius Virgilius Maroos wercken in Nederduitsch dicht vertaelt (Dl. 2), Samson, Adonias, Bespiegelingen (Dl. 1) (zj.)
De werken van Vondel. Deel 1 (alleen scans beschikbaar) (1855)
De werken [...] (ed. J. van Lennep) (1855-1869)
De werken van J..v.d.V., in verband gebracht met zijn leven (ed. J. van Lennep) (1855-1869)
De werken van Vondel (1855-1869)
De werken van Vondel. Deel 3 (alleen scans beschikbaar) (1857)
De werken van Vondel. Deel 5 (alleen scans beschikbaar) (1859)
De werken van Vondel. Deel 6 (alleen scans beschikbaar) (1861)
De werken van Vondel. Deel 7 (alleen scans beschikbaar) (1862)
De werken van Vondel. Deel 9 (alleen scans beschikbaar) (1864)
Batavische gebroeders (ed. E. Verwijs) (1867)
Vondel's dichtjuweelen (eds. F. J. Poelhekke en G.F. Drabbe) (1876)
Dichtwerken en oorspronklijke prozaschriften. Deel 1: 1605-1620 (ed. J.A. Alberdingk Thijm) (1887)
Dichtwerken en oorspronklijke prozaschriften (12 delen) (eds. J.A. Alberdingk Thijm en J.H.W. Unger) (1887-1898)
Dichtwerken en oorspronklijke prozaschriften. Deel 2: 1621-1631 (ed. J.A. Alberdingk Thijm) (1888)
Dichtwerken en oorspronklijke prozaschriften. Deel 3: 1631-1639 (eds. J.A. Alberdingk Thijm en J.H.W. Unger) (1891)
Dichtwerken en oorspronklijke prozaschriften. Deel 4: 1639-1642 (eds. J.A. Alberdingk Thijm en J.H.W. Unger) (1892)
Dichtwerken en oorspronklijke prozaschriften. Deel 5: 1643-1647 (eds. J.A. Alberdingk Thijm en J.H.W. Unger) (1894)
Dichtwerken en oorspronklijke prozaschriften. Deel 7: 1656-1657 (eds. J.A. Alberdingk Thijm en J.H.W. Unger) (1895)
Gysbreght van Aemstel, d' ondergang van zijn stad en zijn ballingschap (ed. C.H.Ph. Meijer) (1895)
Dichtwerken en oorspronklijke prozaschriften. Deel 6: 1648-1655 (eds. J.A. Alberdingk Thijm en J.H.W. Unger) (1895)
Dichtwerken en oorspronklijke prozaschriften. Deel 9: 1660 (eds. J.A. Alberdingk Thijm en J.H.W. Unger) (1896)
Dichtwerken en oorspronklijke prozaschriften. Deel 10: 1660-1663 (eds. J.A. Alberingk Thijm en J.H.W. Unger) (1896)
Dichtwerken en oorspronklijke prozaschriften. Deel 8: 1658-1660 (eds. J.A. Alberdingk Thijm en J.H.W. Unger) (1896)
Dichtwerken en oorspronklijke prozaschriften. Deel 12: 1671-1679 (eds. J.A. Alberingk Thijm en J.H.W. Unger) (1898)
Dichtwerken en oorspronklijke prozaschriften. Deel 11: 1663-1670 (eds. J.A. Alberingk Thijm en J.H.W. Unger) (1898)
Leeuwendalers (ed. F. Buitenrust Hettema) (1899)
Joseph in Dothan (ed. F.A. Stoett) (1903)
J. van Vondels Hekeldichten (ed. J. Bergsma) (1909)
Noah (ed. M.E. Kronenberg) (1910)
Jeptha of Offerbelofte (ed. T. Terwey) (1911)
Vondels spelen. Deel I.2 [Palamedes of vermoorde onnoozelheid - Gijsbrecht van Aemstel - Maagden] (ed. C.R. de Klerk en L. Simons) (alleen scans beschikbaar) (1912)
Vondels spelen. Deel I.1 [Kultuurbeschouwende inleiding - Het Pascha - Hierusalem verwoest] (ed. C.R. de Klerk en L. Simons) (alleen scans beschikbaar) (1912)
Vondels spelen. Deel I.3 [Peter en Pauwels - Maria Stuart - Leeuwendalers] (ed. C.R. de Klerk en L. Simons) (alleen scans beschikbaar) (1912)
Vondels spelen (9 delen) (ed. C.R. de Klerk en L. Simons) (1912-1913)
Vondels spelen. Deel II. 3 [Koning David in ballingschap - Koning David hersteld - Adonias] (ed. C.R. de Klerk en L. Simons) (alleen scans beschikbaar) (1913)
Vondels spelen. Deel I.1 [Zungchin - Noah - Huygh de Groot's Sophompaneas] (ed. C.R. de Klerk en L. Simons) (alleen scans beschikbaar) (1913)
Vondels spelen. Deel II.1 [Vondels dramatiek - Gebroeders - Joseph in Dothan] (ed. C.R. de Klerk en L. Simons) (alleen scans beschikbaar) (1913)
Vondels spelen. Deel III.1 [Koning David in ballingschap - Koning David hersteld - Adonias] (ed. C.R. de Klerk en L. Simons) (alleen scans beschikbaar) (1913)
Vondels spelen. Deel II.2 [Salmoneus - Jeftha - Samson] (ed. C.R. de Klerk en L. Simons) (alleen scans beschikbaar) (1913)
Vondels spelen. Deel III.2 [Batavische gebroeders - Faëton - Adam in ballingschap] (ed. C.R. de Klerk en L. Simons) (alleen scans beschikbaar) (1913)
Lucifer (ed. N.A. Cramer) (1922)
De heerlijkheid der kerke (ed. Jac. J. Zeij, S.J.) (1926)
Jeptha of Offerbelofte (ed. T. Terwey) (1926)
De werken van Vondel. Deel 1. 1605-1620 (1927)
De werken van Vondel (10 dln) (WB-editie) (1927-1937)
De werken van Vondel (ed. J.F.M. Sterck) (1927-1937, 1940)
De werken van Vondel. Deel 3. 1627-1640 (1929)
De werken van Vondel. Deel 2. 1620-1627 (1929)
De volledige werken (ed. H.C. Diferee) (1929-1934)
De werken van Vondel. Deel 4. 1640-1645 (1930)
Op 's hemels ronde spil (ed. P. Maximilianus) (1930)
De werken van Vondel. Deel 5. 1645-1656 (1931)
De werken van Vondel. Deel 6. Vondels Vergilius-vertalingen (1932)
De werken van Vondel. Deel 7. Vertalingen uit het Latijn van Vergilius, Horatius en Ovidius (1934)
Joost van den Vondels Bespiegelingen van Godt en Godtsdienst. (ed. Jac. J. Zeij, S.J.) (1934)
De werken van Vondel. Deel 8. 1656-1660 (1935)
Brieven. Uit de XVIIe eeuw aan en over den dichter (ed. J.F.M. Sterck) (1935)
Vondel's trilogie: Lucifer. Adam in Ballingschap. Noah (ed. C. Verschaeve) (1935)
De werken van Vondel. Deel 9. 1660-1663 (1936)
V. volledige dichtwerken en oorspronkelijk proza (ed. A. Verwey) (1937)
De werken van Vondel. Deel 10. 1663-1674 (1937)
Leeuwendalers (ed. A. van Duinkerken) (1948)
Joseph in Dothan (ed. L. Strengholt) (1962)
Adonias of Rampzalige kroonzucht (ed. L. Strengholt) (1963)
Lucifer (ed. W.J.M.A. Asselbergs) (1963)
Adonias (ed. L. Strengholt) (1963)
Jeptha (ed. N.C.H. Wijngaards) (1966)
Gysbreght van Aemstel (eds. T. Terwey, C.G.N. de Vooys en L.M. van Dis) (1966)
Bloemlezing uit zijn lyriek (ed. M.A. Schenkeveld-van der Dussen) (1970)
Adam in ballingschap (ed. H.A. Wage) (1972)
Gebroeders (ed. K. Porteman) (1975)
Aenleidinge ter Nederduitsche dichtkunste (ed. Werkgroep Utrechtse Neerlandici) (1977)
Joseph in Dothan (ed. L. Strengholt) (1978)
Lucifer (ed. L. Rens) (1979)
Poëtologisch proza (ed. L. Rens) (1979)
Palamedes (ed. N.C.H. Wijngaards) (1979)
Inwydinge van 't stadthuis t'Amsterdam (eds. S. Albrecht e.a.) (1982)
Gijsbrecht van Aemstel (ed. Guus Rekers) (1988)
Gysbreght van Aemstel (ed. Mieke B. Smits-Veldt) (1994)
Lucifer (ed. J. Bergsma) (ca. 1895)

Primaire teksten van Joost van den Vondel elders in de dbnl

C. Barlaeus en Joost van den Vondel, ‘Bijlage 349 Brief van Kasper van Baerle over de Hollandsche groete van P.C. Hooft. door J. v. Vondel vertaalt.’ In: De briefwisseling van P.C. Hooft. Deel 1 (eds. H.W. van Tricht e.a.) (1976)
Willem Bilderdijk, Pieter van Braam, Peeter de Vleeschoudere en Joost van den Vondel, ‘Vertalingen van het kerkgezang: Stabat Mater Dolorosa.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)
Joannes Stalpaert van der Wiele en Joost van den Vondel, ‘Hoofdstuk XVChristus zich substitueerend’ In: Christus in zijn lijden. Deel 3: Christus bij den uitgang van zijn lijden (tweede druk) (1952)
Maria Tesselschade Roemers Visscher en Joost van den Vondel, ‘Neêrlands beste dichter gezocht (1630)’ In: Wat wonders, wat nieuws! De zeventiende eeuw in pamfletten (2002)
Maria Tesselschade Roemers Visscher en Joost van den Vondel, ‘Bijlage 354 Vondel's prijsvraag:’ In: De briefwisseling van P.C. Hooft. Deel 1 (eds. H.W. van Tricht e.a.) (1976)
Joost van den Vondel, ‘Uit Psalm 20.’ In: Bezet bezit (1945)
Joost van den Vondel, ‘Al stonden wy....’ In: Bezet bezit (1945)
Joost van den Vondel, ‘Hoofdstuk XXIVChristus, de slavenlosser, in slavengestalte ten teeken gesteld’ In: Christus in zijn lijden. Deel 1: Christus aan den ingang van zijn lijden (tweede druk) (1949)
Joost van den Vondel, ‘1136 (J. v.d. Vondel aan P.C. Hooft)’ In: De briefwisseling van P.C. Hooft. Deel 3 (eds. H.W. van Tricht e.a.) (1979)
Joost van den Vondel, ‘Joost van den Vondel (1587-1679) Op Amstelredam’ In: 'k Wil rijmen wat ik bouw (1994)
Joost van den Vondel, ‘Joost van den Vondel (1587-1679) De nachtegaal van Amersfoort’ In: 'k Wil rijmen wat ik bouw (1994)
Joost van den Vondel, ‘Joost van den Vondel (1587-1679) Op de doorluchtige zege van Groningen’ In: 'k Wil rijmen wat ik bouw (1994)
Joost van den Vondel, ‘1301 + Edelen gestrengen Heere den Heere P.C. Hooft, Ridder Drost Tot Muiden’ In: De briefwisseling van P.C. Hooft. Deel 3 (eds. H.W. van Tricht e.a.) (1979)
Joost van den Vondel, ‘Het heyrkracht....’ In: Bezet bezit (1945)
Joost van den Vondel, ‘Joost van den Vondel (1587-1679) Aan de leeuw van Holland’ In: 'k Wil rijmen wat ik bouw (1994)
Joost van den Vondel, ‘De wijnpers....’ In: Bezet bezit (1945)
Joost van den Vondel, ‘LXXXV.Het zoetste.’ In: Letterkundig overzigt en proeven van de Nederlandsche volkszangen sedert de XVde eeuw (1828)
Joost van den Vondel, ‘XXXIII.Christelyk Vryagielied.’ In: Letterkundig overzigt en proeven van de Nederlandsche volkszangen sedert de XVde eeuw (1828)
Joost van den Vondel, ‘Op mijne afbeeldinge in het kleen door Philips de Koning.’ In: Het eerste deel van de Amsterdamse mengel-moez (1658)
Joost van den Vondel, ‘Slot Van de Knip-zang.’ In: De nieuwe hofsche Rommelzoo (1655)
Joost van den Vondel, ‘Aen de Ionckvrouwen van Nederlandt.’ In: Thronus Cupidinis (1620)
Joost van den Vondel, ‘II.’ In: De nieuwe hofsche Rommelzoo (1655)
Joost van den Vondel en Jacob Wybrand Yntema, ‘Eenige regels uit Vondel's hekeldichten, wier toepassing den geëkrden lezer zij verbleven.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1846 (1846)
Joost van den Vondel, ‘498. O Kersnacht, schoonen dan de daegen.’ In: Het oude Nederlandsche lied. Deel 3 (1907)
Joost van den Vondel, ‘Eendracht, doch eerst recht.’ In: Bezet bezit (1945)
Joost van den Vondel, ‘De iacht van Cvpido.’ In: Thronus Cupidinis (1620)
Joost van den Vondel, ‘Nu dreight....’ In: Bezet bezit (1945)
Joost van den Vondel, ‘Vondel en VerweyAlbert Verwey, ‘Vondels vers’. (C.A. Mees, Santpoort, 1927.)’ In: Den Gulden Winckel. Jaargang 26 (1927)
Joost van den Vondel, ‘41. Wildzang.J.v.d. Vondel. J. Duin.’ In: Kun je nog zingen, zing dan mee! (1908)
Joost van den Vondel, ‘Een koning Saul....’ In: Bezet bezit (1945)

Secundaire literatuur over Joost van den Vondel in de dbnl

Aart Admiraal, ‘Meizondag in het Vondelspark.Een teekening van Bato van de Maas.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1869 (1869)
Remieg Aerts, ‘Hoofdstuk 7Geschiedenis als ideologie’ In: De letterheren. Liberale cultuur in de negentiende eeuw: het tijdschrift De Gids (1997)
Ben Albach, ‘6. Vondel regisseert1638-1641’ In: Langs kermissen en hoven (1977)
Ben Albach, ‘8. ‘In hoven en op trotse sloten’Eerste reisperiode1645-1664’ In: Langs kermissen en hoven (1977)
Ben Albach, ‘7. Andere hoofden, nieuwe rollen1641-1646’ In: Langs kermissen en hoven (1977)
Ben Albach, Drie eeuwen 'Gijsbrecht van Aemstel' (1937)
Ben Albach, ‘9. Gillis en Ariaan tussen de mannen van het vak1654-1664’ In: Langs kermissen en hoven (1977)
J.A. Alberdingk Thijm, ‘Over Vondel als dramatiesch dichter, en meer bizonder over zijn ‘Leeuwendalers’.’ In: De Gids. Jaargang 1879 (1879)
J.A. Alberdingk Thijm, ‘Vondel’ In: Een keuze uit zijn werk (ed. Projektgroep van het Instituut Nederlands van de KU Nijmegen) (1972)
J.A. Alberdingk Thijm, ‘De liefdesgeschiedenissen van twee Nederlandsche dichters.’ In: De Gids. Jaargang 1871 (1871)
J.A. Alberdingk Thijm, ‘Drie Vondelportretten’ In: Een keuze uit zijn werk (ed. Projektgroep van het Instituut Nederlands van de KU Nijmegen) (1972)
J.A. Alberdingk Thijm, Portretten van Joost van den Vondel (1876)
J.A. Alberdingk Thijm, ‘Baertiën Hooft.’ In: De Gids. Jaargang 1873 (1873)
H. Algra en A. Algra, ‘8. Het grof muzijk der kartouwen’ In: Dispereert niet. Deel 2 (1956)
H. Algra en A. Algra, ‘5. Schutsheer van den tuyn’ In: Dispereert niet. Deel 2 (1956)
H. Algra en A. Algra, ‘6. De see is u gheweer’ In: Dispereert niet. Deel 2 (1956)
Peter Altena, 'Het Journal litéraire en de Poëtenoorlog in de Nederlandse literatuur' (1986)
J.J. Backer Dirks, W.C. van Manen, H.M.C. van Oosterzee, Samuel Reinier Johan van Schevichaven en Willem Pieter Wolters, ‘Binnenlandsche letterkunde.Bibliographie.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1872 (1872)
Constantinus Bake en J.H. Kern, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
R.C. Bakhuizen van den Brink, ‘Vondel met Roskam en Rommelpot.’, ‘I.’ In: Studiën en schetsen over vaderlandsche geschiedenis en letteren. Deel 2 (1870)
R.C. Bakhuizen van den Brink, ‘Vondel's kleinere gedichten, opgehelderd door Lulofs.’ In: Studiën en schetsen over vaderlandsche geschiedenis en letteren. Deel 3 (1876)
Jan Bank en Maarten van Buuren, 1900 Hoogtij van burgerlijke cultuur (2000)
Willem Hendrik de Beaufort, ‘Vondel's verhouding tot de kerkelijke en staatkundige twisten van den aanvang der XVIIe eeuw.’ In: De Gids. Jaargang 1887 (1887)
Lambert Bidloo, ‘Sevende boek.’ In: Panpoëticon Batavum (1720)
Lambert Bidloo, ‘Elfde boek.’ In: Panpoëticon Batavum (1720)
Willem Bilderdijk, ‘Vondel.’ In: De dichtwerken van Bilderdijk. Deel XIII (1859)
P.J. Blok, ‘Hoofdstuk IVDe Vereenigde Nederlanden in 1640’ In: Geschiedenis van het Nederlandsche volk. Deel 2 (1924 (3de herziene druk))
P.J. Blok, ‘Hoofdstuk IVLand en volk omstreeks 1660’ In: Geschiedenis van het Nederlandsche volk. Deel 3 (1925 (3de herziene druk))
Hein Boeken, ‘Inleiding tot Vondel door H.J. Boeken.’ In: De Nieuwe Gids. Jaargang 9 (1894)
M.G. de Boer, ‘Enkele regels van Vondel toegelicht.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
R.J.G. de Bonth, ‘3 De Proeve van Taal- en Dichtkunde (1730)’, ‘3.1 Inleiding’ In: De Aristarch van 't Y (1998)
R.J.G. de Bonth, ‘5 Grammatica’, ‘5.1 Inleiding’ In: De Aristarch van 't Y (1998)
Andries Borgeld, ‘Een rei van Vondel in het Platduitsch.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
K.J. Bostoen, 'Vondel contra Smout. De calvinistische predikant Adriaan Joriszoon Smout in Vondels hekeldichten' (1989)
John Bowring, ‘Iets over de Hollandsche taal- en letterkunde.’ In: Brieven (1830)
John Bowring, ‘Haarlem, 22 September.’ In: Brieven (1830)
Menno ter Braak, ‘Vondels persoonlijkheid’ In: Verzameld werk. Deel 5 (1949)
Menno ter Braak, ‘Vondel-Shakespeare’ In: Verzameld werk. Deel 6 (1950)
Menno ter Braak, ‘Vondelherdenking’ In: Verzameld werk. Deel 4 (1951)
Menno ter Braak, ‘Vondelherdenking 1937’ In: Mephistophelisch (1938)
G.A. Bredero, ‘Eer-dicht op de Verlossinghe van Israel’ In: Verspreid werk (ed. G. Stuiveling en B.C. Damsteegt) (1986)
R. Breugelmans, ‘Vondel, Roderwolde en Goed gezien’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 5 (1987)
Willem Gerard Brill, ‘Tweede hoofdstuk.De Idylle.’ In: Nederlandsche spraakleer. Deel III. Stijlleer (Rhetorica. Letterkundige encyclopedie en kritiek) (1866)
Willem Gerard Brill, ‘Tweede hoofdstuk.De Moderne Dramatische poëzij.’ In: Nederlandsche spraakleer. Deel III. Stijlleer (Rhetorica. Letterkundige encyclopedie en kritiek) (1866)
Gerard Brom, ‘Vondel en Pers.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
Gerard Brom, Schilderkunst en literatuur in de 16e en 17e eeuw (1957)
Gerard Brom, C.B. van Haeringen en Jacob Hiegentlich, ‘Boekbeoordelingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
Gerard Brom, ‘Rembrandt en VondelDoor Gerard Brom’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1956 (1956)
W.J.C. Buitendijk, ‘Hoofdstuk II. De Barok.’ In: Het calvinisme in de spiegel van de Zuidnederlandse literatuur der Contra-Reformatie (1942)
W.J.C. Buitendijk, ‘Hoofdstuk III. Polemische bedrijvigheid.’ In: Het calvinisme in de spiegel van de Zuidnederlandse literatuur der Contra-Reformatie (1942)
W.J.C. Buitendijk, ‘Hoofdstuk XIV. Michiel de Swaen.’ In: Het calvinisme in de spiegel van de Zuidnederlandse literatuur der Contra-Reformatie (1942)
Cd. Busken Huet, ‘XXXIII [Vondel en de klassieken]’ In: Het land van Rembrand (1882-84)
Cd. Busken Huet, ‘Joost van den Vondel.’ In: Litterarische fantasien en kritieken. Deel 1 (1881)
Cd. Busken Huet, ‘XXXIV [Vondel en de Franschen]’ In: Het land van Rembrand (1882-84)
Cd. Busken Huet, ‘J.A. Alberdingk Thijm.’ In: Litterarische fantasien en kritieken. Deel 25 (1888)
W.G.C. Byvanck, P.W.A. Cort van der Linden en J.N. van Hall, ‘Aanteekeningen en opmerkingen.’ In: De Gids. Jaargang 1895 (1895)
Piet Calis, ‘5 Piet Calis Voor Marita’ In: 'Geloof mij Uw oprechte en dankbare Vriend'. Brieven uit de Nederlandse letteren, verzameld en van commentaar voorzien door vrienden van Marita Mathijsen, 30 oktober 2009 (2009)
Willem de Clercq, ‘Hoofdstuk II.1812.’ In: Naar zijn dagboek (ed. Allard Pierson) (1869)
Willem de Clercq, ‘Vierde Tijdperk. Van het midden tot het einde der zeventiende eeuw.’ In: Verhandeling ter beandwoording der vraag welken invloed heeft vreemde, inzonderheid de Italiaansche, Spaansche, Fransche en Duitsche, gehad op de Nederlandsche taal- en letterkunde sints het begin der vijftiende eeuw tot op onze dagen? (1824)
Isaäc da Costa, ‘Bilderdijk en Vondel,uit de Feestrede van Mr Is. Da Costa.’ In: Dietsche Warande. Jaargang 2 (1856)
N.A. Cramer, ‘Over Vondel.(Fragment uit een lezing over Vondel als historie-dichter.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
A.Th. van Deursen, ‘XIII. De kerk en het conflict:voorlichting’ In: Bavianen en slijkgeuzen (1974)
Lodewijk van Deyssel, ‘Vondel, P. Czn. Hooft en Rembrandt ’ In: De scheldkritieken (ed. H.G.M. Prick) (1979)
H.L. Drucker, Pieter Rutger Feith, Johan Hendrik Gallée, Johan Hermann Christian Heyse, J. van Loenen Martinet en Max Rooses, ‘Bibliograpisch album.’ In: De Gids. Jaargang 1882 (1882)
H. Duits, 'De levens der doorluchtige poeeten' I+II (1991/1992)
Gerard van Eckeren en H.E.H. van Loon, ‘[Boekenschouw]’ In: Den Gulden Winckel. Jaargang 13 (1914)
G.A. van Es en G.S. Overdiep, ‘Vondel voor zijn overgang naar de Roomsch Katholieke Kerkdoor Prof. Dr G.S. Overdiep.’ In: Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden. Deel 4 (1948)
Willem Frijhoff en Marijke Spies, ‘7 De zusterkunsten’ In: 1650. Bevochten eendracht (1999)
Willem Frijhoff en Marijke Spies, ‘9 Literatuur en muziek’ In: 1650. Bevochten eendracht (1999)
G.J. Geers, ‘Geuse-vesper.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
G. Geerts, Genus en geslacht in de Gouden Eeuw. Een bijdrage tot de studie van de nominale klassifikatie en daarmee samenhangende adnominale flexievormen en pronominale verschijnselen in Hollands taalgebruik van de zeventiende eeuw (1966)
P. Geyl, ‘Boek VIn tegenovergestelde kampen, 1609-1648’, ‘1. Voortschrijdende verwijdering in het geestelijke’ In: Geschiedenis van de Nederlandse stam (herziene uitgave) (1948-1959)
P. Geyl, ‘5. Noord en Zuid tegenover elkander’ In: Geschiedenis van de Nederlandse stam (herziene uitgave) (1948-1959)
P. Geyl, ‘4. Cultuurleven’ In: Geschiedenis van de Nederlandse stam (herziene uitgave) (1948-1959)
P. Geyl, ‘8. Maatschappij en cultuurleven’ In: Geschiedenis van de Nederlandse stam (herziene uitgave) (1948-1959)
Frank van der Goes, ‘De opleiding van Tooneelspelers. Door F. van der Goes.’ In: De Nieuwe Gids. Jaargang 4 (1889)
Herman Gorter, ‘Vondel.’ In: De groote dichters (ed. J. Clinge Doorenbos en A. Pannekoek) (1935)
C.C. van de Graft en A.J. Schneiders, ‘Boekbeoordelingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
E.K. Grootes, ‘Verhandelingen’, ‘De Noortsche Nachtegael van VondelJaarrede door de voorzitter, Dr. E.K. Grootes’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1998 (1998)
E.K. Grootes, 'Vondels Aenleidinge ter Nederduitsche Dichtkunste (1650)' (1972)
E.K. Grootes en S.F. Witstein, Visies op Vondel na 300 jaar (1979)
J.N. van Hall, ‘Aanteekeningen en opmerkingen.’ In: De Gids. Jaargang 1898 (1898)
J.N. van Hall en G. Kalff, ‘Aanteekeningen en opmerkingen.’ In: De Gids. Jaargang 1898 (1898)
W.Gs Hellinga, 'De commentaar' (1956)
Theo Hermans, ‘26 Joost van den Vondel (vert.), Publius Vergilius Maroos Wercken vertaelt door J.v. Vondel. Amsterdam: Abraham de Wees, 1646’ In: Door eenen engen hals. Nederlandse beschouwingen over vertalen 1550-1670 (1996)
Theo Hermans, ‘24 Joost van den Vondel (vert.), I.V. Vondels Elektra van Sofokles. Treurspel. [...] Ghespeelt in de Amsterdamsche Schouwburgh, in November, 1640. Amsterdam: Cornelis Houthaeck, 1639’ In: Door eenen engen hals. Nederlandse beschouwingen over vertalen 1550-1670 (1996)
Johan Hermann Christian Heyse en Samuel Adrianus Naber, ‘Bibliographisch album.’ In: De Gids. Jaargang 1879 (1879)
Johan Hermann Christian Heyse, ‘Bibliographisch album.’ In: De Gids. Jaargang 1871 (1871)
C. Honigh, ‘In 's levens lente weggerukt.’ In: De Gids. Jaargang 1879 (1879)
P.C. Hooft, ‘1305 (P.C. Hooft aan J. van den Vondel.)’ In: De briefwisseling van P.C. Hooft. Deel 3 (eds. H.W. van Tricht e.a.) (1979)
Balthazar Huydecoper, Proeve van taal- en dichtkunde (1730)
Constantijn Huygens, ‘5624. Vondel.’ In: Briefwisseling. Deel 5: 1649-1663 (ed. J.A. Worp) (1916)
Ferdinand van Ingen, Holländisch-deutsche Wechselbeziehungen in der Literatur des 17. Jahrhunderts (1981)
Reindert Jacobsen, ‘De alexandrijn en de vijevoet.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
Reindert Jacobsen, ‘Over versbouw. (Vergelijking van de Virgilius-vertaling bij Vondel en Van Mander).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
W.J.A. Jonckbloet, ‘V. Vondel.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 4: De zeventiende eeuw (2) (1890)
W.J.A. Jonckbloet, ‘Het Brandt-Vondel vraagstuk.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881)
W.J.A. Jonckbloet, ‘XIII. Het politiek-kerkelijk drama.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: De zeventiende eeuw (1) (1889)
W.J.A. Jonckbloet, ‘VII. De lierdichter.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 4: De zeventiende eeuw (2) (1890)
W.J.A. Jonckbloet, ‘VIII. De dramatische dichter.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 4: De zeventiende eeuw (2) (1890)
W.J.A. Jonckbloet, ‘VI. Kritiek.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 4: De zeventiende eeuw (2) (1890)
Murk de Jong Hzn., ‘Het beeld des hekeldichters.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
T.T.H. Jorissen en Joan van Oldenbarnevelt, ‘Palamedes-Oldenbarnevelt.Door Dr. Theod. Jorissen.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1876 (1876)
G. Kalff, ‘Joost van den Vondel (1587-1679).’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 4 (1909)
G. Kalff, ‘Verwey's bloemlezingen van Nederlandsche dichters.’ In: De Gids. Jaargang 1894 (1894)
G. Kalff, ‘Ontstaan en groei van Vondels gedichten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
G. Kalff, ‘Vondels bloedverwanten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
G. Kalff, ‘Jan Vos. Brandt. Asselyn.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 5 (1910)
G. Kalff, ‘Vondeliana’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
G. Kalff, ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917)
G. Kalff, ‘Vondeliana’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
G. Kalff, ‘Vondeliana.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
G. Kalff, ‘Vondel's vertaling van La Gerusalemme Liberata.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
G. Kalff, ‘'t ‘Verzuimd Brasil.’’ In: De Gids. Jaargang 1899 (1899)
G. Kalff, ‘Vondeliana.Vondels zelfcritiek (vervolg van blz. 51).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
G. Kazemier, ‘De paradox van Vondels drama Gebroeders’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 4 (1986)
G. Kazemier, ‘Vondels Faëton, een psychologisch drama’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 5 (1987)
M.M. Kleerkoper, ‘De ‘prijsvraag’ van de Nederduytsche Academie (1630).’ In: Taal en Letteren. Jaargang 12 (1902)
Willem Kloos, ‘Literaire kroniek.’ In: De Nieuwe Gids. Jaargang 3 (1888)
L. Knappert, ‘Bijlage II. Voordracht van den Heer Dr. L. Knappert.Oude Nederlandsche Psalmberijmingen.’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1906 (1906)
G.P.M. Knuvelder, ‘Joost van den Vondel 1587-1679’ In: Handboek tot de geschiedenis der Nederlandse letterkunde. Deel 2 (1948)
R.A. Kollewijn, ‘Een taaldespoot uit de pruiketijd.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
Jan Konst, ‘Fortuin, Noodlot en Voorzienigheid Gods in Vondels toneeloeuvre Jan Konst (Berlijn)’ In: Colloquium Neerlandicum 13 (1997) (1997)
Jan Konst, '"Het goet of quaet te kiezen". De rol van de vrije wil in Vondels "Lucifer", "Adam in Ballingschap" en "Noah"' (1997)
Sjoerd Koopman, ‘Vondel! Het epos van een ambachtelijk dichterschap’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 5 (1987)
Jan Koopmans, D.C. Tinbergen en C.G.N. de Vooys, ‘Boekbeoordelingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918)
Jan Koopmans, ‘Opmerkingen bij Coornhert's ‘Beatus ille’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
Jan Koopmans en C.G.N. de Vooys, ‘Boekbeoordelingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
Jan Koopmans, ‘Een nieuw leven van Vondel.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
Jan Koopmans, ‘Vondel en De Decker in Westerbaen's jachtperk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915)
Jan Koopmans, ‘Vondel's Dramatiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
Jan Koopmans, ‘Boekbeoordelingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918)
Jan Koopmans, ‘Op d' Ilias van de Medicis, door Vondel.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
Jan Koopmans en C.G.N. de Vooys, ‘Boekbeoordelingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
Jan Koopmans, Klaas Poll en C.G.N. de Vooys, ‘Boekbeoordelingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
Jan Koopmans, ‘Vondel-studieën.V. De Immanente Liefde.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
Jan Koopmans en C.G.N. de Vooys, ‘Boekbeoordelingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
Jan Koopmans, ‘Vondel-studieën.IV. De strijd tegen de Antikrist.B. Heiden- en Ketterdom.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
Johan Koppenol, ‘De schepping anno 1654 Oudere Letterkunde en de verbeelding’, ‘De hemel in Lucifer’ In: De schepping anno 1654 (2001)
A. de Korne en T. Rinkel, ‘27 Boekdrukkunst’ In: Cursus zestiende- en zeventiende- eeuws Nederlands (1987)
E.H. Kossmann, ‘The Dutch case: a national or a regional culture?’ In: Politieke theorie en geschiedenis (1987)
Jan Kuijper, ‘de tombe van joost van den vondel’ In: Tomben (1989)
P. Leendertz (jr.), ‘Wtvaert en treur-dicht van Henricus de Groote.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
P. Leendertz (jr.), ‘Vondel op het St.-Lucasfeest.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
P. Leendertz (jr.), ‘Op de jonghste Hollantsche transformatie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
P. Leendertz (jr.), ‘Geuse-vesper.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
Jacob van Lennep, ‘Uitnodiging.’ In: De Gids. Jaargang 1850 (1850)
L. Leopold en Joh. A. Leopold, ‘Op Joest van Vondel. (Heerlen.)’ In: Van de Schelde tot de Weichsel. Deel 1: Frankrijk - Zuid-Nederland - Noord-Nederland (1882)
S.H. Levie, ‘165748 H.A. van Trigt 1829-1899‘Een bedrukte vader’’ In: Het vaderlandsch gevoel (1978)
S.H. Levie, ‘103 L. Royer 1793-1868Joost van den Vondel (1587-1679)’ In: Het vaderlandsch gevoel (1978)
S.H. Levie, ‘165346 J.H. van de Laar 1807-1874Vondel gekroond op het St. Lucasfeest’ In: Het vaderlandsch gevoel (1978)
S.H. Levie, ‘90 L. Royer 1793-1868Joost van den Vondel (1587-1679)’ In: Het vaderlandsch gevoel (1978)
Gees Linnebank, ‘Het spelen van oudere teksten Gees Linnebank (Nieuwegein)’ In: Colloquium Neerlandicum 12 (1994) (1995)
Adriaan Loosjes Pzn., Het leven van Hillegonda Buisman (1814)
Adriaan Loosjes Pzn., Het leven van Maurits Lijnslager (1808)
Hans Luijten en Mieke B. Smits-Veldt, 'Nederlandse pastorale poëzie in de 17de eeuw. Verliefde en wijze herders' (1993)
Jan Jacob Mauricius, ‘Aen den dichter van de vreugde, voorspel.’ In: Vervolg der dichtlievende uitspanningen (1754)
Hubert Meeus, ‘Joost van den Vondel’ In: Repertorium van het ernstige drama in de Nederlanden 1600-1650 (1983)
Karel Meeuwesse, ‘IV De Duytse LierPoetische Aspecten’ In: Jan Luyken als dichter van de Duytse Lier (1952)
Reinder P. Meijer, ‘V The golden age Seventeenth century’ In: Literature of the Low Countries (1978)
Marijke Meijer Drees, 'Patriottisme in de Nederlandse literatuur (ca. 1650-ca. 1750)' (1995)
H.W.E. Moller, ‘Vondelstudies.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
H.W.E. Moller, ‘Vondel's spelling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
George J. Möller, 'Het album Pandora van Jan Six (1618-1700)' (1984)
J.W. Muller, ‘Hooft en Vondel. II. Het oordeel van het nageslacht over Hooft en Vondel. (Vervolg van blz. 99).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
J.W. Muller, ‘Hooft en Vondel. II. Het oordeel van het nageslacht over Hooft en Vondel.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
J.W. Muller, ‘Over navolging in de 17de eeuw, inzonderheid naar of door Hooft en Vondel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
J.W. Muller, ‘Vondelianum.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
J.W. Muller, ‘Hooft en Vondel.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
J.W. Muller, ‘Hooft en Vondel.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
J.W. Muller, ‘Hooft en Vondel. II. Het oordeel van het nageslacht over Hooft en Vondel. (Vervolg van blz. 20).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
Hendrik Clemens Muller, ‘[Winckelkout]’ In: Den Gulden Winckel. Jaargang 16 (1917)
J.W. Muller, ‘Geusevesper.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
G.A. Nauta, ‘Bij een hekeldicht van Vondel. (Grafschrift op een Musch).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
G.A. Nauta, ‘Moyses gezang. (Tijdschr. XIII, 72).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
G.A. Nauta, ‘Vondel's Zeetriomf der vrije Nederlanden, vs. 23-28.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
Jos Nijhof, ‘Theater’, ‘Een ‘Vondel-revival’ met een somber perspectief’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 40 (1997)
Martinus Nijhoff, ‘Joost van den Vondel ‘Roskam en Rommelpot van 't hanekot’ Met inleiding en toelichtingen uitgegeven door A.J. Schneiders’ In: Kritisch en verhalend proza (Verzameld werk II) (1961)
Martinus Nijhoff, ‘Vondel Bij zijn driehonderdvijftigste geboortedag’ In: Kritisch en verhalend proza (Verzameld werk II) (1961)
Joachim Oudaen, ‘Naarder Onderregting, Vereischt op het Onderwys der dryeenigheid:door J.v. Vondel.’ In: Nederduitse en Latynse keurdigten (1710)
G.S. Overdiep en C.G.N. de Vooys, ‘Boekbeoordelingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
Andries Pels, ‘II. De toneelbestrijding door kerk en staat’ In: Gebruik én misbruik des tooneels (1681)
Andries Pels, ‘Gebruik, én misbruik des tooneels.’ In: Gebruik én misbruik des tooneels (1681)
Betsy Perk, Jacques Perk (1902)
H.K. Poot, ‘Op de Beeltenis van Joost van den Vondel, Vorst en vader der Nederduitsche dichtkunst.’ In: Gedichten. Deel 1 (1716)
H.K. Poot, ‘Op een hantschrift van Vondel, my vereert door den kunstryken heer Joan de Haes.’ In: Mengeldichten (1716-1722)
H.K. Poot, ‘Op de Beeltenis van Joost van den Vondel, Vorst en Vader der Nederduitsche Dichtkunst.’ In: Mengeldichten (1716-1722)
H.K. Poot, ‘Op een Hantschrift van Vondel, My vereert door den kunstryken heer Joan de Haes.’ In: Gedichten. Deel 1 (1716)
Karel Porteman, ‘‘Aensiet de swackheyt van van uw armen dichter’ Een lectuur van Vondels ‘Gebedt’ (1621)’, ‘1. Biografische interpretaties’, ‘2. Het gebed van een dopers dichter’, ‘3. Het gebed van een melancholicus’ In: '"Aensiet de swackheyt dan van uwen armen dichter". Een lectuur van Vondels "Gebedt" (1621)' (1984)
Karel Porteman, Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992)
Karel Porteman, ‘Zeventiende-eeuwse dichters in last ‘Op enen berg zo veer van huis’’, ‘Bibliografie’ In: 'Zeventiende-eeuwse dichters in last. "Op enen berg zo veer van huis"' (1992)
S.D. Post, 'De aantekeningen van Pieter de la Ruë. Een 18e-eeuwse bron voor receptieonderzoek op letterkundig gebied' (1993)
J. Prinsen J.Lzn, ‘Vondels proza door Prof. Dr. J. Prinsen Jlzn.’ In: De werken van Vondel. Deel 1. 1605-1620 (1927)
Nicolaas de Roever, ‘Vondels woning.’ In: De Gids. Jaargang 1879 (1879)
L.J. Rogier, ‘XIII. Geestelijk leven’ In: Geschiedenis van het katholicisme in Noord-Nederland in de 16e en de 17e eeuw (1945-1947)
Patrick De Rynck en Andries Welkenhuysen, De Oudheid in het Nederlands (1992)
J.J. Salverda de Grave, ‘Over een Frans gedicht van Vondel.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
M.A. Schenkeveld-van der Dussen, 'Poëzie als gebruiksartikel: gelegenheidsgedichten in de zeventiende eeuw' (1984)
K. Schilder, ‘Michaël tegen den draak.’ In: Preken. Deel 1 (Verzamelde werken afdeling I) (ed. W.G. de Vries) (1954)
K. Schilder, ‘Vuur, water, was’ In: De Kerk. Deel 3 (Verzamelde werken afdeling III) (ed. J. Kamphuis) (1965)
K. Schilder, ‘Christus verzocht om den tempel.’ In: Preken. Deel 1 (Verzamelde werken afdeling I) (ed. W.G. de Vries) (1954)
K. Schilder, ‘7. Wederopbouw.’ In: Bezet bezit (1945)
Maria Simon Thomas, ‘Vondel en Jan Vos.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925)
Joannes Six van Chandelier, ‘[579] J.v. Vondel.’ In: Gedichten (ed. A.E. Jacobs) (1991)
W.A.P. Smit, ‘Hoofdstuk XIII‘Israëls Baälfegorsdienst’ van Dirk Smits1737’ In: Kalliope in de Nederlanden (1975-1983)
W.A.P. Smit, ‘Tweede periode (1728-1743)’, ‘Hoofdstuk IX‘Abraham de Aartsvader’ van Arnold Hoogvliet1728’ In: Kalliope in de Nederlanden (1975-1983)
W.A.P. Smit, ‘Hoofdstuk XIIIVondel's ‘Joannes de Boetgezant’’ In: Kalliope in de Nederlanden (1975-1983)
W.A.P. Smit, Van Pascha tot Noah. Deel 1: Het Pascha - Leeuwendalers (1956)
W.A.P. Smit, ‘Hoofdstuk VIIVondel's ‘Verovering van Grol’ als aanloop naareen oorspronkelijk epos’ In: Kalliope in de Nederlanden (1975-1983)
W.A.P. Smit, Van Pascha tot Noah. Deel 2: Salomon - Koning Edipus (1959)
W.A.P. Smit, ‘Vondel en zijn bekering.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
W.A.P. Smit, ‘Hoofdstuk VIIIVondel's vertalingen van de ‘Aeneis’’ In: Kalliope in de Nederlanden (1975-1983)
W.A.P. Smit, Van Pascha tot Noah. Deel 3: Koning David-spelen - Noah (1962)
Mieke B. Smits-Veldt, ‘V Ontwikkelingen binnen het renaissancetoneel 1600-1638’, ‘1. Doorbraak van nieuwe opvattingen binnen ‘Het Wit Lavendel’’ In: Het Nederlandse renaissance-toneel (1991)
Mieke B. Smits-Veldt, ‘VI Twee conflicterende dramaopvattingen: Vondel en Jan Vos’, ‘1. Vondels Gijsbreght van Aemstel’ In: Het Nederlandse renaissance-toneel (1991)
F.A. Snellaert, ‘Vierde tijdvak.’ In: Schets eener geschiedenis der Nederlandsche letterkunde (1850)
Marijke Spies, 'Het epos in de 17e eeuw in Nederland: een literatuurhistorisch probleem' (1977-1978)
Marijke Spies, 'Vondel in veelvoud. Het Vondel-onderzoek sinds de jaren vijftig' (1987)
W.H. Staverman, ‘Humor bij Vondel.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
J.F.M. Sterck, ‘Een oom van Vondel, Amsterdamsch rederijker.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
J.F.M. Sterck, ‘Geen dichterlijk bloedverwant, maar toch een poëtisch bentgenoot van Vondel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
J.F.M. Sterck, ‘Uit het Amsterdamsche tooneelleven op het einde der XVIIe eeuw.’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1913 (1913)
J.F.M. Sterck, Oorkonden over Vondel en zijn kring (1918)
J.F.M. Sterck, Oud en nieuw over Joost van den Vondel (1932)
René van Stipriaan, 'Gysbreght van Aemstel als tragische held' (1996)
L. Strengholt, ‘Ochtendzitting dinsdag 28 augustus 1979’, ‘Dromen in Vondels drama's door prof. dr. L. Strengholt (VU Amsterdam)’ In: Colloquium Neerlandicum 7 (1979) (1980)
L. Strengholt, 'De opbouw van de Aenleidinge' (1979)
[tijdschrift] Denker, De, ‘De Denker.No. 489. Den 11 Mey 1772.['t Gedenkteken op 't Graf van Vondel tegen berispingen verdeedigd.]’ In: De Denker. Deel 10 (1772) (1773)
[tijdschrift] Denker, De, ‘De Denker.No. 475. Den 3 February 1772.[Overdenking by het oprichten van her Grafteken voor J. van den Vondel in de nieuwe Kerk te Amsterdam, den 1. Febr. 1772.]’ In: De Denker. Deel 10 (1772) (1773)
[tijdschrift] Denker, De, ‘De Denker.No. 520. Den 14 December 1772.[Laage afkomst, doch zeldzaame opklimming van Joan van Amstel, van Scheepsjongen tot Zee-Capitein, nevens zyne Heldendaaden en Grafschrift, door Vondel gemaakt.]’ In: De Denker. Deel 10 (1772) (1773)
[tijdschrift] Dietsche Warande, ‘Over Vondel.’ In: Dietsche Warande. Jaargang 1 (1855)
[tijdschrift] Gids, De, ‘Bibliographie.’ In: De Gids. Jaargang 1893 (1893)
[tijdschrift] Gids, De, ‘Mengelingen.’, ‘Vondel met Roskam en rommelpot.’ In: De Gids. Jaargang 1837 (1837)
[tijdschrift] Gids, De, ‘Bibliographie.’ In: De Gids. Jaargang 1901 (1901)
[tijdschrift] Gids, De, ‘J. van den Vondel, door Geschiedkundige inleidingen, omschrijvingen in Proza en aanteekeningen, in eenige zijner kleinere gedichten opgehelderd.’ In: De Gids. Jaargang 1839 (1839)
[tijdschrift] Gids, De, ‘Mengelingen.’, ‘Vondel met Roskam en Rommelpot.’ In: De Gids. Jaargang 1837 (1837)
[tijdschrift] Gids, De, ‘Mengelingen.’, ‘Vondel met Roskam en Rommelpot.’ In: De Gids. Jaargang 1837 (1837)
[tijdschrift] Gids, De, ‘De boeken der vorige maand.’ In: De Gids. Jaargang 1877 (1877)
[tijdschrift] Gids, De, ‘Letterkundige Kroniek.’ In: De Gids. Jaargang 1887 (1887)
[tijdschrift] Gids, De, ‘Mengelingen.’, ‘Vondel met Roskam en Rommelpot.’ In: De Gids. Jaargang 1837 (1837)
[tijdschrift] Nieuwe Gids, De, ‘Varia.’ In: De Nieuwe Gids. Jaargang 5 (1890)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Vondel en het Shakespeare-sonnet.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Shakespeare-sonnetten bij Vondel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
[tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Proeve van Taal- en Dichtkunde; in vrymoedige aanmerkingen op Vondels vertaalde Herscheppingen van Ovidius; voorgesteld door B. Huydecoper. Tweede Uitgave, door wylen F. van Lelyveld. Met Byvoegsels en vermeerderingen van den Schryver, en eenige Aantekeningen van den Uitgever. III Deel. Te Leyden by A. en J. Honkoop. 1788. in gr. 8vo. 460 bladz.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1789 (1789)
[tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Vondels Droom, Tafereel, opgevoerd ter gelegenheid van het tweede Eeuwfeest van den Schouwburg te Amsterdam, door Mr. J. van Lennep, enz. enz. Te Amsterdam, bij M. Westerman en Zoon en C. van Hulst. 1838. In kl. 8vo. 28 Bl. f :-30.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1838 (1838)
[tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘J. van den Vondel, door geschiedkundige inleidingen, omschrijving in proza en aanteekeningen, in eenige zijner kleinere gedichten opgehelderd. Een boek voor het algemeen, en als proeve, om dien Prins onzer oude Dichters, ook voor min geletterden, regt verstaanbaar te maken. Door Mr. B.H. Lulofs, Hoogleeraar te Groningen, Lid van het Koninklijk-Nederlandsch Instituut enz. (Versierd met het Portret des vierentachtig jarigen Dichters, en voorafgegaan door eenige aanmerkingen en dichtregelen tot zijn' lof, als voorstander van regt, orde, vrijheid en verdraagzaamheid in deze en gene zaken van Staat en Godsdienst.) Te Groningen, bij J.B. Wolters. 1838. In gr. 8vo. XLVIII en 378 bl. f 5-25.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1839 (1839)
[tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Vondel.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1820 (1820)
[tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Davids Tranen of de zeven Boet-zangen berijmd en met korte Aanteekeningen opgehelderd door Jakob Hendrik de Wit, naar Vondel. Ten behoeve der Algemeene Haagsche Armen. In 's Gravenhage, bij J. du Mee. In gr. 8vo. 60 Bl. f :-12-:’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1817 (1817)
[tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Hulde, toegebragt aan de Nagedachtenis van J. van den Vondel, op den Amsterdamschen Schouwburg, na het vertoonen van den Gijsbrecht van Amstel, Dec. 1818, door C. Loots, Ridder der Orde van den Nederlandschen Leeuw, en Lid van het Koninklijk Nederlandsch Instituut. Te Amsterdam, bij J. van der Hey. 1818. In gr. 8vo. 16 Bl. f :-5-8’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1819 (1819)
[tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Proeven van Dichtkundige Letteroefeningen, over eenige Dichtstukken van vondel, en over den Ystroom van Antonides. Tweede Deel. Te Utrecht by de Wed. J.v. Schoonhoven 1783. In gr. ôctavo 278 bladz.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1783 (1783)
[tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Helmers en zijn Hollandsche natie.Door E.J.P. Jorissen.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1866 (1866)
[tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Het Leven van Joost van den Vondel.Een Lettergeschenk voor de Jeugd door H. Zeeman,Adsistent Onderwijzer. Met Platen. Te Amsterdam, bij J.B. Julio. 1831. In kl. 8vo. 100 bl. ƒ :-60.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1832 (1832)
[tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Maria bij 't kruis. Stabat Mater, de Latijnsche tekst, benevens eene metrische navolging. Door J.P. Heije. (Met bijlagen van Bilderdijk, Vondel en Van Braam.) Te Amsterdam bij J.H. en G. van Heteren. 1856. In gr. 8vo. 27 bl. f :-40.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1858 (1858)
[tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Drie Proeven van opheldering over den grootsten der Oud-Nederlandsche Dichters, J. van den Vondel, (als Bijvoegsel tot het hiernevens voorgedragen Ontwerp eener met doorloopende Aanteekeningen voorziene Uitgave van eenige zijner voornaamste Werken). Door Mr. B.H. Lulofs, Hoogleeraar in de Nederl. Letterk. en Welspr. te Groningen enz. enz. enz. Te Groningen, bij J. Oomkens. 1830, In gr. 8vo. 36 Bl. f :-50.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1830 (1830)
[tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Vondel Gekroond. Lyriesch-dramatiesch Gedicht door W.J. Hofdijk. Amsterdam. Gebr. Binger. 1858. In roijaal 8vo. VI en 56 bl. f 1 - :’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1859 (1859)
S.J. du Toit, ‘Nog 'n keer die Brandt-Vondel-vraagstuk.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
Willem van Toorn, ‘Landschap en literatuur’ In: Leesbaar landschap (1998)
Meinard Tydeman, ‘Dichtlievende aanmerkingen over de grafschriften, bijschriften, en puntdichten.’ In: Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde (1775)
Meinard Tydeman, ‘Dichtlievende aanmerkingen.’ In: Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde (1775)
J.H.W. Unger, ‘Een document over Vondel's bekeering door J.H.W. Unger.’ In: De Nieuwe Gids. Jaargang 1 (1885-1886)
Jacob van der Valk, ‘Het onbepaelde ront.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
Albert Verwey, ‘Dr. J. Leendertz Jr.: Het leven van Vondel’ In: Proza. Deel V (1922)
Albert Verwey, ‘Vondel's Jephta.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
Albert Verwey, ‘Rytmiek.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
Albert Verwey, ‘Verwey over Vondel-waardering.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
Albert Verwey, ‘Holland en Duitschland’ In: Luide toernooien (1903)
Albert Verwey, ‘Dichter-kunst.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
Harco Beckering Vinkers, ‘Vondeliana.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
Maria Tesselschade Roemers Visscher, ‘11 De beste tong die stemmen smeede (1630)’ In: De gedichten (1621-1648)
J. van Vloten, ‘WOORDVERKLARING BIJ VONDEL, AFKAPPING VAN IG, GERMANISMEN, ENZ.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Joost van den Vondel, ‘Vondel en VerweyAlbert Verwey, ‘Vondels vers’. (C.A. Mees, Santpoort, 1927.)’ In: Den Gulden Winckel. Jaargang 26 (1927)
C.G.N. de Vooys, Nederlandse spraakkunst (1947)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk IV De zeventiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Vondel's Brabantse moedertaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
C.G.N. de Vooys, ‘Vondelstudie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916)
Jan Vos, ‘Aan de Ed. Heeren Burgermeesteren, En Regeerders der Stadt Amsterdam, Toenze 't vertoonen van J. van Vondels Salomon met haar Ed. byzyn vereerden.’ In: Alle de gedichten. Deel 1 (1662)
Jan Vos, ‘Joost van Vondel, &c. Door Govert Flink geschildert.’ In: Alle de gedichten. Deel 1 (1662)
Jan Vos, ‘Aan d'algemeene Rymers of galbrakers, toen J. v. Vondel het treurspel van Maria Stuart, &c.’ In: Alle de gedichten. Deel 1 (1662)
Jan Vos, ‘Titelplaat voor J. v. Vondels Treurspel van Lucifer.’ In: Alle de gedichten. Deel 1 (1662)
Jan Vos, ‘Puntdichten’ In: Alle de gedichten. Deel 1 (1662)
Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
Tiemen de Vries, ‘Chapter XXXIV John Milton. His Life and Paradise Lost. Milton and Grotius. Milton and Vondel. Milton and Junius. Milton and Salmasius. Milton and Alexander Morus. Bibliography. Hugo Grotius and John Selden. Selden and Ghaswinckel.’ In: Holland's Influence on English Language and Literature (1916)
Jeronimo de Vries, ‘Vierde hoofddeel. Besluit of kort overzigt der vorderingen en verachteringen van de Nederduitsche dichtkunst gedurende de achttiende eeuw, in vergelijking van vroegere tijdperken.’ In: Proeve eener geschiedenis der Nederduitsche dichtkunde (1810)
K.P. de Vries, ‘De kerkelijke twisten te Amsterdam 1626-1631.Inleiding op Vondels Hekeldichten uit dien tijd.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
K.P. de Vries, ‘De kerkelijke twisten te Amsterdam 1626-1631.Inleiding op Vondels Hekeldichten uit dien tijd.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
Wobbe de Vries, ‘'n Uiting van Bilderdijk over Vondel.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
Jeronimo de Vries, ‘Tweede afdeeling. Opgave der dichters dezer eeuw.’ In: Proeve eener geschiedenis der Nederduitsche dichtkunde (1810)
K.P. de Vries, ‘De kerkelijke twisten te Amsterdam 1626-1631.Inleiding op Vondels Hekeldichten uit dien tijd.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
Victor E. van Vriesland, ‘Versconstructie, associatie en een regel van Vondel’ In: Onderzoek en vertoog 2 (1958)
J.D.P. Warners, 'Translatio-imitatio-aemulatio, 1-3' (1956-1957)
W.H. Warnsinck, ‘Iets, over de karakters der hoofdpersonen in den Lucifer van Vondel.Door W.H. Warnsinck, Bz.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1821 (1821)
H.F. Wijnman, ‘Een dichterlijk bloedverwant van Vondel(A. Pietersz Craan)?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
J. te Winkel, ‘XXXIII. Vondel als de dichter van het Catholicisme.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (1) (1923)
J. te Winkel, ‘XXXII. De Muiderkring van 1627 tot 1647.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (1) (1923)
J. te Winkel, ‘XVIII. Vondel's leerjaren.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (1) (1923)
J. te Winkel, ‘XXX. Stichting en inwijding van den Amsterdamschen Schouwburg.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (1) (1923)
J. te Winkel, ‘LIX. Hollands gouden eeuw door Vondel verheerlijkt.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 4: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (2) (1924)
J. te Winkel, ‘LIII. Het tooneel door de Overheid begunstigd, door de Kerk bestreden.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 4: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (2) (1924)
J. te Winkel, ‘XXVIII. De Academie en de Doorluchtige School.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (1) (1923)
J. te Winkel, ‘LVIII. Het overige proza.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 4: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (2) (1924)
J. te Winkel, ‘L. Enkele van Vondel's treurspelen.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 4: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (2) (1924)
J. te Winkel, ‘LX. Vondel en Amsterdam.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 4: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (2) (1924)
J. te Winkel, ‘XXVII. Verheerlijking van Frederik Hendrik en hekeling der Gomaristen.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (1) (1923)
J. te Winkel, ‘XXV. Hooft's vriendenkring tot 1624.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (1) (1923)
J. te Winkel, ‘XLIX. Vondel als treurspeldichter.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 4: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (2) (1924)
S.F. Witstein, 'Aandacht voor de Aenleidinge' (1972)
S.F. Witstein, ‘4 vondel’ In: Funeraire poëzie in de Nederlandse Renaissance (1969)
Karel van de Woestijne, ‘Vondel als dichter’ In: Verzameld werk. Deel 5. Beschouwingen over literatuur (1949)
J.A. Worp, ‘XI. Bestrijding van het tooneel.’ In: Geschiedenis van het drama en van het tooneel in Nederland. Deel 2 (1907)
J.A. Worp, ‘De zeventiende eeuw.’, ‘I. Het treurspel.’ In: Geschiedenis van het drama en van het tooneel in Nederland. Deel 1 (1903)
J.A. Worp, ‘De Nieuwe SchouwburgI. (1665-1708).’ In: Geschiedenis van den Amsterdamschen schouwburg 1496-1772 (1920)
Catharina Ypes, ‘III. Petrarca in het werk van de Zeventiende-eeuwse dichters en schrijvers’ In: Petrarca in de Nederlandse letterkunde (1934)

audiobestanden: waarin Joost van den Vondel ter sprake komt


Websites over Joost van den Vondel

http://www.hum.uva.nl/dsp/ljc/vondel/
http://www.kb.nl/galerie/100hoogtepunten/055.html
http://www.kb.nl/galerie/100hoogtepunten/078.html


Terug naar overzicht