Zeeusche Nachtegael


auteur: anoniem Zeeusche Nachtegael


editeur: P.J. Verkruijsse en P.J. Meertens


bron: P.J. Meertens en P.J. Verkruijsse (eds.), Zeeusche Nachtegael en bijgevoegd A. vande Venne Tafereel van Sinne-mal, Drukkerij Verhage & Zoon, Middelburg, 1982  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Naturae sequitur semina quisque suae.

 
GElijck de kruyden zijn van aard
 
Verscheyden die de aarde baart,
 
Soo sietmen dat groot onderscheyd
 
Is tusschen mensch, end mensch geleyt,
5
End dat sy volghen elck het zaat
 
Daar yders een natuer op slaat.
 
De eene van natuere draaft
 
Naar hoogheyd, d'ander altijd slaaft,
 
De een wil sterven in het veld,
10
Een ander tot de vrede helt,
 
De een moet reysen, d'ander sal
 
Steeds blijven als een koe op 't stal,
 
De een wil wesen Medicijn,
 
De ander wil een Leeraer zijn,
[p. 152]origineel
15
De derde word een Advocaat,
 
Eens anders lust naar 't Coopen gaat,
 
De eene die wil zijn een boer,
 
De ander haat hem als een loer,
 
Een yder in sijn werck soo leeft
20
Nadat hy lust, of onlust heeft.
 
Een lust; of onlust die sich streckt
 
Naar dat hem sijn Natuere treckt.