Noordelijk Oostergo. Ferwerderadeel


auteur: Herma M. van den Berg


bron: Herma M. van den Berg, Noordelijk Oostergo. Ferwerderadeel. Staatsuitgeverij, Den Haag 1981


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 307]

Wanswerd

Wanswerd wordt door de Tegenwoordige Staat (194) als klein omschreven. In de plattegrond is weinig systeem te bespeuren, er is weinig wat aan het ideaaltype terpdorp doet denken. De bebouwing ligt bijeen aan de noordzijde van de kerk en aan de doorgaande weg (afb. 382 en 383).

De terp is ook hier rond de eeuwwisseling grotendeels afgegraven. Dat ook de kleine dorpen in het verleden over het water bereikbaar zijn geweest, valt af te leiden uit de opvaart, een element dat in de ruimtelijke structuur van het dorp nog altijd duidelijk aanwezig is ten noordwesten van de kerk.

Ten zuiden van het dorp is in de 17e eeuw aan de Ee bebouwing langs het water ontstaan, oorspronkelijk Wanswerd aan de Streek geheten. Sedert 1973 wordt het Birdaard genoemd gelijk het dorp aan de zuidzijde van de Ee, dat onder de gemeente Dantumadeel valt. Onder die naam wordt de nederzetting hier behandeld.

[p. 308]

Kerkgebouw

Hervormde kerk

De Hervormde kerk ligt op een hoge terprest in een ommuurd kerkhof. De kerk is eigendom van de Hervormde Gemeente, de toren van de burgerlijke gemeente. De terprest is beschermd als archeologisch monument uit de voor-Romeinse ijzertijd (afb. 381 en 384-390).

Litteratuur

r.v.a. i, 100, 102, iii, 110; Benef. 150; r.v.g.o. 61; Gesta abbatum orti sancte Marie, blz. 137 en 172; S. Muller Fzn. De registers en rekeningen van het Bisdom Utrecht 1325-1336, 's-Gravenhage, 1889-'91, Werken Hist. Genootschap, Nieuwe serie 53-54, i, 519; Wumkes i, 379; Van der Veen 234.

Afbeeldingen

Tekening door J. Stellingwerf 1723 in collectie Fries Museum (afb. 385).

Bronnen

Acten en rekeningen wegens het beheer van de kerkegoederen van Wanswerd, 1647-1679, Handschrift 1080, p.b. Friesland te Leeuwarden; zg. Schoolmeestersboekje 1858, ib.

Geschiedenis

De oudste vermeldingen van de parochie en de pastoor van Wanswerd zijn die in de levensbeschrijvingen van Abt Siardus en abt Sibrandus in de gedenkschriften van Mariëngaarde; deze abten leefden respectievelijk xiid en xiiib. Het Register van Aanbreng van 1511 spreekt van ‘den Pater to Wiswert’ als landheer (blz. 102) onder Jislum. Volgens een rekening van het Utrechtse Bisdom is het koor te Wanswerd in 1335 door een wijbisschop gewijd. Blijkens de registers van 1511, 1540 en 1580 waren er te Wanswerd naast patroonsgoederen tevens vicariegoederen, in 1580 praebendegoederen genaamd, doch in de 17e eeuw weer vicarie geheten. Volgens Reitsma was de praebende gebonden aan een altaar voor S. Julianus en zou de kerk misschien aan S. Petrus gewijd zijn geweest. Volgens van der Veen is het uitwendige in 1778 bemetseld, mogelijk gemaakt door de schenking van twee vermogende dames. In 1794 wordt aanbesteed het afbreken van de oude kap met verwulft en het herbouwen daarvan.

Beschrijving

De kerk die een versmald en vijfzijdig gesloten koorgedeelte heeft, is aansluitend tegen de zware westtoren gebouwd en ongeveer even breed als de toren, zodat geen westelijke vleugelmuren aanwezig zijn.

Materiaal

De toren bestaat tot ong. 2,5 m beneden de klokkezolder uit rode afbraaksteen van 29-30 × 7,5-8 cm, 10 lagen 87 cm; daar boven bestaat hij uit groter materiaal 30-32 × 8,5-9 cm, 10 lagen 95-96 cm in kleur overeenkomend met de kleinere steen.

Het schip bestaat eveneens uitwendig uit afbraakmateriaal waarin meer gele steen voorkomt en groen gesinterde steen van 29,5-30,5 × 8,5 cm, 10 lagen 98-100 cm.

Het koor, een gedeelte van de noordmuur en de zuidermuur onder de vensterdorpels zijn bemetseld met kleine steen van 19-20,5 × 4 cm, 10 lagen 50 cm. Inwendig is in het koormuurwerk tufsteen waargenomen.

Toren

De toren bestaat uit vier geledingen van verschillende hoogte en nauwelijks versneden; de geledingen zijn gescheiden door tweemaal een smalle en thans gecemente waterslag en bovenaan door een zaagtandlijst. Aan de westzijde heeft de toren een bescheiden later ingebroken ingang, waarboven een breed grotendeels gedicht spitsboogvenster, dat door de tweede geleding heengrijpt. Het is oorspronkelijk naar beneden iets langer geweest en heeft in het niet gedichte bovenste gedeelte een gaffeltracering van hol geprofileerde bakstenen bewaard. In de derde geleding staan aan de west- en oostzijde drie, aan de zuid- en noordzijde twee segmentbogig gesloten galmgaten, waarvan de sluitende boog met een uitgemetselde kopse lijst is versierd. De westelijke topgevel heeft vlechtingen langs de zijden en een flauw spitsbogig gesloten nis in de top; de oostelijke is door rollagen gedekt en heeft een hoge smalle opening en een cirkelvormige boven elkaar in de top. Aan de oostzijde is beganegronds een brede rondgesloten doorgang naar de kerk, die thans deels gedicht is met licht materiaal.

Inwendig

Inwendig zijn aan de west-, zuid- en noordmuren gedeelten van nissen aanwezig. De muren zijn bepleisterd tot de eerste balklaag, die op gotisch geprofileerde sleutelstukken rust. Onder de pleister zijn sporen van bogen voor een gewelf waar te nemen. De westelijke ingang is ingebroken en verstoort de onderdorpel van het venster. Boven de kleine doorgang naar de schipkap is in de oostwand een brede boog gemetseld.

Boven de tweede geleding is het muurwerk aan de noord-, zuid- en westzijde aanzienlijk dunner. De galmgaten zijn inwendig gevat in nissen, waarvan het benedenste deel is dichtgezet ten behoeve van een vloer. Onder de eerste balklaag is een uurwerkkamer getimmerd waarin een gesmeed uurwerk xix.

[p. 309]



illustratie

Afb. 381. Hervormde kerk en toren. Plattegrond en doorsneden benevens detail van sleutelstuk in de toren. Getekend en bijgewerkt 1976 naar opmeting 1944.


Schip en koor

De zuidermuur bevat vier spitsbogige vensters met brede afgeschuinde dagkanten en steens rollagen; het eerste is korter dan de overige en staat boven een gedichte segmentbogig gedekte ingang. De andere kunnen ingekort zijn; het muurwerk eronder is met kleine steen bemetseld. Tussen de vensters ziet men de moeten van afgebroken steunberen (afb. 384).

De noordmuur is aan de oostzijde over plm. 4 m breedte bemetseld met kleine steen. Aan deze zijde staan twee vensters, een kort en spitsbogig boven de ingang en een (afb. 386) jonger rondbogig gesloten, dat met kleine steen ommetseld is.

Aan het koor zijn de vensters in hun spitsbogige vorm ommetseld, aan de zuidzijde twee van ongelijke breedte, aan de noordzijde een. De vensters hebben houten ramen met doorgaande kleine roedeverdeling, met uitzondering van de noordelijke schipvensters die gietijzeren ramen hebben.

Inwendig

De muren zijn verankerd door trekbalken die zonder sleutelstukken in de muren rusten; in het schip is ongeveer een meter van bovenaf een versnijding van een halve steen, waar de trekbalken echter niet op steunen. Alleen de laatste balk van het koorgedeelte heeft nog een sleutelstuk. Op de muurplaat rust een segmentvormig houten gewelf, dat over de gehele ruimte doorloopt (afb. 388). De ribben van het gewelf corresponderen niet met de trekbalken noch met de consoles, die telkens tussen de trekbalken zijn aangebracht. Het muurwerk van het koor vertoont twee versnijdingen. Op de westmuur komt een verlopende versnijding voor en een verticale sprong die ongeveer correspondeert met het beloop van de noordmuur van het koor.

Bouwgeschiedenis

De uitwendige bemetseling die in 1778 kan zijn aangebracht en de inwendige bepleistering verhinderen nadere waarnemingen aan het koor, waarvan een wijdatum 1335 bekend is. De inwendig waargenomen tufsteen kan materiaal zijn, dat bij een herbouw toegepast is. Het is o.i. echter evenzeer mogelijk dat het koor van Wanswerd oudere resten bevat en dat de inwendig onregelmatige vijfzijdige vorm in een tufstenen halfronde absis is gehakt. Schip en toren hebben late kenmerken zoals een oorspronkelijk geheel gesloten noordwand van het schip en in de toren een begane grond met nissen, voorzieningen voor gewelven en een brede doorgang naar het schip. Het verschil in materiaal in de toren kan wijzen

[p. 310]

op een bouwperiode, wellicht na afbraak van een ouder schip, waarvan mogelijk een aftekening zich vertoont in de verticale sprong op de oostmuur. De herbouw van het schip lijkt ons de afsluitende middeleeuwse bouwperiode te vormen xvi.

Inventaris

De kerk bezit:

Preekstoel

Preekstoel uit de tweede helft van de 19e eeuw mogelijk aangeschaft bij een verbetering aan het gebouw waaraan een windvaan met 1882 herinnert; achterschot mogelijk nog van 1794.

Doophek van paneelwerk; de gebruikelijke spijlenzone is vervangen door 19e-eeuws ornament. Zes tekstborden, 1794?

Orgel

Uit het bewaard gebleven gedeelte van de kerkvoogdijrekeningen blijkt dat er in 1667 een nieuw orgel is besteld bij Harmen Jansz. Philip Sjoerds timmerman en houtkoper te Ferwerd leverde hout. Mr. Harmen kistemaker te Hallum kreeg eveneens termijnbetalingen. Hij zal de kas gemaakt hebben. De Schoolmeester meldt dat het orgel drie rijen klavieren had met aanhangend pedaal en negentien registers.

In 1877 is een nieuw orgel ingewijd gemaakt door Hardorff te Leeuwarden (Wumkes ii, 414); het is in 1947 verbouwd door Spanjaard te Amsterdam.

Banken

Een aantal eenvoudige banken van paneelwerk xviii-xix.

Zerken

Voor de preekstoel grote zerk gemerkt in de bovenrand p.d. aan de voet 1562 (afb. 390).

In de hoeken afgesleten alliantiewapens, waartussen randschrift Ano... de 7 junii sterf dē ...en̄ erentvestē Sipt vā Goslingha en̄ optē selfdē dach is ock gesturwē die erbare...

Paerck Zyaerda sijn wijf. Op het veld schijnarchitectuur rond het door een helm met uitkomende struisveren gedekte alliantiewapen (thans blind). Aan weerszijden de schikgodinnen Lachesis en Atropos als caryatiden. Bovenaan nis waarin de spinnende Klotho. Over p.d. zie Ligtenberg, Grafzerken, 171.

Een zerk met Lodewijk xiv wapencartouche met afgehakte wapens. Opschrift: 1737 den 25 Decemb. stierf Anna Sibille Bessingh huisfrouw van de ontvr. Matthijs Wiersma Oud 32 jaar en is hier begraven met haar zoon Nicolaas Wiersma oud 3½ week (afb. 387a).

Dergelijke zerk opschrift: den 8 Februari 1793 stierf de Eerwaarde Dus Stephanus de Lespierre in leven praedicant te Wanswerd en Jeslum en leit alhier begraven (afb. 387b).

Klok

Tot 1953 heeft in de toren een klok gehangen uit 1402 diam. 93 cm. Bovenrandopschrift: a.d. mccccii tēporibus dn̄i Taekonis dū trahor audite vos ad (?) vite. Touwversiering op de beugels (afb. 389). De klok is vergoten door van Bergen Midwolda.

De Schoolmeester weet te melden dat in 1813 bij de bevrijding een klok stuk geluid werd en vervangen. Tot de klokkenvordering hing er een klok uit 1928 door J. Taylor te Longborough.

Uurwerk

In de toren een oud uurwerk in gesmeed raamwerk xix.

State:

Goslinga State

Ten zuidoosten van de kerk ligt op een omgracht terrein Goslinga State.

Litteratuur

r.v.a.i, 100, iii, 111; Benef. 152; Van der Veen, 243.

Geschiedenis

In 1511 is Tjepke Goslinga ‘landheer’ te Wanswerd, in 1540 brengt Sypt Goslinga dezelfde landen aan, ook Jornsma geheten. Sypt stierf omstreeks 1561 volgens de zerk in de kerk te Wanswerd en was gehuwd met Perk Tjaerda. Van der Veen weet de erfopvolging te melden via Feye Sipts zoon, Hoyte zoon van Feye en diens dochter Tieth, die Lazarus Foppes van Grovestins huwde. Zij komt herhaaldelijk voor in de kerkvoogdijrekeningen en naar haar is een brug langs de Dokkumer Ee genoemd. In 1679 woont zij nog op de state. Kort na 1700 zou deze zijn afgebroken en vervangen door een boerderij, die in 1728 eigendom is van G. Wolfgang van Schwartzenberg. In 1731 wordt de boerderij verkocht aan Rixt Romkes weduwe Dirk Abes. Met de state worden verkocht het zwanerecht en het gestoelte in de kerk te Wanswerd. Later is de boerderij eigendom van J. Baukes Talsma (1811). Van der Veen vermeldt alle eigenaren en gebruikers.

In 1913 is de oude boerderij afgebroken en vervangen door de tegenwoordige grote stelphoeve. Een terrein tegenover de opstal heet nog poortfenne.

Terp

Wilsterterp

Ten noordwesten van Wanswerd ligt de Wirdsterterp, een als archeologisch monument beschermd terprestant uit de voor-Romeinse ijzertijd (afb. 397).

Boerderij

Op de terp een grote boerderij van het kop-hals-romptype met onderkelderd voorhuis, volgens stichtingssteen ‘Wilsterterp’ uit 1871 (afb. 394).

[p. 311]

Boerderij

Boerderij Eastein, Tergracht

Ten oosten van de Dokkumer Ee ligt de boerderij Eastein (Oosteinde) van het kop-halsromptype met onderkelderd binhús (afb. 391 en 392). Alle vensters van het binhús hebben zesruitsindeling en blinden; ingangspartij en inwendig enigszins gewijzigd in 1947.

De kelder is nog intact. In de hals driedelige bedsteewand met paneeldeuren boven huishoudkelder en schoorsteenbetimmering. In de keuken, die zich in de schuur bevindt, een schouw uit de bouwtijd. De schuur is wat betreft zij- en achtergevel eens herbouwd. De inrit aan de achterzijde springt in om een hogere deur mogelijk te maken. Deze plattegrond komt reeds voor op de kadastrale minutekaart. De boerderij dateert dus van voor 1832.

Poldermolen

Poldermolen

In de ten zuiden van het dorp gelegen Wanswerderpolder, bedijkt in 1867, staat een achtkante grondzeiler, genaamd ‘Victor’. De molen is eigendom van de Stichting ‘De Fryske Mole’ (afb. 393).

Litteratuur

Molens van Friesland, blz. 143.

Geschiedenis

De molen is in 1867 gebouwd ter vervanging van zes kleine molentjes en drie tjaskers, die aangegeven worden op de topografische kaart van 1862.

In de jaren zestig werd een 24 pk dieselmotor aangebracht en werd de vijzel vernieuwd. De molen is in 1972-1973 gerestaureerd, bij welke gelegenheid o.a. de gehele staart vernieuwd werd en de bestaande plaatstalen roeden aangebracht werden.

Het wieksysteem onderging wijziging.

Het nachtmaalhuisje naast de molen werd eveneens gerestaureerd.

Het staande werk

De molen is gefundeerd op stiepen; deze lopen in het te lood staande onderachtkant door en zijn op de hoeken te zien als pilasters. Hiertussen bevinden zich de veldmuren. Het onderachtkant is gemetseld van kleine gele baksteen in koppen- en strekkenlagen. In het onderachtkant bevinden zich boven de waterlopen ronde vensteropeningen omlijst met een rollaag van rode baksteen met hierin gietijzeren ramen. Het ondertafelment is onderbroken voor de twee toegangen.

Het achtkant is met riet gedekt en geheel in grenehout uitgevoerd. Gebouwd volgens het algemeen in ons land toegepaste systeem dat ook in het noorden bij grote en industriemolens is toegepast. In plaats van het in het noorden gebruikelijke aantal van drie bintlagen werden er hier echter slechts twee aangebracht.

De basis van de kap is van eiken, de spanten zijn van grenen. De lange spruit is op noordelijke wijze middelbalk en tevens als ijzerbalk gebruikt. Het kruisysteem met gietijzeren rollen is uitzonderlijk: elk van deze rollen draait in aparte klossen vrij van de kruivloer. De staart heeft een kruilier.

Het gaande werk

Wieksysteem: voorheen zelfzwichting met oud-Hollandse voorzoom, thans geheel oud-Hollands; vlucht 19,60 m. De roeden zijn van staal. Doorboorde gietijzeren bovenas, gegoten door de firma H.J. Koning te Foxham. Om het bovenwiel een Vlaamse vang. Houten vijzel in een betonnen vijzelkom.

[p. 312]



illustratie

Afb. 382. Copie van de kadastrale minute omstreeks 1832. Schaal 1:7500.




illustratie

Afb. 383. Luchtfoto schaal 1:6500. Opname april 1973.


[p. 313]



illustratie

Afb. 384. De Hervormde kerk op het terprestant van het zuidoosten gezien. Opname 1976.




illustratie

Afb. 385. De kerk getekend door J. Stellingwerf 1723.




illustratie

Afb. 386. De noordoostzijde met het in de 18e eeuw ommetselde koor. Opname 1977.


[p. 314]



illustratie

Afb. 387a. Twee zerken uit 1737 en 1733 in de kerk. Opname 1976.




illustratie

Afb. 387b. Twee zerken uit 1737 en 1733 in de kerk. Opname 1976.




illustratie

Afb. 388. Het inwendige van de kerk met het versmalde koor waarin twee versnijdingen te zien zijn en dat middeleeuws kan zijn. Opname 1976.




illustratie

Afb. 389. De voormalige klok uit 1402 gefotografeerd in 1943.


[p. 315]



illustratie

Afb. 390. Grote zerk gemerkt p.d. 1562 voor Sipt van Goslingha en Perk Zyaerda. In een schijnarchitectuur zijn de Schikgodinnen voorgesteld. Wapens uitgekapt. Opname 1976.


[p. 316]



illustratie

Afb. 391. Boerderij Eastein aan de Dokkumer Ee in het gehucht Tergracht. Het ‘binhús’ is geheel onderkelderd. Gebouwd voor 1832. Opname 1976.




illustratie

Afb. 392. Plattegrond van Eastein naar schets 1977. Tekening 1979.


[p. 317]



illustratie

Afb. 393. De poldermolen Victor van de Wanswerderpoler uit 1867. Opname 1977.




illustratie

Afb. 394. Boerderij Wilsterterp op de gelijknamige terp, gebouwd in 1871. Opname 1979.