Zeeusche Nachtegael


auteur: anoniem Zeeusche Nachtegael


editeur: P.J. Verkruijsse en P.J. Meertens


bron: P.J. Meertens en P.J. Verkruijsse (eds.), Zeeusche Nachtegael en bijgevoegd A. vande Venne Tafereel van Sinne-mal, Drukkerij Verhage & Zoon, Middelburg, 1982  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Een ander op de selve oorsake.

 
IOnck-vrou weest niet bevreest voor onse Zeeusche lucht,
 
Tis maer een yd'le waen end' ongegront gerucht,
 
Het lant is groen en versch, draecht vruchten en goet coren,
 
Wt 'tsoute water is vrou Venus self geboren;
[p. 46]origineel
5
Het laffe platte soet wort over al gelaeckt,
 
En tis altijt wat brack, dat wel en aerdich smaeckt;
 
Het jong-volck comt somtijts wat coortsicheyt besoucken,
 
Maer 'tcomt meest van de wermt der doucken by de broucken,
 
Maer dit can u niet schaen, die met een koele sin
10
Hebt altijt by de hant goet raet teghen de min;
 
Noch van Cupidoos toorts, noch coorts hebt ghy te duchten,
 
Hy sal niet min van u als van Diana vluchten.