Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde


auteur: J.G. Frederiks en F. Jos. van den Branden


bron: J.G. Frederiks en F. Jos. van den Branden, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde. L.J. Veen, Amsterdam 1888-1891  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Joannes Hendrik Carpentier Alting]

Alting (Joannes Hendrik Carpentier), geb. 26 Juni 1802 te Werkendam, ontving zijne opleiding te Kampen, waar zijn vader pred. was; stud. te Leiden en werd pred. te Purmerland, waar hij 15 Aug. 1857 overleed.

Hij schreef: Hendrik en Maria, De Protest. en R.C. jongelieden in wederzijdsche betrekking. Een verhaal uit den tegenw. tijd, Amst. 1842; Het huisgezin eener weduwe, Amst. 1843; Broeder en zuster, Amst. 1844, 2e dr. Leeuw. 1860; Het Christendom in Ned., hist. roman, 2 dln., Amst. 1846; De erfenis, een oorspr. Ned. verhaal door A. van de Werken, (psd.), Alkmaar, 1847; De Maleier in Ned. of hoe een vreemdeling oordeelt, Amst. 1849; Rome en de wereld, oud en nieuw uit de gesch. en het dag. leven, 2 dln., Tiel, 1851; Onze kerkgebouwen, in hunne betr. tot de gesch., de maatsch. en het pers. geluk, Purm. 1851; Episoden uit het leven van Filips van Montmorency, graaf van Hoorne, enz., Purm. 1852; Jutte van 't Eiland en eenige verspreide novellan, na C.A.'s dood uitgegeven door Alb. van Toorenenbergen, Purm. 1858. Behalve de drie laatstgenoemde werken, alle anon. of psd. uitgegeven.