[p. 226]

Jan Konst
Een onbekende Vondeluitgave*

Abstract - The Biblioteka Gdanska PAN keeps an unknown edition of Vondel's poem Vrye zeevaert naer Oosten (1658). In this article the Dutch text and the German translation are presented and analysed.

 

In de Biblioteka Gdanska Polskiej Akademii Nauk bevindt zich een tot dusverre niet gesignaleerde editie van Vondels gedicht Vrye zeevaert naer Oosten.1 Het gaat om een bescheiden uitgave die geen uitgeversadres draagt en vier bladzijden in kwartoformaat telt. Op de pagina's [1 V.] en [1 R.] staat Vondels gedicht afgedrukt. Een anonieme Duitse vertaling volgt op de pagina's [2 V.] en [2 R.] bovenaan. Een tweede Duitstalig gedicht, eveneens anoniem, staat onderaan pagina [2 R.].2 Er worden in de Biblioteka Gdanska twee exemplaren van deze uitgave bewaard, respectievelijk onder de signaturen NI 101 [69] en Uph Q 2373 [7].3 In beide gevallen is het werkje bijgebonden in een omvangrijke band met materiaal van uiteenlopende aard en diverse herkomst, voor een groot deel bovendien in het Duits: pamfletten, gelegenheidslyriek, korte verhandelingen etc.

Vondels Vrye zeevaert is voor het eerst verschenen in een plano-uitgave bij de weduwe van Abraham de Wees te Amsterdam in 1658.4 Het gedicht is gewijd aan het treffen tussen de Nederlandse en de Zweedse vloot op de Sont, de zeeëngte tussen Zweden en Denemarken, in het najaar van 1658. De aanleiding voor deze zeeslag was de aanval van de Zweedse koning Karel X Gustaaf (1622-1660) op Denemarken in de zomer van datzelfde jaar. De Zweedse koning wilde Frederik III (1609-1670) van Denemarken dwingen een deel van de strategisch cruciale Deense kuststreek op te geven. Op die manier beoogde hij de hegemonie te verkrijgen over de Sont, immers de belangrijkste zeeverbinding tussen West- en Oost-Europa. De aspiraties van Karel X Gustaaf vormden een grote bedreiging voor de handel op de Oostzee en een reactie van Nederlandse zijde liet dan ook niet lang op zich wachten. Nederland koos openlijk de kant van Denemarken en stuurde een oorlogsvloot onder aanvoering van admiraal Jacob van Wassenaer-Obdam (1610-1665). Deze bond in november 1658 de strijd aan tegen de Zweedse vloot die onder het bevel van Karel Gustaaf Wrangel (1613-1676) stond. Van Wassenaer-Obdam behaalde een zwaar bevochten overwinning en Karel X Gustaaf zag zich voor enige tijd genoodzaakt een minder hoge toon aan te slaan.5

De schermutselingen in 1658 maken deel uit van een lange reeks oorlogshandelingen, die in 1655 een aanvang namen toen Karel X Gustaaf Polen binnenviel. Pas in 1660 keerde de rust in het Baltische gebied weer, toen de Zweden - na de plotselinge dood van hun vorst - vredesverdragen sloten te Oliwa (met Polen) en te Kopenhagen (met Denemarken). Naast Vrye zeevaert heeft Vondel in de tweede helft van de jaren vijftig nog meer lyriek geschreven over deze zogeheten Noordse

[p. 227]

Oorlog. Zo gaf hij naar aanleiding van zijn reis naar Denemarken in 1657 een klein bundeltje in het licht, De Parnas aen de Belt. Hierin is onder meer een gedicht opgenomen dat een botsing eerder dat jaar tussen Frederik III en Karel X Gustaaf tot onderwerp heeft.6 Andere vijandigheden worden beschreven in twee dichtwerken uit 1659: Triomf van Koppenhagen onder Frederick den derden en Triomf over Funen.7 Deze politieke gedichten werden niet alleen in Nederland gelezen, maar vonden ook aftrek in het buitenland. Dat blijkt uit de hier beschreven Duitse vertaling van Vondels Vrye zeevaert, maar bijvoorbeeld ook uit een recentelijk getraceerde Deense uitgave van Triomf over Funen.8 Kennelijk was de visie van Vondel interessant genoeg om langs verschillende kanalen uitgedragen te worden.

Het valt te betreuren dat de Vondeluitgave te Gdansk geen nadere informatie over haar herkomst verschaft. De uitgever en de vertaler blijven onvermeld en ook naar de auteur van het tweede Duitse gedicht kunnen we slechts gissen. Bovendien worden plaats, noch jaar van publikatie genoemd. De druk zou in Dantzig verschenen kunnen zijn (wat een verklaring biedt voor de aanwezigheid van twee exemplaren in de Biblioteka Gdanska), maar evengoed in een Duitse stad, Amsterdam of Kopenhagen. Voor deze laatste plaats pleit wellicht het gebruik van de eerste persoon meervoud in het tweede Duitse gedicht. Het herhaaldelijke uns wijst er immers op dat de auteur vanuit een Deens perspectief redeneert, in het bijzonder wanneer hij zich gelukkig prijst met de komst van de Nederlandse oorlogsbodems in unsrer grösten Noth (v. 4). Het is in beginsel mogelijk de drukker te achterhalen door de gedecoreerde kapitalen, de sierranden en sluitstukken te vergelijken met ander drukwerk uit dc tweede helft van de zeventiende eeuw. Zolang daarvoor echter geen wetenschappelijk apparaat bestaat, is dit op voorhand een hachelijke onderneming die weinig kans van slagen heeft.

Een interessant perspectief voor de Dantziger Vondeluitgave verschaft een tweede gedicht van Vondel uit 1658, Staetwecker.9 Het verscheen net als Vrye zeevaert in een plano-editie bij het Amsterdamse uitgevershuis Abraham de Wees en is wat inhoud betreft in hoge mate vergelijkbaar. Met een beroep op de succesvolle krijgsverrichtingen van de vloot onder Van Wassenaer-Obdam spoort Vondel ditmaal de Staten Generaal aan om op de ingeslagen weg voort te gaan. De Zweedse dreiging is bij lange na niet definitief bezworen en daarom moet Denemarken zich volgens de dichter ook in de toekomst op Nederlandse hulp kunnen verlaten. Het mag wel zeer opvallend heten dat ook van Staetwecker een Duitse versie bestaat.10 Te meer nog wanneer men bedenkt dat zeventiende-eeuwse verduitsingen van Vondels lyriek slechts sporadisch voorhanden zijn; in zijn geboorteland manifesteert zijn invloed zich met name op toneelgebied.11 Aangezien juist twee in thematiek verwante gedichten uit hetzelfde jaar in het Duits worden overgezet, rijst de vraag hoe beide vertalingen zich tot elkaar verhouden. Het is natuurlijk mogelijk dat ze geheel los van elkaar ontstaan zijn, maar het is ook denkbaar dat ze eenzelfde achtergrond hebben.

De Duitse bewerking van Staetwecker is voor het eerst beschreven door J.F.M. Sterck aan het eind van de jaren twintig.12 Het betreft een uitgave van twaalf pagina's in kwarto-formaat. De titelpagina - zonder uitgeversadres - meldt: ‘Joosts van den Vondel / Stat-Wecker. / An die Hohen der vereinigten / Niederlande. / Discite Justitiam Moniti. / Anno 1665.’ Ditzelfde motto komt bij Vondel voor en betekent:

[p. 228]

‘Leert uit de verkregen les rechtvaardigheid betrachten.’13 De opdracht ‘An die Hohen der vereinigten Niederlande’ ontbreekt echter in het Nederlandse origineel. De vertaling van Vondels gedicht staat op de pagina's A2 R. en A2 V. Op de resterende bladzijden volgt een Duitse verhandeling over de wijze waarop politieke misstanden in het verleden aan de kaak gesteld zijn. De auteur, die mogelijk ook verantwoordelijk is voor de Vondelvertaling, identificeert zich met het devies Wer doch noch die Augen auffthäte. Het is onbekend wie er achter deze kenspreuk schuilgaat. Over het geheel genomen valt dus ook over de herkomst van deze Duitse editie van Staetwecker weinig met zekerheid te zeggen. In vergelijking tot de vertaling van Vrye zeevaert zijn we alleen extra geïnformeerd over het jaar van publikatie: 1665. Dat verheldert evenwel weinig en roept integendeel vooral nieuwe vragen op. Want waarom verschijnt pas zeven jaar na dato een verduitsing van een gedicht dat zozeer de politieke actualiteit van 1658 reflecteert? Sterck heeft zich over dit probleem gebogen, maar erkent dat ook hij er geen bevredigende oplossing voor heeft.

Deze schaarse gegevens werpen weinig licht op de relatie tussen de twee Duitstalige Vondeluitgaven. Ook een beoordeling van de literaire kwaliteit van de vertalingen en een vergelijking van het zetsel verschaffen niet de gewenste duidelijkheid. Zowel Vrye zeevaert als Staetwecker is redelijk nauwkeurig in het Duits weergegeven en er is geen aanleiding te veronderstellen dat de vertalingen in ieder geval wel, of juist niet van één en dezelfde hand zijn. Het uiterlijke voorkomen van beide uitgaafjes is bescheiden. Er is gebruik gemaakt van eenvoudig papier zonder watermerk. De (Duitse) teksten zijn in een verschillende Gotische letter gezet. Dit kan betekenen dat de Vondelbewerkingen eveneens door verschillende drukkers zijn vervaardigd, maar net zo goed dat ze verzorgd zijn door eenzelfde drukker die om welke reden dan ook voor twee lettervarianten gekozen heeft. Spijtig genoeg kunnen er op dit moment dus slechts magere resultaten geboekt worden. Er valt eigenlijk weinig méér te concluderen dan dat het intrigerend is dat twee van Vondels gedichten uit 1658 met een overeenkomstige politieke boodschap beide een Duitse vertaling te beurt is gevallen.

 

De volgende bladzijden bevatten een letterlijke weergave van de uitgave van Vrye zeevaert in de Biblioteka Gdanska, dat wil zeggen (1) de Nederlandse tekst; (2) de Duitse vertaling; en (3) het tweede Duitse gedicht. Omdat Vondels gedicht tamelijk complex is, is een annotatie toegevoegd.

1. De Nederlandse tekst

Vrye Zeevaert naer Oosten.

Sic cunctus pelagi cecidit fragor.

 
NU staet de vaert naer Oosten open.
 
OBDAM bezegelt 's lants verbont.
[p. 229]
 
De Schvveedsche zeedrack leght gekropen
 
Aen vveêrzy van den Oresont.
5
OBDAM doorhieuvv hem met zyn Sabel.
 
Het hooft aen Kronenburg hangt stijf
 
Gevvoelt, gebonden met een kabel.
 
De slingerstaert en 't achterlijf
 
Ter komme in van Landtskroon gedreven,
10
En krimpende van bijstre smart
 
Gekorven, zonder hoop van leven,
 
Verlangen naer 't gemiste hart:
 
Maer hart en vraetige ingevvanden,
 
Gezoncken, volgen vvint en stroom,
15
In Oost-en-noortzee, langs de stranden.
 
De Walvisch slickt het bloedigh groom:
 
En Fredrick toont de koopre tanden,
 
Van 't Poolsche vleesch en bloet noch vuil;
 
Van Perseus, d'eer van Zeven Landen,
20
Euroop ten dienst, uit 's monsters muil
 
En ysren kaeckebeen gekloncken.
 
Gansch Denemercken op de been,
 
Van groote vreught en blyschap droncken,
 
Haelt VVASSENAER, uit alle steên,
25
Al juichende in, den salamander,
 
Die leven schepte in 't zeedraecks vier.
 
Hofschilder Mander, volgh den stander,
 
Volgh rustigh 's konings zeebanier,
 
En Hollants vlaggen: val aen 't maelen:
30
Helt VVASSENAER bestelt u stof,
 
Om met dien vvapenroof te praelen,
 
Op Fredricksburgh, dat fenixhof.
 
Zoo sta die zeestrijt voor elx oogen,
 
Zoo lang het zeelicht van OBDAM.
35
Den helschen nacht van nijt en logen
 
Beschaemen zal, van stam tot stam.
 
Zo kneust men Xerxes tirannije.
 
Daer leght de vijfde monarchije.
 
 
 
J.V. Vondel.

Bovenstaande tekst vertoont een beperkt aantal verschillen met de plano-editie uit 1658. De varianten betreffen uitsluitend spelling en interpunctie; inhoudelijke verschuivingen doen zich niet voor. Consequent is de w vervangen door vv (alleen de w van Walvisch in v. 16 bleef gehandhaafd). De overige verschillen zijn:

motto cunctus > cvnctvs
3 Schvveedsche zeedrack > Sweedsche zeedraeck
5 zyn Sabel > zijn sabel

[p. 230]

6 Kronenburg > Kroonenburgh
9 Landtskroon > Lantskroon
10 smart > smart,
16 Walvisch > walvisch
17 koopre > kopre
34 OBDAM. > OBDAM

1.1 Annotatie bij de Nederlandse tekst14

motto Aeneis I, v. 154: ‘Zo bedaarde de onstuimigheid van de zee geheel’.
2 OBDAM: admiraal Jacob van Wassenaer-Obdam.
3 zeedrack: zeedraak. De Zweedse zeemacht heet in dit gedicht consequent een bloeddorstige draak. Vondel vergelijkt Van Obdam-Wassenaer met de mythologische held Perseus. (zie v. 19) Zoals deze laatste Andromeda redde uit de klauwen van een vervaarlijke draak, zo komt Van Wassenaer-Obdam het belaagde Denemarken te hulp in haar strijd tegen het Zweedse zeemonster.
4 Oresont: Sont. Vondel beschrijft in de hiernavolgende passage hoe de zeedraak (versta de Zweedse vloot) in stukken is geslagen. De kop bevindt zich in Denemarken, de staart in Zweden en de romp met de ingewanden drijft doelloos in zee.
6 Kronenburg: Kronborg. Een kasteel aan de Deense kust van de Sont.
9 komme: baai; Landtskroon: de Zweedse stad Landskrona.
10 bijstre smart: felle pijn.
11 gekorven: verwond.
12 gemiste: verloren.
13 vraetige: vraatzuchtige.
16 groom: ingewanden.
17 Fredrick: Frederik III, vanaf 1648 koning van Denemarken.
18 't Poolsche vleesch: drie jaar eerder, in 1655, was de Zweedse koning Karel X Gustaaf reeds Polen binnengevallen; vuil: bezoedeld.
19 Van: door; Perseus: bedoeld is Van Wassenaer-Obdam; Zeven Landen: de Zeven Verenigde Provinciën der Nederlanden.
21 gekloncken: geslagen.
25 salamander: Van Wassenaer-Obdam wordt hier vergeleken met een salamander, die volgens de klassieke overlevering temidden van vuur en vlammen weet te overleven. Zo ook heeft de Nederlandse admiraal het vijandelijke vuur van de Zweedse zeedraak weerstaan.
27 Hofschilder Mander: Karel van Mander III (ca. 1610-1670), kleinzoon van de gelijknamige auteur van het Schilder-boeck (1604). Karel van Mander III was vanaf 1638, aanvankelijk onder Christiaan IV (1577-1648), hofschilder te Kopenhagen.
28 rustigh: onbevreesd.
29 val aen: begin met.
30 bestelt: verschaft.
32 Fredricksburgh: Frederiksborg, Deense koningsburcht nabij Kopenhagen, gebouwd tussen 1602-1620; fenixhof: de phoenix is een symbool van onvergankelijkheid, omdat deze vogel zich volgens de klassieke overlevering steeds weer verjongt.
34 zeelicht: het door de zee weerspiegelde licht. Ten onrechte staat er achter dit vers een punt.
36 stam: geslacht.
37 kneust: verwoest; Xerxes: Perzische koning, regeerde als vierde vorst over het Perzische Rijk van 486-465 v. Chr. Hij wordt doorgaans afgeschilderd als een tiranniek heerser. Hier staat hij voor Karel X Gustaaf van Zweden.
38 leght: ligt terneer; de vijfde monarchije: met deze formulering wordt op de regering van Karel X Gustaaf gedoeld. Vanwege diens agressieve expansiepolitiek doet Vondel het voorkomen dat de Zweedse koning de directe erfgenaam is van de op macht beluste vierde vorst der Perzen.

[p. 231]

2. De Duitse vertaling

Wat de transcriptie van de Duitse vertaling betreft, zij op het volgende gewezen. De tekst is - met uitzondering van het motto - in een Gotische letter gezet. Een e in superscript boven een klinker is vervangen door een umlaut; voor de ringel-s wordt ss gebruikt; en een schuine streep / is als een komma weergegeven.

Freye Seefahrt nach Oosten.

Sic cvnctvs pelagi cecidit fragor.

 
NUn steht die Oostfarth wieder offen,
 
Opdain vollzieht des Landes-Bund,
 
Der Schweden Seedrach liegt getroffen.
 
An beyden Ufern in dem Sund.
5
Opdam zerhieb ihn in zwey stücken,
 
Dass nun das Hauptstück hengt verknüpfft
 
An Kronenburg mit starcken Stricken,
 
Der Schwantz ist zwar davon geschlipfft,
 
Und kam nach Landskron angetrieben,
10
Er krümte sich für grossem Schmertz,
 
Kein Lebens-Hoffnung war ihm blieben,
 
Weil auch versuncken war sein Hertz.
 
Sein Fräss-Gedärm und Beerwolffs-Magen,
 
Liess sich am Strande durch die Fluth
15
Biss in die Ost- und Nord-See jagen,
 
Der Wallfisch soff das dicke Blut,
 
Die Zähne sind beym Cymbrer Printzen,
 
Noch von Sarmatens Blute faul;
 
Du Rum der sieben See-Provintzen,
20
Du hast aus dieses Drachen Maul
 
Den Eisern Kinback aussgerissen,
 
Zu Schutz und Dienst der Christenheit,
 
Der Sund und Belt mit ihren Flüssen
 
Bezeugen jauchtzend ihre Freud.
25
Held Wassenaer, du Salamander,
 
Schöpffst Leben aus des Drachen Gluth,
 
Komm nun du werther Künstler, Mander,
 
Komm folg der Flotte durch die Fluth,
 
Zieh nach des Königs See-Panieren,
30
Hier findest du zu schildern gnug,
 
Sieh Wassenaern den See-Streit führen,
 
Mit Hollands Volck behertzt und klug.
 
Damit der Welt diess Siegs-Gefechte
 
Mit Opdams Ruhm sey kund gemacht,
[p. 232]
35
Der von Geschlechte zu Geschlechte
 
Beschämpt die Neid- und Lügen-Nacht.
 
So bricht (wie Xertzes Tyranney)
 
Die fünffte Monarchi entzwey.

2.1 Annotatie bij de Duitse vertaling15

4 Sund: Sont.
6 Hauptstück: kop.
7 Stricken: knopen.
8 geschlipfft: gescheiden.
9 Landskron: de Zweedse stad Landskrona; angetrieben: aangespoeld.
12 versuncken: in zee weggezonken.
13 Fräss-Gedärm: cf. ‘vraetige ingevvanden’; Beerwolffs-Magen: maag van een weerwolf.
17 Cymbrer Printzen: de Deense koning Frederik III. De Cimbren of Kimbren waren de oorspronkelijke bewoners van Jutland.
18 Sarmatens Blute: het bloed van Polen. Sarmatia was in de Klassieke Oudheid de benaming voor het gebied tussen de Weichsel en de Wolga.
27 werther: geëerde.
29 See-Panieren: banieren, vaandels.
32 behertzt: moedig, dapper; klug: ervaren.
34 kund gemacht: openbaar gemaakt.
37-38 bricht [...] entzwey: gaat [...] tenonder.

3. Het tweede Duitse gedicht

Auff Die Glückliche Ankunfft der holländischen Schiffs-Armada vor der Königl. Residentz-Stadt. KOPENHAGEN, Als dieselbe durch die Friedbrüchige starck-gerüstete Schwedische Flotte, nach gehaltenem scharffen See-Gefecht, im Oresunde, Victorios gegangen, Am 29. Oct. 1658.

 
WAs seh ich auff der See? sinds Engel, oder Schiffe?
 
Die so geflügelt her gehn durch Codanus Tieffe;
 
Ja Engel sinds fürwar, die uns der grosse GOTT
 
Zum Beystand hat gesandt in unsrer grösten Noth.
5
O wehrtes Niederland! Wir ehren deine Helden,
 
Und wollen ihren Ruhm der späten Welt vermelden,
 
Die durch den Sund für uns gewaget Leib und Blut,
 
Und in die See gestürtzt der Schweden Ubermuth.
 
Der Tauben-weisse Held Wit Witsen hat erwiesen
10
Durch seinen Helden-Todt, wie er sol seyn gepriesen;
 
Voraus Herr Wassenaer, der kluge Helden-Führer,
 
Der wie ein starcker Damm bestanden. O Regierer!
 
O Antheil unsers Heyls! Dein Lob sol durch den Sund,
[p. 233]
 
Ja durch die weite See der Nachwelt werden kund.

3.1 Annotatie bij het tweede Duitse gedicht

titel Schiffs-Armada: vloot; Als: toen; Friedbrüchige: oorlogszuchtige; starck-gerüstete: zwaar bewapende; Oresunde: Sont; Victorios gegangen: de overwinning behaald hebben; Am 29. Oct. 1658: volgens de in de Nederlanden gangbare kalender is dit 8 November 1658, de dag waarop het treffen tussen de Nederlandse en de Zweedse vloot plaats had.
2 Codanus Tieffe: de Sont; naar Codania, bij Plinius de naam voor het Deense eiland Sjaelland.
5 wehrtes: geëerd.
6 der späten Welt: aan het nageslacht.
8 Ubermuth: hoogmoed.
9 Held Wit Witsen: Cornelis Witte de With (1599-1658). De With voerde het bevel over de voorhoede van de vloot onder Van Wassenaer-Obdam. Hij werd met zijn schip ‘De Brederode’ in het nauw gedreven en sneuvelde.
11 Herr Wassenaer: admiraal Jacob van Wassenaer-Obdam; kluge: ervaren.

Adres van de auteur: Struyckenlaan 67, NL-3527 KK Utrecht