Kollumerland en Nieuw Kruisland, voorafgegaan door Overzicht van de bouwkunst in Noordelijk Oostergo


auteur: Herma M. van den Berg


bron: Herma M. van den Berg, Kollumerland en Nieuw Kruisland, voorafgegaan door Overzicht van de bouwkunst in Noordelijk Oostergo. SDU uitgeverij, Den Haag / Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist 1989


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 209]

Warfstermolen

Gehucht langs de voormalige zeedijk tussen Ter Luine en Pieterzijl. Deze dijk was circa 1315 aangelegd en verviel tot slaperdijk door de bedijking van het Nieuw Kruisland, die in 1529 werd begonnen en in 1542 werd voltooid. Het dijklichaam, dat waarschijnlijk nooit erg fors van omvang is geweest, is in de loop van de tijd, mogelijk vóór 1612 afgegraven. Het tracé wordt sindsdien gemarkeerd door een rijweg.

Aan deze weg is na de bedijking van het Kruisland een buurtje ontstaan bij een aldaar gebouwde molen en een werf. Andreae ziet in deze werf het huis waarin het dijksgerecht gehouden werd. Aan de hand van toen nog aanwezige bouwsporen vermoedde Andreae voorts dat hier van oorsprong een uithof van het Gerkesklooster gevestigd was (Andreae, 1890, 17). Deze uithof zal in betrekking hebben gestaan met het Nieuw Kruisland, waarvan het oostelijk deel tot het klooster behoorde.

De Schotanuskaart (1718), kadastrale minute (1823) en de Eekhoffkaart (1847) geven een buurtje van zeer bescheiden omvang langs de voormalige zeedijk aan. Schotanus vermeldt nog de molen en een brouwerij, later worden deze elementen niet meer aangegeven. In de loop van de 19e en de 20e eeuw treedt nog een geringe uitbreiding van de lintbebouwing op, die voornamelijk uit woonhuizen bestaat. Opvallend is dat de bebouwing nog steeds vrijwel alleen aan de binnenzijde van de voormalige dijk ligt. De boerderijen liggen verspreid over de landerijen, zoals het afgebeelde kadastrale minuteplan duidelijk weergeeft.

[p. 210]



illustratie

Afb. 340. Kopie van het kadastrale minuteplan omstreeks 1823. Schaal 1:7500.


[p. 211]



illustratie

Afb. 341. Luchtfoto. Schaal ca. 1:6000. Opname 1980.


[p. 212]

States

+ Volgens Andreae (Lauwerszee) heet de buurtschap naar een gebouw de Warf, waar mogelijk de bedijkers samen kwamen. Hij kende nog een ‘bouwvallige landbouwerswoning’, welk woord hij pleegt te gebruiken voor boerderij, met dikke muren en kleine rondbogige vensters, waarin gebrandschilderde ruitjes voorkwamen (Catalogus Fries Genootschap 1881, nr. 163). Een ruitje van 12 × 10 cm stelde in grisaille geschilderd Salomo's recht voor naar de gravure door Cl. J. Visser naar Maarten van Heemskerck. Het ruitje was in 1879 door mr. A.J. Andreae aan het Genootschap geschonken. Het werd echter in 1924 bij een herinventarisatie niet meer gevonden (mededeling Fries Museum 1987).

Daar de Catalogus zeldzaam is geworden nemen wij de beschrijving over: ‘een vorstelijk persoon met zwaren baard in ruim gewaad, dragende een gekroonden helm of stormhoed met pluim, gezeten op een troon, waarachter een gedrapeerd gordijn, in de houding van iemand, die het woord voert. Vroeger geplaatst in een der zeven rondbogige vensters, die zich bevinden in een bouwvallig huis van aanzienlijke hoogte en met zware muren, vroeger een Uithof van Gerkesklooster, de Warf genaamd (.....). Dit ruitje zal behoord hebben tot eene voorstelling van Salomo's gerigt, of van Esther v, i, zodat de voorgestelde persoon Salomo is of Ahasveros, welke laatste nagenoeg geheel gelijk voorkomt op eenen groote gravure van C.J. Visscher naar Heemskerck’. In zijn Oudheidkundige Plaatsbeschrijving vermeldt Andreae voorts ('85, ii, 85) dat er ‘enige jaren geleden’ bij de afbraak van een ‘landbouwerswoning’ een grote baksteen gevonden was met de voorstelling van ‘Judiths moord op Holofernes’. Deze zou aan het Genootschap geschonken zijn en wordt dan ook in het jaarverslag genoemd (52e Verslag Fries Genootschap, 1879, 143). Het gaat blijkens mededeling 1987 van het Museum waarschijnlijk om een haardsteen.

Andreae suggereert dat de Warf een uithof van Gerkesklooster geweest is. In 17e-eeuwse stukken komen op ‘de Warf’ voor Gerrit Jelckes en Jantie Jans als bewoners, toen zij in 1620 Eijsma State te Burum kochten (zie aldaar). In 1640 was volgens het stemkohier ‘de Warf’ eigendom van dr. Fogelsangh en was de weduwe Gerrit Jelckes meierse.

De state lag bij de splitsing van wat tegenwoordig Leegsterweg en Olde Borchweg heet, in 1823 kadastraal sectie C nr. 34 en 35 en had een omgracht hornleger. De plaats is thans onbebouwd. Mogelijk is de hardstenen latei met opschrift ‘Gerrit Jelckes en Jantie Jans’ etc. (zie Burum, Keegensterweg 29) bij de afbraak vrijgekomen en bij de latere vindplaats herbruikt. Ook Gerrit Jelckes had de latei echter reeds herbruikt.

+ De Wattema's, die ook onder Ee in Oostdongeradeel voorkomen (Dongeradelen 303) worden in Kollumerland vermeld in 1543. Bocke bezit dan land ten zuiden van land op de Schalder, dus in Wester Nieuw Kruisland (Benef. 228). Van belang is de boedelbeschrijving van 1551 van wijlen Bocke en Eesck Popma waarin het huis als volgt beschreven wordt (Weesboek p i, f. 55 vo e.v.): ‘een huus daer 't voerhuys lanck es met die coecken ix fack, rontsomme met stienen wanden, hart dack met twee stienen gevelen lancks gesoldert ende 't after huys es xiiii fack met een gewel rontsomme met stienen wanden, eensdeels hart dack ende eensdeels stroedack. Een schuyr met een gewel lanck vi groete ffacken met liemen ende horden wanden ende stroe gedect. Een luttick huys met stienen wandt met dack’. Bij de beschrijving van de roerende goederen worden onderscheiden: ‘de sael, de stoeff, de coecken, de aftercoecken en de middelcoecken’. De weduwe van Bocke Wattema hertrouwde met Tyepcke van Gerbranda en vestigde zich op Gralda onder Menaldum. Andreae weet te vermelden dat de state in Ooster Nieuw Kruisland lag ('85, i, 181).

Boerderijen

+ Op een omgracht terrein gelegen grote boerderij van het kop-hals-romptype, die in deze vorm reeds voorkomt op de kadastrale minute van 1823 (afb. 342). Het vooreind kan nog 18e-eeuws zijn met de twee topgevels met beitelingen langs de zijden, smalle vensters in de voorste topgevel en omgaande bakgoot. De vensters hebben nog de oude afmetingen en hanekammen erboven en zelfs blinden; slechts de tussenroeden zijn eruit gehaald. De grote schuur heeft aan de zijschilden nog rietdekking.

+ Boerderij met dwars voor de schuur gebouwd voorhuis onder schilddak met hoekschoorstenen (afb. 344). Het omgrachte terrein komt reeds voor op de kadastrale

[p. 213]

minute en is waarschijnlijk identiek aan de bij Schotanus weergegeven stemdragende plaats evenwijdig aan de Leegsterweg. De kadastrale minute geeft een ongebruikelijke plattegrond met een nieuwe schuur naast een mogelijk Fries langhuis. Het nieuwe voorhuis met toegang in het midden en met rechte bovendorpels boven de vensters waarboven hanekammen, zal in de eerste helft van de 19e eeuw tot stand zijn gekomen.

+ Grote boerderij van het kop-hals-romptype op een omgracht terrein, (afb. 343, 345) waarop volgens Schotanus een stemdragende plaats stond. De vorm van plattegrond van de bestaande boerderij komt ongeveer overeen met die op de kadastrale minute.

Het voorhuis kan dan ook van voor 1820 dateren met de steile kaphelling en de plaatsing van de vensters in de voorgevel, die ruimte laten voor een bedschot tegen de westgevel. De vensters in de geveltop zijn later vergroot; de gootlijst langs de oostgevel is verbreed, waardoor de strekken boven de vensters er deels door bedekt worden. De achtergevel van de schuur heeft de oude indeling behouden met smalle vensters tussen de inreed en de staldeur en heeft op Groninger wijze zaadzoldervensters daarboven en een geblokte kroonlijst als aan het vooreind. Ook de bijschuur, die nog niet op de kadastrale minute voorkomt, heeft deze lijst. Waarschijnlijk zijn de schuren en het halsgedeelte jonger dan het vooreind.

Molen en brouwerij

+ De molen waarnaar het dorp genoemd is komt reeds in 1574 voor, volgens

Van der Molen ‘staende op de dijk op de Warff’. Van der Meer vond een vermelding in het Weesboek (p i, f. 100) in dat jaar. Ook de kaarten van Schotanus geven de molen aan en in 1714 wordt hij als onrendabel vermeld. De molen werd blijkbaar in dat jaar gesloopt (Van der Molen, Gemaal, 99).

+ De kaart van Schotanus geeft ook een brouwerij aan bij de molen. Andreae vond in het jaar 1694 tevens een grutterij vermeld, zodat er een concentratie van graanindustrie geweest moet zijn, waaraan de nederzetting die onder Burum behoorde, haar bestaan ontleende.

[p. 214]



illustratie

Afb. 342. Boerderij van het kop-halsromptype, Gruytsweg 6. Opname 1987.




illustratie

Afb. 343. Grote mogelijk nog 18e-eeuwse boerderij Leegsterweg 2. Opname 1987.




illustratie

Afb. 344. Negentiende eeuwse boerderij met dwarsgebouwd voorhuis, Leegsterweg i. Opname 1987.




illustratie

Afb. 345. Achtergevels van schuur en bijschuur van Leegsterweg 2. Opname 1987.