Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22


auteur: [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde


bron: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22. E.J. Brill, Leiden 1903  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 68]

Vondels bloedverwanten.

Hans de Wolff.

Door de goedheid van den heer J. van der Hammen Nz. te Besoijen ontving ik eenigen tijd geleden een afschrift van een hem toebehoorenden origineelen schepenbrief. Die schepenbrief, welken ik hier laat volgen, bevat nieuws omtrent Hans de Wolff ‘zydelakencooper’ te Amsterdam: wij leeren er uit dat hij ao 1639 voor de aanzienlijke som van ƒ 23390.- een huis heeft gekocht in de Warmoesstraat, ‘genaemt Keulen, daer tegenwoordich de twee snuytters uythanghen’1).

Misschien is de hier bedoelde Hans de Wolff, de zoon van Vondels gelijknamigen zwager en niet die zwager zelf. Deze immers woonde wel in de Warmoesstraat, evenals zoovele van Vondels vrienden en bekenden, doch zijn huis heette de Witte Wolff. Ik vermeld dat op gezag van Alberdingk Thijm2). Hans of Joan de Wolff Jr. woonde volgens Alb. Thijm als ‘Sycramer in de Warmoesstraat’.

Ik laat hier den bedoelden schepenbrief volgen.

‘Wy, Frans Banning Cocq ende Cornelis de Graeff, schepenen in Amstelredamme, verconden ende kennen, dat voor ons gecompareert sijn de Heeren Burgemeesteren ende Regierders deser steede. Ende gelieden, dat op den 13en January anno 1639, by executie derselver stede, vercoft is geweest Hans de Wolff, zydelakencooper, een huys ende erve, staende ende gelegen inde Warmoesstraet, tegenover de Wyde Kercksteegh, genaemt Keulen, daer tegenwoordich de twee snuytters uythanghen, ende Lendenen van sijn off geweest hebben de kinderen ende erffgenamen van Michiel Grijsberts Hobbesack aende Noortsyde, ende Reynier Andriessen, zydewinckelier, aende Zuytsyde, streckende voor vande straet tot achter aenden Amrack, staende overal op sijn vrye muyren, behalven het achterhuys, staende op een gemeene muyr aende Zuytsyde met Reynier Andriesse voornoemt, onder conditie dat d'eygenaer van 't huys, staende opde hoeck vande Wyde Kercksteegh, aen ende
[p. 69]
op 't selve huys geen gevel off platten sal moogen maecken, noch 't selve huys niet hooger timmeren dan 't selve tegenwoordich getimmert is, Welverstaende mede, dat de loode gooten, aende Noort ende Zuytsyde van desen huyse gelegen, halff ende halff met syne lendenen onderhouden moeten werden, met conditie dat dit huys ten eeuwigen dagen sijn water sal moogen loosen door de riool van des voirs. Reynier Andriessens huyses achtergevel aff tot inden Ammerack toe, naer breeder inhout van 't accoort, tusschen Adriaen Cornelissen opden 18en May anno 1600 gepasseert voorden notaris David Mostart; dat oock de pompen, zekere loode backen ende de loode buysen, met oock het affdack, vast sijnde aenden huyse van Reynier Andriessen, aldaer precario gebruyckt werden. Voorts in allen schyne 't voors. huys ende erve ter voors. plaetse gelegen is, beheynt ende betimmert staet, toebehoort hebbende Jacob Pieterssen Hoogcamer, voorde somme van drientwintigh duysent driehondert ende tnegentich guldens, die den voors. Hans de Wolff te borde gebracht ende betaelt heeft, ende wederomme bekeert zijn, zoo verre die strecken mochten, inde schulden, commeren ende lasten daermede 't voors. huys ends erve, off die 't zelve plagh toetebehooren, beswaert is geweest, blyckende by 't Registre vande affschryvinge daeraff gehouden, zoodat mids dien, opde borghtochten, genoomen vanden ontfangers vande penningen, de Burgemeesteren voornoemt, vander voors. steede weeghen, belooft hebben 't voors. huys ende erve in manieren voorseyt te vryen, ende vry te waren, jaer ende dagh, als men in gelycken schuldigh is te doen, ende alle oude brieven aff te nemen, zonder argh ende list. In oirconde desen brieve besegelt met onsen segelen den zessentwintichsten July anno sesthienhondert veertich’.
‘B. Reael’.

De heer Van der Hammen meldt mij nog het volgende: ‘Bij de bestudeering van het kerkelijk archief der Hervormde Gemeente te Waalwijk, dat bijzonder rijk is aan oude, uit de 13de, 14de en 15de eeuwen dagteekenende schepenbrieven en testamenten, ontmoette ik enkele malen den naam van den Vondel, b.v.

Begraven te W. 14 Oct. 1721: Jacoba du Bois, wede. van den Vondel.

Begr. te W. 3 Juni 1729: Baldericus van den Vondel.

In het archief van de R.C. kerk vond ik:

‘21 Junius 1704. Inierunt sponsalia Judocus van den Vondel et Jacoba dn Bois coram me Waltero Colen, pastore, et testibus Helena van Meulwijck et Cath. Colen’.

[p. 70]

‘7 Julius 1704. Contraxerunt Jodocus vanden Vondel, Amstelredammensis, et Jacoba du Bois, coram me, Waltero Colen, pastore, et testibus Elizabett de Witt et Cath. Colen’.

 

De hier genoemde leden der familie Vondel, ook de du Bois' behoorden volgens de onderzoekingen van den heer v.d. H. tot de deftigste familiën van Waalwijk en waren Roomsch-Katholiek.

Ik voeg hier slechts bij dat de hier Judocus genoemde Vondel, echtgenoot van Jacoba du Bois, in Alb. Thijm's Genealogie van Baertgen Hooft en van Vondels Kleinkinderen1) op zijn Hollandsch Joost wordt genoemd.

 

g. kalff.