De grammatische functie


auteur: Frida Balk-Smit Duyzentkunst


bron: Frida Balk-Smit Duyzentkunst, De grammatische functie. Methode van grammaticale analyse, aan het Nederlands gedemonstreerd. J.B. Wolters, Groningen 1963  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. IV]

Promotor: Prof. Dr. E.W. BETH.

[p. V]

TON
VOOR MARLEEN
ROELOF

[p. VII]
Philosophi ad Stoam tria aiunt invicem coniungi: ‘significatum’, ‘significans’ et ‘rem’. Ex his ‘significans’ dicunt esse vocem, v.gr. vocem ‘Dion’; ‘significatum’ vero appellant id quod manifestamus voce et quod simul cum ea esse nos quidem apprehendimus mente nostra, barbari autem, etsi vocem audiant, non intelligunt; ‘rem’ autem dicunt esse subiectum externum, uti ipsum Dionem. Ex his vero duo sunt secundum eos corpora nempe vox et res, unum autem incorporeum est, nempe res significata et ‘dictum’ quod verum aut falsum fit.

 

(Sextus Empiricus: Adversus mathematicos, 8, 11.)

[p. IX]

Woord vooraf

Nu dit proefschrift gereed is zeg ik hen die mij hebben onderwezen dank voor hun aandeel in mijn opleiding.

Mijn promotor, Professor Beth, dank ik voor zijn bereidwilligheid, als wiskundige en filosoof promotor te zijn over deze methodologischtaalkundige studie. Hierin komt een toenadering tot uiting tussen de ‘exacte’ en de ‘geestelijke’ wetenschappen, die slechts in schijn een tegenstelling vormen. Ook dank ik hem voor zijn talrijke aanwijzingen, die mij stuk voor stuk tot nieuw inzicht en tot herziening van de tekst brachten.

Mijn leermeester Professor Hellinga leerde mij, onderscheid te maken tussen waarneming en vooroordeel, en richtte mijn aandacht op de relativiteit van elk wetenschappelijk resultaat. Zijn eruditie en kritisch oordeel, gecombineerd met zijn grote didactische gaven, brachten mij er toe met meer ijver te werken dan ik dacht te kunnen. De onderzoekingen die ik onder zijn leiding mocht verrichten waren een bron van inspiratie en vernieuwing.

Dat voor dit werk de dissertatie van Professor Reichling het uitgangspunt vormt is de concretisering van mijn overtuiging dat ‘Het Woord, een studie omtrent de grondslag van taal en taalgebruik’ geïdentificeerd behoort te worden met ‘een grondslag voor de studie van taal en taalgebruik’. In de colleges algemene taalwetenschap van de schrijver werd ook het moeilijkste op voor ieder heldere wijze gepresenteerd en in persoonlijke gesprekken krijgt men bijna de indruk dat taalwetenschap iets eenvoudigs is.

Professor van der Merwe Scholtz, die het manuscript doornam, dank ik voor zijn steun en zijn kritische aantekeningen.

De colleges van Professor Donkersloot brachten mij nader tot wat middel en doel tegelijk is voor de neerlandicus: het lezen. Zijn blijvende hartelijke belangstelling voor mijn werk is voor mij een stimulans.

Louise C. Pont gaf mij de eerste opleiding in de neerlandistiek. Ingrijpender nog was dat zij in alle opzichten de omstandigheden schiep die mij het studeren mogelijk maakten.

Drs. P. Verhoeff dank ik voor zijn deskundige vertaling van de samenvatting, en Drs. Ina Schermer-Vermeer voor haar zowel praktisch als theoretisch gerichte hulp bij de correctie.

Mijn moeder dank ik voor de bergen type-werk die zij voor mij heeft verzet.