De Nederlandse en Vlaamse auteurs


auteur: G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse


bron: G.J. van Bork & P.J. Verkruijsse (red.), De Nederlandse en Vlaamse auteurs van middeleeuwen tot heden met inbegrip van de Friese auteurs. De Haan, Weesp 1985


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Paape, Gerrit

Noordnederlands dichter en (toneel)schrijver (Delft 4.2.1752-'s-Gravenhage 7?.12.1803). Vurig aanhanger der patriottenpartij, waarin hij de werkende stand vertegenwoordigde. Bracht het van plateelschilder, via zijn actie in de vrijkorpsen, zijn vlucht naar Duinkerken (1787) en zijn medewerking aan Daendels' bevrijdingsleger, na 1794 tot hoge ambten (o.m. voorzitter der commissie ter verkiezing der Nationale Conventie).

Vrijwel zijn gehele, omvangrijke werk geeft blijk van zijn overtuiging: zijn opgeschroefde poëzie (o.a. Vaderlandsche gedichten, 1784). Vaderlandsche blijspelen (1787) en Republikeinsche klugtspelen (1796), pamfletten, brochures en journalistieke bijdragen, autobiografische romans (De Hollandsche wijsgeer in Brabant, 4 dln. 1788-1790) en historische publikaties (De onverbloemde geschiedenis van het Bataafsch patriottismus, 1798). De laatste twee zijn ook documentair belangwekkend.

Werken:

Bijbel- en zedegedichten (1779); Geschiedenis der gewapende burgercorpsen in Nederland (1787); Agis of de republiek Sparta (1788), tr.; Mijne vrolijke wijsbegeerte in mijne ballingschap (1792), autobiogr.

Literatuur:

A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek, xv (1872), met bibl.; A.J. Kronenberg, Een en ander over G.P. en zijn tijd (1886); A. Nieuweboer, in Spektator, 8 (1978-1979).

 

[W. Gobbers]