De Nederlandse en Vlaamse auteurs


auteur: G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse


bron: G.J. van Bork & P.J. Verkruijsse (red.), De Nederlandse en Vlaamse auteurs van middeleeuwen tot heden met inbegrip van de Friese auteurs. De Haan, Weesp 1985


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Bijns, Anna

Zuidnederlands dichteres (Antwerpen 1493-ald. 1575). Dichtte in de trant der rederijkers; kenspreuk: `Meer suers dan soets'. Van 1536 tot 1573 schoolmeesteres in `Het Roosterken'. Van haar bestaan drie bundels refreinen `int vroede', achtereenvolgens gedrukt in 1528 (het jaar daarop in het Latijn vertaald), 1548 en 1567 (met een merkwaardige inleiding van Henrick Pippinck). De oudste twee bevatten aangrijpende klachten over het verval van de moederkerk, die ziek is in hoofd en leden én felle aanvallen op Luther en de zijnen, die de oorzaak zijn van alle ellende in maatschappelijk en zedelijk opzicht. De laatste bundel, tevens de omvangrijkste en in dezelfde volmaaktheid van vorm geschreven, ademt een zeer vrome geest.

Amoureuze (en enkele zotte) refreinen uit Anna Bijns' beginperiode (1522-1529) zijn

[p. 126]

overgeleverd in het zgn. hs. B (hs. 2166 ub, Gent). Versch. refreinen hebben het acrostichon `Bonaventura', waarmee ze naar alle waarschijnlijkheid worden opgedragen aan pater Bonaventura Vorsel, minderbroeder. Van hs. a, het andere zgn. Anna Bijns-hs. (hs. 19547 kb Brussel) mag zeker niet alles aan de dichteres worden toegeschreven.

De suggestie dat Anna Bijns de auteur zou kunnen zijn van Tghevecht der Minnen, een postincunabel van 1516, handelende over Venusjonkers en haar bedrijven is inmiddels weerlegd.

Uitgaven:

A. Bogaers en W.L. van Helten (ed.), Refereinen van A.B. (1875); W.J.A. Jonckbloet en W.L. van Helten, Nieuwe refereinen van A.B. benevens enkele andere rederijkersgedichten uit de XVIde eeuw (1886), uit hs. b; E. Soens (ed.), `Onuitgegeven gedichten van A.B.' in Leuvense Bijdragen, 4 (1900-1902), uit hs. a; L. Roose (ed.), A.B. Refreinen (1949), bloeml.; Idem (ed.), Meer zuurs dan zoets (19752).

Literatuur:

L. Roose, A.B. Een rederijkster uit de hervormingstijd (1963), met bibl.; P. Julius, `A.B. en Bonaventura', in De Nieuwe Taalg., 59 (1966); B. Erné, `A.B. en Stevijn. Een briefwisseling in refreinen', in Jaarb. `De Fonteine', 18 (1968); J.B. Drewes, `Latin Poems in the so Called A.B. ms. a', in Neophilologus, 54 (1970); L. Roose, `A.B. herdacht (1575-1975)', in Versl. en Meded. Kon. Nederl. Acad. v. Taal- en Letterk. (1976); M. Gijsen, `Ontmoeting en gesprek met A.B.', in Idem, Verzameld werk, dl. 5 (1977); M. Basse, `De jeugd van A.B.', in Mélanges Paul Frédéricq (1981).

 

[J.J. Mak en D. Coigneau]