Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 7


auteur: A.J. van der Aa


bron: A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 7. J.J. van Brederode, Haarlem 1862


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

[Jacob de Graeff]

GRAEFF (Jacob de), Vrijheer van Zuid-Polsbroek, zoon van den voorgaande en van diens eerste vrouw Agnes van Neck, werd te Amsterdam in het voorjaar van 1571 geboren. Reeds op achttienjarigen leeftijd zijne ouders verloren hebbende, vond hij in den reeds genoemden boezemvriend zijns vaders, Cornelis Boelensz, een liefderijk verzorger van zijne jongelingsjaren. Door zijne beschikking vertrok de Graeff naar Leiden's hoogeschool, waar zijne meer dan gewone verstandelijke vermogens, zijn bescheiden voorkomen en innemend karakter, hem weldra de achting en toegenegenheid deden verwerven van den vermaarden Justus Lipsius, met wien hij,

[p. 347]

na de voleindiging zijner studiën, eene reize buiten 's lands mogt doen.

In 1597 in zijne geboorteplaats teruggekeerd, huwde hij er met Alida Boelensz de dochter van zijnen genoemden verzorger, en, even als weleer zijn vader, deelende in het vertrouwen der burgerij, zag hij zich niet alleen tot Schepen en daarna tot Vroedschap aangesteld, maar zelfs werd aan hem in 1611 de Burgemeesterlijke waardigheid opgedragen, voor welke betrekking hij uit kiesche nederigheid bedankte. In dat jaar was hij ook tegenwoordig bij de zamenkomst van Prins Maurits en Frederik Hendrik, in den nieuwelings drooggemaakten Beemster.

In 1612 op nieuw tot Burgemeester gekozen, aanvaardde hij die betrekking, welke hem nog vier malen daarna werd opgedragen. In 1615 niet als Burgemeester herkozen, omdat hij zich den haat van eenige raadslieden had op den hals gehaald, wier schandelijk winstbejag hij verijdeld had, bleef hij evenwel lid der Vroedschap, hoedanig hij in 1618 door Prins Maurits ontzet werd.

Gedurende zijn ambteloos leven rigtte de Graeff met zijn vriend Pieter Janszoon Hooft, eene fabriek van chemicaliën op, en stelde hij met dezen het kunststuk zamen, Perpetuum mobile, of Eeuwigdurende beweging genaamd, waarvan wij op het artikel van Cornelis Janszoon Drebbel hebben melding gemaakt, waarnaar wij thans verwijzen kunnen.

Na Maurits dood werd de Graeff op nieuw en bij herhaling tot Burgemeester van Amsterdam gekozen, doch zijn leven levert verder niets der vermelding waardig op. Toen in 1613 Simon Episcopius voor Burgemeester van Amsterdam werd ontboden, was de Graeff een zijner ijverigste tegenstanders, ofschoon hij later hem geheel was toegedaan en zelfs de vergaderingen der Remonstranten nu en dan bijwoonde.

De Graeff overleed den 6den October 1638. Zijne afbeelding ziet het licht. Twee zijner zonen volgen.

 

Zie Brandt, Hist. der Reform. D. II. bl. 225; Wagenaar, Vaderl. Hist. D. X. bl. 86, 280; Dezelfde, Beschrijv. van Amst. D. IV. bl. 186-191; Koning, Het huis te Ilpendam, bl. 14-19, 42, 68; Muller, Cat. van Portrelt.