De Nederlandse en Vlaamse auteurs


auteur: G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse


bron: G.J. van Bork & P.J. Verkruijsse (red.), De Nederlandse en Vlaamse auteurs van middeleeuwen tot heden met inbegrip van de Friese auteurs. De Haan, Weesp 1985


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 186]

E

Eckeren, Gerard van

Ps. van Maurits Esser, Neerlands prozaschrijver en criticus (Haarlem 29.11.1876-Wassenaar 22.10.1951). Zoon van de dichter Isaäc Esser en werkzaam in het uitgeversbedrijf. Van 1906 tot 1929 redacteur van Den Gulden Winckel en van 1947 tot zijn dood van Het Boek van Nu, waarvan hij medeoprichter was. In deze tijdschriften en in Groot Nederland publiceerde hij zijn beschouwingen over literatuur.

Hij schreef een dozijn romans, w.o. Ida Westerman (1908), De late dorst (1921), De oogen in den spiegel (1934), en Klopsymfonie (1950). Zijn bekendste roman is De paarden van Holst (1946), waarin hij een treffende evocatie geeft van de jongere generaties uit de jaren vlak voor en gedurende wo ii.

Werken:

Ontwijding (1900), r.; Donkere machten (1901), r.; De stem die verklonk... (1902), r.; Studies (1902); Om een leuze (1907), r.; Guillepon Frères (1910), r.; Annie Hada, 2 dln. (1911), r.; De van Beemsters, 2 dln. (1916), r.; Menschen en machten (1919), r.; De wrok van het bloed (1922), r. Parade gaat door! (1937), r.

Literatuur:

B. Stroman, in De Nederlandse roman (1951); A. Marja, in Buiten het boekje (1954); A. Visser, in Leven van de pen (1965).

 

[P.H. Dubois]