Kollumerland en Nieuw Kruisland, voorafgegaan door Overzicht van de bouwkunst in Noordelijk Oostergo


auteur: Herma M. van den Berg


bron: Herma M. van den Berg, Kollumerland en Nieuw Kruisland, voorafgegaan door Overzicht van de bouwkunst in Noordelijk Oostergo. SDU uitgeverij, Den Haag / Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist 1989


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 243]

Zwagerbosch

Sinds 1940 een zelfstandig dorp, voordien behorend tot Kollumerzwaag. Zwagerbosch ligt in de uiterste zuidwesthoek van de gemeente en sluit qua ontwikkeling aan bij de zogenaamde heidedorpen van Achtkarspelen en Dantumadeel, te weten Twijzelerheide en Zwaagwesteinde. Dit zijn dorpen die pas in de 18e of 19e eeuw tot ontwikkeling kwamen op de toen nog onontgonnen heidevelden aan de rand van de grietenij. Hier vestigde zich een verarmde bevolkingsgroep, ondermeer bestaande uit dagloners en overtollig geworden veenarbeiders, die zich toelegden op het ventersbedrijf en verschillende vormen van handel. De vermelding van Van der Aa (553) in 1845 dat de inwoners van Kollumerzwaag zich met de handel in riet, touw, bezems en kaas bezighielden, zal dan ook vooral betrekking hebben op Zwagerbosch en het oostelijk daarvan gelegen Zandbulten.

De Schotanuskaart (1718) geeft ter plaatse van de nederzetting nog een onbewoonde ‘heyde’ aan. De kadastrale minutekaart van 1823 laat een nederzetting van zeer bescheiden omvang zien. Vergelijking tussen de kadastrale kaart van ca. 1918 en kaarten uit het midden van de 19e eeuw, laat zien dat in de tussenliggende periode de bebouwing van ‘Het Bosch’, zoals de naam aanvankelijk luidde, fors is toegenomen. Tevens werd in die tijd (1860) de spoorlijn tussen Leeuwarden en Groningen door dit deel van de gemeente aangelegd. Invloed van de spoorlijn op de ruimtelijke ontwikkeling van het dorp lijkt nauwelijks aanwezig geweest te zijn, ook al omdat het dorp nooit halteplaats is geweest.

De oude naam van de nederzetting, Het Bosch, is waarschijnlijk ontstaan door plaatselijk aanwezig geboomte, dat op de overigens vrij kale heide een markant landschappelijk element vormde. Uit het naburige Zwaagwesteinde is dezelfde naam voor een aantal beboste percelen eveneens bekend (Sikkema, 41). Met de opdeling van de heide, voorafgaand aan de ontginning, die rond het midden van de 19e eeuw grotendeels was voltooid, werden bestaande perceelsgrenzen in zuidelijke richting doorgetrokken. Anders dan bij de Wouddorpen met een middeleeuwse oorsprong, ligt de bebouwing te Zwagerbosch niet als een lint aan een oost-west lopende ontginningas, maar is deze deels gesitueerd aan enkele haaks daarop staande paden. Voor een ander deel ligt de bebouwing niet aan de openbare weg, maar verspreid over het veld. De ruimtelijke structuur, zoals die op de kaart van ca. 1918 wordt afgebeeld, verandert nadien niet wezenlijk meer. Van de 19e-eeuwse bebouwing zijn de meest armelijke voorbeelden begin deze eeuw verdwenen. Een gering aantal zeer kleine woudboerderijen is nog aanwezig, maar het bebouwingsbeeld wordt tegenwoordig het sterkst bepaald door 20e-eeuwse, merendeels vrijstaande woonhuizen.

[p. 244]



illustratie

Afb. 399. Kopie van het kadastrale minuteplan, links omstreeks 1823, rechts 1915. Schaal 1:7500.


[p. 245]

Van de oorspronkelijke landelijke bebouwing van hoogst eenvoudige aard, die merendeels in de tweede helft van de 19e eeuw ontstaan zal zijn, is slechts hier en daar een restant over.

+ Deels hermetseld, doch als massa goed voorbeeld van woudkeuterij. Woongedeelte met volledig muurwerk met topgevel met twee kleine lichttoevoeren naar de zolderruimte. Het rietgedekte zadeldak loopt door over het schuurgedeelte, dat lager muurwerk heeft, en daardoor meer arbeids- en stallingsruimte voor enig vee biedt (afb. 401).

+ Woudhuisje onder een rietgedekt dak, dat aan één zijde lager doorloopt over de kelder-bedstede-wand. Langs de voortopgevel beitelingen. Middenvenster in de voorgevel nieuw ten koste van twee smalle vensters waartussen de vuurplaats gestaan zal hebben. Ook het venster in de top is nieuw en vervangt kleine lichttoevoeren, waarvan een loodvoeg aan elke zijde spreekt (afb. 402).

+ Eenvoudige boerderij van het kopromptype, thans als woonboerderij in gebruik en daartoe gewijzigd. Het vooreind heeft in de topgevel nog de smalle lichtopeningen en ook de vensters in die gevel staan nog op de oude plaats, waarnaast een blind gedeelte voor het bedschot. De kap is later romantisch aangesloten tegen een veel te brede lijst over de gevel (afb. 405).

+ Eenvoudige woning uit het begin van de 20e eeuw naar het traditionele patroon gebouwd met huishoudkeldertje waarboven bedsteden gestaan zullen hebben aan de zijgevel. Minimale lichtopeningen naar de zolder. Details als steunen onder de gootlijst en de vierlichtsindeling van het bovenlicht boven de toegangsdeur in de zijgevel getuigen van een zekere ambachtelijke zorg (afb. 404).



illustratie

Afb. 400. Luchtfoto. Schaal 1:6000. Opname 1980.


[p. 246]



illustratie

Afb. 401. Als woning in gebruik zijnd woudhuisje, Boskwei 10. Opname 1986.




illustratie

Afb. 402. Woudhuisje Boskwei 16, waarvan de vensters gemoderniseerd zijn. Opname 1986.




illustratie

Afb. 403. Twintigste eeuwse versie van het woudhuis, Boskwei 20. Opname 1986.




illustratie

Afb. 404. Traditioneel woudhuisje, Boskwei 39, waarschijnlijk eerst rond 1920 gebouwd. Opname 1986.




illustratie

Afb. 405. Als woonboerderij gebruikte boerderij van het kop-hals-romptype, Boskwei 18. Opname 1986.




illustratie

Afb. 406. Boskwei 6. Tot woning gewijzigd woudhuisje, waarvan de voorgevel redelijk gaaf gebleven is met kleine lichtopeningen naar de zolder en keldervenster. Opname 1986.