De Nederlandse en Vlaamse auteurs


auteur: G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse


bron: G.J. van Bork & P.J. Verkruijsse (red.), De Nederlandse en Vlaamse auteurs van middeleeuwen tot heden met inbegrip van de Friese auteurs. De Haan, Weesp 1985


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Bertken, Suster

Ook Berta Jacobs, Noordnederlandse dichteres en prozaschrijfster (Utrecht ca 1426-ald. 25.6.1514). Vertoefde sedert haar dertigste jaar als kluizenares in een cel, die was gebouwd aan de Buurkerk te Utrecht, vanwaaruit zij de godsdienstige plechtigheden in het kerkgebouw kon volgen. Het literaire werk van deze `incluse' bestaat uit twee boekjes, die (misschien als herdruk van een nog niet teruggevonden editio princeps) twee jaar na haar dood zijn verschenen te Utrecht en waarvan kort daarop uitgaven werden gemaakt te Leiden en te Antwerpen.

Het eerste boekje heeft de titel Hier begint een seer devoet boecxken van die passie ons liefs heeren Jhesu Christi tracterende. De inhoud van dit werkje heeft men enerzijds gekarakteriseerd als een cyclus die bestaat uit een inleidend gebed tot opwekking der devotie, acht kruisgetijden en een slotoefening; maar anderzijds leidde een later onderzoek tot de conclusie dat er sprake moet zijn van een uitvoerige inleiding, die wordt gevolgd door zeven getijden en een slotgebed. In ieder geval mag worden aangenomen dat dit `passieboekje' door Suster Bertken werd gebruikt als leidraad bij haar dagelijks weerkerende biduren.

Het tweede boekje van Berta Jacobs is van geheel andere aard en heeft het opschrift Suster Bertkens boeck dat sy selver gemaect ende bescreven heeft. Behalve enkele gebeden komen in deze uitgave ondermeer acht `liederen' voor, die de schrijfster doen kennen als een mystiek dichteres. Een belangrijk prozastuk uit dit tweede

[p. 72]

boekje is het Suverlic tractaet vander kersnacht ende gheboerten ons Heeren, waaruit verwantschap blijkt met de mystiek van Hadewych en Ruusbroec en met de leer van het anonieme geschrift de Evangelische Peerle. Evenals enkele andere middeleeuwse geschriften over de geboorte van Christus, is Suster Bertkens Tractaet gebouwd op epische elementen uit de kerstopenbaring van de heilige Birgitta van Zweden. Merkwaardig is dat bij Suster Bertken de lotgevallen van Maria en Jozef afzonderlijk worden behandeld.

Literatuur:

D.Th. Enklaar, `Zuster B. en de Noord-Nederlandse renaissance', in Groot-Nederland, 24 (1926); M. Smits van Waesberghe, `Het mystiek dicht- en prozawerk van Suster B.', in Roeping, 22 (1944); C.C. van der Graft, Een boecxken gemaket ende bescreven van Suster B. [...] (1955); M.E. Kronenberg, in Het Boek (1956); A.S.J. Ampe, in Ons Geestelijk Erf, 30 (1956); Idem, in Hand. Kon. Zuidnederl. Mij v. Taal- en Letterk. en Gesch. (1960); M.J.G. de Jong, `De compositie van Suster B.s. kerstverhaal', in Tijdschr. v. Nederl. Taal- en Letterk., 72 (1956); K. Meeuwesse, `Zuster B.s. passieboekje', in Dancwerk, opstellen aangeboden aan D.Th. Enklaar (1959); W.H. Vroom, `Suster B.s. doopvel', in Nieuwe Taalg., 51 (1958); M.J.G. de Jong, Het kerstvisioen van Berta Jacobs (1961); K. Heeroma, `Het ingekluisde lied', in Spelen met de spelgenoten (1969).

 

[M.J.G. de Jong]