Volks-liedjens, uitgegeeven door de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen (5 delen)


auteur: anoniem Volks-liedjens van het Nut


bron: Volks-liedjens, uitgegeeven door de maatschappij: Tot nut van 't algemeen (vijf delen). Harmanus Keijzer en anderen, Amsterdam 1789-1807  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 28]

Avond gezang.

 
Wijze: Je le compare avec Louis.
 
 
 
Daar zich deez' dag ten einde spoedt,
 
Zo dank ik u, mijn God en vader!
 
Mijn trouwe hulp, mijn levens ader!
 
Die mij zo liefd'rijk hebt behoed,
 
Voor 't leed, dat mij kon overkomen,
 
Dies zal 'k ook voor den nacht niet schroomen,
 
Uw bestuur heeft, dit uur,
 
Al mijn vreez' benomen.
 
 
 
Maar, hoe heb ik deez' dag besteed?
 
Heb ik mijn pligten niet vergeeten?
 
Kan ik gerust zijn in 't geweeten?
 
ô Neen! dan Heer! het is mij leed.
 
'k Betreur mijn fouten en gebreken.
 
Vergeef mijn schuld! verhoor mijn smeeken,
 
Maak mij vrij, dat ik blij,
 
Van uw gunst mag spreeken.
 
 
[p. 29]
 
Gij hebt reeds in mijn vroege jeugd
 
Mij stof tot dankbaarheid gegeven;
 
Gij schonkt mij ouders, die mijn leven
 
Steeds leidden op het spoor der deugd.
 
Uw hand heeft mij in rijper jaaren,
 
Gered uit strikken en gevaaren,
 
Die veelal ongeval,
 
Angst en kommer baaren.
 
 
 
'k Beveel, ô Heer! aan u mijn lot!
 
Deez' nacht en ook mijn verd're dagen;
 
Zo als 't uw wijsheid zal behagen,
 
Berust ik in uw wil, mijn God!
 
Uw bijstand leide en sterk' mijn schreden,
 
En doe mij 't pad der deugd betreden?
 
'k Wacht dan 't loon, door uw Zoon,
 
Eens in de eeuwigheden.
 
 
 
S.A.R.