-Voor-looper: ijveraar, leidsman. De arts-rederijker dr. Johan Fonteyn was in de jaren 1615-1616 een van de roerigste en eerzuchtigste leden van De Eglentier en later zelfs een tijdlang factor.
Gepublicerd in Ned. Poëmata, 1632 fol. H4r-H4v; 1638, fol. H4r-H4v; 1644, fol. D1r-D1v. Titel romein; tekst fractuur met enkele woorden romein; ondertekening romein; zinspreuk cursief.
1't Grof sal volghen: het ergste komt nog; waarschijnlijk was dit vs. een bekend spreekwoord, al schijnt het verder niet schriftelijk overgeleverd te zijn.
2't verlooren Schaep: een door platheid van taal berucht gelijkenisspel van Johan Fonteyn (zie Te Winkel, Ontwikkelingsgang III, blz. 218); slachten: gelijken op; derde half: twee en een half, spotnaam voor iemand die niet voor vol wordt aangezien. Volgens Te Winkel (Werken 1890, blz. 143) voor de arts Fonteyn gebruikt, omdat het goedkoopste drankje van de dokter destijds 2 1/2 stuiver kostte.
3Datsen: dat is een; moer, ja Vaer: hiermee worden twee praters ingevoerd; de eerste, de man, richt zich tot een vrouw en deze geeft hem daarna antwoord; het is echter ook mogelijk, dat de dichter zelf een man en een vrouw in het publiek aanspreekt; ghiest: talent, kunstenaar, uitstekend rederijker.
4Schijt: uitroep van verachting: ik heb lak aan; Koster: de invloedrijke arts-literator Samuel Coster (1579-1665).
5dicke Ian: waarschijnlijk de rederijker Jan Sybrantszoon Bont, die na het vertrek van Spiegel naar Alkmaar en het terugtreden van Roemer Visscher een tijdlang een belangrijke rol heeft gespeeld in De Eglentier. Hij was in 1618 prins van de kamer (Te Winkel, Ontwikkelingsgang III, blz. 232).
8swiet: zweet; hiele Spullen: hele rederijkersspelen. De werkw. duiden op de slechte kwaliteit, de grote hoeveelheid, en de onverzorgde produktie van de spelen.
11 reptie D E reptje - 14 Moyties D E Moytjes
9Dus komt het dat: dat is de reden waarom; so noo: zo node, met zoveel tegenzin; de Ouwe Manne-Vaers: de regenten van het Oude-Mannenhuis, waar de opbrengst van de toneelvoorstellingen heen ging.
10de Varcke-sluys: de dichtbij Bredero's woonhuis liggende brug over de Oudezijdsvoorburgwal, waaronder een openbaar toilet was (zie ook Moortje, vs. 680 vlg.); aerswissen: papiertjes om de aars af te vegen.
11nodige: onmisbare; reptie: rep je, haast je wat; met een slinger: in een handomdraai.
17segt mijn Vaer: vertel het mij, man; wilt voort swygen: houd verder je mond.
18So dientet my niet: dan, nl. als het waar is wat de oude vrouw gezegd heeft, ben ik er niet van gediend; met -et doelt Bredero op de obscene dubbelzinnigheid van vs. 16 en ook op de door Fonteyn geproduceerde ‘aers-wissen’ (vs. 10); poort: aars, achterwerk.
-Hokus Bokus: oude vorm van hocus pocus, de bezweringsformule van tovenaars en goochelaars.